Voortplanting bij vogels, de lentekriebels
Al in de dertiger jaren van de vorige eeuw werd aangetoond dat de voortplanting in de natuur wordt beïnvloed door de daglengte en de hoeveelheid licht. Licht, dat door de schedel heen dringt, bevordert de groei van geslachtsdelen. De vogels beginnen bij het lengen der dagen een territorium te zoeken om de voortplanting in gang te zetten. Vogels in gevangenschap worden bijna dag en nacht aan kunstlicht blootgesteld om de eierproductie op gang te houden.
Territorium
Het vinden van een broedplek
Het eerste dat vogels doen bij het lengen van de dagen is het uitzoeken van een territorium. Er moet broedgelegenheid zijn, voldoende voedselaanbod en het moet veilig zijn. Het territorium wordt afgebakend en er moet gezorgd worden dat er geen indringers het gebied komen verstoren. Het territorium wordt verdedigd door zingen: ik ben hier, stoor me niet. Ook kan er gedreigd worden en zelfs komt er soms fysiek geweld aan te pas.
Voedselaanbod in de lente
Veel te eten
De weersomstandigheden verbeteren in de lente en de dagen worden langer. Op het zuidelijk halfrond is dat eerder het geval dan op het noordelijk halfrond. In het zuiden wordt dus eerder begonnen met broeden en er zullen per seizoen meer legsels zijn. In het voorjaar kunnen vogels beschikken over talrijke voedselbronnen. De vrouwtjes hebben tijdens de leg meer voedsel nodig dan normaal en ook de pasgeboren jongen moeten worden voorzien van voedsel. Bijvoorbeeld vogels die larven van insecten eten, beginnen eerder met de voortplanting dan vogels die volwassen insecten eten. Die wachten meestal tot juni.
Uitzondering
Bosuilen beginnen al in de wintermaanden met de voortplanting. In de wintermaanden zijn de bomen en struiken nog kaal en zullen de prooidieren zich moeilijk kunnen verbergen voor de uil.
Balts en paarvorming
Balts
Bij vogels verleiden de mannetjes de vrouwtjes. Dat doen ze via de balts. De balts vertoont zich in vele vormen. Het zingen van een mannetje kan een vrouwtje verleiden. Zo ook kan de keel van een vogel opzetten, de wratten of lellen zullen fel kleuren. Vogels laten in de lucht de meest acrobatische vliegacts zien of houden zich bezig met het aanbieden van voedsel aan een toekomstige partner. Een paringsdans is ook een vorm van de balts. Zo ook kan het verenkleed van een mannetje de prachtigste kleuren aannemen. Opvallen is het doel.
Paarvorming
Vrouwtjes selecteren hun mannetje op leeftijd, op zang, op postuur en op baltsgedrag.
Sommige paren blijven hun leven lang bij elkaar, andere gaan na de paring uit elkaar. Ook blijven paren bij elkaar tot de jongen uitvliegen.
Nestbouw
Over het algemeen bouwen de vrouwtjes het nest. Soms geholpen door de mannetjes. Nesten verschillen enorm in grootte en vorm. Het ene nest is keurig gevlochten en het andere is schamel gebouwd van wat takjes. Nesten kunnen hoog in de bomen zitten, tussen dichte struiken, in het riet langs het water of zomaar midden in een grasveld. Het doel van een nest is bescherming tegen de weersinvloeden en bescherming tegen nestrovers of andere indringers.
Paring
Als de nesten klaar zijn begint pas de eigenlijke voortplanting: de paring. De grootte van geslachtsorganen neemt in enorme hoeveelheid toe. Het ovarium (eierstok) van een vrouwtje kan wel 1500 keer zo groot worden. De testikels van het mannetje worden ongeveer 300 maal zo groot. Bij de paring leggen vogels hun cloaca tegen elkaar. De
cloaca is de opening waar bij vogels, reptielen en amfibieën zowel ontlasting, urine als eieren naar buiten komen. Via de cloaca kunnen uit de zaadbuis de zaadjes bij de eileider van het vrouwtje komen. Paren doen vrouwtjes met één of met meerdere partners.
Eieren leggen en broeden
Aantal eieren
Het aantal eieren dat een vogel legt, hangt af van de soort. Sommige vogels leggen per jaar één ei, andere leggen er twaalf en hebben ook nog meerdere legsels. Dit hangt af van de soort of de grootte van de vogels. Het hangt ook af van de omgeving, de levenswijze en het voedselaanbod. Meestal broedt het vrouwtje, dat wordt
incubatie genoemd. Na het leggen van alle eieren begint ze daarmee. Bij sommige vogels wordt om beurten door het vrouwtje en het mannetje gebroed.
Broedvlek
Oudervogels die zich bezighouden met het broeden, verliezen vlak voor het broeden dons op hun buik. Daar is de huid dan kaal en sterk doorbloed. Deze plek wordt
broedplek of
broedvlek genoemd. De eieren liggen tegen deze plek. De vogel draait de eieren soms om, zodat alle kanten even warm blijven. Afhankelijk van de soort komen de eieren na 12 (mus, spreeuw) dagen of pas na 34 (ooievaar) dagen uit.
En dan begint de opvoeding tot vliegen, eten, zingen en zorgen.
Lees verder