InfoNu.nl > Dier en Natuur > Natuur > Het leven in het Noordpoolgebied en op de toendra

Het leven in het Noordpoolgebied en op de toendra

Het leven in het Noordpoolgebied en op de toendra Helemaal bovenaan de wereld bevindt zich een leefgebied dat wordt gevormd door de Noordpool en de Arctische toendra. Het is hier zeer koud en in de winter is er geen daglicht te vinden. Toch is er veel leven op deze barre plek. Er zijn planten en bomen te vinden, hoewel deze allemaal zeer klein blijven. Verder zijn er vele soorten dieren, die zich gewapend hebben tegen de kou en de korte zomers.

Het Noordpoolgebied en de Arctische toendra

Aan de bovenkant van de aardbol bevindt zich één van de koudste leefgebieden ter wereld: de Noordpool (Arctica) en Arctische toendra. Midden op de Noordpool ligt de Noordelijke IJszee, de kleinste oceaan op de wereld. Een groot deel van de Noordelijke IJszee is bedekt met drijvend ijs. Daaromheen ligt de Arctische toendra. Temperaturen tot 50°C onder nul zijn geen uitzondering. In de winter zijn de dagen zeer kort, richting het noorden van dit gebied blijven de dagen zelfs volledig in het duister gehuld. In de zomer daarentegen zijn de dagen lang en hoog in het noorden gaat de zon wekenlang niet onder. In deze koude en ijzige wereld is echter veel leven te vinden. Zowel planten als dieren hebben zich aangepast aan de omgeving en weten te overleven.

Planten

Planten die op de toendra voorkomen groeien laag bij de grond, de meeste worden niet hoger dan een paar centimeter. Zo ook de poolwilg, die tot de bomen behoort. Hoger groeien is gevaarlijk; in de ijskoude wind is het dan haast onmogelijk om te overleven. Planten op de toendra moeten een snel leven leiden omdat de zomer zo kort is. Poolwilgen maken vast katjes, die opengaan zodra de temperatuur gestegen is. Insecten zorgen vervolgens voor de bestuiving. Ook andere planten beginnen snel aan de voortplanting wanneer de dagen weer langer worden. Sommige planten, zoals rendiermos (een korstmos), zijn goed bestand tegen de koude winter. Het is een taaie plant die op grote delen van de toendra voorkomt. Ze raken vaak ondergesneeuwd, maar hier is het juist warmer dan boven de sneeuw. Rendiermos is net als de poolwilg een laaggroeiende plant. Er groeien ook mossen, zoals veenmos, grassen, zoals wollegras, en allerlei soorten bloemplanten.

Dieren

Insecten

In het Noordpoolgebied en de toendra leven onder meer muggen, waterjuffers, vlinders en hommels. De hommel die hier voorkomt is de Arctische hommel. Hij heeft behaarde schubben die ervoor zorgen dat hij in de noordelijke kou kan vliegen. De hommels moeten zich vanwege de korte zomer, net als planten, snel voortplanten. Ze hebben een koningin die de eitjes legt. Werksters zorgen ervoor dat er voedsel verzameld wordt. Wanneer de zomer voorbij is en het weer kouder wordt, sterven alle werksters. De koningin gaat niet dood, zij houdt een winterslaap tot de volgende lente. De Arctische hommel is ook belangrijk voor het bestuiven van bloemen van planten, onder andere die van de poolwilg.

De bloemen in dit gebied vormen ook een belangrijke en aantrekkelijke voedselbron voor vlinders. Sommige vlinders komen naar het Arctische gebied wanneer de zomer aanbreekt, andere wonen er permanent. In de winter zijn zij echter niet te zien; pas wanneer het warm genoeg is komen de eitjes uit. Ook zijn er in de zomer veel muggen te vinden in het Noordpoolgebied. De mannelijke muggen eten net als hommels en vlinders nectar uit bloemen, de vrouwtjes hebben bloed nodig. Ze steken dieren (en ook mensen) om bloed op te zuigen. Dit hebben ze nodig om eitjes te ontwikkelen.

Vogels

Sneeuwganzen overwinteren in zuidelijk gelegen, warmere streken en vliegen in de lente, net als sommige vlinders, naar het Noordpoolgebied. Hier planten ze zich voort. Ze eten planten die ze op de toendra vinden. Tegen het eind van de zomer hebben ze genoeg gegeten om de lange afstand naar warmere gebieden weer af te leggen. Naast sneeuwganzen zijn er ook sneeuwuilen en zeekoeten in het Arctische gebied te vinden. Sneeuwuilen jagen overdag op andere dieren. De mannetjes zijn grotendeels wit, de vrouwtjes iets minder. Hierdoor vallen ze nauwelijks op in de winterse sneeuw. Zeekoeten lijken wel wat op pinguïns. Het zijn goede zwemmers, die onder water hun vleugels op en neer slaan om vooruit te komen. Ze jagen op vis en broeden in kolonies op kliffen en rotsrichels. In tegenstelling tot pinguïns kunnen zeekoeten wel vliegen.

Zoogdieren

In het Noordpoolgebied leven veel rendieren, die in grote kuddes leven. Rendieren behoren tot de herten. Zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben een gewei, in tegenstelling tot de meeste herten waarvan alleen de mannetjes een gewei hebben. Rendieren trekken tegen de winter vele kilometers naar het zuiden, tot ze de bossen bereiken waar ze in de winter blijven. Ze kunnen zwemmen, zodat rivieren die ze onderweg tegenkomen geen groot probleem vormen. Rendiermos is een belangrijke bron van voedsel voor deze dieren omdat het ook in de winter te vinden is.

Muskusossen zijn voorzien van een dikke vacht die ze warm houdt. In de winter wordt deze vacht zelfs extra lang, op sommige plekken zelfs negentig centimeter. Het zijn grote dieren die tot de schapen en geiten behoren, al lijken ze meer op runderen. Ze leven in kudden, die tegen de winter de heuvels in trekken. Muskusossen kunnen namelijk moeilijk voedsel vinden in de sneeuw, dus zoeken ze sneeuwvrije plekken op.

IJsberen leven op het besneeuwde land, maar het zijn ook goede zwemmers die vaak in het water te vinden zijn. Op het land wordt hij warm gehouden door zijn dikke vacht. Om ook in de koude oceaan te kunnen zwemmen is hij daarnaast voorzien van een dikke onderhuidse laag vet. De ijsbeer kan zeer goed ruiken en eet graag zeehonden. Hij besluipt zijn prooi voorzichtig, waarbij zijn lichte vacht een goede schutkleur is.

Dieren die permanent in de koude wateren van het Arctische gebied leven, zijn twee soorten dolfijnen: de beloega en de narwal. Door het vele ijs dat er in de Noordelijke IJszee te vinden is, is het belangrijk voor deze dieren om openingen in het ijs te vinden waar ze adem kunnen halen. Sommige openingen in het ijs zijn groot en blijven vele jaren bestaan. Zo’n gebied wordt een polynya genoemd, waar beloega’s en narwallen dankbaar gebruik van maken. Volwassen beloega’s zijn helemaal wit van kleur en maken allerlei geluiden. Narwallen zijn voorzien van een zeer lange smalle stoottand die vanaf de snuit naar voren steekt. Waar deze stoottand voor dient is niet geheel duidelijk.
© 2013 - 2019 Muser, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Arctische dierenwereldHoewel het Noordpoolgebied door de zee verbonden is met twee continenten en geen afggesloten ecosysteem heeft, leven er…
De witte ijsbeerDe witte ijsbeerDe ijsbeer is de grootste beer van allen. Deze beer komt alleen voor in het Noordpoolgebied. Deze beer eet ook bijna all…
De Zuidpool en de Noordpool, IJs en Eskimo'sDe Zuidpool en de Noordpool, IJs en Eskimo'sIn dit artikel komen de verschillen tussen de Noordpool en de Zuidpool naar voren, ook kom je te weten hoe de namen Arct…
Het ijsberenverblijf in Diergaarde BlijdorpHet nieuwe ijsberenverblijf in Blijdorp (Rotterdam) is een geweldige ervaring voor groot en klein. Een paar jaar hebben…
Wildernis, woongebied en wingewest - Louwrens HacquebordrecensieWildernis, woongebied en wingewest - Louwrens HacquebordArcheoloog, fysisch geograaf en Noordpoolonderzoeker Louwrens Hacquebord schreef een boek over zijn onderzoek naar de ve…
Bronnen en referenties

Reageer op het artikel "Het leven in het Noordpoolgebied en op de toendra"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Muser
Laatste update: 30-05-2015
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Natuur
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!