InfoNu.nl > Dier en Natuur > Huisdieren > Positieflijsten, de Wageningse wetenschap

Positieflijsten, de Wageningse wetenschap

Onze overheid wil per 1 januari 2014 de Positieflijst voor zoogdieren invoeren. Dat is een politieke keuze, een meerderheid in de Tweede Kamer meende dat daarmee dierenwelzijn zou worden gediend. Of dat zo is, dat mag worden betwijfeld. Het èchte probleem voor de overheid is dat er wetgeving is, die de burgers beschermt tegen al te wilde politieke plannen. Omdat de overheid besefte dat er toch wel zoiets als `een wetenschappelijke onderbouwing’ moest komen, werden de onderzoekers van de WUR ingehuurd om die aan te leveren. Dat ging niet zonder slag of stoot. Om de door de opdrachtgevende ambtenaren gewenste uitkomsten te bereiken, moest er nogal worden geïmproviseerd.

Welzijn van het gehouden dier

Op grond van het Europese recht mag een nationale overheid het houden van een diersoort verbieden indien de houders niet of onvoldoende kunnen voldoen aan de gezondheids- en welzijnseisen die de soort stelt. Echter, omdat een nationaal houderijverbod tevens tot een handelsbelemmering binnen de EU leidt, kan de overheid een dergelijk besluit slechts nemen op basis van juridisch houdbare objectieve criteria. Dat betekent dat diezelfde overheid moet aantonen dat het welzijn van gehouden dieren wordt geschaad. Het ligt daarmee voor de hand dat er onderzoek wordt gedaan aan gehouden dieren om de noodzakelijke bewijslast bijeen te brengen.

Elke diersoort heeft gedragsbehoeften die erfelijk verankerd zijn. Wordt het dier belemmerd in het uiten van die gedragingen, dan ervaart het dier gebrek aan welzijn. Daarnaast vertonen dieren allerlei gedragsuitingen die ontstaan als reactie op de omgeving waarin ze toevallig leven. We zouden dat kunnen aanduiden als ‘cultureel gedrag’. Het gaat om de dingen die dieren in de ene leefomgeving doen, die daar ‘voordelig’ zijn, en die in een heel andere leefomgeving geen functie hebben. Denk bijvoorbeeld aan ruimtegebruik om voldoende voedsel te kunnen vergaren.

Er is dus een heel wezenlijk verschil tussen ‘gedragsuitingen’ en ‘gedragsbehoeften’. Niet alle uitingen zijn het gevolg van erfelijk verankerde behoeften. De voorspellende waarde van uitingen voor behoeften (en dus voor welzijnsrisico’s) is uitermate gering. Zonder onderzoek aan de gehouden dieren is elke uitspraak over gebrek aan welzijn volkomen speculatief.

Omwille van den brode…

Nadat de antidierhouderij-lobby de politiek ervan had overtuigd, dat het houden van bijzondere diersoorten gelijk staat aan misdaad tegen dierenwelzijn, nam de Tweede Kamer een ferm besluit: er moesten Positieflijsten komen. De overheid wilde het houden van ‘niet-gewone’ diersoorten tot het uiterste beperken. De dierenwelzijnsambtenaren gingen daarmee aan de slag en zochten contact met de WUR (Wageningen UR Livestock Research).

Zowel in de formele opdracht als in hun rapport (WUR-rapport 345) lieten de WUR-onderzoekers weten dat er eigenlijk geen uitspraken kunnen worden gedaan over het welzijn van gehouden dieren, zonder dat er onderzoek wordt gedaan in de houderij-situatie. Dat was even slikken voor de opdrachtgevende ambtenaren, dat zou dan wel een héél kostbare aangelegenheid worden. Maar, geen nood, daar was wel een mouw aan te passen.

Iemand verzon, dat een dier zijn ‘gedrag in de natuur’ ook in de houderij moet kunnen uiten, wil er sprake zijn van voldoende welzijn. Op basis van dit uitgangspunt namen de WUR-onderzoekers de opdracht van het ministerie aan. Kennelijk hadden ze goede redenen om toch wat minder affiniteit te hebben met het principiële uitgangspunt dat ze zelf formuleerden:

Een benadering die gebaseerd is op uitsluitend dierkenmerken, gaat echter voorbij aan de wisselwerking tussen eigenschappen van dieren enerzijds en houderijomstandigheden anderzijds. Dieren ontlenen hun welzijn juist aan de “match” tussen beide en het vaststellen van de “mate van matching” moet o.i. plaatsvinden op basis van betrouwbare metingen aan het dier.

Een nieuw fenomeen

Niets menselijks is de WUR-onderzoekers vreemd. Wie bereid is zijn wetenschappelijke beginselen in te ruilen voor een wat meer met de opdrachtgever meebuigende benadering, voelt de dringende behoefte om het toch ook nog een beetje uit te leggen. Dat dat soms een heel onorthodoxe aanpak vergt, moge blijken uit het gestelde in WUR-rapport 345, we lezen daar:

………. Uitgangspunt bij deze opdracht is dat welzijnsrisico’s niet alleen ontstaan als gevolg van ongerief of welzijnsschade, maar ook kunnen optreden als aan voor het dier belangrijke gedragsbehoeftes onvoldoende wordt tegemoetgekomen, zonder dat er sprake is van zichtbaar ongerief of schade.

Dat is heel apart, dat mag zelfs ‘vernieuwend’ worden genoemd. Deze wetenschappers ‘zien’ het bestaan van een gebrek aan welzijn dat helemaal niemand merkt, zelfs de dieren die het betreft niet. Daarmee wordt dit onderzoek op een hoger niveau getild, krijgt het een wat religieus karakter. De eeuwigdurende sancties, voor wie het niet gelooft, staan er nog net niet bij.

Kennis en kunde van de sector

Omdat ervoor gekozen was om geen onderzoek te doen aan de praktijk van de dierhouderij, werd gelijk ook maar alle kennis en kunde die daar voorhanden is, buiten spel gezet. De onderzoekers kozen het uitgangspunt, dat alleen bevindingen ‘uit wetenschappelijke literatuurbronnen’ zouden worden gebruikt om vast te stellen welke gedragsuitingen een dier zoal vertoont. Dat schiet lekker op. De wetenschap had nooit geld en aandacht voor al de zoogdiersoorten die worden gehouden. Slechts over een zeer beperkt deel daarvan is wat (fragmentarische) kennis in de wetenschappelijke literatuur beschikbaar. In combinatie met het uitgangspunt dat ‘bij onvoldoende informatie’ de soort niet moet worden gehouden, staat dit borg voor een uiterst beperkte Positieflijst.

De soortspecialisten in de sector halen hun kennis uit de vele specialistische handboeken en wisselen hun kennis en ervaring uit via hun vakbladen. Al deze informatie werd als niet-relevant terzijde gezet onder het motto dat die niet wetenschappelijk geverifieerd was. Daarmee werd de inbreng van de dierhouders, en met name van al de soortspecialisten, definitief naar de prullenbak verwezen.

Het houdt niet op

Voor wie meent dat daarmee het toppunt van welwillendheid naar de opdrachtgever toe al is bereikt, er is nog meer. We lezen in WUR-rapport 345:
………. Om de welzijnseffecten (veranderingen) van het verplaatsen van een diersoort naar een andere omgeving aan te geven, wordt ervan uitgegaan dat de baten van het houden in gevangenschap ten opzichte van het leven in de natuur nul zijn. Ofwel, de diersoort hoort in de natuur thuis, daar is de diersoort vanwege evolutionaire aspecten en de match tussen diersoort en omgeving beter af. Kortom: gedrag in de natuurlijke omgeving is leidend. Voor het welzijn van het individuele dier ligt dat waarschijnlijk wel anders, ……….

Met zo’n klantvriendelijke dienstverlener kan de overheid zich gelukkig prijzen. Alle voordelen van ‘leven in een beschermde omgeving’ worden in één klap van tafel geveegd. De beschikbaarheid van voedsel, beschutting en gezondheidszorg, gevrijwaard zijn van predatoren, een leeftijd bereiken die de maximale biologische levensduur benadert, het werkt allemaal nogal verstorend in het kader van de gewenste uitkomst van de opdrachtgever. En dan ligt de oplossing voor de hand.

Merkwaardige beoordeling

Nadat de gedragsuitingen van een diersoort (die stilzwijgend tot gedragsbehoeften werden verklaard) in kaart werden gebracht, was het de beurt aan de ‘beoordelaars’. Die beoordelaars werden gekozen op grond van hun academische graad in ‘een verwant vakgebied’ en hun dienstverband met de WUR. Door de bank genomen zijn de beoordelaars nauwelijks of niet bekend met de houderij van de diersoorten waarover zij zich moeten uitspreken. De onderzoekers melden daarover in WUR-rapport 345:

………. In principe kan de op persoonlijke waarden georiënteerde grondhouding van de beoordelaar, hoe hij of zij aankijkt tegen de relatie mens-dier, de risicoscore aanzienlijk beïnvloeden. ……….

In de Europese regelgeving wordt gesproken over “een reëel gevaar voor de bescherming of eerbiediging” van de belangen van het dier, niet over de gemiddelde levensovertuiging van een toevallig samengestelde groep beoordelaars die vanuit hun grondhouding agogisch filosoferen. Het is te gek voor woorden, er worden op basis van zéér selectieve informatie bindende uitspraken gedaan over de houderij van bijzondere diersoorten (met vèrgaande consequenties voor honderdduizenden liefhebbers van die soorten) door beoordelaars die nauwelijks (of geen) kennis hebben van het reilen en zeilen van die houderijen.

Samenvattend

Wat in het voorgaande onbesproken bleef is dat de onderzoekers in hun rapport een aantal malen aangaven wat de opdrachtgevende ambtenaren liever wel en niet wilden. Het mocht allemaal niet te duur worden en er moest gekeken worden naar natuurlijk gedrag (gedrag in de natuur) in plaats van naar welzijn in de houderij. En dat moest dan wèl gebruikt kunnen worden om de uitspraken over het welzijn van gehouden dieren als ‘wetenschappelijk verantwoord’ te kunnen presenteren.

Op basis van de hier gemelde kanttekeningen mogen we vaststellen dat de WUR-onderzoekers hun uiterste best hebben gedaan de argumenten te ‘stapelen’ om deze opdracht tot een goed einde te brengen. Of het allemaal de toets der wetenschappelijke kritiek kan doorstaan, daarover zijn wat twijfels. De overheid zit daar niet zo mee, ze presenteert de door de WUR aangeleverde methode als de wetenschappelijke rechtvaardiging voor een verbod van vrijwel alle bijzondere zoogdiersoorten.
© 2013 - 2019 M-gallopavo, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Positieflijst zoogdieren roept vele vragen opnieuws uitgelichtPositieflijst zoogdieren roept vele vragen opOp 19 juni 2013 verscheen de positieflijst voor zoogdieren. Alleen nog de dieren die op deze lijst staan mogen nog gehou…
Andibelarrest, redding voor houders van dieren?Andibelarrest, redding voor houders van dieren?Veel mensen die houders zijn van huisdieren, gezelschapsdieren of hobbydieren, zijn zich waarschijnlijk nog niet bewust…
Positieflijsten dieren symboolwetgevingmijn kijk opPositieflijsten dieren symboolwetgevingEen verbod om dieren te houden die gevaarlijk zijn voor de mens, die ernstige ziekten kunnen overbrengen of een dier hou…
Nieuwe diersoorten ontdekt op Nieuw-GuineaNieuwe diersoorten ontdekt op Nieuw-GuineaEen kikker met een neus, een mini-kangoeroe, een gekko met gele ogen, een rat met een wollige vacht, een nieuwe muissoor…
De Galàpagos eilanden – werelderfgoedDe Galàpagos eilanden – werelderfgoedDe Galàpagos eilanden zijn voor veel toeristen een hotspot en erg populair om te bezoeken. Het is een indrukwekkend natu…
Bronnen en referenties
  • http://www.huisdieren.nu/over-pvh/wat-doen-wij/wet-en-regelgeving/wetgeving/de-wet-dieren/positieflijsten/
  • http://dier-en-natuur.infonu.nl/huisdieren/118165-positieflijsten-de-motieven.html

Reageer op het artikel "Positieflijsten, de Wageningse wetenschap"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: M-gallopavo
Laatste update: 21-08-2013
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Huisdieren
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!