
Vossen, de sluwe beestjes
De vos is een soort uit de familie van de hondachtigen (Canidae) en komt over de hele wereld voor. De vos is een sluw, listig en intelligent dier, waardoor het het zo interessant maakt om hier een artikel over te schrijven. In dit artikelen zullen er meerdere soorten vossen beschreven worden, en zal er ook altijd hun Latijnse benaming bijgeschreven worden.
Sluw en alleen
De vermetelste, listigste en intelligentste van alle hondachtigen is ongetwijfeld de vos, een dier dat we overal ter wereld aantreffen en dat door zijn werkelijk uitzonderlijke eigenschappen een buitengewoon interessant dier is. Hij heeft de mens van oudsher geïntrigeerd. Boeren verklaarden hem voor eeuwig de oorlog, dichters vereeuwigden hem op meer literaire wijze en ontelbare jagersverhalen hebben zo veel wetenswaardigs over hem aan het licht gebracht, dat er over de vos al heel veel bekend was, toen de dierkunde zich systematisch met hem begon bezig te houden.Een van de oorzaken dat mensen over de vos nooit uitgepraat zijn geraakt, ligt wel in Rein's vermogen om, alle ongunstige omstandigheden ten spijt, te overleven. Dat heeft hij te danken aan twee van zijn sterkste instincten: zich schuil en onzichtbaar houden en tegelijkertijd zijn omgeving te terroriseren. Honderden vossen die 's nachts maar ook wel overdag konijnen, hazen, muizen, patrijzen, kikkers, eenden, eekhoorns, mollen, kevers, sprinkhanen en kippen vangen, en dit laatste tot al te ongerechtvaardigde woede van boeren en veehouders, krijgt men nooit te zien.
Dat is voor de mens wel een soort uitdaging natuurlijk en dat is dan ook een reden geworden om op de vos te gaan jagen, minder uit nuttigheidsoverwegingen, dan wel uit "sportieve". Maar ook onder die omstandigheden, als gejaagde, weet de vos zich te handhaven.
Een derde opvallende eigenschap van de vos is, dat hij zich overal weet aan te passen. Hij leeft aan de polen evengoed als in en aan de rand van woestijnen, zowel in de lage landen aan de zee als in het hooggebergte (overigens niet boven de 3.000 meter), in steppen en in bossen, op zandstranden tussen de rotsen. Natuurlijk heeft hij in al die zo sterk van elkaar verschillende gebieden een ander uiterlijk verworven. Zijn vacht is in koude streken dichter en in warme streken dunner behaard. Ook verschilt hij van plaats tot plaats in grootte, gewicht, kleur en tekening.
Ondanks deze verschillen in vacht en kleur is hij altijd direct herkenbaar als "de vos". Alleen al aan zijn kop zien we met wie we te maken hebben. Vaak is geprobeert om de vossen naar gelang hun kleuren, vacht, vorm en andere verschillen in ondersoorten verdeeld te krijgen. De verschillen bleken dan zo vloeiend te verlopen, dat men van deze pogingen tot indeling toch maar afzag. De vossen die ik aan het eind van het artikel nog even onder de loep neem, moeten dan ook gezien worden als de vertegenwoordigers uit bepaalde landstreken en als variëteiten of rassen.
Indien we ons onvriendelijk jegens de vos gestemd voelden, zouden we hem een asociaal dier noemen. Maar we vinden hem aardig, en dus doen we dat niet. We noemen hem een individualist, die weliswaar alleen maar voor zichzelf en zijn jongen leeft, maar die ook zijn eigen moeilijkheden regelt. Hij leeft alleen, maar hij sterft ook alleen, meestal vóór zijn tijd door eenzijdige voeding en daardoor ondervoeding, een infectieziekte, een schot, of door een afgerichte fox-terriër die hem de keelslagader doorbijt.
Vrijwel nooit komt de vos in groepen of meutes voor; hij is altijd alleen en alleen en zonder soortgenoten, bewoont hij zijn eigen hol. Dat hol graaft hij haast nooit zelf. Vaak is het een "konijnenburcht" of dassenhol waar hij de levende dieren uitjaagt. Hij graaft het dan zelf verder uit en maakt het geschikt voor zichzelf. Soms ook leeft hij in een holencomplex samen met konijnen, maar dan wel ingescheiden gangenstelsel.
Vos en das
Toch bestaat er een zeer lichte vorm van gemeenschapsleven, die we bij de vos daarom wel eens over het hoofd zien: dat is zijn samenwonen met de das. Wat het precies is, weet ik niet, maar beide diersoorten willen toch wel eens met elkaar in eenzelfde holencomplex samenwonen. Eigenlijk zijn ze vijanden van elkaar. En van een vriendelijk samenwonen van vos en das is dan ook weinig te merken (àls er al iets te merken valt).We moeten in dit geval wel aannemen dat beide dieren weten voordeel van elkaar te hebben, een voordeel dat hen sterker in beslag neemt dan hun agressie jegens elkaar. Misschien is het zo dat de das weet dat de vos hem tegen indringen de kleine jachthonden beschermt en profiteert wellicht de vos van de jachtbuit van de das. Indien vos en das al samenleven - heel vaak wordt ook de das door de vos uit het hol verjaagd - is het dus wel op gespannen voet.
Ook om een andere reden is dat wel een beetje begrijpelijk. Wie eenmaal heeft gezien en geroken hoe vies een vossenest er uitziet en stinkt, vol met afgekloven botten en stinkend aas en wie daarnaast heeft opgemerkt hoe proper en zindelijk de das leeft, heeft geen verdere uitleg meer nodig.
Jachtgebied van de vos
Heeft een vos zijn hol gevonden en ingericht, dan gaat hij zijn jachtgebied verkennen. In tegenstelling tot het jagen, dat meestal 's nachts gebeurt, gebeurt dit overdag. Hij inventariseert zijn omgeving op vluchtwegen en schuilplekken en maakt zich - mag men aannemen - vertrouwd met ieder bosje en iedere terreinplooi, rotspartij, omgevallen boom of waterloop die hem daarbij kan dienen of in de weg kan staan. Onderwijl, al springend, sluipend, rennend, zwemmend en steeds om zich heen en achteruit kijkend, maakt hij kennis met het prooi-assortiment van zijn gebied: alle kleine zoogdieren, maar ook gewond groter wild, vogels en niet te vergeten insekten en bessen.Deze twee laatste (insekten en bessen) worden weliswaar niet altijd gewaardeerd, maar ze schijnen onmisbare voedingsstoffen te bevatten, zonder welke de vos er het leven bij zou inschieten. Of uit ervaring (maar dan moet het wel een oude vos zijn), of door prooigebrek daartoe gedreven, neemt hij deze "vitaminen" echter altijd wel tot zich.
Over het jagen van de vos en het naar huis slepen van de prooi zijn eveneens veel interessante zaken te vertellen. Die verhalen stammen heel vaak uit Engeland, waar men bij het jagen op vossen veel kennis van dit dier heeft opgedaan. Vooral in de tijd dat de jongen in de groei zijn, moet de moeder-vos zo veel prooi aanslepen, dat ze ertoe komt het voedseltransport bepaald doelmatig aan te pakken.
ZO trof men eens voor een zojuist dichtgegooid vossehol een flinke, door een mannetjesvos daar gedeponeerde vogel aan, onder de vleugels waarvan twee jonge konijntjes "verpakt" waren. Een Engelse staljongen schoot eens een vos, die uit een kippenhok een hen had gepikt. Onder de vleugels van de hen zaten nog vier kuikens, die daardoor gemakkelijk vervoerbaar waren.
Altijd zal de vos zijn jachtterrein ver van zijn hol verwijderd houden. Daardoor blijft zijn uitvalsbasis langer onopgemerkt of zelfs onvindbaar. Waarschijnlijk is dit instinct alleen al ontstaan door zijn contact en dus zijn slechte ervaringen met de mens. Toch komen ook hier wel uitzonderingen voor en heeft men vossewelpen wel onder voorraadschuren en zelfs onder vloeren van woonhuizen gevonden. De gevluchte moedervossen dachten dan dat hun aartsvijanden hen daar nooit zouden zoeken.
Maar hoe zeer zijn vraatzucht hem ook opjaagt en hem velden en bossen doet afstropen, zijn voorzichtigheid blijft daarbij toch optimaal: een combinatie van eigenschappen die bij de wolf en de hyena heel wat minder goed met elkaar in evenwicht zijn. Zo ook zal de vos plaatsen waar mensen wonen of jagen vermijden en zal hij, ook in de vrije jacht, iedere dekking maximaal benutten. Daarom krijgt men hem ook in het open veld haast nooit te zien, temeer nog daar hij zich meesta na het vallen van de avond vertoont. Het zien van een vos, zelfs in een gebied waar veel vossen voorkomen, is dan ook te waarderen als een zeldzame belevenis.
Maar soms verliest Reintje toch zijn bezinnigheid en blijft er van al deze beschrijvingen betreffende zijn voorzichtigheid niets over. Dat is bijvoorbeeld in de paartijd, wanneer de mannetjes bezig zijn elkaar zo te bevechten dat ze - wat eens gebeurde - een naderende jager niet eens opmerkten en zelfs niet op hem reageerden toen deze met een stok op het insloeg (om de zwakkere van de twee van een wisse dood te redden).
Een ander jagersverhaal vertelt van een vos die door een jachthond (een fox-terriër) in zijn hol verrast werd en wier angst zo radicaal in agressie omsloeg dat niet de hond de vos, maar de vos de hond uit het hol joeg. Gillend van angst rende de fox naar de jagershut van zijn baas. Grommend en knorrend drentelde de vos over de open vlakte weer terug naar zijn hol, af en toe nog nijdig achterom kijkend. Het was alsof je hem nog hoorde na-schelden. Niets dus voor een vos wiens schuwheid spreekwoordelijk heet te zijn. Een aardige waarneming die de karakterisering van de vos als "een uiterst schuw dier" op losse schroeven zet, is het verhaal van de vos die doodgemoedereerd in een heg langs een Engelse weg woonde en iedere passerende hond aanvloog en wegjoeg. Mensen liet hij ongemoeid, maar zich door hen te laten verjagen kwam óók niet in het stuk voor.
De paartijd
Vossen paren in het vroege voorjaar, in Europa meestal in de maand maart. De mannetjes paren soms met één, soms met meerdere vrouwtjes en bijna altijd in de buurt van of vlak voor het hol. Gevechten tussen de mannetjes komen in deze tijd vaak voor, maar zijn doorgaans toch niet zo fel, dat de dieren elkaar ernstig verwonden, al zijn er natuurlijk uitzonderingen.Het mannetje dat in zo'n gevecht om de "femme fatale" het onderspit delft, gooit zich op een gegeven moment op de rug en weert de aanvaller, trappelend met de poten, af. Dit is het onderwerpingsgebaar dat de sterkere vos tenminste direct als zodanig herkent en dat hem de, zij het afgedwongen, toestemming verleent de vrouw in kwestie tot de zijne te maken.
Na een dracht van 51 à 52 dagen, komen de jongen ter wereld op een tapijtje van haren, die de moeder uit haar borst en buik heeft getrokken, lekker zacht dus. De welpen zijn de eerste veertien dagen blind en worden acht weken gezoogd. Daarna begint het vleeseten, juist in een tijd dat er in de wereld een overvloed aan voedsel voor de jonge pups te vinden is.
Voor de jonge dieren van andere soorten is de vos in deze tijd dus buitengewoon gevaarlijk. Ook is hij wel een beetje hinderlijk voor kippenfokkers en eendenhouders, die dan voor een paar tientjes aan geroofd gevogelte in de zak moeten tasten als bijdrage in de bestrijdingskosten van oogstvernielend en ander ongedierte als wilde katten en honden, hermelijnen en ratten, die de vos het komende jaar wel zal opruimen.
Na vier weken mogen de jongen het nest verlaten en is het een ongelooflijk innemend tafereeltje om de kleine dieren in deze tijd - ze blijven dicht in de buurt van het hol - met elkaar te zien stoeien en vechten. Een veel serieuzer karakter neemt dit spelen aan wanneer de jongen eind julie met hun moeder verkenningstochten gaan maken en leren jagen. Vaak met de buik over de grond schuivend, altijd in dekking, zelfs tussen het gras en ploegoren, houden de leden van het koppeltje onderling contact met elkaar door het uitwisselen van geluiden. Deze tijd van "moeder en kinderen" - meer zijdelings is overigens ook wel de vader bij het gezinsleven betrokken - is de enige periode in het vossenjaar dat er sprake is van gemeenschapsleven. Maar in de herfst, wanneer e jongen het leven-thuis wel voor gezien houden, en zelf de wijde wereld intrekken, is iedereen weer alleen...
De getemde vos
Vossen zijn evenals wolven vrij gemakkelijk te temmen en blijken dan even zo veel karakters te hebben als er vossen zijn. Maar als huisdieren hebben ze toch één ding met elkaar gemeen: hun grote aanhankelijkheid aan en vertrouwelijkheid met de baas. Ze zijn zonder veel moeite zindelijk te krijgen en blijken zich door likken veel schoner te houden dan de hond. Een hond ruikt, de getemde vos niet. De getemde vos is verder speels, rijk aan (ook minder gewenste) invallen en prachtig beweeglijk. Ook zijn taal is rijker dan die van de hond. In het jammeren (huilen, blaffen, gillen en brommen), is hij veelzijdiger dan de hond.Hij is een beetje lastig om aan de riem mee naar buiten te nemen. Niet omdat hij zich niet laat leiden, maar omdat hij, tenminste in een bos of langs de slootkant lopend, het ene ogenblik een muis grijpt (die zijn baas nooit opgemerkt zou hebben) en even later bliksemsnel naar een kikkertje, een konijntje of een sprinkhaan uitvalt. Zijn neus mag dan bijzonder scherp zijn, maar zijn gezichtsvermogen blijkt daarvoor niet onder te doen.
Gewone vos (Vulpes vulpes)
De gewone vos (Vulpes vulpes) is het meest verbreid op het Noordelijke Halfrond (maar ook wel in Noord-Afrika), met name ten zuiden van de Himalaya en in geheel Noord-Amerika tot aan de boomgrens. In woestijnachtige streken heeft hij een geelachtige vacht, in de poolgebieden is hij wit en blauwachtig in de winter, in de zomer grijsachtig.In de meest andere gebieden is hij roodachtig bruin tot rossig, met daartussendoor vaak zwarte haren. In koudere streken is de gewone vos zwaarder, donkerder en met een mooiere, dichtere vacht dan in de warme(re) streken. Zijn lichaamslengte schommelt rond de 80 centimeter, de staart meet ongeveer 40 centimeter.
Noordamerikaanse rode vos (Vulpes fulva)
De Noordamerikaanse rode vos (Vulpes fulva) is een variëteit van de gewone vos, maar onderscheidt zich daarvan door zijn pels die uit langere, zachtere haren bestaat en die geelachtig-rood is, maar op het achterlichaam grijs. De hals en buik zijn wit.Zilvervos (Vulpes fulva argentata)
De zilvervos (Vulpes fulva argentata) is weer een variëteit van de Noordamerikaanse soort. Door de vermenging van zwarte en witte haren is hij vaak zilverkleurig en in vroegere jaren - vóór en na de Tweede Wereldoorlog - zeer gewild.De zilvervos is bijna uitgeroeid omdat zijn vacht als kraagversiering van mantels of sjaals een belangrijke plaats innam in het modebeeld van die tijd. De zilvervos komt nog voor in de bovenlopen van de Mississippi en Missouri en in zuidelijk Canada. Tegenwoordig worden zilvervossen vrij veel gefokt.
Korsak (Vulpes corsac)
De korsak (Vulpes corsac) komt voor in het gebied van de Kaspische Zee en Wolga. Hij is kleiner dan de gewone vos, is helder geel-wit en op de buik wit en heeft vooral inde winter een zachte, warme pels. Hij leeft in kleine groepjes van een stuk of drie, vier soortgenoten.Vulpes chama
De Vulpes chama is typisch voor Zuid-Afrika in het gebied van de Oranjerivier. Hij is rossig met grijze strepen, sierlijk en elegant. Hij is verzot op eieren, en op struisvogeleieren die hij op stenen kapotslaat en opslorpt.Poolvos (Alopex lagopus)
De poolvos (Alopex lagopus) is de vertegenwoordiger van het geslacht Alopex Hij komt in enorme aantallen voor in de poolstreken waar hij, ondanks de intensieve jacht die er op hem wordt gemaakt, onuitroeibaar is wegens zijn grote vruchtbaarheid (in juni zo'n 12 jongen per worp!) en door zijn uitstekende schutkleur.De poolvos is maar klein. Hij heeft in de zomer een zachte, bruin-rode pels, die in de winter sneeuwwit wordt. De poolvossen leven in grote groepen, maar toch is hun samenleving vaak niet zo prettig als we wel zouden wensen. Ze zijn namelijk erg prikkelbaar tegenover elkaar. Ze jagen op kleine zoogdieren, met name lemmingen, die ze vaak als reservevoedsel in gaten en spleten bewaren en met sneeuw toedekken.
De poolvos is voor de mens totaal niet bang. Ze dringen zonder veel angst tentenkampen binnen om daar al het voedsel te pakken dat ze maar krijgen kunnen; ze laten zich wel wegjagen, maar loeren het volgende ogenblik al weer om een hoek van de tent om hun kans opnieuw waar te nemen.
Grijze vos (Urocyon cinereo-argenteus)
De grijze vos - urocyon cinereo-argenteus - leeft in de VS, Midden-Amerika en in Costa Rica en heeft zijn naam gekregen door zijn lichtgrijze rug.Op de flanken en poten heeft hij onregelmatig verlopende, rossige strepen. Hij verschilt van de vossen in het feit dat hij goed in bomen kan klimmen, wat hem bij zijn geringe uithoudingsvermogen goed van pas komt. Hij leeft nooit in een hol, maar altijd in een leger, een rotsspleet of in een holle boom. Het vrouwtje brengt vier à vijf piepkleine, bijna zwarte jongen ter wereld, die veel op jonge hondjes lijken. © 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 25-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Vossen, slimme jagers: Een vos op het erf, daar zit niemand op te wachten. Vossen staan bekend om hun sluwheid en roofzucht. Maar richten zij echt zoveel schade aan als men denkt?
- Familie van de Hondachtigen (Canidae): Zoals u misschien al wel weet, is 'de hond' niet de enige soort die wordt ondergebracht in de familie van de hondachtigen. De Latijnse benaming voor deze familie luidt:…
- De das: het grootste roofdier van bij ons: Tussen het kleine gamma roofdieren dat ons land nog rijk is, zit er één dat een stuk groter is dan de rest. Dacht jij ook dat het de vos was? Die lijkt inderdaad we…
- Boekverslag: Van den vos Reynaerde: Hieronder staat het verslag van "Van den vos Reynaerde". Dit is een middeleeuwse fabel die gaat over de vos Reynaert en al zijn streken. Dit verslag kan erg handig zijn om…
- Dromen en dieren: Wanneer we dromen, vertelt ons onderbewust zijn ons iets. Wat we dromen heeft te maken met wat we gezien hebben, meegemaakt hebben of wat er in ons leven speelt.`Dieren die in dromen voorko…

Reageer op het artikel "Vossen, de sluwe beestjes"

Door Sacha op 12-10-2008
Een heel leerzaam uitgebreid artikel.Heel leuk ook om de verhalen uit engeland te lezen!

