InfoNu.nl > Dier en Natuur > Vogels > Kleurvererving van de parkiet

Kleurvererving van de parkiet

Kleurvererving van de parkiet De grasparkiet heeft 16 paar chromosomen: 15 paar autochromosomen en 1 paar geslachtschromosomen. De geslachtschromosomen worden geschreven als XX voor het mannetje en XY voor het vrouwtje, dit is dus het omgekeerde als bij de zoogdieren. Bij de meeste mutaties liggen de gemuteerde genen op de autochromosomen (Alderton, 1988). We bespreken de manieren waarop een eigenschap overerft voor de papegaaiachtigen in het algemeen. Daarna bespreken we de kleuren specifiek voor de grasparkiet.

Inhoud


Een natuurlijke indeling

Het dierenrijk is door de mens ingedeeld in klassen, ordes, families, geslachten en soorten. Deze indeling is niet willekeurig gebaseerd op een door de mens vastgestelde gelijkvormigheid van de dieren maar is bepaald door een natuurlijke factor. Een groep dieren die erfelijk bepaalde gelijkvormigheden vertonen en die zich onderling voortplanten zijn een soort. De soort is dus een voortplantingsgemeenschap die sterk afgesloten is naar andere soorten. Zo geeft een soort haar kenmerken vrijwel onveranderd aan zijn nakomelingen door (van der Linden H.W.J., Z.D).

De basisregels

De grondregels van de erfelijkheidsleer werden beschreven door Gregor Mendel in 1866. Hij ontdekte dat genetische eigenschappen worden overgeërfd door onveranderlijke deeltjes die in paren aanwezig zijn in elk individu. Deze onveranderlijke deeltjes noemen we genen. Genen liggen op chromosomenparen in de kern van een cel.

Bij de gewone celdeling zijn de dochtercellen een exacte kopie van de moedercel. Ze bezitten hetzelfde aantal en dezelfde soort chromosomenparen en zijn dus diploïd. Geslachtcellen zijn daarentegen haploïd, ze hebben maar de helft van de chromosomenparen. Geslachtscellen ontstaan door een reductiedeling. Hierbij wordt 1 diploïde cel in 2 haploïde cellen gesplitst.
Tijdens de bevruchting versmelten de mannelijke en vrouwelijke geslachtscellen. De kern van de bevruchte eicel heeft dus weer het normale aantal chromosomen; 50% van de moeder en 50% van de vader. De nakomelingen dragen dus genen van beide ouders (Nollet J.,2008).Hierdoor erven ze bepaalde genetische eigenschappen van hun ouders; dit is het genotype van een dier. Dit zegt echter niet alles over hoe het dier er zal uit zien; het fenotype. Welke genetische eigenschappen een dier uiterlijk vertoond hangt af van welke genen dominant zijn.

Als een dier 2 dezelfde genen voor dezelfde eigenschappen heeft die tegenover elkaar op de chromosomen liggen is het dier homozygoot voor die eigenschap. Het genotype en het fenotype zijn voor die eigenschappen gelijk. Als deze genen verschillen is het dier heterozygoot of split. Er is dan 1 dominant en 1 recessief gen. In dit geval wordt het fenotype bepaald door het dominante gen. Het recessief gen wordt enkel zichtbaar in de nakomelingen van het dier(gids grasparkieten).

Recessieve vererving

Autosomale recessieve vererving

Indien de mutatie op de autochromosomen ligt spreken we van autosomale recessieve mutaties. Een gen is recessief indien bij een paring tussen een parkiet die homozygoot is voor dit gen en een parkiet die homozygoot wildkleur is geen gemuteerde nakomelingen geeft in de eerste generatie. De wildkleur is dominant over zo goed als alle kleuren.Deze eerste generatie nakomelingen (de F1 generatie) zijn split voor het recessieve gen. Dit gen zal zichtbaar worden in het fenotype van de 2de generatie(de F2 generatie) indien de dieren van de F1 generatie paren met parkieten die split of homozygoot zijn voor hetzelfde recessieve gen (Alderton, 1988).Geel, blauw en sommige bonte mutaties zijn autosomale recessieve mutaties (van der Linden, Z.D.).

Geslachtsgebonden recessieve vererving

Indien de mutatie op het paar geslachtschromosomen ligt spreken we van geslachtsgebonden recessieve mutaties.
De pop kan niet split zijn voor een geslachtsgebonden verervende eigenschap aangezien de geslachtschromosomen ongelijk zijn: XY. Het Y-chromosoom is te kort om het gen dat de kleurmutatie bepaalt te dragen. De pop kan maar 1 gen dragen op het X-chromosoom. Het genotype en fenotype zijn voor deze eigenschap dus hetzelfde bij de pop. Om verder te fokken met deze mutatie is het beter om een gemuteerde man te nemen dan een pop. Bij een paring tussen een man die homozygoot is voor een geslachtsgebonden mutatie en een normale pop krijg je in de F1 generatie 50% gemuteerde poppen en 50% mannen die split zijn voor de mutatie. Bij een paring tussen een gemuteerde pop en een homozygote normale man krijg je in deF1 generatie 50% normale poppen en 50% mannen die split zijn voor de mutatie (Alderton, 1989). De meeste cinnamon en lutino mutaties zijn geslachtsgebonden recessieve mutaties. Deze mutaties komen echter ook voor als autosomale recessieve vererving. Het verschil is enkel zichtbaar in de erfelijkheid van de mutaties (Alderton, 1989).

Dominante vererving

Dominante verervingen zijn zeer zeldzaam bij parkieten. Moest dit niet het geval zijn zouden de dominante mutaties uiteindelijk de plaats innemen van de wildkleur (Alderton, 1989).Een dominante vererving kan homozygoot of heterozygoot (split) voorkomen. Een homozygote dominante vererving noemt men dubbel factor. Een heterozygote dominante vererving noemt men enkel factor. Ook hier is het zo dat het fenotype voor beiden gelijk is. Een parkiet die wildkleur split voor een dominante mutatie is zal uiterlijk hetzelfde zijn als een dubbel factor parkiet voor dezelfde dominante mutatie.Indien een homozygote wildkleur parkiet paart met een dubbel factor parkiet krijg je in de F1 generatie 100% enkel factor gemuteerde parkieten.Indien een homozygote wildkeur parkiet paart met een enkel factor parkiet krijg je in de F1 generatie 50% homozygote wildkleur parkieten en 50% enkel factor gemuteerde parkieten (Alderton, 1988). De grijze mutatie bij de Halsbandparkiet (Alderton, 1989) en de gezoomde tekening bij grasparkieten (Alderton, 1988) zijn voorbeelden van dominante mutaties.

Onvolledige dominante vererving

Bij een onvolledige dominante vererving is er een verschil in het fenotype van de parkieten met een dubbel factor en een enkel factor. Verder werkt een onvolledige dominante vererving volgens hetzelfde principe als een dominante vererving.
De donkerfactor (Alderton, 1988) en de olijfkleurige vorm bij de Turquoisineparkiet (Alderton, 1989)en de spangle bij grasparkieten (van der Linden, Z.D.) zijn voorbeelden van onvolledige dominante verervingen.

Kleur en kleurvorming bij grasparkieten

Bij grasparkieten zijn er 3 ‘basiskleuren’: geel (psittacine), blauw en zwart (eumelanine). De wildkleur groen krijg je door het ‘mengen’ van geel en blauw. Het zwart vind je terug in de tekeningen. Deze kleuren worden gevormd in de baarden en haakjes van de veren. Wanneer er mutaties optreden wordt dit systeem verstoord. Als er geen geel wordt aangemaakt krijg je een blauwe grasparkiet en omgekeerd. Er zijn echter ook mutaties waarbij de kleuren in bepaalde zones veranderen; bonte parkieten(Alderton, 1988). Om deze mutaties beter te begrijpen moeten we eerst bekijken hoe de aparte kleuren gevormd worden. Daarna bespreken we hoe deze kleuren samen de verschillende kleurvariaties vormen en welke mutaties kunnen optreden.
Er zijn 2 soorten kleuren:
  • Pigmentaire kleuren;
  • Structurele kleuren.

Pigmentaire kleuren

Pigmentaire kleuren zijn kleuren die we kunnen zien door licht dat op een bepaalde stof weerkaatst. Pigmentaire kleuren worden gevormd door een samenwerking tussen zonlicht (of een andere lichtbron) en de stof waar dit licht op valt. Het zonlicht of witte licht nemen we waar als kleurloos. Wit bestaat echter uit een samenstelling van alle spectrale kleuren of het spectrum: Rood, oranje, geel, groen, blauw, indigo en violet. Het spectrum bevat ook infrarood en ultraviolet, deze kleuren zijn voor de mens echter niet zichtbaar (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.). Welke kleur een stof heeft wordt bepaald door de moleculaire opbouw van die stof. Afhankelijk van deze structuur worden bepaalde kleuren geabsorbeerd of gereflecteerd. De kleuren die gereflecteerd worden zijn de kleuren die wij zien. Een gele stof absorbeert dus alle lichtstralen behalve de gele, deze worden gereflecteerd en worden zo zichtbaar voor ons. Zwarte stoffen absorberen alle kleuren,witte stoffen reflecteren alle kleuren (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.).
Bij grasparkieten zijn geel en zwart pigmentaire kleuren (van der Linden, Z.D.).

Geel of psittacine

Psittacine behoort tot de carotenoïden. Dit zijn gele, oranje of rode kleurstoffen uit de groep van de tetrapenen (van der Linden, Z.D.). Carotenoïden zijn koolwaterstofverbindingen. De kleur wordt donkerder naarmate er meer geconjugeerde dubbelverbindingen zijn. De intensiteit van de kleur wordt ook beïnvloedt door de distributie van carotenoïden in de veren. Hoe sterker de concentratie hoe dieper de kleur wordt (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.). Carotenoïden worden opgenomen via de voeding en worden in het lichaam door enzymen omgezet in een kleurstof (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.). Deze enzymenwerking wordt door verschillende erfelijke factoren beïnvloedt (van der Linden, Z.D.).
De afzetting van carotenoïden begint direct bij het begin van de veergroei en verspreid zich verder over de veren gedurende de groei. De verspreiding en concentratie van carotenoïden kan sterk verschillen van vogel tot vogel. Bij lutino’s bijvoorbeeld word de kleur van de vogel opgebleekt doordat de baardpunten kleurloos zijn (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.).
Bij de grasparkieten komen 2 soorten geel psittacine voor:
  • Gewoon geel psittacine;
  • Een fluorescerend psittacine (licht op onder ultraviolet licht).

Gewoon geel psittacine komt bij bijna alle papegaaiachtigen voor. Het fluorescerende psittacine komt enkel voor bij een aantal Australische papegaaiachtigen(van der Linden, Z.D.).

Zwart of melanine

Melaninen zijn de meest voorkomende kleurstoffen bij vogels. Melaninekorrels zijn van vorm veranderlijke zakjes gevuld met een kleur melanine. Bij grasparkieten vinden we het staafvormige eumelanine terug (van der Linden, Z.D.). Eumelanine word aangemaakt in pigmentcellen of melanocyten in de huid van de vogel. Eerst word de matrix van de korrels of granules gemaakt. Dit zijn dus de lege omhulsels van de eumelaninekorrels. Deze zijn nog kleurloos en worden gevormd uit minstens 4 eiwitten. Door het enzym tyrosinase word de pigmentsynthese gestart (Van den Abeele, 2006). Deze synthese bestaat uit een opeenvolging van verschillende chemische reacties. In de laatste stap van deze reacties vind via de tussenstof melanchrome de polymerisatie plaats van het polymeer indole-5,6-quinone tot zwart eumelanine. Indien deze laatste stap wegvalt, krijgen we bruin eumelanine (van der Linden, Z.D.). De eumelanine wordt dan door het enzym myosine via lange dendrieten afgezet in de veer (Van den Abeele, 2006). Het zwarte eumelanine absorbeert alle lichtstralen. Bruin eumelanine heeft echter een andere atomaire opbouw waardoor er wel lichtstralen worden weerkaatst (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.). Indien de tyrosinase afwezig is word er geen melanine aangemaakt, we spreken dan van albinisme (van der Linden, Z.D.).

Structurele kleuren

Structurele kleuren worden gevormd door interfererende lichtgolven(van der Linden, Z.D.). Deze lichtgolven worden niet gereflecteerd maar verstrooid door moleculen(Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.). Structurele kleuren zijn dan ook niet afhankelijk van de atomaire opbouw van een stof maar van de structuur (van der Linden, Z.D.). Bij grasparkieten is de kleur van de neusdoppen ook structureel. De kleur wordt gevormd door interfererende lichtstralen in de hoornlaag in de neusdop(Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.).

Blauw

Blauw bij vogels word gevormd door interfererende lichtgolven in de kleurloze hoornmassa van de sponszone in de baard. Er ontstaan blauwe lichtgolven die worden gereflecteerd door de medulaire cellen (cellen in de kern van de baard). De blauwe kleur van veren is dus geen echte kleur. Wanneer de structuur van de veer beschadigd word verdwijnt de blauwe kleur (van der Linden, Z.D.).

Wildkleur en mutaties

In normale omstandigheden liggen de 3 kleuren in lagen boven elkaar. In de kern van de baard ligt het zwarte melanine, daaromheen ligt de sponszone die verantwoordelijk is voor blauw en daar rond ligt de cortex met het geel psittacine (Alderton, 1988). Dit geeft de wildkleur; groen met een zwarte tekening. Hier bestaan ontelbaar veel mutaties op, teveel om hier allemaal te bespreken. We bespreken hier dus slechts 1 mutatie per kleur.

Melaninemutatie

We bespreken hierbij de kwantitatieve reductie van eumelanine. De sterkte van de reductie is zeer variabel. Er zijn 2 erkende mutaties: bij 50% reductie spreekt men van Pastellen en bij 75% van Overgoten. Een pastel grasparkiet is geelachtig groen. De overgoten grasparkiet is geel met een zwak groene waas, de tekening is zo goed als onzichtbaar. Hebben we een overgoten parkiet die ook geen psittacine aanmaakt krijgen we een witte vogel. Dit is geen albino! Er wordt nog altijd 25% eumelanine aangemaakt dus de ogen zijn nog steeds zwart gekleurd. Bij deze mutatie lijkt de kleur blauw ook verdwenen te zijn, de structuur van de sponszone is nochtans niet veranderd. Dit komt doordat de structurele kleur blauw afhankelijk is van de eumelanine om zichtbaar te worden. Op die manier krijgen we bij de overgoten een gele vogel in plaats van een groene en een witte vogel in plaats van een blauwe. Bij de pastellen is het blauw wel noch zichtbaar omdat er noch 50% eumelanine wordt aangemaakt (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.).

Psittacinemutatie

We bespreken hierbij de totale reductie van psittacine.
Deze mutatie wordt de blauwfactor of hemelsblauw genoemd. Op de plaatsen waar de veren normaal groen zijn worden ze nu blauw. Waar de veren normaal geel zijn worden ze nu wit. De eumelanine aanmaak blijft onverandert, de vogel heeft dus een duidelijke zwarte tekening (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.).

Mutatie van de structuurkleur blauw

We bespreken hierbij de violetfactor en de donkerfactor. Aangezien blauw een structuurkleur is is het de structuur van de veer die verandert bij een mutatie. Meer bepaald de sponszone. Bij de violetfactor is de sponszone zo verandert dat er in plaats van blauwe lichtgolven violette lichtgolven worden verstooid. Deze violetfactor komt enkel voor in combinatie met de donkerfactor en de dubbele blauwfactor. De donkerfactor komt enkel en dubbelfactorig voor. De sponszone wordt zo veranderd dat de kleuren donkerder worden, vandaar ook de naam donkerfactor. Bij de enkele donkerfactor verandert hemelsblauw in kobaltblauw en lichtgroen (wildkleur) in donkergroen. Bij de dubbele donkerfactor verandert hemelsblauw in mauve en lichtgroen (wildkleur) in olijfgroen (Nederlandse bond voor vogelliefhebbers, Z.D.).
© 2009 - 2019 Kitana, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De grasparkiet - De aanschafDe grasparkiet - De aanschafOp het moment dat je een grasparkiet gaat kopen, zijn er een aantal dingen die je moet regelen. Dit zijn de kooi in orde…
Grasparkieten: enkele weetjesGrasparkieten: enkele weetjesGrasparkieten komen oorspronkelijk uit Australië. Daar trekken ze luid en kwetterend in grote zwermen rond, op zoek naar…
De grasparkiet - Voor de aanschafEr zijn een aantal zaken die je voor je een grasparkiet aanschaft moet weten. Dit gaat onder andere over waar en hoe je…
De vijf zintuigen van de grasparkietDe vijf zintuigen van de grasparkietGrasparkieten hebben een goed ontwikkelde tastzin en zien net zoals de mens, de wereld in kleur. Hij hoort in frequentie…
De zieke GrasparkietDe zieke GrasparkietDe grasparkiet is familie van de papegaai en wordt veel gehouden als huisdier. Grasparkieten zijn makkelijk te verzorgen…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Webandi, Pixabay
  • Alderton, D. (1988). Grasparkieten en hun verzorging, Nederlandse vertaling door de Jong Meindert, Weert, M & P uitgeverij BV, p.117
  • Alderton, D. (1989). Parkieten, Nederlandse vertaling door de Jong Meindert, Weert, M & P uitgeverij BV, p.94
  • Bondsbureau NBvV (Z.D.), [WWW].Nederlandse Bond van Vogelliefhebbers, http://www.nbvv.nl/standaardeisen/pdf/Erfelijkheidsleer.pdf, geraadplaagd [02/2009]
  • Parkieten online (2009), [WWW]Parkieten online, http://www.parkieten-online.nl/kleurslagen.html, geraadpleegd [02/2009]
  • Van den Abeele, D. (2006),[WWW].Dossier Mottle, http://www.poicephalus.nl/wist_u_dit.htm#Dossier%20mottle, geraadpleegd [02/2009]
  • Van der Linden, H. W. J. (Z.D.), [WWW].Psittaciformes,
  • http://www.psittaciformes.nl/docs/park/14.%20Vederstructuur.htm
  • http://www.psittaciformes.nl/docs/park/PARKIET.14a.htm, geraadpleegd [11/2008]

Reageer op het artikel "Kleurvererving van de parkiet"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reacties

Ingrid van Gelder, 03-02-2012 02:18 #3
Wil en koppeltje grasparkieten bij elkaar zetten. Ik heb eenmannetje met fel geel en groen. wat voor kleur pop kan ik er het beste bijzetten voor het mooiste resultaat? Ik wil van een jonge it he nestje eentje tam maken.hoe kan ik dat het beste doen? graag antwoord op deze vragen? Reactie infoteur, 06-09-2012
Sorry voor het late antwoord. Het mooiste resultaat is iets persoonlijk. Ik persoonlijk ben fan van de wildkleur en zou dus een wildkleur pop erbij zetten. De wildkleur erft dominant over dus je hebt sowieso een deel wildkleur jongen ook als je kruist met een andere kleur. Ik heb zelf geen ervaring met het tam maken van grasparkieten dus daar kan ik je geen advies geven.

Gerrithommels, 12-03-2010 19:11 #2
Ik ben een beginnend halsband kweker, en wil graag weten als ik een gele man zet op een groene pop welke kleuren kunnen de jonge vogels dan krijgen graag antwoord op deze vraag. Reactie infoteur, 13-03-2010
Beste, daar kan ik niet zo op antwoorden. Dat hangt af van de kleuren van ouders en grootouders van de vogels.

Hier vind je informatie over de kleuren specifiek voor halsbandparkieten:
http://goudvink-almelo.nl/Edelparkieten1.pdf

Vriendelijke groeten

John Demon, 30-09-2009 23:26 #1
Een reaktie op de overgoten en pastellen. Bij poppen is de blauwe kleur bijna niet meer zichtbaar en lijken dan meer overgoten. Mannen zijn kleurrijker en lijken meer pastellen. Mijns inziens wordt dit verkregen door een samenspel van lacewing met grijsvleugel of cinnamon. De twee factoren versterken zich in het kwadraat.

Infoteur: Kitana
Gepubliceerd: 05-06-2009
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Vogels
Bronnen en referenties: 9
Reacties: 3
Schrijf mee!