Duivensport: een echte sport!
Er zijn waarschijnlijk maar weinig sporten waarin het competitie element zo sterk aanwezig is als binnen de duivensport. Daarbij komt dat het ook een sterk individuele sport is waarbij ook je clubgenoten concurrenten zijn. Anderzijds wordt door de duivenliefhebber duivensport ook als teamsport ervaren. Een team waarbij de duivenliefhebber coach is en duiven zijn spelers die de prestaties moeten leveren. Echt goede prestaties kan men alleen leveren als er sprake is van goede duiven met een goede coach. Dat maakt de duivensport als sport voor alle leeftijden heel aantrekkelijk.Uitzonderlijk prestatie vermogen
De duivensport heeft als basis de bijzondere eigenschappen waarover de duif beschikt. De belangrijkste eigenschap is het oriëntatievermogen van de duif en zijn drang om weer naar zijn thuishok terug te keren. Bij deze vluchten kan de duif afstanden overbruggen die het voorstellingsvermogen te buiten gaan. Het gaat dan over de combinatie van afstand en snelheid. Er zijn vele vogelsoorten die enorme reizen maken tussen de overwinteringsgebieden en het broedgebied. Daarbij overbruggen ze afstanden die vele malen groter zijn dan de vluchten waarop de postduiven worden gespeeld. Maar in het in snelheid overbruggen van afstanden van zo’n 1.000 kilometer achtereen zijn er maar weinig vogelsoorten die de postduif overtreffen. In Nederland zijn de vluchten met de verste afstanden vanaf Barcelona tot ongeveer 1.200 kilometer. Als de duiven op zaterdagmorgen gelost worden dan komen op zondag de meeste duiven weer thuis. Enkele jaren geleden arriveerde een duif op zaterdagavond van Barcelona! Duiven die in St. Vincent op vrijdag tegen het middaguur worden gelost op afstanden van meer dan 1.000 kilometer, zijn op zaterdagochtend weer thuis. Het is een bijzondere sensatie om je duif van een dergelijke vlucht weer op het hok te zien neerstrijken. Natuurlijk is zo’n duif in de regel moe, maar een uurtje later is al heel vaak de inspanning van een dergelijke vlucht niet meer te zien. De duif koert, verdedigt zijn hok en maakt de partner alweer het hof! Natuurlijk heeft een dergelijke duif die goed voorbereid aan dergelijke vluchten moet beginnen, behoefte om weer helemaal op krachten te komen en vooral nieuwe reserves op te bouwen. In het algemeen is het dan ook verstandig duiven na dergelijke prestaties niet eerder dan na zo’n drie weken weer in te zetten op een nieuwe wedvlucht. Vliegt men met duiven niet verder dan vluchten van een paar honderd kilometer kan men de duiven wekelijks spelen.Sportorganisaties
In Nederland is er één organisatie die de duivensport organiseert, de Nederlandse Postduivenhouders Organisatie (NPO). De organisatie telt twaalf afdelingen die soms de provinciegrenzen volgen maar daar soms ook wel flink van afwijken. Daarnaast telt Nederland ruim 950 verenigingen. Ruim 22.000 mensen bedrijven in ons land duivensport. Duivensport wordt over de gehele wereld bedreven door honderdduizenden mensen uit alle lagen van de bevolking. Er is een overkoepelende wereldorganisatie, de Féderation Colobophile Internationale, waarvan het hoofdbureau gevestigd is in Brussel. De West Europese landen kennen eveneens een samenwerkingsverband, de West Europese Confederatie van Postduivenhouders. Het secretariaat is ondergebracht bij de NPO te Veenendaal.Organisatie van de sport
Duivensport lijkt in bepaalde opzichten wel op vele andere sporten. Het is namelijk zo dat niet alle sportduiven geschikt zijn voor alle afstanden. Er zijn als het ware sprinters en marathonlopers onder de sportduiven en daar worden dan ook verschillende wedstrijden door gevlogen. De kortste afstanden noemt men de vitesse of snelheidsvluchten. Deze vluchten beperken zich over relatief korte afstanden van 60 tot 300 kilometer. Om succesvol te kunnen zijn op deze vluchten moet men beschikken over sportduiven die niet alleen over een goed oriëntatievermogen beschikken, maar gedreven in hoge snelheid onmiddellijk naar het thuishok willen terugkeren. Na de vitessevluchten kennen we de midfondvluchten, ook wel halve fond genoemd. De afstanden op de vluchten voltrekken zich over afstanden van 300 tot 500 kilometer. Er zijn veel duiven die zowel op de vitessevluchten als op de midfondvluchten heel goed kunnen meekomen, er zijn echter ook echte specialisten op deze afstanden die het vooral van juist korte of iets langere wedstrijden moeten hebben. Naast deze vluchten kennen we de vluchten voor de echte lange afstanden, de zogenaamde fondvluchten. Deze vluchten bewegen zich over afstanden die kunnen variëren van 500 tot 1300 kilometer. Daarbij maakt men in Nederland nog verschil in een zogenaamde morgen- of middaglossing. Bij een morgenlossing zijn de duiven in de middag of tegen de avond weer thuis. Zo overbruggen dan een afstand van 500 tot 750 kilometer. Bij een middaglossing zijn de te overbruggen afstanden vaak groter en wel van 700 tot 1.100 kilometer. Als de duiven dan tegen de middag gelost worden zijn de duiven niet in staat om nog dezelfde dag het thuishok te bereiken. Ze worden dan gedwongen om te rusten. Pas de volgende ochtend kan men dan, soms al in alle vroegte, de duiven thuis verwachten. Deze vluchten worden daarom ook wel meerdaagse fond genoemd. Bij deze vluchten zijn er soms ook vluchten die in de ochtend worden gelost. Niet zelden komen de eerste duiven op de dag van lossing al thuis. Daarom spreekt men bij deze vluchten meer algemeen ook wel over marathonvluchten.Competities
Het is in de duivensport niet simpel een kwestie van elke duif die het eerste thuis komt heeft gewonnen. Over het algemeen is het zo dat de eerste 25% van de duiven die het snelste zijn zogenaamde prijspunten krijgen. De snelheid wordt uitgedrukt in het aantal meters of centimeters per minuut die een duif gevlogen heeft. Dit kan men berekenen doordat alle losplaatsen en duivenhokken een coördinaat hebben waardoor de te af te leggen afstand precies bekend is. Ook het lossingstijdstip is bekend en eveneens de tijd van aankomst in seconden. Door de afstand te delen door de tijd krijgt men de snelheid. De duif met de hoogste snelheid is de winnaar van de vlucht, gevolgd door de duif met de een na hoogste snelheid en zo verkrijgt men de uitslag. De duif die als eerste eindigt krijgt in de regel 1000 punten. Zo zijn er bij deelname van 4000 duiven 1000 (=25%) zogenaamde prijsduiven. Het aftrekgetal waarmee de punten naar beneden aflopen is dan gemakkelijk te berekenen. In dit geval is dat 1. Dit getal kan men vinden door het aantal prijsduiven door 1000 te delen. Dit wil zeggen dat duif die tweede werd 999 punten krijgt. Zouden er 6000 deelnemende duiven zijn geweest dan waren er 1500 prijsduiven (=25%) en zou het aftrekgetal 0,75 zijn geweest en dan krijgt de eerste duif wederom 1000.00 punten en zou de tweede duif 999,25 punten hebben gekregen. Deze nauwkeurige telling is van belang omdat veel kampioenschappen over meerdere wedstrijden gaan waarbij de punten van meerdere wedstrijden worden opgeteld. Dat het aftrekgetal verschillend is maakt het ook eerlijker want om tweede te worden tegen 6.000 duiven is altijd nog beter dan tweede tegen 4.000 duiven. De kampioenschappen en dus de competities gaan meestal tussen duiven uit dezelfde categorie zoals vitesse, midfond, dagfond en meerdaagse fond of marathonvluchten.Om factoren die de wedstrijden kunnen beïnvloeden zoals wind en afstand zoveel mogelijk te elimineren worden de vluchten over korte afstanden door liefhebbers binnen een klein geografisch gebied tegen elkaar vervlogen, meestal enkele verenigingen. Worden de afstanden van de vluchten groter dan wordt ook het gebied van de deelnemers groter. Bij de verste vluchten wordt Nederland verdeeld in vier delen die sector worden genoemd, een zuidelijke, westelijke, oostelijke en noordelijke sector. Ook als men wedstrijden speelt in grotere spelverbanden, blijven de competities in kleiner verband zoals binnen de eigen vereniging ook gewoon doorgaan. Zo kan het gebeuren dat men op één wedvlucht in meerdere competities deelneemt.