InfoNu.nl > Dier en Natuur > Dieren > Gezondheid van het jonge katje in zijn eerste levensjaar

Gezondheid van het jonge katje in zijn eerste levensjaar

Gezondheid van het jonge katje in zijn eerste levensjaar Een kitten zal in zijn eerste levensjaar minimaal zo'n vijf keer op de tafel van de dierenarts terechtkomen. Waarom het jonge katje zo vaak naar de dierenarts moet? Niet omdat hij ziek zal zijn maar juist om te voorkomen dat uw schattige nieuwe huisgenoot ziek zal worden.

Pre- en postnatale zorg

De medische zorg van een jong kitten begint eigenlijk al voor zijn geboorte. Het is van groot belang dat de moederpoes regelmatig wordt ontwormd (minstens 2x per jaar!) en gevaccineerd. Dit om ervoor te zorgen dat het kitten zijn leven begint met zoveel mogelijk antistoffen tegen ziektes in zijn bloed en slechts een minimale wormbesmetting. Na de geboorte van het kitten zal hij over het algemeen bijna meteen gaan drinken bij zijn moeder. Door de opname van moedermelk krijgt het kitten nog meer antistoffen toegediend. Deze opname via de melk is belangrijk omdat de antistoffen die verkregen zijn via de placenta (moederkoek) slechts een bescherming bieden gedurende de eerste twee levensweken. Met name in de eerste melk die een moederpoes geeft (het zogenaamde colostrum) zijn de antistoffen sterk geconcentreerd aanwezig. De extra antistoffen opgenomen via de moedermelk zorgen ervoor dat de beschermingsduur tegen ziektes verlengd wordt tot ongeveer 9 weken leeftijd. Deze beschermingsduur kan echter verschillend zijn van dier tot dier. Zelfs tussen nestgenoten! Overigens worden niet alleen maar goede stoffen overgedragen via de moedermelk. Sommige ziektes (onder andere het leukemievirus) en de besmetting met spoelwormen kunnen onder meer via de melk van de moederpoes op het jong worden overgedragen. Dit is één van de redenen waarom kittens al op jonge leeftijd (4 weken) voor het eerst ontwormd dienen te worden. Natuurlijk dient dan tegelijkertijd de moederpoes tegen wormen behandeld te worden. Van deze handelingen zal de nieuwe eigenaar van het kitten over het algemeen niet veel merken aangezien de dieren dan nog bij hun moeder verblijven. Alhoewel fokkers van raskatten over het algemeen kittens pas bij hun moeder weghalen als ze een leeftijd hebben bereikt van ongeveer 10 à 12 weken, worden rasloze kittens vaak al rond de 8 weken leeftijd (of helaas zelfs nog vroeger!) aan de nieuwe eigenaren meegegeven. Het eerste bezoek aan de dierenarts zal dan meestal ook voor het eerst rond deze leeftijd plaatsvinden.

Bij de dierenarts

De dierenarts zal het kitten helemaal onderzoeken en u, als nieuwe eigenaar, een aantal vragen stellen. Behalve naar de nieuwe roepnaam van het kitten zal de dierenarts naar de geboortedatum vragen. Ook zal de dierenarts willen weten wanneer het diertje voor het laatst ontwormd is en wat het kitten te eten heeft gehad. Het is aan te raden om de eerste tijd hetzelfde te voeren als de fokker heeft gedaan, om diarree als gevolg van stress en ander voer te voorkomen. Wilt u overgaan op een ander voer doe dat dan pas na een paar weken en meng zeer geleidelijk iets meer nieuw voer met het oude. De dierenarts zal vervolgens oogjes, de oortjes en de vacht bekijken en controleren op parasieten. Het bekje wordt geïnspecteerd, de hartslag en de longen worden beluisterd met de stethoscoop, het buikje zal worden nagevoeld op een eventueel navelbreukje en tenslotte zal de dierenarts controleren welk geslacht uw kitten heeft. Regelmatig worden er kittens als "Roosje" op de spreekkamertafel gezet en gaan er als "Felix" weer vanaf. Met name bij hele jonge kittens kunnen fokkers ( en zelfs ook dierenartsen!) zich soms vergissen in het geslacht. Als blijkt dat alles in orde is krijgt u meestal een nieuwe ontwormingskuur, een informatieblad en een kittenpakket (een soort "blije doos" met wat kittenvoer en informatie) mee. Als het kitten de leeftijd van 9 weken heeft bereikt wordt u terugverwacht voor de eerste vaccinatie.

Tips

  • Ga zo spoedig mogelijk na ontvangst van een nieuw kitten met hem naar de dierenarts voor een eerste check-up. Sommige aangeboren afwijkingen of andere problemen kunnen dan onderkend worden en u krijgt zo een grotere zekerheid dat u een gezond kitten aangeschaft hebt. Doe dit ook als u een raskitten hebt aangeschaft wat al wat ouder is en dat zijn eerst vaccinatie (op 9 weken leeftijd) al via de fokker heeft gehad.
  • Alhoewel het wisselen van tanden bij katten (bijna) altijd goed gaat is het zaak dit toch goed in de gaten te houden. De wortels van de melktanden worden gedeeltelijk afgebroken en uit de kaak geduwd door de daaronder groeiende volwassen tand of kies. Het is daarom fout als zowel de melk- als blijvende tand of kies (van hetzelfde soort) tegelijkertijd aanwezig zijn. Het is dan zaak dat uw dierenarts zo spoedig mogelijk de vastzittende melktand verwijdert, waardoor een afwijkende stand van het gebit kan worden voorkomen. Knip nooit melktanden (of andere tanden) af, dit kan een beschadiging van het blijvende element veroorzaken en doordat de wortel blijft zitten wordt een afwijkende gebitsstand niet tegengegaan.

Ziekteverwekkers

Tijdens deze eerste vaccinatie wordt het kitten ingeënt tegen nies- en kattenziekte. Drie weken later, als het kitten minstens 12 weken oud is, moet deze inenting herhaald worden om een zo optimaal mogelijke bescherming te bewerkstelligen. Mocht u met de kat naar het buitenland gaan dan is nu ook de tijd gekomen om de vaccinatie tegen rabiës (hondsdolheid) te laten geven. Kattenziekte wordt veroorzaakt door een heel gevaarlijk virus. Een besmetting met dit virus zal in de meeste gevallen een dodelijke afloop hebben voor de kat. Er bestaan namelijk nog geen medicijnen tegen dit virus waardoor de behandeling alleen gericht is op het bestrijden van de symptomen. Ook als uw kat nooit buitenkomt dan kan hij dit virus oplopen, doordat u of uw visite dit virus aan uw kleding of schoenen mee naar binnen kunt brengen. De symptomen van deze ziekte treden ongeveer 2 tot 10 dagen na besmetting op en zijn onder andere lusteloosheid, braken, ernstige diarree en koorts. Gelukkig is door vaccinatie te voorkomen dat een kat de ziekte krijgt. Niesziekte daarentegen wordt veroorzaakt door een complex van ziekteverwekkers. Onder andere door verschillende virussen en bacteriën. Slechts weinig katten zullen aan de gevolgen van niesziekte overlijden, maar deze ziekte kan wel vervelende en chronische complicaties opleveren. Nogal eens wordt niesziekte chronisch waardoor de kat er (onder andere) ontstoken ogen en een loopneus aan overhoudt. De kat blijft dan pus niezen- ook tegen uw meubilair en behang! Met name bij hele jonge dieren zien we nogal eens complicaties optreden, variërend van bronchitis en longontsteking tot een vergroeiing van het derde ooglid (knipvlies) aan het oog waardoor het vlies gedeeltelijk voor het oog blijft zitten. De symptomen van niesziekte zijn behalve ontstoken ogen en een loopneus onder meer lusteloosheid, koorts en een vermindering van de eetlust. De ziekte doet zijn naam eer aan want het begint vaak met niezen! Helaas is met inenten ook niet helemaal te voorkomen dat de kat ziek wordt. Een gevaccineerde kat zal echter vaak behalve een loopneus en ontstoken ogen geen verdere ziekteverschijnselen of ernstige complicaties ontwikkelen. De niesziektevaccinatie bij de kat wordt vaak met de vaccinatie tegen het influenzavirus (griep) bij de mens vergeleken. Als je gevaccineerd bent kun je nog wel lichte verschijnselen krijgen, maar je zal niet aan het virus doodgaan!

Identificatie

Het eerste bezoek aan de dierenarts is een uitgelezen moment om een kitten te laten voorzien van een identificatiechip, zodat er geen misverstanden over bestaan wie de eigenaar van het betreffende diertje is. Na de tweede inenting heeft uw kitten inmiddels al 3x de dierenarts bezocht. Vaak is de vierde keer bij het castreren van de poes of de kater op een leeftijd van ongeveer 5 maanden (of zelfs nog iets eerder). Tegenwoordig worden poezen en katers waar niet mee gefokt wordt al op jonge leeftijd gecastreerd, voordat de puberteit intreedt. Dit heeft een aantal voordelen. Onder andere voorkomt het het ontstaan van ongewenste nesten. Een tweede voordeel voor de eigenaar is dat puberale gedragsproblemen nauwelijks zullen optreden. Bovendien is uit onderzoek gebleken dat er nauwelijks ongewenste gevolgen zijn van een vroege castratie. De groeischijven in de botten van kittens die vroeg gecastreerd zijn sluiten wel wat later, waardoor ze wat langer doorgroeien en dus wat groter zullen worden. Er is geen effect van vroege castratie geconstateerd op de diameter van de urethra (plasbuis) bij katers waardoor dit niet van invloed is op urinewegobstructie of incontinentie. In de Verenigde Staten zijn dierenartsen zelfs zo overtuigd van de positieve effecten van vroege castratie dat men daar al vanaf 7 weken leeftijd castreert! Mocht u besluiten dat u te zijner tijd toch een nestje wilt fokken, dan is het verstandig om voor de vijfde levensmaand van het kitten een afspraak met uw dierenarts te maken om over een op maat gesneden geboortebeperking te gaan praten. Op deze leeftijd kan een poes namelijk voor het eerst krols worden en het is beter om zo'n vroege zwangerschap te voorkomen.

Het jaar weer rond

Het laatste en meestal vijfde bezoek van uw kitten (inmiddels uitgegroeid tot bijna volwassen maat) aan de dierenarts gedurende zijn eerste levensjaar zal rond zijn eerste verjaardag liggen. Dan wordt het namelijk tijd voor de eerste herhalingsenting. Om optimaal beschermd te blijven is het nodig dat de entingen tegen katten- en niesziekte regelmatig (minstens 1x per jaar) herhaald worden. Dit herhaalt toedienen wordt ook wel boosteren genoemd. Als u er dan ook nog aan denkt om voldoende ontwormingsmiddel mee te nemen zodat u uw kat 2x per jaar kunt ontwormen, dan kan een gezonde kat rustig een jaartje bij de dierenarts wegblijven!

Ontwormingsschema

Om te onthouden wanneer een kitten of pup ontwormd dient te worden is er een handig ezelsbruggetje bedacht: (2)-4-6-2-4-6. De eerste ontworming dient plaats te vinden op een leeftijd van 2 weken, de volgende als het dier 4 weken oud is, de daarop volgende behandelingen dienen te gebeuren op een leeftijd van respectievelijk 6 weken, 2 maanden, 4 maanden en 6 maanden. Na deze leeftijd is het aan te raden alle dieren minstens 2x per jaar en bij het vermoeden van een worminfectie te behandelen. Aangezien kittens, in tegenstelling tot puppies, geen spoelwormbesmetting oplopen in de baarmoeder via de moederkoek en alleen maar besmet worden met spoelwormen via de moedermelk is de eerste behandeling tegen wormen op een leeftijd van 2 weken over het algemeen niet nodig bij kittens maar wel bij puppies!
© 2011 - 2019 Dierendokter, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Een kat kopen, waar let je op?Een kat kopen, waar let je op?Na lang overwegen heb je besloten om een jonge kat te kopen. In de kattenwereld wordt zo’n diertje ook wel een kitten ge…
Kittens (jonge katjes), waar je op moet letten bij aanschafKittens (jonge katjes), waar je op moet letten bij aanschafWie valt er nou niet voor zo een jong, klein en lief kitten! Voor je het weet heb je het aangeschaft. Niet zo slim dus.…
Rechten en plichten bij het kopen van een kittenRechten en plichten bij het kopen van een kittenWas het in het verleden nog zo dat er een wildgroei was in duurbetaalde kittens die vervolgens toch van alles bleken te…
Nieuw kitten in huisNieuw kitten in huisAls je kattenliefhebber bent en je koopt op krijgt een of meerdere kittens dan moeten er wel wat ‘aanpassingen’ in huis…
Wormen bij de katWormen bij de katHet hoort er nu eenmaal bij en hoe vervelend dan ook, je ontkomt er niet aan om je kat periodiek een ontwormingskuur te…

Reageer op het artikel "Gezondheid van het jonge katje in zijn eerste levensjaar"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Dierendokter
Gepubliceerd: 21-11-2011
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Dieren
Schrijf mee!