De Zuid-Amerikaanse kameelachtigen
De familie van de kameelachtigen omvat 6 soorten waarvan 4 voorkomen in Zuid-Amerika. De bekendste is de tamme lama, maar daarnaast vinden we er ook de (eveneens tamme) alpaca en de nog steeds enkel in het wild levende vicuña en de guanaco.De familie van de kameelachtigen
De groep van de kameelachtigen omvat 2 Euraziatische soorten en 4 Zuid-Amerikaanse soorten. De twee Euraziatische soorten zijn uiteraard de kameel, of preciezer de Bactrische kameel, en de dromedaris. De (Bactrische) kameel is gekend omwille van de twee bulten op de rug en komt oorspronkelijk uit de Centraal-Aziatische steppe- en woestijngebieden. Vandaag de dag kunnen ze bijvoorbeeld nog steeds gezien worden in bijvoorbeeld Mongolië of Noordwest-China. De tweede Euraziatische soort, de dromedaris (met 1 bult), komt voornamelijk voor in Noord-Afrika en het Midden-Oosten.Dezelfde familie van kameelachtigen bevat verder 4 soorten die oorspronkelijk alleen in Zuid-Amerika voorkwamen (nu in kwekerijen ook in Noord-Amerika, Europa en Oceanië).
De lama
De meest gekende soort is uiteraard de lama. Deze komt vooral voor in Peru en Bolivië en in mindere mate in Chili, Argentinië en Ecuador. Het is de tweede grootste van de 4 Zuid-Amerikaanse kameelachtigen en heeft een ruwe vacht die een soort wol levert die vergelijkbaar is met gewone schapewol. Wetenschappers gaan ervan uit dat de lama al rond 4000 v.C. zou gedomesticeerd zijn en sindsdien wordt gebruikt als lastdier (hoewel een lama niet meer dan 30 à 35 kg kan dragen) en als leverancier van wol voor kledij en dekens. De lama was dan ook heel belangrijk in het kader van de zogenaamde verticale economie in de Andes. Deze term slaat op karavanen die door de Andes trokken naar de kust om er typische hooglandproducten (zoals wol, maïs of knolgewassen) te verruilen voor typische kustproducten (zoals vis, katoen of suikerriet). De lama's werden bij zo'n karavanen netjes versierd met kleurrijke oorhangers en stoffen halssnoeren. De lamakaravanen waren zeer gekend en komen ook vandaag nog sporadisch eens voor.De alpaca
Een tweede soort Zuid-Amerikaanse kameelachtige die reeds rond 4000 v.C. gedomesticeerd was, is de alpaca. Hoewel de naam minder gekend is in het Westen is dit de talrijkste van de 4 Zuid-Amerikaanse kameelachtigen (iets meer dan 4 miljoen exemplaren wereldwijd). In vergelijking met de lama is de alpaca kleiner, heeft een dikkere, zachtere vacht die doorloopt over de poten en een groot deel van de kop (in tegenstelling tot de lama wiens poten en snuit vachtvrij zijn) en een neerhangende staart zoals bij een schaap (in tegenstelling tot de lama die een opspringende staart heeft zoals bij een paard). Vandaag de dag staat alpaca-steak heel regelmatig op het menu in restaurants en hotels, maar toch blijft het dier voornamelijk belangrijk als bron van wol. De alpaca-wol is immers van een heel goede kwaliteit en één van de fijnere vezels ter wereld. Naargelang de dikte en de kwaliteit van de wol wordt alpaca-wol ingedeeld in verschillende categorieën. Van fijnste vezel tot minst fijne zijn dat: Royal alpaca (minder dan 19 micron dik - 1 micron is een duizendste van een millimeter), Baby alpaca (22,5 micron dik), Super Fine Alpaca (26 micron dik), Huarizo (28 micron dik) en Gruesa (32 micron dik). Ter vergelijking, een menselijk haar is gemiddeld 45 micron dik.De vicuña, prinses van de Andes
De twee overige kameelachtigen van Zuid-Amerika leven nog altijd enkel en alleen in het wild en zijn dus geen tamme dieren.Eentje daarvan is de sierlijke vicuña ook wel bijgenaamd de prinses van de Andes (omwille van de sierlijke fysiek en de lieve blik). De vicuña produceert de fijnste vezel ter wereld. Zo fijn dat men zelfs niet meer spreekt van wol maar van vicuña-haar. Een gemiddeld vicuña-haar heeft een dikte van ongeveer 11 micron. Als we dit vergelijken met die andere befaamde fijne vezel ter wereld dan zien we dat een cashmere-vezel ongeveer een dikte heeft van 15 micron. Het haar van de guanaco, de vierde Zuid-Amerikaanse kameelachtige, heeft gemiddeld een dikte van 16 micron en is dus ook één van de fijnste vezels ter wereld. Vicuña spant echter duidelijk de kroon. De fijne vezel heeft enorm goede thermische eigenschappen en kledij uit vicuña is dan ook extreem warm en toch tegelijk heel zacht. Omwille van deze eigenschappen is het vicuña-haar al eeuwenlang een fel begeerd product en ten tijde van de Inca's was vicuña-haar voorbehouden voor de productie van kledij voor de adel. In de jaren zestig van de 20ste eeuw was het diertje (de zeldzaamste van de vier kameelachtigen) door felle bejaging zelfs met uitsterven bedreigd. Gelukkig zette men toen in Peru een beschermingsproject op en bakende men 5 reservaten af in het Peruaanse hoogland. Intussen is de vicuña-populatie weer een heel stuk de hoogte in geklommen en is het voortbestaan van het elegante Andes-dier verzekerd.