Havik, Accipiter gentilis
De havik, Accipiter gentilis, is een grote, imposante roofvogel. De maximale spanwijdte is 127 centimeter, met 1,13 kilo gewicht. Hij wordt tot 15 jaar oud. De eieren zijn blauwwit en worden in maart of april gelegd. Voordat ze uitgekomen zijn en de jongen weg zijn bij de ouders, is het half juni. Haviken jagen ofwel vanuit dekking ofwel vanuit grote hoogte. Als een havik eenmaal achter een konijn aanzit, laat hij zich in de beboste gebieden waar hij jaagt niet door een struik tegenhouden.Taxonomische indeling
- Rijk: Animalia (Dieren)
- Stam: Chordata (Chordadieren)
- Klasse: Aves (Vogels)
- Orde: Falconiformes (Roofvogels)
- Familie: Accipitridae
- Geslacht: Accipiter
- Soort: Accipiter gentilis
Kenmerken
In de broedtijd laat de havik een gekekker horen, de rest van het jaar maakt de havik bijna nooit geluid. De havik wordt gemiddeld vier en een half jaar, dit komt voor een groot deel door de vele sterfgetallen bij jongen. Een havik kan tot 15 jaar oud worden.
Voortplanting
In februari en maart baltsen de haviken. Ze maken veel lawaai om hun territorium af te bakenen. In het territorium heeft het koppel haviken meerder nesten, die ze van jaar tot jaar afwisselen. In half maart of begin april legt het vrouwtje meestal drie of vier blauwwitte eieren in het nest. Het mannetje en vrouwtje wisselen elkaar af bij het broeden. Dit moet ook wel aangezien het tot 42 dagen duurt voordat de eieren uitkomen. Na nog eens veertig dagen vliegen de jongen uit. Het is tegen deze tijd half juni, en tegelijkertijd vliegen veel prooidieren van de havik uit. Hierdoor is er voedsel genoeg voor de jonge vogels, die elk opzoek gaan naar hun eigen territorium.Voedsel
Vrouwtjes haviken eten grotere prooien dan mannetjes. Zij eten bij voorkeur hazen en konijnen, maar ook fazanten en kraaiachtigen. Mannetjes eten onder andere lijsters, gaaien en spreeuwen. Haviken eten ook soortgenoten en andere roofvogels.In bosgebieden jaagt de havik vanuit dekking. Hij verschuilt zich in bijvoorbeeld een boom en stort zich op zijn prooi. In opener gebieden stort de havik zich van grote hoogte op de prooi. Als de prooi vlucht, gaat hij hem achterna, ook in bosjes en zelfs tot in holen. De havik slaat de prooi met zijn klauwen en dood hem met zijn nagels.