InfoNu.nl > Dier en Natuur > Vogels > Vliegprogramma jonge duiven kan beter

Vliegprogramma jonge duiven kan beter

Vliegprogramma jonge duiven kan beter In de vliegprogramma’s voor jonge duiven wordt anno 2015 nog veel te weinig aandacht geschonken aan het feit dat jonge duiven vooral ervaring moeten opdoen als wedvluchtduif. Nu worden de vluchten met jonge duiven te veel gezien als een van de disciplines waarop duivenwedstrijden vervlogen worden. Daarbij wordt te gemakkelijk voorbijgegaan aan het feit dat jonge duiven veel gelegenheid moeten krijgen om ervaring op te doen en ook aan het feit dat jonge duiven regelmatig getroffen kunnen worden door ‘kinderziektes’ zoals adenocoli, mycoplasma infecties, het herpesvirus, enzovoort, waarbij het niet verantwoord is om jonge duiven te spelen. De duiven kunnen als ze niet in orde zijn natuurlijk niet mee en later weer instappen is lastig omdat dan sprake is van een groot afstandsverschil omdat de duiven een tot twee weken niet hebben deelgenomen aan de wedvluchten.

Verlies jonge duiven

De Werkgroep Wetenschappelijk Onderzoek Welzijn Duiven (WOWD) heeft via een enquête in 1998 onderzoek gedaan naar verliezen met jonge duiven. In totaal bleken 41% van de geboren jonge duiven verloren te gaan.

Verlies oorzaakAantal% van geboren duiven
Selectie voor spenen4142,1
Selectie na spenen7163,7
Verlies aan huis206410,6
Verlies africhting17128,8
Verlies wedvluchten171215,8
Totaal verlies798741%
Aantal geboren duiven: 19.450
Aantal deelnemers 409
(bron WOWD 1999)


Omdat op het eerste gezicht het verlies van jonge duiven hoog lijkt, is het goed daar even kort op in te gaan. Door selectie voor en na het spenen gaan ongeveer 6% van de jonge duiven verloren. Deze vroege selectie heeft als oorzaak dat de jonge duiven niet goed opgroeien of ziek zijn. Verder worden postduiven min of meer natuurlijk gehouden, dat wil zeggen dat de duiven op gezette tijden vrij uitvliegen. Met dat uitvliegen, komen ze dezelfde gevaren tegen als de wilde soortgenoten.

De duif is een prooidier en staat hoog op de menulijst van de havik, sperwer en slechtvalk. Daarnaast verongelukken er duiven doordat ze bijvoorbeeld tegen draden vliegen. Ook kunnen onervaren duiven verdwalen en deze duiven zijn vaak een prooi voor roofvogels. Ook heeft een klein percentage van de duiven de aandrang om het hok te verlaten en een ander hok op te zoeken. Mogelijk heeft dit een genetische component omdat de rotsduif, dit is de duif waar de postduif van afstamt, een kolonievogel is. Om te voorkomen dat er inteelt de kolonie bedreigt vertrekt er een klein percentage jonge duiven om zich bij een andere kolonie aan te sluiten. Aan huis wordt er bijna 11% van de jonge duiven verloren. Dat verlies aan huis zit vooral in de periode tussen het uitvliegen en de eerste africhtingsvluchten. De duiven trekken dan spontaan weg en kunnen zich wel tot 40 kilometer van het thuishok verwijderen. Zodra de duiven op africhtingsvluchten komen verdwijnt dit trekgedrag.

Verlies aan huis

Voordat de wedvluchten beginnen zijn er al bijna 17% van de jonge duiven verloren gegaan. Ook tijdens de opleer- en wedvluchten worden er nog steeds jonge duiven verloren al is dat aanzienlijk minder dan daarvoor. Of de verliespercentages zonder opleer- en wedvluchten echt veel lager zouden liggen aan het einde van het seizoen is maar de vraag. De verliezen aan huis zouden waarschijnlijk gewoon doorgaan en de 11% verliezen aan huis zouden op het eind van het jaar wel eens aanzienlijk hoger kunnen liggen. De WOWD heeft en globale berekening gemaakt over de periode van uitvliegen tot de opleer- en wedvluchten en de periode dat de opleer- en wedvluchten duren. Als de verliezen op dezelfde voet zouden doorgaan zou dat nog eens 11% verlies te zien hebben gegeven. Dat zou betekenen dat van de 24% verlies aan jonge duiven op opleer- en wedvluchten er ook zonder deze vluchten ook 11% verloren zou zijn gegaan. De wedvluchten zouden dan nog verantwoordelijk zijn voor een verlies van 13%. Dat verlies zal vaak dezelfde oorzaken hebben als het verlies aan huis, zoals draden en natuurlijke predatie. Aangezien de duiven tijdens de wedvluchten zich langere tijd buiten het hok bevinden zijn ze ook langer blootgesteld aan deze gevaren.

Overigens zijn de verliespercentages van postduiven veel lager dan van hun wilde soortgenoten. Daar overleeft per koppel gemiddeld slechts één jong van de vier tot zes jonge duiven.

Ervaring

Verantwoordelijkheid liefhebber

Onmiskenbaar is ervaring een belangrijke component om de verliezen te beperken. Uit het onderzoek van de WOWD blijkt dat de hoogste verliespercentages worden geboekt op de eerste twee wedvluchten. Hier ligt zeker ook een verantwoordelijkheid voor de liefhebber. Deze is primair verantwoordelijk dat de duiven voldoende heeft afgericht. Niet een paar keer enkele kilometers van het hok, maar echt regelmatig opleren en de afstanden geleidelijk uitbouwen tot minimaal een africhting van 50 kilometer. Ook moeten de jongen worden geleerd dat ze kunnen drinken in de mand. Daarnaast alleen maar duiven meegeven die echt gezond zijn.

Het programma

De klassieke programma’s voor jonge duiven zoals we die nu kennen gaan uit van een korte afstand naar steeds langere afstanden. Dit maakt het extra moeilijk om duiven thuis te laten. Als men dan weer instapt, zijn de afstandsverschillen vaak weer groot. De WOWD heeft al eens een discussiestuk laten verschijnen waarin rekening wordt gehouden met het feit dat jonge duiven vaak nog in een fase zitten van kinderziekten waarbij de duiven nog voldoende natuurlijk weerstand moeten opbouwen. De WOWD bepleit dan ook een programma voor jonge duiven met veel startmogelijkheden. Dit programma laat de volgende vluchten zien.

VluchtnummerMaximaal kilometers
1, 4 en 8100
2, 5, 10 en 12200
3, 6 en 13300
7 en 14400
9 dubbelvlucht200 en 500
11 dubbelvlucht100 en 500

Dit programma met veertien vluchten waarvan twee dubbelvluchten en drie instapmogelijkheden op een afstand van maximaal 100 kilometer biedt de jonge duiven alle kansen om op een verantwoorde wijze uit te groeien tot wedvluchtduiven die ook als jaarling betrouwbaar zijn. Natuurlijk zijn er liefhebbers die menen dat enkele natourvluchtjes voor jonge duiven als leerschool ook voldoende zijn. Het zou interessant zijn om de verliespercentages van liefhebbers die de gehele jonge duivenlijn hebben gevlogen te vergelijken met de liefhebbers die slechts enkele natourvluchten hebben gehad als ze jaarling zijn. Het kan bijna niet anders of daar komen significatie verschillen uit in het voordeel van goed opgeleerde jonge duiven. En natuurlijk kent iedereen wel een of meer uitzonderingen van jonge duiven die slechts enkele natourvluchtjes hebben gehad en het als jaarling toch goed doen, maar inderdaad dat zijn uitzonderingen.

Het kampioenschap

Voor de kampioenschappen oppert de WOWD dat dit geen aangewezen vluchten moeten zijn omdat bij de liefhebbers dan niet gedwongen voelen om op dit vluchten mee te doen. Beter is om bijvoorbeeld de zes beste vluchten van een liefhebber te laten tellen voor het kampioenschap jonge duiven. Ook op deze manier blijft het kampioenschap tot het laatst toe spannend.

Belemmeringen

Weinig oog voor nieuwe wetenschappelijke inzichten

Daarnaast zijn er nog twee belemmeringen voor een dergelijk programma. Het zijn de leden die stemmen over een dergelijk programma. Of beter gezegd het zijn de afgevaardigden van de leden die stemmen. Het gehalte aan conservatisme binnen de duivensport is groot. Veranderingen worden met veel argwaan bejegend en vroeger was alles beter. Ook nieuwe wetenschappelijke inzichten in de duivensport worden maar weinig serieus genomen. Een dergelijk discussiestuk van de WOWD wordt voor zover al kennis van wordt genomen door velen als ‘flauwe kul’ terzijde geschoven. Je zou verwachten dat verantwoordelijke bestuurders in de duivensport misschien iets anders tegen nieuwe wetenschappelijke inzichten zouden aankijken, maar ook binnen de besturen is de veranderingsgezindheid niet erg groot.

Inpasbaarheid

Een andere belemmering is de praktische inpasbaarheid van een dergelijk programma binnen de afdelingsprogramma’s. Het zijn niet alleen de jonge duiven die vliegen, maar ook alle andere disciplines moeten voor zover als mogelijk ruim baan krijgen. Dat is geen geringe opgave. Maar als het belang, om jonge duiven een goede leerschool te geven, wordt ingezien zijn er zonder meer fundamentele verbeteringen mogelijk. Nu kan het nog gebeuren dat de jonge duiven mede door onverantwoorde lossingsomstandigheden, slechts zes wedvluchten krijgen, dan is dat niet acceptabel. Indien het belang wordt ingezien van een goede leerschool voor jonge duiven dan is zeker een acceptabel programma in de geest zoals de WOWD dat heeft aangegeven zeer gewenst.

Lees verder

© 2015 - 2019 Linus, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
Ornitosecomplex en Luchtweginfecties bij duivenOrnitosecomplex en Luchtweginfecties bij duivenLuchtweginfecties bij duiven kunnen vele oorzaken hebben en we spreken dan over het ornithose-complex. Hiermee wordt aan…
Uitleg over de duivensportUitleg over de duivensportDe duivensport is een mooie sport voor natuur en dierenliefhebbers. In Nederland zit er een dalende lijn in het aantal m…
Spel met jonge duiven, wedvluchtenSpel met jonge duiven, wedvluchtenHet spel met jonge duiven is een specialisatie binnen de duivensport en maar weinigen slagen er in dit echt succesvol te…
Duiven en 't GeelDuiven en 't GeelEr is geen duivenhouder of hij krijgt wel te maken met ‘t Geel’ een populaire naam voor Trichomoniase. Trichomoniase wor…
Het paramyxovirus bij duivenHet paramyxovirus bij duivenHet paramyxovirus serotype 1, is verantwoordelijk voor paramyxovirose bij duiven. In de winter van 1982/1983 sloeg dit v…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Ton Ebben
  • WOWD enquête verliezen jonge duiven. Duivenpost, jaargang 2, nr.1 van februari 2000, p. 28-30.
  • WOWD discussiestuk jonge-duivenprogramma's. Duivenpost, jaargang 1, nr. 2 van mei 1999, p. 32-33

Reageer op het artikel "Vliegprogramma jonge duiven kan beter"

Plaats een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Reactie

Hans Huisman, 19-09-2015 21:03 #1
Helemaal eens met het feit, dat jonge postduiven hun aangeboren talenten moeten kunnen ontwikkelen. Leren oriënteren op zicht en op kompas. Dat kan alleen door ze een adequaat programma aan te bieden. Zeker in het begin niet telkens vanuit de zelfde richting. Maar ook door voldoende jonge duivenvluchten te organiseren. Weg met de zgn. natoer. Gebruik deze tijd als extra voor de jonge duiven. Ik ben het eens met het fet, dat je jonge duiven moet kunnen inpassen. Succes met het verkrijgen van voldoende draagvlak.

Infoteur: Linus
Laatste update: 23-09-2015
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Vogels
Special: Postduiven
Bronnen en referenties: 3
Reacties: 1
Schrijf mee!