Shannon-Wiener diversiteitsindex

Shannon-Wiener diversiteitsindex We hechten veel waarde aan biodiversiteit. Maar hoe weten we eigenlijk of een gebied een hoge biodiversiteit kent? Dit kan men berekenen met behulp van de Shannon-Wiener index. Hoe men dit simpel kan berekenen wordt duidelijk in dit artikel.

Biodiversiteit

We hechten veel waarde aan biodiversiteit. Biodiversiteit is een maat voor de verscheidenheid aan levensvormen. Hoe hoger de biodiversiteit, hoe gezonder het ecosysteem. Het is namelijk zo dat een ecosysteem dat meer verscheidenheid kent, beter bestand is tegen invloeden van buitenaf. Het ecosysteem is zodoende in staat meer diensten aan ons te verlenen. Zo zuivert het bijvoorbeeld water, denk aan de veengronden in de Weerribben, of voorziet het ons van hout.
Daarnaast zijn natuurgebieden met een hoge biodiversiteit vaak een lust voor het oog. We vinden het mooi om een grote variëteit aan organisme te zien.

Hoe komt biodiversiteit tot stand?

Er zijn meerdere oorzaken voor de hoge biodiversiteit in een bepaald gebied. Ik heb hier twee artikelen over geschreven, de eerste gaat in op de ecologische oorzaken die biodiversiteit verklaren, de andere gaat in op de biogeografische redenen die ten gronde liggen van biodiversiteit.

Shannon-Wiener Index

Maar wanneer is een gebied divers? Hoe kunnen wij meten dat een bepaald gebied meer divers is dan het andere? De wetenschapper Shannon heeft hier een oplossing voor verzonnen. Hij heeft een bepaalde formule samengesteld waarmee de biodiversiteit van een gebied wordt uitgedrukt als een getal. Deze formule houdt rekening met het aantal soorten en de gelijkmatige verspreiding van de organisme.
Om de Shannon-Wiener index te kunnen gebruiken is wel velddata nodig. Het is dus vereist dat er metingen in het veld worden gedaan. Met behulp van veldinventarisaties en de Shannon Index kan men bijvoorbeeld het verschil in biodiversiteit zien tussen een vervuild en een niet vervuild stuk grond.

Hoe werkt het?

De formule lijkt op het eerste gezicht wat lastig:
H = -Σ Pi(lnPi)

H is dus de mate van biodiversiteit. Pi is het aandeel van een soort in het totale aantal organisme. Dit aandeel wordt vermenigvuldigd met het natuurlijke logaritme van dit aandeel. Vervolgens wordt dit opgeteld van alle soorten, bijvoorbeeld de P van de huismus, de P van de kraai, enzovoorts. Dit getal wordt vermenigvuldigd met -1 en dan weten wij H. Het is dus niet zo’n lastige formule als het lijkt!

Het is nog makkelijker om gebruik te maken van een schema. In de eerste kolom zet men de soortnamen van de in het gebied gevonden soorten. In de tweede kolom wordt het aantal individuen van de soort weergegeven. Het kan bijvoorbeeld zo zijn dat er 84 individuen van de eerste soort, en 4 van de tweede soort aanwezig waren. In de derde kolom zet men het aandeel dat deze soort heeft in het totaal aantal individuen. In onderstaan voorbeeld deelt men dus het aantal individuen van de desbetreffende soort door 256, ofwel het totaal aantal individuen. Zo is 84/256=0.3281. Van de gevonden individuen in het gebied is dus 32% van soort 1. In de vierde kolom nemen we het natuurlijk logaritme (ln) van de waarden in de derde kolom. De vijfde kolom geeft de vermenigvuldiging van de derde en vierde kolom weer, zo krijgen we Pi ln(Pi). Zoals we weten moeten we deze waarden accumuleren om H te krijgen. In ons voorbeeld is dat -1.3661. Nu rest nog één laatste stap om H te verkrijgen. We moeten dit nog vermenigvuldigen met -1, of het minteken “wegpoetsen”. De waarde van H is dus 1.3661.

Species#gevondenln(Pi)Pi ln(Pi)
184-1.1144-0.3656
24-4.1589-0.0650
391-1.0343-0.3677
434-2.0188-0.2681
543-1.7840-0.2997
Totaal256x-1.3661

Wat weten we nu precies?

De waarde van H varieert van ongeveer 1,5 tot 3,5. Hoe hoger de waarde van H hoe hoger de biodiversiteit is. In ons geval hebben we dus een zeer arm ecosysteem. We moeten altijd voorzichtig zijn met H, omdat deze geen absolute weergave geeft van de biodiversiteit. Het gebruikt immers het aantal soorten, maar ook hun hoeveelheid. Vaak wordt de index gebruikt om twee vrijwel identieke gebieden te onderzoeken. Op deze manier kan bijvoorbeeld het effect van vervuiling worden aangetoond of allicht kan het een indicatie geven dat de vervuiling het gebied negatief beïnvloedt.

Lees verder

© 2011 - 2024 Griffioen, het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming is vermenigvuldiging verboden. Per 2021 gaat InfoNu verder als archief, artikelen worden nog maar beperkt geactualiseerd.
Gerelateerde artikelen
De mooiste plekjes van Ierland - Cliffs of MoherDe mooiste plekjes van Ierland - Cliffs of MoherIerland is een land met een overweldigende natuur. Ruige bergen en heldere rivieren, schitterende meren en dalen vol wil…
Computerpioniers: George BooleComputerpioniers: George BooleComputers spreken geen mensentaal. Om een computer iets duidelijk te maken moeten de opdrachten en informatie gecodeerd…
Duurzaamheid in de lage landenDuurzaamheid is een van de recente modewoorden. In zowat alle bedrijven duikt het op als een van de doelstellingen en mi…

Het imaginaire effect van wolkenWolken zijn er in alle vormen, soorten en maten. Ze bepalen in vele opzichten het weer- en luchtbeeld. Ze zijn verantwoo…
De grotten (en druipstenen)De grotten (en druipstenen)Grotten vormen al decennia lang voor een spektakel en mysterie. Het zijn plaatsen die met hun ingewikkelde rotsformatie,…
Bronnen en referenties
  • http://chs.carlsbadusd.k12.ca.us/DeCino/Webpage/APES/shannonlab.htm
  • http://en.wikipedia.org/wiki/Shannon_index
Griffioen (12 artikelen)
Gepubliceerd: 14-07-2011
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Natuur
Bronnen en referenties: 2
Per 2021 gaat InfoNu verder als archief. Het grote aanbod van artikelen blijft beschikbaar maar er worden geen nieuwe artikelen meer gepubliceerd en nog maar beperkt geactualiseerd, daardoor kunnen artikelen op bepaalde punten verouderd zijn. Reacties plaatsen bij artikelen is niet meer mogelijk.