De Bizon: vrijwel uitgestorven
Rond het jaar 1500 waren er zo’n 60 miljoen Bizons in Noord-Amerika, in 1892 waren er slechts 85 over. Gelukkig heeft de populatie zich door intensieve fokprogramma’s en goede bescherming weer enigszins hersteld en zijn op dit moment weer zo’n 200 000 Bizons in leven. Hoe heeft dit allemaal zo kunnen gebeuren?Buffalo
Rond 1500, voor de Europeanen naar Noord-Amerika trokken, leefden er zo’n 30 tot 60 miljoen Bizons op dat continent. De Bizons, ook wel ”Buffalo’s” genoemd, waren met zoveel dat een reiziger in 1832 in zijn logboek schreef dat zo ver zijn ogen konden kijken, het land zwart zag van de enorme kuddes. Een enkele trekkende kudde kon er urenlang over doen om voorbij te rennen.Indianen
Eeuwenlang waren velen Indianenstammen volledig afhankelijk van de Bizons, zij doodden deze dieren alleen voor het vlees, om te eten, en voor de huid, om kleding e.d. van te maken. Al het andere materiaal werd op de een of andere manier gebruikt, bijvoorbeeld als brandstof. De Indianen gebruikten de kuddes op een duurzame manier; ze konden er niet te veel doodden omdat hun jachttechnieken dat niet toelieten. Ze joegen soms enkele Bizons over een bergrichel o.i.d., maar meestal moesten ze deze enorme dieren doden met een speer of pijl en boog.Iedereen doodde Bizons
In 1906 waren de Bizons echter toch nagenoeg uitgestorven. Dit kwam doordat de Europeanen die zich hadden gevestigd op het Noord-Amerikaanse continent langzaam naar het Westen begonnen te trekken. Zij verstoorden de duurzame balans tussen de Indianen en de Bizons. De Indianen ruilden namelijk huiden tegen stalen messen en vuurwapens, zodat ze nog meer Bizons konden doden en verhandelen.De nieuwe bewoners zelf waren echter de grootste veroorzakers van het bijna uitsterven van de Bizon. Rond 1860 werden steeds meer spoorwegen aangelegd richting het westen, waardoor het leefgebied van de Bizons doorkruist werd. De spoorwegmaatschappijen huurden professionele Bizonjagers in om de bouwers van de spoorwegen te voorzien van vlees. Het meest bekende voorbeeld van een dergelijke jager is: Buffalo Bill Cody. Verder waren er ook passagiers van de treinen die voor de lol en bij wijze van sport de Bizons neerschoten, en de kadavers lieten liggen en niet gebruikten.
Betaalde jagers hebben in totaal miljoenen Bizons neergeschoten, vaak alleen maar voor hun huid en tong (wat gezien werd als een delicatesse). Het vlees werd in deze gevallen achtergelaten om weg te rotten. Later verdienden mensen ook hun geld met het oprapen van de botten en deze te verkopen in het oosten, waar ze verwerkt werden tot een soort ‘kunstmest’ voor op het land.
Dan waren er nog de boeren die last hadden van de Bizons. De dieren beschadigden namelijk gewassen, omheiningen, palen, gebouwen e.d. Ook concurreerden de Bizons met het vee van de boeren om eten, zeker voor de boeren die hun vee lieten grazen op de open vlakten waar de Bizons ook vrij rond liepen.
Tot slot doodde het Amerikaanse leger minstens twaalf miljoen Bizons, omdat zij campagne voerden tegen de Indianen. Deze mensen werden weggedreven van hun oorspronkelijke leefgebieden doordat het leger hun primaire voedselbron wegnam.