De kievitsbloem met een gespikkeld uiterlijk
In het voorjaar bloeit de kievitsbloem of Hollandse tulp. Een bolgewas waar, na jaren wachten, een mooi gespikkelde bloem uitkomt. De bloem in knop heeft een gespikkeld uiterlijk en lijkt op een kievitsei dat eveneens uitloopt in een punt en een gespikkeld uiterlijk heeft. De bloeiende kievitsbloem lijkt ook op een dambord met zijn vierkante spikkels. De kievitsbloem is familie van de leliefamilie (Liliaceae) en de legende wil dat het sterven van Christus de reden is waarom de kievitsbloem hangende klokjes heeft.
De kievitsbloem (Fritillaria meleagris)
De kievitsbloem is familie van de lelie (Liliaceae) en hoort bij het geslacht Fritillaria en de soort Fritillaria meleagris. De kievitsbloem is een bolgewas en heeft meestal paars-wit-geblokte bloemblaadjes. Van alle kievitsbloemen is namelijk 90% paarsachtig en slechts 10% is wit of roze. Tot de familie van de lelieachtigen horen o.a. de:
- keizerskroon (Fritillaria imperialis)
- lelie (Lilium);
- geelster (Gagea);
- tulp (Tulipa).
Kopje naar beneden
Kievitsbloemen hebben boven aan de bloemsteel een zware hangende klokjesbloem staan. De legende gaat dat toen Jezus in de tuin van Getsemaneh bad in de nacht voor Zijn kruisiging en verraden werd door Judas, de keizerskroon (Fritillaria imperialis), uit dezelfde familie als de kievitsbloem, zijn kopje niet boog en fier op de steel bleef staan. De keizerskroon werd daarop aangesproken door een engel die uit de Hemel neerdaalde en schaamde zich zo na de berisping dat de bloem het kopje liet hangen. Vanaf toen hebben alle keizerskronen en kievitsbloemen hangende kopjes op buigende stelen.
Herkomst
Het natuurlijke leefgebied van de wilde kievitsbloem is Zuidoost-Europa. In Nederland is de wilde kievitsbloem sinds eind 16de ingevoerd en in de 21ste eeuw een stinzenplant. Planten die eeuwen terug zijn ingevoerd en verwilderd zijn en bloeien op landgoederen, kasteeltuinen, boerenhoven of pastorietuinen. De kievitsbloem is in de 21ste eeuw echter voor iedere tuin beschikbaar. Te koop bij de kweker of tuincentra en zo te bewonderen in vele tuintjes.
Beschrijving stengel en blad
De kievitsbloem is een bolgewas met een vrij ronde bol van acht tot twaalf millimeter. Vooral de bol van de kievitsbloem is zeer giftig, net zoals meerdere delen van de plant. In het vroege voorjaar komen uit de bol rechtopstaande ronde of groen tot rossig gekleurde stengels. De stengels hebben lange dunne, gootvormige en verspreidstaande bladeren. Aan de top van de stengel verschijnt meestal een bloem, heel soms meerdere, in het paars-wit gevlekt en soms in het wit.
Het bloeien van de bloem duurt jaren
De kievitsbloem heeft acht tot tien jaren nodig om tot bloei te komen. Om te komen tot een paars-wit-geblokt klokje dat naar beneden hangt. Wanneer het zaad van een kievitsbloem verspreid is, begint het jaar erop (januari tot april) de kieming van het zaad. Uit de kieming van het zaad wordt een klein bolletje gevormd (protocorn). De volgende drie tot vier jaren verschijnt er een zwaardvormig blad, de zwaardvormfase. Vervolgens ontwikkelt zich uit de stengel met blad, de kandelaar, (meerdere bladeren, maar geen bloem). Dit kan in het geheel drie tot acht jaar duren voordat de eerste kievitsbloem zich ontwikkelt.
Eindelijk bloeiend
En dan na vele jaren bloeit de kievitsbloem eind april begin mei. De hangende klokjes kijken naar beneden aan de 30 centimeter hoge en buigende bloemsteel. De zes bloembladeren zijn ongeveer 3,5 centimeter lang en vertonen onregelmatige vierhoekige paars-witte vlekken, wat doet denken aan een dambord. De stengel draagt meestal één klokje maar heel soms twee tot drie. De bloemen zijn tweeslachtig met zes meeldraden en een stijl met drie stempels. Ze bloeien maar vijf dagen.
Bevruchting
De honing wordt aan de voet van elk bloemblad afgescheiden. Hommels en bijen moeten er van onderen in om bij de honing te kunnen omdat de bloeiende bloem naar beneden wijst. Zo komen ze eerst langs de stijl die zich aan de top in drieën vertakt. Het stuifmeel van de vorige bloem, wat de bij of hommel meedraagt, komt met de stijl in aanraking en de bloem wordt bevrucht. Het stuifmeel van de zes meeldraden wordt vervolgens achtergelaten op de bij of hommel voor de volgende bloem, die zo ook bevrucht wordt. Zo is bestuiving verzekerd. Ook kan de kievitsbloem na de bloei zichzelf bestuiven. De helmknopjes aan de meeldraden verlengen zich en komen even hoog als de stempel te staan om daar het stuifmeel af te geven.
Vruchten
Als de plant in april of juni is uitgebloeid, verliest de plant de bloembladeren en meeldraden. De steel gaat rechtop staan en het vruchtbeginsel wordt zichtbaar als een doosvrucht met ruim 250 zaden. De zaden hebben holle ruimten om, wanneer ze op de grond vallen, gemakkelijk door water meegevoerd te kunnen worden en zo te zorgen voor de verspreiding. De voorkeursplek van de wilde kievietsbloem is dan ook een weiland of oever die regelmatig overstroomt. De tuinkievitsbloem staat graag in de buurt van een vijver.
Broedbolletjes
Maar niet alleen het zaad zorgt op den duur voor nieuwe planten. Ook vormt de plant broedbolletjes, kleine bolletjes rondom de moederbol die zorgen voor nageslacht.
Habitat
De bollen van de tuinkievitsbloem worden in het najaar geplant op een plaats waar veel morgenzon is. De kievitsbloem in de tuin heeft een vruchtbare grond met veel compost nodig, die niet al te nat en niet al te zuur is. Langs een tuinvijver bijvoorbeeld. Geplante bollen van de kweker of tuincentra hebben de jaren van ontwikkeling al gehad en komen het jaar na het poten als bloeiende kievitsbloemen in het voorjaar op, mits ze op een goede plek staan. Kievitsbloemen hebben wel een hekel aan verplaatsen dus is het van belang om meteen een goede plek te kiezen.