
Geleedpotigen of Ocypode quadrata
Geleedpotigen zijn dieren die voorzien zijn van een UITWENDIG SKELET. Dit skelet bestaat uit chitine dat eventueel kan versterkt zijn met calciumcarbonaat. Opvallend bij geleedpotigen is de AFWEZIGHEID van een inwendig skelet (zoals bij ons). Zoals wij ons skelet nodig hebben omer niet als een dweil bij te liggen, hebben de geleedpotigen hun skelet nodig voor de stevigheid van hun lichaam. We bekijken ze even dichter.
Wat is?
Behoren volgens de Taxonomische indeling tot de familie van de dieren in de Arthropoda stam onderrijk Meercelligen. Het skelet van geleedpotigen bestaat uit een vaak erg harde en levenloze buitenlaag die we de Cuticula noemen. Deze Cuticula bevat chitine wat een koolhydraat is en eiwit voor soepelheid en stevigheid. Bij geleedpotigen bevatten de poten wel gewrichten, en dit teneinde hun beweeglijkheid te bevorderen. Hun lichaam bestaat uit versmolten segmenten die we ‘tagmosis’ noemen, die zich op verschillende plaatsen op het lichaam kunnen voordoen: vb- Bij insecten: kop/borststuk/achterlijf
- Bij spinnen: kop/borststuk
Geleedpotigen zijn segmentarisch opgebouwd, wat wil zeggen dat ze bestaan door een aaneenschakeling (vergroeiing van segmenten. Dit is heel duidelijk te zien in de embryonale fase van fossiele geleedpotige soorten (de trilobieten). Een nadeel van de geleedpotigen is dat ze moeten verschalen (in plaats van vervellen) Daar het schild niet meegroeit met het dier zou het anders een stikkende of verpletterende dood sterven. Verschalen is dus NOODZAKELIJK. Het schild dat hun zoveel veiligheid biedt kan anders hun dood betekenen.
Tijdens het verschalen is het dier UITZONDERLIJK KWETSBAAR. Tijdens het verschalen dat veel energie vergt laat het dier zijn spreekwoordelijke jas letterlijk achter. Tijdens dit proces dat veel tijd in beslag neemt is zijn weke lichaam ketsbaar voor vijanden. Dit verschalen gebeurt dan ook nooit open en bloot maar steeds in een verdekte omgeving of schuilplaatst. Voordeel van deze verschaling: Deze oude huisjes zijn nooit verloren, alles is bruikbaar of eetbaar voor andere waterbewoners.
De manier waarop dit verschalen gebeurt hangt af van diersoort tot diersoort maar komt steeds op hetzelfde resultaat neer.
--> Vb: krabben kruipen achterwaarts uit hun te krappe jas, kreeften langs de voorzijde.
Geleedpotigen zijn gezegend met een zogenaamd touwladderzenuwstelsel. Dit wil zeggen dat hun zenuwstelsel opgebouwd is door een hersenganglion dat verbonden is met zenuwstrengen over de gehele lengte van het lichaam, die zich vervolgens verdikken tot ganglia (hersenstructuren) in de segmenten.
Geleedpotigen vormen de grootste groep dieren in het volledige dierenrijk. Dus we spreken zowel van dieren te land, ter zee en in de lucht.
Hun totale aantal wordt momenteel geschat tussen de 6 en de 8 miljoen verschillende soorten, en nog steeds worden er nieuwe soorten bij gevonden. Er zijn theorieën dat er wel 30 miljoen diversiteiten bestaan doch dit kan niet met daadwerkelijke cijfers gestaafd worden. Wel zijn er drie maal zoveel geleedpotigen beschreven ten opzicht van andere dieren.
Vooral de regenwouden blijken een bron aan nieuwe vormen die zich evolutionair aanpassen aan hun leefomgeving.
Er komen zelfs geleedpotigen voor in de meest barre leef en weeromstandigheden. Men kan dus ook gerust aannemen dat zij de oudste dieren bevatten die ooit op deze aarde rondliepen.
Geleedpotige weetjes
Tot voor 1980 waren er slechts een dikke 2OO.OOO verschillende geleedpotigen beschreven.Wanneer men het dierenrijk in getallen bekijkt zou de omvang van de geleedpotige dierensoort willen zeggen dat 4 op vijf dieren, geleedpotig is. (Tjee)
Onder geleedpotigen of Arthropoda vallen dieren zoals (een rijtje)
- insecten,
- krabben,
- kreeften,
- Garnalen,
- schorpioenen,
- spinnen,
- zeepokken,
- ...
De stam van de geleedpotigen wodt onderverdeeld in vier grote groepen (onderstammen). Deze groepen onderscheiden zich door specifieke kenmerken eigen aan de ondersoort.
Vb: de graad van tagmosis en zijn lichamelijke plaats: vb: de aan- of aanwezigheid van bepaalde ledematen en hun al dan niet vergroeiiingen. Het oersegment van een geleedpotige bestaat uit 2 paar ledematen. Het bovenste deel vervangt de kieuw en is geveerd en het onderste deel wordt gebruikt om te lopen. In vele gevallen blijkt dat er slechts 1 van de 2 paar ledematen per segment aanwezig, en dit doordat door de evolutie deze ledematen vergroeid zijn tot voelsprieten, vleugels, monddelen,…
Er gaan geruchten rond dat deze vier onderstammen van de geleedpotigen geen gemeenschappelijke voorouder bezitten. Toch is dit niet genoeg grond on ze niet onder 1 grote familiestam onder te brengen.
We zetten de vier onderstammen even op een rijtje:
1. Onderstam Chelicerata
Deze groep is de groep van de achtpotigen.Deze groep heeft slechts het onderste deel van zijn oersegmenten behouden. Meestal de voorste zes waarvan de eerste twee dan de monddelen vormen. Hun tweede paar isomgevormd tot antennes en/of voelsprieten en de overige vier zijn poten. De achterste segmenten hebben dan weer enkel het bovenstuk behouden en dat gebruiken ze om te ademen. Bij spinnen noemen we dit deel de BOEKLONG.
Hieronder vallen dieren als (een rijtje)
- Degenkrabben
- Zeespinnen
- Spinachtigen:
- schorpioenen
- Hooiwagens
- Vogelspinnen
- Teken
- Mijten
- …
2. Onderstam Trilobita
Dit is de groep die men als grotendeels uitgestorven beschouwt maar die de meeste fossielen betreft.--> De eerst Trilobita zijn gedateerd in het Cambrium (dat is een geologisch tijdvak van 542 tot 488,3 miljoen jaar geleden)
Typisch kenmerk aan de trilobita is dat de dieren op hun kop 4 paar uitsteeksels bezitten waarvan het voorste paar als antenne fungeerde en de andere drie paar als monddeel. Overige segmenten hebben elk nog twee paar ledematen overgehouden.
3. Onderstam Uniramia of Tracheata.
Deze groep is de grootste groep onder de geleedpotigen.Zij vertegenwoordigen de zespoters of zespotigen.
Deze groep bevat onder andere alle insecten en duizendpotigen (Myriapoda)
Uiterlijk kenmerk aan deze groep buiten hun zes poten is dat elk segment het bovenste paar ledematen verloren is tijdens de evolutie.
Alle lichamelijke uitsteeksels zijn ontstaan uit het onderste deel van een segment. Hun ademhaling wordt geregeld door een inwendig buizenstelsel (tracheeën) dat in contact staat met het externe milieu ten opzichte van het lichaam
4. Onderstam Crustacea of anders gezegd de Kreeftachtigen (schaaldieren)
Deze groep bevat alle dieren (een rijtje)- garnalen,
- kreeften,
- Krabben,
- pissebed,
- vlokreeftjes,
- watervlo,
- …
Een van de specifiekere kenmerken van deze onderstam is, is dat ze allemaal gezegend zijn met 5 uitsteeksels op de kop, waarvan de eerste 2 paar antennes (voelsprieten) zijn en de andere drie monddelen.
De segmenten die hun achterlijf vertegenwoordigen hebben meestal nog twee ledematen overgehouden in de evolutionaire tijd.
Kreeftachtigen komen vooral voor in water (zowel zoet als zout) en voeden zich met plankton, kleine voedseldeeltjes afkomstig uit bodemslik, wieren, levend voedsel en aas.
Een handigheidje in deze groep is dat ze meestal in staat zijn bij gevaar een ledemaat achter te laten bij de vijand teneinde het hazenpad te kunnen kiezen.
Zo een verlies van lid is niet desastreus voor deze groep dieren. Na enkele verschalingen (tegenhanger van vervellen) zal dit lid weer netjes aangegroeid zijn.
De uitzondering op de regel van 4 onderstammen
In de jaren 70 van vorige eeuw werden er te Burgess Shale fossielen gevonden uit het Cambriumtijdperk (542 - 488,3 miljoen jaar geleden). Na uitzonderlijke bestudering werd het meest voorkomende fossiel in de Burgess ShaleIn de jaren '70 werden de uit het Cambrium afkomstige fossielen van de Burgess shale (gelegen in het Canadese gedeelte van de Rocky Mountains in het Yoho Nationaal Park te British Columbia), nauwkeurig bestudeerd. Het meest voorkomende fossiel in de Burgess shale is werd Marella genoemd en werd in eerste instantie ingedeeld bij de trilobieten.
Later bleek echter dat de Marella in gene van de vier groepen echt thuishoorde en dit dordat hij 2 paar uitsteeksels bezat op zijn kop die beiden VOOR de mond geplaatst waren. © 2007 - 2009 Salu, gepubliceerd in Biologie (Dier en Natuur) op 16-01-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Salu is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Garnalen; ze zijn er in soorten en maten: Veel mensen vinden garnalen lekker. Maar de ene garnaal is de andere niet. Er zijn namelijk duizenden soorten op deze wereld te vinden. Overigens is de een wel iets…
- De geschiedenis van de evolutie (530-250 Ma): Evolutie, het verschijnsel ontdekt door Charles Darwin, begon zo’n 3,2 tot 3,8 miljard jaar geleden. Onze planeet heeft hierdoor een uitgebreide geschiedenis van…
- Parasieten bij reptielen en amfibieën: De meest voorkomende ziektes bij amfibieën en reptielen zijn parasitaire infecties. Nakweekdieren hebben minder last van parasieten dan wildvangdieren. Toch is het moge…
- Krasser (chorthippus parallellus): Een korte beschrijving van de krasser (Chorthippus parallellus): de taxonomische indeling en de algemene anatomie.
- De kokosnoot krab of klapperdief: De kokosnoot krab wordt in Nederland ook wel klapperdief genoemd. Klapper is een ander woord voor kokospalm. Het komt van het Indonesische woord kelapa. De kokosnoot krab is…

Reageer op het artikel "Geleedpotigen of Ocypode quadrata"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

