InfoNu.nl > Dier en Natuur > Dieren > Autochtone dieren in Spanje

Autochtone dieren in Spanje

Autochtone dieren in Spanje Spanje is één van de Europese landen met de grootste diversiteit aan flora en fauna. Het is een scharnier voor de vogeltrek tussen Afrika en het noorden van Europa en bezit een grote variëteiten aan habitats en biotopen. Daarom is het niet te verbazen dat een aantal diersoorten vrijwel uitsluitend of in zijn meerderheid in dit land voorkomen. Te denken valt daarbij aan de iberische lynx, de lammergier en -meer bekend- de iberische stier. Hier volgt een short-list.

De iberische stier

De iberische stier is misschien wel het meest emblematische dier van Spanje, met toestemming van de iberische lynx. Vermoed wordt dat de zg. Toro bravo -de robuuste, zwarte stier, die in Spanje ingezet wordt tijdens de stierengevechten- rechtstreeks verwant is aan de oeros. Als de antieke mens niet al door de kracht en moed van dit dier gefascineerd was geweest, dan waren alleen nog zijn tamme soortgenoten overbleven. Want al in Minoïsche tijd werden oerstieren tijdens rituele feesten ter ere aan de goden gebruikt voor offering en vermaak. Op Kreta bestaan in het oude paleis in Knossos muurschilderingen van deze soort stieren en van jongens, die in volle vaart over hen heen springen, een traditie, die nog altijd opbepaalde plaatsen bestaat.

Aan fossielen en andere historische resten valt te herleiden dat een nauwe voorvader van de zwarte stier al duizenden jaren geleden aanwezig was op het Iberische schiereland, al voor de komst van beschavingen, die van de veeteelt leefden. Ze woonden er samen met de holenbeer, de leeuw en de hyena. Ook zij moeten, net als de bison en het rendier, tot voedsel hebben gediend voor de jagers uit de latere IJstijd. Grotschilderingen in Aquitanië en Cantabria, waarin we het onmiskenbaar krachtige silhouet en de vorm van de scherpe horens herkennen, zijn daar een bewijs van.

Oorspronkelijk kwam de soort voor in heel centraal- en noord-Europa, totdat het in de vroege Middeleeuwen bijna in zijn geheel verdwenen was. De iberische stier, in feite een kleine versie van het oeros, is als uniek ras het resultaat van het kruisen met andere rassen uit Afrika. Daarbij werd ervoor gezorgd dat hij zijn oorspronkelijke agressie en oerkracht behield, reden waarvoor ze in Spanje al die eeuwen lang in stand zijn gehouden.

Het vrouwtje van deze soort heeft overigens net zulke spitse horens en is net zo snel op te prikkelen als haar mannelijke soortgenoot. Daarom wordt ze ook nog wel eens gebruikt in zg. vaquillas, teisterfeesten, waarbij mensen in de arena het dier opjagen.

El lince ibérico (Iberische lynx)

De iberische lynx (Lynx pardinus) is een katachtige, die vooral in het zuidelijke gedeelte van het schiereiland voorkomt. Het is een kleinere versie van de Euraziatische lynx (Lynx lynx), ongeveer de helft van diens grootte. Het kleurpatroon van zijn vacht is een mengeling van grauw, bruingrijs tot grijsachtig met op de flanken zwarte motieven.

De iberische lynx karakteriseert zich door zijn lange poten, puntige oren met een kwast van zwarte haren en een korte staart met een zwarte kwast. Aan de zijkanten van zijn kop heeft hij lange bakkebaarden, die pas na zijn eerste levensjaar verschijnen, ook bij de vrouwtjes, al hebben zij die dan meestal wat korter. Ze groeien met de leeftijd. Lynxen van een paar weken oud missen die bakkebaarden dus nog, evenals de kwasten aan de oren.

Het voedsel van de iberische lynx bestaat voor ongeveer 90 % uit konijnen. Daarom is hij een specialist in het jagen van deze kleine prooi. Daarnaast eet hij ook wel hoefdieren, patrijzen, kleinere zoogdieren en vogels, afhangend van de tijd van het jaar en de beschikbaarheid van elk diersoort binnen het gebied, dat hij bestrijkt.

Het habitat van de iberische lynx wordt op dit moment beperkt tot de Zuid-Spanje: de Sierra Morena, de natuurparken van Cardeña en Montoro, en het Nationaal Park van Doñana en omgeving. Er kunnen kleinere gemeenschappen bestaan in de Montes de Toledo en zelfs in het zuidwesten van Madrid. Het natuurreservaat Sierra de Andújar is het gebied, waar het dier het meeste voorkomt. Behalve op het schiereiland komt de diersoort ook voor in Zuid-Frankrijk.

Sinds 1966 staat deze unieke lynx op de lijst van bedreigde dieren. Er bestaan op dit moment slechts ongeveer 250 exemplaren van, die doorlopend in observatie zijn.

De iberische wolf

De Iberische wolf (Canis Lupus Signatus) is een ondertak van de gewone wolf (Canis Lupus). Ook hij leeft alleen op het Iberisch schiereiland, zowel in Spanje als in Portugal. Hij is kleiner dan de andere Europese wolven; de schouderhoogte is ongeveer 70 cm. Volwassen mannetjes wegen gemiddeld tussen de 30 en de 40 kilo, vrouwtjes tussen de 20 en de 35 kilo, en beiden hebben een relatief groot, massief hoofd met driehoekige oren die relatief wat klein zijn. De wat schuine ogen bezitten een geelachtige kleur.

De snoet van de iberische wolf heeft witte vlekken met snorharen rond de lippen. De haren van zijn vacht is niet overal gelijk; er zijn stroken met langer, donkerder of zelfs zwart haar die een deel van de voorpoten bedekken. Ook bij de staart en het schaamgedeelte zijn de haren donkerder.

De wolf is één van de weinige grote vleeseters op het Iberisch schiereiland en zoals dat gaat met roofdieren bestaat zijn voeding vooral uit prooien: grote planteneters en andere zoogdieren.

Het feit dat de iberische wolf haast helemaal uit het Iberische landschap verdween, ligt vooral aan een campagne rond 1950-60 van het toenmalige Franco-regime om het uit te roeien. Dat lukte alleen niet op enkele geïsoleerde plekken, zoals de Sierra Morena. Ook Portugal droeg zijn steentje bij aan deze slachting.

Nu is de Iberische wolf -hoewel nog steeds beschermd- op de terugweg in natuurgebieden van Castilla y Léon, Extremadura, Madrid, Aragón en Guadalajara. Er moeten ongeveer 2000 exemplaren van zijn; 400 in Portugal.

Het iberische varken

Het Iberische varken (foto boven) is een autochtoon varken, dat op dit moment alleen voorkomt op het Iberische schiereiland. Zijn oorsprong loopt terug naar oude tijden, in elk geval rond 1000 v.C., toen hij waarschijnlijk door de Phoeniciërs uit het huidige Libanon werden overgebracht. Die hadden de soort vermoedelijk gefokt uit kruisingen met everzwijnen.

De rol van deze varkenssoort is een voorbeeld van hoe veeteelt kan bijdragen aan het ecosysteem. Dit Iberische ras is tevens een zeldzaam voorbeeld van hoe een ras van buitenaf zich heeft aangepast aan een nieuw habitat, in dit geval de wat droge en rotsachtige gebieden van Castillië, waar vooral de steeneik groeit. Daar leeft het dier van de eikels.

Fysiek verschilt het iberische varken zodanig van het witte varken, dat hij donker van kleur is -zwart tegen grijs aan- en weinig of geen haar heeft. Hij is ook wat kleiner en magerder.

Het iberische varken wordt ook patanegra genoemd, wat letterlijk betekent ‘zwarte hoef’, met als bijbetekenis dat het iets is wat ervaren wordt als 'excellent'. Dat komt omdat de ham, die dit varken levert, van een excellente kwaliteit is. Dankzij hun voeding (meer dan twintig pond eikels per dag!) en het feit dat ze op de velden in alle vrijheid kunnen rondlopen verbranden ze doorlopend calorieën. Bovendien heeft dit varken de capaciteit om vet onder zijn huid en tussen de spiervezels te accumuleren, wat de typische witte stroken veroorzaakt die zijn hammen zo speciaal maakt.

De lammergier

De lammergier (Gypaetus barbatus) is één van de zeldzaamste roofvogels van Europa. Onlangs werd hij opnieuw in de Alpen ingezet, maar nog altijd kan zijn typische silhouet met de enorme spanwijdte van de vleugels maar nauwelijks in de luchten van het oude continent gezien worden. De lammergier kom dan ook in Spanje vooral voor in de Aragonese Pyreneeën (70%, i.e. ongeveer 70 paren). Zijn naam in het Spaans is quebrantahuesos (beenbreker).

Zoals veel gieren is de lammergier een aaseter. Zijn voedsel bestaat dus uit dode dieren, waarvan hij echter alleen het beenmerg eet -90% van zijn voedsel bestaat uit beenmerg. Typisch is daarbij dat hij grote beenderen van op een grootte hoogte laat neervallen zodat het been in kleinere stukken openbreekt. Dit kan hij echter ook soms doen bij levende schildpadden.

Een volwassen lammergier is okergeel, maar omdat hij modder over zijn veren smeert, heeft hij daarvan meestal een roestkleur. De veren aan zijn staart en zijn vleugels zijn grijs. Jonge vogels, die pas na 130 dagen na de geboorte uitvliegen, zijn helemaal donker. Die staat duurt vijf jaar, totdat ze helemaal volwassen zijn.

De lammergier maakt in de broedperiode, van midden december tot midden februari, schrille fluittonen. Het vrouwtje legt slechts één of twee eieren in de winter, waarna die aan het begin van het voorjaar uitkomen.

Bergstreken zijn het natuurlijke habitat van de lammergier, op een hoogte tussen de 500 en de 4000 meter. Omdat hij binnen Europa een bedreigde soort is, worden de gemeenschappen in Spanje beschermd. Ook komt hij in Azië voor, maar daar wordt hij niet bedreigd.

Het grootste gevaar voor deze vogels is altijd vergiftiging door de mens geweest. Dat is vooral te wijten aan onwetendheid; boeren geloofden nl. dat ze lammeren roven. Uit dat geloof stamt dan ook de Nederlandse naam. Studies hebben uitgewezen dat onder natuurlijke omstandigheden lammergieren 150 jaar nodig zullen hebben om in bv. de Picos de Europa, in het midden-noorden van Spanje, terug te kunnen keren. Daarvoor heeft hij dus de hulp van de mens nodig. Momenteel bestaat er een programma om lammergieren terug te brengen naar de Sierra de Cazorla in Andalusië, waar de vogels voor het laatst gezien werden in 1986.

De Cantabrische beer

De Cantabrische beer is een soort van de Euraziatische bruine beer (Ursus actos arctos). Hij komt alleen voor in Spanje, in de bergen van de streek Cantabrië. Op dit moment bestaan er nog circa 150 exemplaren van. Deze berensoort is vrijwel ongevaarlijk voor mensen; liever ontlopen ze ons dan dat ze ons opzoeken.

Ooit was de oso pardo cantábrico over het gehele Iberische schiereiland verspreid, maar sinds begin 20ste eeuw zijn er nog twee kolonies, en beide leven in de Cantabrische bergen. Ze nemen een gezamenlijk territorium in van zo'n 5000-7000 kilometer en bevatten de provincies Asturias, León en Lugo aan de ene kant en aan de andere kant de provincies Palencia, León, Cantabria en Asturias. Beide kolonies zijn gescheiden door een gebied van ongeveer 30-40 kilometer.

In de kleinere oostelijke kolonie zijn er complicaties door een groter aantal geboortes van mannetjes dan van vrouwtjes. Daarnaast zijn de aanleg van wegen en spoorwegen van negatieve invloed. De meest recente bedreiging is de voorgestelde bouw van een skibaan in hun woongebied.

In a ndere landen, waar de bruine beer voorkomt is het dier niet beschermd. Hij komt daar dan ook meestal nog in grote getalen voor. In Spanje bezit de Cantabrische beer echter al sinds 1973 een speciale status. En ondanks dat er boetes van rond de 300.000 euro staan op het doden van een exemplaar, gebeurt dat nog vrij regelmatig.

De iberische bosspitsmuis

De iberische bosspitsmuis (Sorex granarius) is een autochtone soort, die lijkt op de gewone bosspitsmuis (Sorex araneus). Ook hij heeft kleine oogjes, een lange staart en oren, die haast onzichtbaar zijn omdat ze bedekt worden door de haren van zijn vacht.

De voeding van de bosspitsmuis bestaat vooral uit insekten, spinnen en wormen. Daarnaast eet hij slakken, larven en pissebedden, en af en toe ook wel een gewerveld dier. Hij is een aaseter en neemt zo nu en dan ook wel iets plantaardigs. Bosspitsmuizen eten gemiddeld 80 tot 90% van hun lichaamsgewicht aan voedsel, afhankelijk van de temperatuur. Met zijn spitse snuit kan hij een prooi vinden die zich een centimeter of twaalf onder de grond bevindt.

Hij komt voor in het uiterste noordwesten van Spanje, waarbij zijn territorium uitloopt over bijna geheel Portugal, en langs de Taag. Hij houdt van vochtige streken. Ze zijn een goede graadmeter voor de gezondheid van een natuurgebied.

Het lot van enkele andere diersoorten in Spanje

Het konijn (Oryctolagus cuniculus) en de kanarie (Serinus canaria) zijn diersoorten die hun oorsprong hebben op het Iberisch schiereiland en die intussen over de gehele wereld te vinden zijn. Andere, als de iberische steenbok (Capra pyrenaica pyrenaica) en de Canarische scholekster (Haematopus meadewaldoi), zijn inmiddels uitgestorven. Dit geld o.a. ook voor de monnikszeehond in Spaanse wateren, al komt die gelukkig nog elders op de wereld voor.
© 2010 - 2018 Tjiw09, het auteursrecht (tenzij anders vermeld) van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.
Gerelateerde artikelen
De Lynx PardinusDe Lynx Pardinus is een zeldzame katachtige en komt alleen voor op het Iberisch Schiereiland. Daarom wordt hij ook wel I…
Het Iberisch Varken (Spanje)"Cerdo Ibérico" of "Iberisch varken", is een half wild varken dat zich uitstekend heeft aangespast aan de extreme temper…
Extremadura - SpanjeExtremadura - SpanjeExtrema-extreem en dura- hard. De naam van deze streek slaat echter op Extremo del Duero : het niemandsland ten zuiden v…
Herkomst van het konijnHerkomst van het konijnEr zijn veel dingen geschreven over konijnen qua aanschaf en als huisdier maar waar komen konijnen nou oorspronkelijk va…
EK voetbal 1964In 1964 werd toen alweer het 2e EK voetbal gehouden, dit jaar werd het toernooi georganiseerd door Spanje. Dit EK werden…
Bronnen en referenties
  • Inleidingsfoto: Basotxerri, Wikimedia Commons (CC BY-SA-4.0)
  • http://www.ellinceiberico.com/
  • http://www.loboiberico.com/
  • http://www.faunaiberica.org/?page=musarana-iberica
  • http://www.wildsideholidays.com/natural/mammals/78-cantabrian-brown-bear.html
  • http://www.quebrantahuesos.org/

Reageer op het artikel "Autochtone dieren in Spanje"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Meld mij aan voor de tweewekelijkse InfoNu nieuwsbrief
Ik ga akkoord met de privacyverklaring en ben bekend met de inhoud hiervan
Infoteur: Tjiw09
Laatste update: 29-09-2016
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Dieren
Bronnen en referenties: 6
Schrijf mee!