De kattenstaartamarant met veel rode bloemen
De kattenstaartamarant is een eenjarige plant met een geweldige overvloed aan bloemen op lange hangende stelen. Met meerdere stelen hangen de bloemen naar beneden en sieren de tuin of het terras. De kattenstaartamarant kan wel 1,25 tot 2,5 meter hoog worden en is dan ook niet te missen in de siertuin of in het wild. De plant verlangt een zonnige plek en voedselrijk en goed waterdoorlatende grond. De kattenstaart is een goede snijbloem en een veelgebruikte bloem in bloemstukken. Ook om te drogen is de bloem geschikt.
De kattenstaartamarant
De kattenstaartamarant (Amaranthus caudatus) behoort tot de amarantenfamilie (Amaranthus). Het is een eenjarige, exotische plant die in Nederland en België voorkomt als een verwilderde plant of als een gezaaide tuinplant. De oorsprong van de soort is onzeker maar waarschijnlijk komt de plant uit tropisch Amerika. Vanaf de 19e eeuw is de kattenstaartamarant, net als andere amarantensoorten, ingeburgerd in Nederland en België. De kattenstaartamarant wordt veel opgekweekt uit zaad voor in de tuin en kan verwilderen in bermen en ruigten. De kattenstaartamarant heeft veel kleine rode bloemen die op lange hangende stelen staan (bloeiaren). Andere amaranten met rode bloeiaren zijn:
- Amaranthus cruentus of paarse amarant;
- Amaranthus hypochondriacus met een rechtopstaande rode bloeiwijze.
Veel rode bloemen.
Amarantensoorten (Amaranthus)
Andere amarantensoorten in Nederland en België zijn de:
- Franse amarant (Amaranthus bouchonii Tell);
- Groene amarant of bastaardamarant (Amarant hybridus). De kattenstaartamarant heeft de groene amarant waarschijnlijk als oorsprong;
- Papegaaienkruid (Amaranthus retroflexus);
- Nerfamarant (Amaranthus blitoides);
- Kleine majer (Amaranthus blitum);
- Liggende majer (Amaranthus deflexus);
- Witte amarant (Amaranthus albus);
- Argentijnse amarant-incidenteel (Amaranthus standleyanus).
Amaranthaceae
De amarantenfamilie (Amaranthaceae) met het geslacht Amaranthus, heeft een groot verspreidingsgebied in gematigde streken, subtropen en de tropen. Amaranthus is een geslacht van meer dan 60 soorten en van veel soorten worden de jonge bladen, het zaad en de bloemen gegeten. Familiesoorten van de amarant die we kennen als groente of verwerkt worden in de voedingsindustrie zijn o.a.:
- de suikerbiet;
- de voederbiet;
- de rode biet;
- spinazie;
- de snijbiet;
- quinoa. Met de komst van nieuwe quinoarassen (Atlas en Pasto) kan het van oorsprong Amerikaanse gewas nu ook in Europa geteeld worden. Door kruising zijn rassen ontstaan die bestand zijn tegen Europese omstandigheden;
- kortarige zeekraal.
Rode stengel en een kleine bloeiaar in de oksel tussen stengel en blad.
Kenmerken
De kattenstaartamarant is eenslachtig (mannelijke bloemen met alleen meeldraden of vrouwelijke bloemen met alleen stampers) en eenhuizig (mannelijke en vrouwelijke bloemen op dezelfde plant) en bloeit in juli tot en met september. De plant kan 1,25 tot 2,5 meter hoog worden. De bladeren, bloemen en zaden zijn eetbaar en er kunnen kleurstoffen uit de bloemen van de plant gewonnen worden. De kattenstaartamarant kan gezaaid worden als er geen kans meer is op nachtvorst. De planten hebben voedselrijke en water doorlaatbare grond nodig. De plant is een zonliefhebber. Wanneer de kattenstaartamarant tijdig wordt getopt wordt het een brede struikachtige plant. De kattenstaartamarant doet het in de zomer ook goed als potplant op het terras. De rode bloemen op de lange naar beneden hangende stengel (bloeiaar) zijn erg geschikt om te gebruiken als snijbloemen en erg geliefd bij het bloemschikken waar een aparte vormgeving mogelijk is door de lange bloeiaren over de rand van de pot te schikken. Ook kan de kattenstaartamarant in het midden van een tuinperk hoogte geven door de plant in een sierpot te plaatsen. Om te drogen is de bloem eveneens geschikt.
lichtgroen blad met nerven.
Blad en stengels
De rechtopstaande stengel is dik en sterk vertakt. De stengel is groen en rood en hoe ouder de plant wordt hoe roder en dikker de stengel wordt. De lichtgroene en generfde bladeren staan op twee tot zes millimeter lange groene bladstelen, zijn gaafrandig met soms een vaag randje rood. De groene bladstelen kleuren bij het ouder worden rood. De elliptische gevormde bladeren gaan geleidelijk over in de steel en naar de bovenkant van de plant worden ze steeds groter. De stengel, vertakte stengels en bladeren zijn licht behaard.
Bloemen van de kattenstaartamarant
De kattenstaartamarant heeft rode bloemen in lange, overhangende bloeiaren zonder bladeren. Ook komen er enkele bloeiaren in de oksels van stengel en blad voor op dezelfde plant. De bloemen van de kattenstaartamarant geven geen geur, zijn eenhuizig en elk bloemetje heeft vier tot vijf lancetvormige bloembladeren en spitse schutbladeren die in een punt uitlopen. De bloem- en schutbladeren zijn niet samengesmolten. De mannelijke bloemen hebben vijf meeldraden en de vrouwelijke bloemen hebben lange stijlen. Als de bloemen worden beschadigd geven ze een sap af van dezelfde kleur. Veel soorten uit de Amaranthaceaefamilie hebben nectar in de bloemen, maar de kattenstaartamarant niet. Wel hebben de mannelijke bloemen stuifmeel wat de plant tot een drachtplant maakt. Op planten die stuifmeel hebben komen de stuifmeelzoekers zoals bijen, hommels en zweefvliegen op af.
Bloei kattenstaartamarant.
Bloei- en zaadvorming.
Zweefvlieg op de kattenstaartamarant.
Vruchten
De eivormige vruchten van de kattenstaartamarant gaan in de herfst in de breedte open en het piepkleine discusachtige zaadje wordt door de wind verspreid.
Weetje
In het oude Griekenland (3000 jaar voor Christus) was de amarant het symbool van onsterfelijkheid. Bijnamen voor de plant waren dan ook;
- onverwelkbare schoonheid;
- de nooit verkleurende.