Dieren en Noordpool

IJsbeer, bewoner van de ijsvlakten

IJsbeer, bewoner van de ijsvlakten

De ijsbeer is een bijzondere beer welke geheel wit is. Mede door het broeikaseffect is dit schitterende dier langzaam aan het uitsterven, iets wat niet moet gebeuren! In dit artikel alles over de ijsbeer.


Eenzame bewoner van de ijsvlakten

De 'heer van de verlaten poolvlakten', de ijsbeer, is met de kodiak (een andere beersoort) de grootste op het land levende vleeseter. De omvang van de ijsbeer (Thalarctos maritimus) is indrukwekkend: hij kan langer worden dan 2.60 meter en een schouderhoogte bereiken van 1.40 meter. Zijn gewicht kan van vierhonderd tot soms wel achthonderd kilo bedragen. Het lichaam van een ijsbeer is veel langer dan dat van de bruine beer. De kop van de ijsbeer is afgeplat en betrekkelijk klein, met een bijna kegelvormige snuit en een kleine mond. Zeer stevig en groot zijn de poten, met zeer brede voetzolen, die bedekt zijn met dicht en fijn donshaar. De tenen hebben vrij korte klauwen.

De ijsbeer leeft aan de noordelijke kusten van Europa, Azië en van Amerika en op de ijskap van de Noordpool. Soms komt het wel voor, dat er een ijsbeer naar het zuiden afdrijft, wanneer de zeestroom een losgeraakte ijsschots meevoert. De ijsbeer is buitengewoon goed bestand tegen kou, waartegen hij beschermd wordt door zijn vacht en de speklaag onder zijn huid. Hij is een goede zwemmer en kan tientallen kilometers afleggen in het koude water van het uiterste noorden, met een snelheid van vijf kilometer per uur. Het schijnt trouwens, dat hij het liefst in koud water zwemt.

Goede overlevers

Bij het zoeken naar voedsel zijn ijsberen het hele jaar actief. Een bepaalde grot als vaste verblijfplaats hebben ze ook niet. Als ze uitrusten, doen ze dat gehurkt, zonder zich erover te bekommeren als ze door sneeuw bedekt worden. Als ze wakker worden, schudden ze de sneeuw van zich af en hervatten ze hun wandeling. Wanneer er stukken van het ijs losraken, kan een ijsbeer lang op een ijsberg vertoeven. Ook als ze door voedselgebrek zijn uitgeput, zijn ze in staat lange afstanden te zwemmen om de oever of de vaste ijsvlakte te bereiken.

Een echte vleeseter

De ijsbeer, ook wel poolbeer genoemd, leeft meestal in groepen, die bestaan uit een mannetje, een wijfje en één of twee jongen. Toch gebeurt het vrij vaak dat er mannetjes alleen leven. Slechts heel zelden verenigen ijsberen zich in grote groepen, behalve wanneer ze een 'walvis-banket' houden, als walvisjagers kadavers hebben achtergelaten. Anders dan de kleine beren is de ijsbeer een zeer uitgesproken vleeseter. Deze eigenschap komt ook tot uiting in de vorm van zijn kiezen, die minder breed zijn dan bij de rest van zijn familie en die een scherpe boventand hebben. Zijn geliefde voedsel bestaat uit zeehonden, jonge walvissen en dolfijnen en allerlei andere vissen, die hij op behendige wijze weet te vangen. Dit komt door zijn uitstekende zwemkunsten.

IJsberen zijn buitengewoon handig in het vangen van zalmen aan riviermondingen, wanneer deze vissen zoet water opzoeken om er hun eieren te leggen. Ook zijn ze zeer bedreven i nde jacht op de argwanende en angstige zeehonden. Wanneer de ijsbeer een zeehond in zee heeft bespeurd - de ijsbeer heeft behalve een zeer goed ontwikkelde reuk ook een scherp gezichtsvermogen - duikt hij het water in. Tewijl hij 'boven de wind' blijft zwemmen, nadert hij de nietsvermoedende zeehond. Het grootste deel van de afstand legt de ijsbeer onder water af, terwijl hij van tijd tot tijd omzichtig zijn kop uit het water steekt om adem te halen en de bewegingen van zijn prooi in de gaten te houden.

Wanneer hij tot vlak bij zijn prooi is genaderd, zwemt hij een lang eind onder water om de zeehond tenslotte van onder wtaer te grijpen. Zijn wurggreep is bijna altijd dodelijk. In de winter houden zeehonden altijd een wak in het ijs open, waar ze in duiken om te vissen en waar ze hun kopuitsteken om adem te halen. Wanneer e ijsbeer een van deze wakken heeft ontdekt, is hij in staat er uren lang gehurkt bij te zitten wachten op de zeehond om die met zijn klauwen te kunnen grijpen, wat hem overigens niet altijd lukt.

Bedreiging voor de volkeren van de Noordpool
De verhalen gaan, dat de ijsbeer alleen landdieren aanvalt, wanneer hij geen voedsel in zee of tussen het ijs kan vinden. In dat geval valt hij alle dieren aan, van lemming (het kleine knaagdier van het hoge Noorden) tot aan het rendier. Voor de noordelijke volken kan het gevaarlijk zijn, wanneer er ijsberen, door de honger gedreven, naar hte zuiden trekken. Ze kunnen een enorme schade aanrichten aan hun huisdierenbestand. Men moet voor ogen houden, dat in de gebieden waar de ijsbeer woont, weinig groeit wat mensen en beren tot voedsel kan trekken. Ook een ijsbeer vindt in de zomer alleen maar mos, zwammen en algen. De schaarste aan voedsel maakt de ijsbeer tot een dier dat alles graag eet.

Uit getuigenverslagen van poolonderzoekers is bekend dat wanneer ijsberen beslag weten te leggen op de voorraden van de reizigers, ze niet alleen vlees veroberen, maar ook beschuit, koffie en andere waren. Een onderzoeker vond in de maag van een gedode ijsbeer zelfs tabak, rozijnen en verbandlinnen. Een zeeman, die in Groenland door een ijsbeer werd achtervolgd, wist zich te redden door steeds kledingstukken uit te trekken en naar de ijsbeer te gooien, die steeds bij een kledingstuk bleef stilstaan om het te onderzoeken en het daarna in zijn mond te steken.

Het zoeken van een nest

Aan het begin van de lange poolwinter verwijderen de vrouwtjes die jongen moeten krijgen, zich van de kust om een beschutte plek tussen de ijsblokken te zoeken. Ook graven ze wel eens een gang in de sneeuw. De vetlaag van de ijsbeer, waar zijn lichaam lang op kan teren als hij geen voedsel kan bemachtigen, beschermt hem tegen de kou. De jongen worden geboren in het hartje van de winter, met twee of drie tegelijk. Ze zijn blind en niet groter dan een konijn.

In april, wanneer de winter afloopt, hebben de jongen de afmetingen van een poedel gekregen en dan gaan ze met de moeder mee op zwerftocht om voedsel te zoeken. In die periode koestert de berin haar jongen met de grootste zorg. Ze verdedigt hen tegen middelgrote roofdieren, die zeer gevaarlijk kunnen zijn en ze draagt hen mee op haar rug, als ze vermoeid zijn.

Het karakter

Over het karakter van de ijsberen lopen de meningen uiteen. Voor sommige poolreizigers is de ijsbeer een sluw, arglistig en wild dier. Anderen zeggen dat hij in het algemeen niet kwaadaardig is en liever vlucht dan de mens aan te vallen. In werkelijkheid zal hij waarschijnlijk alleen mensen aanvallen, wanneer hij door de honger gedreven wordt of wanneer de jongen gevaar lopen. Vast staat dat wanneer hij wordt aangevallen of als hij gewond wordt, hij een geduchte en gewiekste vechter is.

Jacht op de ijsbeer

De jacht op de ijsbeer is gevaarlijk, ook vanwege de moeilijke omgeving waarin deze zich afspeelt. Toch wordt de ijsberenjacht druk beoefend door de noordelijke volkeren. Vallen, strikken en klemmen zijn hierbij van weinig nut, want meestal weet een ijsbeer zich daar wel uit te bevrijden en ze kapot te maken. Daarom móet men wel vuurwapens gebruiken, die men trouwens goed moet kunnen hanteren, want een schot is alleen maar dodelijk, als het de kop of het hart treft. De jacht met de harpoen vereist grote bedrevenheid, uiterste nauwkeurigheid bij het mikken, een grote kracht in de armen en de nodige onverschrokkenheid.

uit de ervaring van jagers leidt men af, dat de ijsbeer banger is voor honden dan voor mensen en dat hij ook bang is voor vuur, voor rook en voor sterke, onverwachte geluiden. Dit zijn allemaal dingen die ongebruikelijk zijn in de verlatenheid van de ijsvlakten, waar het dier leeft.

De Eskimo's joegen vroeger op de ijsbeer volgens een ingenieus systeem. Ze namen een balein van een walvis en trokken deze zo krom als een horlogeveer. Die balein was 10 centimeter breed en ongeveer 60 cm lang. Om deze 'gespannen veer' heen smeerden ze een dikke laag vet, zodat het geheel de vorm kreeg van een bal, die in de koude snel hard werd. Wanneer de jagers een beer hadden gesignaleerd, daagden ze hem uit door hem met pijlen te beschieten, totdat de getarte zoolganger tot de tegenaanval overging. De jagers gingen dan op de vlucht, maar lieten de vetbal achter. Altijd begerig naar voedsel snuffelde de ijsbeer aan het vreemde voorwerp. Omdat het de indruk maakte eetbaar te zijn, slikte hij het in. In de maag liet het vet door de warmte los en de veer sprong, zodat de ingewanden van het dier verscheurd werden en de ijsbeer dus spoedig stierf. Deze methode wordt thans nog wel gebruikt, maar de jacht met vuurwapens wordt meer toegepast.

Nadat een ijsbeer gedood is

De Eskimo's en de andere volkeren uit het hoge Noorden gebruikten de warme huid vande ijsbeer als dekkleed, het vet als brandstof en het vlees als voedsel. Ook over de eetbaarheid van ijsberenvlees lopen de meningen van de poolonderzoekers uiteen. Nansen noemt het goed eetbaar, anderen noemen het moeilijk te verteren en zeggen, dat het maag- en darmstoornissen veroorzaakt. De overlevenden van het luchtschip 'Italia' die gedurende hun verblijf op de ijskap een ijsbeer wisten te doden, vonden dat ze na het eten van het vlees van de ijsbeer een vreselijk opgeblazen gevoel kregen.

Ook is het geloof verbreid, dat het eten van ijsberenvlees vroeg oud maakt. Altijd leest men in de verslagen van poolreizigers, dat ingewanden en lever van de ijsberen ernstige vergiftigingen kunnen veroorzaken en alleen als voedsel voor de honden konden dienen.
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 22-05-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "IJsbeer, bewoner van de ijsvlakten"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.