Zieke Dieren en Hondsdolheid

Hydrophobia bij huisdieren en mensen

Hydrophobia bij huisdieren en mensen

Hydrophobia is een oude Engelse benaming voor de ziekte die wij meestal Hondsdolheid of Rabiës noemen. Er zijn ook nog andere benamingen in omloop voor deze –bijna altijd dodelijke - virusziekte; zoals Rage, Razernij en Lyssa. De verklaring voor Hydrophobia (vrij vertaald watervrees) komt u later in dit artikel nog tegen.


Het virus kan elk zoogdier (o.a. vossen, honden, katten, apen en vleermuizen) en ook de mens aantasten via het speeksel van besmette dieren. In Amerika komen ook besmette wasberen voor. Mensen worden meestal besmet door een beet, of doordat er speeksel in een open wondje komt. Het virus verspreidt zich vervolgens in de spieren en via de zenuwbanen, naar het ruggenmerg en de hersenen. Na de besmetting is er een incubatietijd (=tijd tussen besmetting en de eerste symptomen). Die incubatietijd is afhankelijk van de plaats waar men gebeten is. Beten in het gezicht hebben de kortste incubatietijd. De wetenschap beschrijft een tijd van 9 dagen tot 7 jaar, maar als gemiddelde wordt 3 tot 8 weken genoemd.

Wordt het slachtoffer niet behandeld dan zijn de eerste symptomen eigenlijk van een algemeen karakter:
  • koorts
  • hoofdpijn
  • malaisegevoel
  • verhoogde spierspanning
  • tintelingen en jeuk in het gebeten lichaamsdeel
  • overgevoeligheid voor licht en geluid

Op basis van de verder symptomen kun je de ziekte in 2 typen indelen;
  • Rabiës Furiosa - Hyperactiviteit, agressie, en spierkrampen. Het zien van water en drinken kan zelfs krampaanvallen veroorzaken van de ademhaling- en slikspieren, waardoor de patiënt angst krijgt voor water (weet u nog…Hydrophobia?!)
  • Rabiës Paralytica - Vooral verlammingsverschijnselen.

Bij beide typen raken de patiënten tenslotte in een coma en overlijden. Wereldwijd vergt Hondsdolheid nog 40.000 tot 70.000 doden per jaar, voor 80% in Azië en India. Ongeveer 10 miljoen mensen worden per jaar na een beet behandeld met immunoglobulinen en Rabiësvaccin. Vroeger hadden deze vaccins vaak ernstige bijwerkingen en was men niet zo scheutig met het uitdelen. Wanneer iemand door een met Rabiës besmet dier is gebeten, dan neemt men natuurlijk deze bijwerkingen wel voor lief, want er zijn wereldwijd maar weinig gevallen beschreven van mensen die Rabiës hebben overleefd.

Een stukje hondsdolle geschiedenis uit Nederland

Reeds in 1924 was een ministeriële beschikking nodig voor de preventieve behandeling na een hondenbeet. Er werden 4 gevallen aangegeven. Twee personen waren door honden gebeten waarvan het onderzoek uitwees dat zij aan Hondsdolheid hadden geleden. Bij 1 was onderzoek niet mogelijk omdat de dode hond was vernietigd en bij 1 bleek dat er van Hondsdolheid geen sprake was geweest. De volgende regeling werd door het ministerie op 12 maart 1924 getroffen:
“Na uitbranding van de wond, liefst met den thermocauter, in geen geval met nitras argenti (zoo mogelijk binnen één”uur na den beet), moet den gebetene zoo spoedig mogelijk naar Utrecht gezonden worden. Telegrafisch bericht is wenschelijk, opdat dadelijk na aankomst een aanvang kan worden gemaakt met de behandeling. De gebetenen moeten 14-21 dagen te Utrecht verblijf houden. Zij kunnen en den regel ambulant behandeld worden en logeeren dan in een hotel, pension of privaatwoning. Opneming in een ziekenhuis is slechts bij uitzondering noodig. Ik kan hier nog bijvoegen, dat de onkosten van de reis en van het verblijf van on- en minvermogenden geheel of gedeeltelijk door het Rijk gedragen worden".

In 1962 was er een bijzondere “uitbraak” van Rabiës in Nederland. Bijzonder omdat de ziekte eerst bij de mens werd geconstateerd voordat een besmet dier bekend was. Het aantal slachtoffers bedroeg 4, mogelijk 5. Op vrijdag 7 september ‘62 werd in Amsterdam de hulp ingeroepen van de huisarts voor een 3-jarig jongetje, dat bij onderzoek wat onduidelijke ziekteverschijnselen had, waaronder lichte verhoging en geringe evenwichtsstoornissen. Het kind zou sinds 14 dagen ook erg prikkelbaar en ruzieachtig zijn en een broertje en de verloofde van een zusje hebben gebeten. De volgende dag overleed het kind. Toen de moeder als mogelijke oorzaak ook de beet van een klein wit hondje omstreeks eind juli noemde, in combinatie met de waargenomen merkwaardige angst van het kind bij het zien van een vloeistof, bracht dit de huisarts op het idee dat hier wel eens sprake zou kunnen zijn van Rabiës. Van zijn vermoeden deed hij aangifte.
De oorzaak van de Rabiës was het witte hondje dat enkele maanden voor de uitbraak in een dierenasiel werd gedood echter zonder onderzoek op Rabiës in te stellen. Het hondje heeft tussen de 22 en 30 personen gebeten. Een vaccinatiekuur werd aan 324 personen gegeven omdat ze mogelijk door een besmet dier waren gebeten.

Na aanleiding van dit geval werd in de betrokken gemeenten een aanlijn- en muilkorfgebod van kracht. Bovendien werd het aanlijnen van alle honden in Nederland verplicht gesteld. Er werd ook een vaccinatiecampagne ontwikkeld met het doel alle honden in Nederland voor maart 1963 tegen Rabiës in te enten. Eind februari was ruim 80% van de hondenpopulatie ingeënt en werden de voorgaande maatregelen opgeheven. De door het Rijk gesubsidieerde vaccinatie van honden onder de leeftijd van 6 maanden werd per 1 januari 1965 ingetrokken. In de jaren ’65, ’72 en ’79 werden er met Rabiës besmette honden naar Nederland geïmporteerd maar dit heeft gelukkig geen gevolgen gehad.

Sinds 1945 is er in Nederland tweemaal Rabiës geconstateerd bij mensen die het in het buitenland hadden opgelopen. In 1950 betrof dit een 27-jarige militair, die 7 maanden na terugkomst uit Indonesië delirant werd en na een dag overleed. Hij had tijdens zijn korte verblijf in de Utrechtse kliniek tweemaal iemand gebeten. In 1996 overleed een 49-jarige Marokkaanse man in een ziekenhuis in Alkmaar. De man was een maand eerder tijdens zijn vakantie in Marokko door een hond in zijn gezicht gebeten. Deze hond had al meerdere mensen gebeten en zou later zijn afgemaakt. De wond was verzorgd en de man was gestart met een serie Rabiësvaccinaties maar had geen immunoglobulinen toegediend gekregen.

In 1987 deed zich in Nederland een nieuw fenomeen voor; Rabiës bij vleermuizen. In de middag van zaterdag 30 mei 1987, vond een echtpaar in Friesland een piepende vleermuis in de begroeiing naast een pad. Bij een poging het diertje weg te laten vliegen, werd de echtgenoot in zijn hand gebeten. Bij toeval ontmoette hij even later een boswachter en deze adviseerde hem voor alle zekerheid de vleermuis op Rabiës te laten testen, omdat hij pas in zijn vakliteratuur had gelezen dat vleermuizen soms aan deze ziekte konden lijden. De test, uitgevoerd bij het Centraal Diergeneeskundig Instituut in Lelystad bleek positief. Vleermuisbeten zijn sindsdien reden tot post-expositie-immunisatie. In juli 1997 werd Rabies geconstateerd bij de vleermuizenkolonie in de Diergaarde Blijdorp. Het is niet duidelijk hoe het virus in de kolonie was geïntroduceerd.

Rabiës bij vossen in Europa

De toename van Rabiës bij vossen in Europa is begonnen in 1939 aan de Pools-Russische grens en verspreidde zich westwaarts. De tweede wereldoorlog en de naoorlogse ontwapening van Duitsland heeft op een zekere manier bijgedragen aan de verspreiding omdat vossen in die tijd niet mochten worden geschoten. Het virus werd met een snelheid van 20-30 kilometer per jaar in westelijke en zuidwestelijke richting uitgebreid. In ’68 werd er in Frankfurt/Main door 20 Europese landen, waaronder Nederland aan een ‘Çonference on the Suveillance and Control of Rabies’ deelgenomen.

Pas in augustus 1974 werd in Nederland de eerste aan Rabiës gestorven vos gevonden (in Sellingen, Groningen). In Zuid-Limburg werden vanaf januari ’76 tot juli ’77 besmette vossen aangetroffen waarna het probleem in Nederland over leek te zijn. Maar vanaf ’83 tot ’88 deden zicht toch nog regelmatig gevallen van Rabiës voor bij vossen in de grensgebieden.
Door in 1989 met een in ’78 ontworpen oraal vaccin vaccinatiecampagnes te houden (lokaas met het orale vaccin werden op strategische plaatsen neergelegd) in Duitsland, Nederland en België is dit probleem verdwenen.

Preventie bij mensen

  • Als je naar een gebied gaat waar Hondsdolheid voorkomt, dan kun je laten inenten.
  • In het buitenland nooit loslopende honden aaien!
  • Indien je gebeten wordt door een autochtone hond of kat of een ander dier dat er verdacht uit ziet, moet je meteen de wond uitwassen, ontsmetten en naar een dokter gaan.
  • Geen vleermuizen hanteren zonder handschoenen.
  • Geen vossen die tam lijken aanraken.

Preventie bij honden

  • Laat honden vanaf de leeftijd van 12 weken inenten. De nieuwste enting werkt wel 3 jaar!
Vaccinatie is verplicht voor dieren die naar het buitenland reizen en in België voor alle huisdieren ten zuiden van Samber en Maas. De inenting dient ten minste 21 dagen voor vertrek zijn toegedient en bijgeschreven in het Europees dierenpaspoort.

Engeland
Is een Rabiësvrij land waar tot 2001 honden van buiten niet binnen kwamen, tenzij ze eerst 9 manden in quarantaine werden gehouden, wat voor vrijwel iedereen te lang was om dit een praktische optie te maken. Sinds 2001 kunnen echter honden het land in die:
  • Meer dan 7 maanden geleden zijn ingeënt
  • Gecontroleerd zijn door middel van een bloedproef in een aangewezen laboratorium op het gevormd hebben van voldoende antistoffen.
  • Recent (exact 48 uur van te voren) zijn behandeld met aangewezen middelen tegen wormen en teken
  • Voorzien zijn van een door een dierenarts en de Rijksdienst getekend certificaat en een identificatiechip
* Bijzondere eisen voor het meenemen van uw hond gelden ook voor Ierland, Malta en Zweden

In 1996 werd voor het eerst bij een Britse vleermuis het Rabiës virus gevonden en in 2002 overleed een vleermuisenthousiast aan Rabiës na een beet, het eerste Britse inheemse geval van Hondsdolheid sinds bijna een eeuw.

Europa
In augustus 2004 werd er in Europa nog groot alarm geslagen. In het asiel van Bordeaux was er een hond overleden aan Rabiës die zeker 7 mensen had gebeten tijdens haar zwerftocht door het zuidwesten van Frankrijk. In het grote hospitaal van Bordeaux lagen 300 antidoses klaar. Op 26 februari 2008 is in Frankrijk, in de plaats Grandpuits (Seine-et-Marne) een geval van hondsdolheid bij een hond vastgesteld. Het dier had de besmetting opgelopen door contact met een hond afkomstig uit Marokko. Dit dier heeft meerdere honden besmet en een 12 jarig jongetje gebeten. Er zijn naar aanleidig van deze gevallen 120 kinderen en enkele volwassenen gevacineerd.
© 2008 - 2010 Jo-62, gepubliceerd in Zieke Dieren (Dier en Natuur) op 06-12-2008, laatst gewijzigd op 17-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Jo-62 is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen

Bronnen en/of referenties

  • Jolanda Leijdens - Terrier Times maart 2006
  • Bronnen: RIVM – WIKIPEDIA – TELEGRAAF – NEW YORK TIMES

Reageer op het artikel "Hydrophobia bij huisdieren en mensen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.