Vogels en Mus

Onze huismussen in gevaar!

Onze huismussen in gevaar!

Door verstedelijking en gebrek aan woonruimte en voedsel is het aantal huismussen in ons land de afgelopen jaren drastisch afgenomen. In de afgelopen decennia heeft er een dramatische halvering van het aantal broedende paartjes plaatsgevonden. De mus, die tot voor kort de meest algemene broedvogel van Nederland was, komt nu na de merel op de tweede plaats. Vogelbescherming Nederland wil voorkomen dat de huismus uit ons straatbeeld verdwijnt. Wat kunt u zelf doen?


De huismus wordt bedreigd

Huismussen leven al eeuwenlang in de omgeving van mensen. Vroeger broedden ze massaal onder de daken van huizen en zochten op akkers naar graan. Door de verstedelijking is ons land steeds kaler en schoner geworden. Veel daken zijn door moderne woningbouw voor de huismus ontoegankelijk geworden en graan- en korenvelden hebben plaatsgemaakt voor industrie. In de jaren zeventig waren er nog tussen de 1 en 2 miljoen huismussenpaartjes, nu broeden er tussen de 500.000 en 1 miljoen paartjes in ons land en dit aantal neemt sterk af.

Wereldwijd huismussen

In welk land je ook komt, je vindt er altijd wel huismussen. Het diertje is een van de meest wijdverbreide vogelsoorten in de wereld. De mus is in staat zich aan te passen aan allerlei omstandigheden en leeft waar mensen leven. Vanaf 9000 v C begon de huismus zijn leefgebied uit te breiden, geholpen door landbouwers en veetelers. De mus vond nestgelegenheid en voedselbronnen in huizen en voorraden en verspreidde zich sindsdien succesvol. Van oorsprong is de mus afkomstig uit Europa, Azie, Noordwest Afrika en de Nijlvallei, maar overwintering in veestallen zorgde ervoor dat de mus de mens kon volgen naar koudere streken, tot aan Siberie toe. Door kolonisten zijn mussen ingevoerd in Zuid-Afrika, Amerika, Australie en Nieuw-Zeeland en ongemerkt liften ze mee naar allerlei uithoeken in de wereld. De mus is de meest bekende vogel in de hele wereld.

Waar wil de mus wonen?

Huismussen vind je niet in grote natuurgebieden en bossen. De belangrijkste leefomgeving is daar waar mensen wonen. De musdichtheid in de stad ligt bijna twee keer zo hoog als op het platteland. De mus kiest het liefst tuinen of parken uit om in te leven, terwijl ze het liefst een nest maken op een huis met een pannendak waar ze een holte zoeken. Gaten en muurnissen in gebouwen of bomen zijn geschikt. Als deze mogelijkheid er niet is, zoeken ze nestruimte in een tuin. Hoe slordiger de tuin hoe liever. De mus zoekt beschutting in struiken en bomen, het liefst soorten die het hele jaar groen blijven. Het grootste deel van het jaar verplaatst de mus zich niet verder dan 600 meter van het nest, en in het broedseizoen is deze afstand nog korter. In de winter zoekt de mus bescherming in gezamenlijke rustplaatsen in een heg of boom of een dichte klimplant. Ze leven in kolonies tot wel veertig vogels. Mannetje en vrouwtje bouwen samen aan het nest dat bestaat uit droge grassprietjes, aangevuld met strootjes, takjes, halmen, stengels en wortels van planten. Van binnen wordt het bekleed met plukjes schapenwol, paardenhaar, mos, maar ook met pluis van paardenbloemen en zelfs stukjes stof, wol, katoen en tissues.

De mus is zeer sociaal

In een geschikt milieu verzamelen huismussen zich in broedkolonies en veel van hun dagelijkse bezigheden doen ze gezamenlijk. 's Avonds verzamelen ongepaarde mussen zich op gezamenlijke slaapplaatsen. Deze bevinden zich meestal in een dichte struik of boom, of in een grote klimop. Op zo'n slaapplaats vindt eerst een 'vergadering' of 'sociale zang' plaats waarbij de mussen met zijn allen luid tsjilpen. Het grootste voordeel van gezamenlijk eten, slapen en het nemen van stofbaden en waterbaden is dat de overlevingskansen zijn vergroot omdat 'roofdieren' zoals bijv. de kat eerder opgemerkt wordt.

Het broeden

Het broedseizoen in West-Europa begint in april, hoewel paarvorming en het vinden van een geschikte nestplaats al in de voorafgaande winter is gebeurd. Tussen april en augustus worden twee tot drie legsels grootgebracht van elk vier tot vijf eieren. De eitjes zijn wit of lichtgroen gekleurd met bruine spikkels. De musjes komen kaal en hulpeloos naar buiten. Na twee weken vliegen de jongen uit en worden nog een kleine veertien dagen door hun ouders gevoed, vooral door de vader. Paartjes blijven in principe bij elkaar voor het leven. Helaas is in het broedseizoen het sterftecijfer onder de mussen hoog dus worden er regelmatig nieuwe paren gevormd. In het eerste levensjaar sterft 80 procent van de mussen door gebrek aan ervaring.

Wat eten mussen?

Volwassen huismussen eten voornamelijk zaden van grassen en kruiden. In akkerbouwgebieden worden ook veel granen gegeten en bij veebedrijven is veevoer een belangrijke voedselbron. In steden wordt het dieet aangevuld met menselijke etensresten zoals brood en bewust verstrekt vogelvoer. Verder eten ze knoppen, scheuten, fruit en sommige bloemen. In het broedseizoen eten ze tevens insekten. De babymus wordt in de eerste dagen gevoerd met een eiwitrijk insektendieet, zoals vliegen, muggen, kevers, bladluizen, rupsen en zelfs spinnen. Geleidelijk komt er dan plantaardig voedsel bij, zoals brood en graan.

Verontrustende afname mussen

Vooral de snelheid waarmee het aantal mussen in Nederland en andere West-Europese landen afneemt is verontrustend. In de jaren negentig was er een stroomversnelling. Op het platteland is de afname geleidelijker en lijkt nu stabiel. In de stedelijke gebieden begon de afname later maar het proces verloopt er rap en gaat gestaag door. De mus hoeft nog niet te worden gezien als zeldzaam maar actie is noodzakelijk om de afname een halt toe te roepen. Op gemeenten en bouwbedrijven wordt een beroep gedaan zodat de omgeving huismusvriendelijker gemaakt kan worden.

Wat kunt U zelf doen?

  • Tafelkleed en placemats buiten uitkloppen, het liefst op een vaste plaats. Ook kruimels op uw bord kunt u naar buiten brengen. De mus is een heel dankbare vogel. Zodra ze doorhebben dat je regelmatig broodkruimels geeft, gaan ze op gezette tijden al op je wachten.
  • Geef eens iets anders, bijv. kaaskorstjes, koekkruimels, resten gekookte rijst en aardappel. Kaas is eiwitrijk en dit zullen ze dan ook onmiddellijk verslinden. Voer het hele jaar door, vooral ook met slecht weer.
  • Tuin en balkon vogelvriendelijk maken. Kies beplanting die ervoor zorgt dat er het hele jaar insekten en zaden zijn te vinden. Houd katten uit uw tuin weg. Als u zelf een kat heeft doe hem een belletje om zodat de mus wordt gewaarschuwd. Kies dichte struiken of een haag waar de mus kan schuilen. Bessenstruiken zijn ook een goed idee, evenals bloeiende planten waar insekten op afkomen. De insekten vormen weer een voedselbron voor de mus.
  • Speciaal vogelvoer, aangevuld met vetbollen en pindanetjes in de winter. In tuincentra en dierenwinkels is er high energy voer verkrijgbaar en dat is precies het eiwitrijke voedsel dat de mus nodig heeft in het voorjaar.
  • Plaats een drinkschaal in uw tuin zodat de mussen kunnen drinken en baden. Bij vorst de schaal binnenhouden of afdekken met gaas zodat de mus niet per ongeluk in het water kan en bevriest. Het is een ongelooflijk genoegen bij warm weer de musjes te zien badderen in een waterbadje.
  • Geef de mus onderdak. Mussen broeden graag onder dakpannen. Helaas is de toegang tot de onderste reeks pannen vaak afgesloten door gaas. Door deze barriere een rij naar boven te plaatsen, kunnen mussen weer een nest maken onder de onderste rij pannen. Je kunt ook speciale mussenpannen op uw dak zetten, en hoe meer hoe beter. Mussen broeden namelijk graag met meerdere paartjes bij elkaar.
  • Speciale mussenpotten of nestkasten tegen uw huis of schutting plaatsen. Deze zijn verkrijgbaar bij tuincentra, dierenwinkels en de winkel van Vogelbescherming. Plaats minstens twee of drie potten met een onderlinge afstand van een meter. Nestkasten kunt u ook zelf maken.

Met deze lijst maatregelen kan het zorgwekkende tij worden gekeerd zodat de huismus weer een vertrouwd beeld gaat vormen in ons leefmilieu, precies daar waar hij hoort. Bij ons.
© 2007 - 2009 Astrid-d-g, gepubliceerd in Vogels (Dier en Natuur) op 27-09-2007, laatst gewijzigd op 26-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Astrid-d-g is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde links

Vogels eigenstart, Mussen startkabel, Vogels 2link Be, Vogels startkabel en Vogels startpagina Be.

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Onze huismussen in gevaar!"


Door Harry op 03-10-2008

Aan mussen hier geen gebrek, gewoon een laurier in de tuin laten groeien en als het effe kan de buren ook.
Hier zijn momenteel in elk geval meer als 50 mussen actief.
Een busje met vogelzaad ophangen doet de rest.
:-)

Door P. Verberne op 22-04-2008

Er wordt al jaren alarm geslagen over de achteruitgang van de huismussenstand. Dat zou komen doordat er te weinig nestelgelegenheid wordt geboden in de hedendaagse woningen. De vernieuwing van het woningbestand is echter veel minder snel gegaan dan de achteruitgang van de mussenstand. In mijn "oude" wijk zijn ook minder mussen, terwijl er geen dakpan is veranderd. Dat argument is dus gewoon gelul en het bedenken van allerlei nestelgelegenheden is onzin. Hoe goed ook bedoeld.

De achteruitgang van de mussenstand viel toevallig wel samen met de groei van de mezenstand. Al die verontruste vogelliefhebbers hebben daar geen verband in gezien. In het verleden werden vogels niet bijgevoerd met vetbollen etc, maar uitsluitend met kruimels van het uitgeklopte tafelkleed. Inmiddels hebben de mussen geleerd om te eten van de vetbollen en komen langzamerhand weer terug. Tegelijkertijd zie ik de mezenstand in mijn tuin afnemen.

Door Dian op 27-09-2007

Toevallig dat er een nu een artikel over de mussen is. Ik vond al jaren dat je geen mus meer zag, maar vorige week heb ik er wel 30 geconstateerd weer bij mij op het plein tussen de struiken. Zelfs de buren hebben het er onderling over. Dus goed dat er aandacht aan besteed word anders zijn we die beesten ook kwijt over een aantal jaar. Reactie infoteur op 29-12-2007:Hi Dian, dank voor je waardering en wat een leuke reactie. Groet, A.