De Knue  een Europese Cultuurvogel

De Knue een Europese Cultuurvogel

In dit artikel wil ik u graag kennis laten maken met de knue, latijnse benaming carduelis canabina. De kneu is een minder kleurrijke vogel dan de meeste andere Europese cultuurvogels; daar staat tegenover dat het een van de betere zangers is. Maar ondanks zijn mooie zang is hij toch niet in grote getale aanwezig in onze volières; misschien om zijn overwegend bruine kleur; bovendien blijft hij lang schuw en bang en is daarom zelden een rustige tentoonstellingsvogel.

DE KNEU

Latijnse benaming: carduelis canabina.

De kneu behoort tot de familie van de vinkachtigen. De Nederlandse naam is kneu. Bij ons in de streek (rond Weert ) is de kneu vooral bekend als kneuter of heivink.
Kleur van de man: voorhoofd karmijnrood met blauwgrijze
wangen; snavel grijsachtig; keel vuilwit met donkere streepjes; borst karmijnrood; rug kastanjebruin; vleugels kaneelbruin met lichtere randen in de grote pennen. Stuit vuilwit met een weinig rood; donkerbruine staartpennen met lichtere randen; poten donkerbruin met zwarte nageltjes. De pop is grauwer van kleur en mist de rode kleuren van het mannetje.
De kleur, zoals hierboven omschreven, is de kleur van de in het wild levende vogel. In onze volières zijn de kop- en borstkleur van de man gewoonlijk minder rood. Ook wanneer wij kleurstof geven zal de kleur doorgaans niet hetzelfde zijn als van de in het wild levende vogels. De kneu is ongeveer 13.5 cm groot en in kleinere kooien blijft het in het algemeen een erg nerveuze vogel.

Leefgebied in de natuur
De kneu komt in bijna geheel Europa voor. Ook in onze omgeving is het een veel voorkomende broedvogel. Hij verblijft graag in parken en op tuinderijen, broedt graag in heggen, coniferen, lage begroeiing in de duinen en op heide met kleine dennenboompjes.

Ik wil even een zijsprongetje maken om dadelijk toch weer bij de kneu terug te komen.

Niet zo ver van Budel, van de daar alom bekende zinkfabriek. De directeuren waren Walen (Belgen) en heten d'Or. Die hadden daar zeer veelgrond in hun bezit welke gedeeltelijk verhuurd werd aan boeren uit de omgeving. Ze hadden hectaren slaghout dat regelmatig verkocht werd om de kachel en de bakovens mee te stoken. Daar lagen hectaren bessenvelden en een paar meren die d.m.v. brede sloten met elkaar in verbinding stonden; en dan was er een stuk heide van zo'n 20-25 hectare groot. Op deze heide waren hier en daar groepen dennenbomen geplant.
Dit laatste stuk noemden wij 't Heike. Het hele gebied ligt tussen de Belgische grens, de Zuid-Willemsvaart en de gemeente Weert. Het werd Dorplein, genoemd naar de heren d'Or, de eerste eigenaren.
Terug naar 't Heike; door het zaad van de dennenappels groeiden er links en rechts kleine dennenboompjes. In die dennenboompjes broedden de kneuen. Ik weet nog heel goed dat wij op een zondagmorgen 29 nesten met eieren of jongen hadden gevonden. Het was een sport; maar het dertigste nest konden we niet vinden. Wel vonden wij nesten in aanbouw of van uitgevlogen jongen, maar die telden niet; er moesten eieren of jongen in het nest liggen. Het bleef bij 29 stuks.
Op hetzelfde Heike broedde de geelgors; dikwijls half verscholen onder een afhangende dennentak in wat hogere hei; ook lagen er enkele lage stukken met water (vennen); daar broedde de wilde eend en zo kan ik nog wel even doorgaan. Gingen we naar het bessenveld, dan vonden we weer nesten van de kneu in de bessenstruiken; in het slaghout broedden de Vlaamse gaai, de houtduif en de zanglijster. Veel van deze stukken grond waren omgeven door sloten die vaak droog stonden of met alleen onderin een beetje water. In deze slootkanten broedden weer de geelgors, de grasmus en de kwikstaart. De periode waar ik het over heb waren de oorlogsjaren 1940-1945 en direct daarna. Toen waren er veelmeer cultuurvogels dan nu.
Het was ook een heel andere tijd. Wanneer we tegenwoordig op het platteland rondkijken zien we hoofdzakelijk weilanden en maisvelden. Vroeger werd er meer rogge, haver, tarwe, raapzaad en dergelijke gezaaid en er werden geen spuitmiddelen gebruikt om onkruid te verdelgen. Dus was er voor de vogels volop te eten, en dat is nu heel anders. Zo is ook Dorplein, nu Budel-Dorplein, een mooi dorp geworden. De bessenvelden en het slaghout zijn landbouwgronden geworden en 't Heike wordt op dit moment afgegraven om restproducten van zinkertsen op te slaan. Als er nog kneuen zijn overgebleven op 't Heike, dan worden die nu ook nog verdreven. Jammer, maar ik heb daar in mijn jonge jaren een hele fijne tijd gehad.

Terug naar de kneu.
De vogels paren gewoonlijk voor het leven; een paartje blijft het gehele jaar samen; ook in de wintermaanden. In het voorjaar, april/mei zoeken ze een geschikte nestplaats. Gewoonlijk in de nabijheid van akkergronden. Ze bouwen een nest in een struik, conifeer of een kleine den op ongeveer één meter boven de grond; zelden hoger dan 1.50 meter en zelden langer dan 50 centimeter.
De pop van de kneu neemt het bouwen van het nest voor haar rekening terwijl het mannetje steeds bij haar in de buurt is. Het nest bestaat uit grassprietjes en worteltjes van planten en is van binnen afgewerkt met haar. Tegenwoordig worden de weilanden veel afgemaakt met schrikdraad (stroomdraad); vroeger werd veel prikdraad gebruikt, en daar hing dikwijls haar van paarden en koeien aan. Paardenhaar heeft bij veel vogels de voorkeur om het nest van binnen mooi mee af te werken. En de kneu, maar ook de vink maken daar veel gebruik van. Terwijl de pop haar nest bouwt zingt het mannetje het hoogste lied. Ja, de man kneu is een zeer goede zanger; ook als de pop zit te broeden zit de man gewoonlijk boven in een boom of struik op het hoogste punt te zingen. Mooi om te horen, maar ook mooi om hem te zien zitten met z'n karmijnrode borst.

Het legsel bestaat uit 4 tot 6 eitjes; deze zijn lichtblauw van kleur met bruinachtige stipjes. Vanaf het vierde ei begint de pop met broeden; na 13 dagen komen de eitjes uit. De jongen hebben donker dons; pas nu begint het werk voor het mannetje. Kneuen hebben een klein territorium of misschien wel helemaal geen, want meerdere paren broeden op enkele meters van elkaar. De kneu is een echte zaadeter en ik heb nooit gezien dat de jongen met levend voer werden gevoed. Wel met onrijpe onkruidzaden en dikwijls het liefst met oliehoudende zaden zoals raapzaad. Jonge kneuen groeien snel en verlaten na ongeveer 15-16 dagen het nest; ze worden dan nog door beide ouders gevoerd. Wanneer de jongen ongeveer 25 dagen oud zijn begint de pop dikwijls aan een tweede nest. Het is jammer dat er nog maar weinig kneuen zijn in het wild, vergeleken met vroeger.

Na het broedseizoen blijft het ouderpaar bij elkaar; dikwijls kun je ze aantreffen, met hun jongen in kleine groepjes om hen heen, op stoppellanden of op braakliggende terreinen, begroeid met onkruidzaden. Jonge vogels eten veel halfrijpe zaden zoals herderstasje en ook muur. Wanneer die in de regentijd doorweekt zijn, valt er nog wel eens een jonge vogel uit. Vermageren en diarree zijn de grootste vijanden van de jonge kneu. Het zou goed zijn wanneer meer kwekers van Europese cultuurvogels zich bezig zouden houden met het fokken van de kneu in gevangenschap. Ik weet wel, het is een schuwe vogel, en hij heeft een overwegend bruine kleur. Zijn karmijnrode borst en voorhoofd is in onze volière minder fel gekleurd, maar na de vink is de kneu de beste zanger onder de Europese cultuurvogels en dat maakt veel goed. En aan de schuwheid kunnen wij heel veel zelf doen.
© 2007 - 2012 Biancab, gepubliceerd in Vogels (Dier en Natuur) op . Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Biancab is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer informatie…

Gerelateerde links
Vv.de paradijsvogel.

Gerelateerde artikelen
Vinken in Nederland Een kleinere soort vogels in Nederland zijn de Vinken. Vinken zijn vooral te herkennen aan hun brede…
Het fixeren van vogels Soms is het nodig je dier te fixeren, in een dwanggreep te houden, om bijvoorbeeld medicatie toe t…
Angry Birds: wat is het en hoe werkt het? Angry Birds is in opkomst! Het spel bestaat al een aantal jaar, maar staat nu o…
De papegaaienziekte bij dier en mens Als u een vogel aan wilt schaffen is het altijd verstandig deze eerst apart te houde…
Waarom vogels op één poot staan en andere feiten Waarom vogels op een poot staan, ze op hoogspanningsdraden…

Reageer op het artikel "De Knue een Europese Cultuurvogel"

Ronald, 19-06-2011 09:23
Ik weet niet hoe lang dit stuk over de kneu er al op staat maar ik ben sinds de winter in het bezit van een koppel kneuen altans dat is mijn verteld daar beide vogels dezelfde kleur hadden en dus de rode kleur van de man niet aanwezig was.
mijn vraag is kun je op een andere manier zien of je met een man of een pop te maken heb
want nu half juni wordt er volop gezongen door beide vogels en is er geen intentie om met nestbouw te beginnen.
wel heb ik gezien dat een van de vogels een soort van balts uitvoerde naar de andere vogel die daar dan weer furieus op reageerde.
ik denk zelf dat ik twee mannen heb maar misschien heb ik het mis
over dat het maar een bruine vogel is vind ik dat je dan niet goed de vogel ziet hij is best wel mooi gekleurd met z'n kastanje bruine rug en van die witte slagpennen in de vleugels en staart en wat de zang betreft overtreft hij soms mijn putter die toch ook niet bekend staat als een slechte zanger

Infoteur: Biancab
Rubriek: Dier en Natuur / Vogels
Reacties: 1
Schrijf mee!