Vissen en Vissen

Tropische aquariumvissen III

Dit is deel 3 en tevens het laatste deel over tropische zoetwatervissen. Hier kunt u lezen over Levendbarenden, waaronder guppy's, hoogvinkarpers, platy's, Cichliden, Maanvissen,Discusvissen en labyrintvissen of te wel goeramies.


Levendbarende vissen


Van alle mogelijke tropische aquariumvissen zijn levendbarende vissen het geschiktst om mee te beginnen. Ze zijn namelijk sterk, heel actief, gemakkelijk te onderhouden en het is eenvoudig om ze in een aquarium te kweken. Eigenlijk is het moeilijker om de voortplanting te stoppen. Levendbarende vissen zijn rustig en bijzonder geschikt als aanwinst voor welk aquarium dan ook.

Wat is een levendbarende vis?
Wat we tot nu besproken hebben, zijn eierleggende vissen, dat wil zeggen..vissen die eitjes leggen, die dan buiten het lichaam van het wijfje bevrucht worden. Bij levendbarende vissen blijven de eitjes na bevruchting in het moederlichaam en de embryo's ontwikkelen zich daar in 1 maand voor ze worden uitgestoten. Nadat de jongen zijn uitgestoten, zijn ze miniatuurevenbeeldjes van de moeder. Bij sommige soorten kan dit proces elke 2 maanden herhaald worden, wat beginners enorm boeit. Alle mannetjes hebben een gonopodium, een vergroeide anaalvin die door het mannetje gebruikt wordt om met zijn zaadcellen de eitjes in het wijfje te bevruchten. Hij doet dit door rondom haar te zwemmen en haar net zo lang te pesten totdat hij naast haar is. Het mannetje richt zijn gonopodium in een voorwaartse houding om de eitjes te kunnen bevruchten. Na zo'n 4 á 5 weken kan het wijfje haar jongen uitstoten. Ze krijgt een 'drachtigheidsvlek', een donkere, gezwollen plek op het onderste deel van het achterlijf. Ze zal haar jongen op een rustige plek in de buurt van een plant uitstoten. Ook al verbergen ze zich, toch zien andere vissen en hun ouders de jongen als voedsel. Om ze te beschermen kunt u ook de hoogzwangere vis uitvangen en in een kweekbakje zetten.

Poecilia
Poecilia velifera
Poecilia velifera
In het wild komen de Poecilia's in redelijk hard water en in riviermondingen voor, daarom is het goed om 1 theelepel zeezout per 23 liter aquariumwater toe te voegen. Als u zout toevoegt, zorg er dan voor dat de andere vissen en planten tegen deze zoutwateromstandigheden kunnen.
De Poecilia sphenops is nogal onbekend, omdat hij een variant is, waarvan niemand weet van welke twee soorten hij afkomstig is. Deze vis behoudt zijn kleur en is een levendbarende vis, wat normaalgesproken bij een variant niet kan. Er zijn gevlekte, albino en groene vormen te vinden.

Guppen
Cobra guppy
Cobra guppy
De gup is een van de bekendste tropische aquariumvissen en tegelijkertijd een van de mooiste en vruchtbaarste. Hij is niet agressief en kan met elke vis samenleven, zolang deze hem niet aanvalt of opeet. Guppen hebben geen speciale zorg nodig en overleven minder ideale omstandigheden ( dit is echter geen reden om ze te verwaarlozen ). De gup komt oorspronkelijk uit Centraal Amerika en het noordelijk deel van Zuid Amerika. Gewoonlijk is hij een relatief oninteressante vis met erg weinig kleur, maar met de jaren hebben viskwekers bijzonder kleurrijke vormen met prachtige vinnen ontwikkeld. Zij concentreerden zich op de mannetjes, waarvan zelfs de relatief kleurloze, wilde soorten meer kleur vertonen dan de wijfjes. De rugvin kan klein of golvend zijn, maar de staart van de mannetjes zal altijd op een lange, golvende sjaal lijken.
De staart kan verschillende vormen hebben en namen zoals "deltastaart", "sluierstaart" of "waaierstaart". De kleuren van deze vissen zijn magnifiek. Afhankelijk van de soort kunnen ze rood, blauw, groen, zwart, of een kombinatie van deze en andere kleuren zijn. Wijfjes zijn minder kleurrijk en iets groter ongeveer 5 cm, terwijl de mannetjes maar een lengte van 3,5 cm hebben. Guppen hebben het graag warm 25,5 graden is ongeveer goed. Hard, alkalisch water is beter dan zacht, zuur water. Guppen eten allerlei voedsel, ook vlokken, gevriesdroogde pekelkreeftjes, daphnia (watervlooien), bloedwormen en allerlei bevroren voedsel. Ze houden van groenten, zoals erwten uit blik of komkommer.

Plaatjes
Blue Platy
Blue Platy
Plaatjes zijn ook levendbarende vissen uit Mexico en andere delen van Centraal Amerika. Mannetjes worden maximaal 5 cm lang, terwijl de wijfjes wat langer zijn. Deze nogal mollige vissen hebben enigzins naar beneden hangende bekjes om van de bodem te kunnen eten. De rugvin en staart zijn gerond. Aquarium gekweekte vissen vertonen weinig gelijkenis qua kleur met hun familieleden in het wild. Bij afwezigheid van de andere sekse van hun eigen soort zoeken plaatjes en zwaarddragers elkaar op. Tracht dit te voorkomen!

Zwaarddragers
Xiphophorus helleri
Xiphophorus helleri
Zwaarddragers lijken op plaatjes, maar bij mannetjes strekken de onderste staartvinstralen zich uit tot een zwaardvormige verlenging. Als u een mannetjes zwaarddrager koopt, controleer dan of zijn anaalvin niet te lang is. Hij krijgt dan problemen met het wijfje in de paartijd. Zwaarddragers houden van licht alkalisch, halfhard water van rond de 25 graden.

Cichliden

Vlagcichlide
Vlagcichlide
Cichliden kennen een enorme verscheidenheid aan vissen, die op zich al een hobby kunnen vormen. De meeste komen uit Zuid en Centraal Amerika en Afrika en enkele uit Azië. De kleinste soorten worden maar 5 cm, maar de grootste halen de 60 cm. Sommige zijn bijzonder kleurrijk, andere veel saaier. Sommige cichliden zijn plat en zijdelings "geplet" van vorm, andere cilindervormig. Enkele soorten zijn vreedzaam, andere zijn de meest agressieve, slechtgehumeurde vissen die we kennen. Alle cichliden zijn territoliaal. Meestal zijn ze gemakkelijk te kweken en ze zijn heel zorgzaam voor hun jongen. In het verleden werden cichliden gezien als moeilijk te houden vissen vanwege hun agressie en groote; sommige zijn inderdaad alleen voor de specialist geschikt. Nu de aquariums groter zijn en we meer kennis bezitten, kunnen echter zelfs beginners op succesvolle wijze cichliden houden.

Amerikaanse en Afrikaanse dwergcichliden
Apistogramma cacatuoides
Apistogramma cacatuoides

De term dwergcichlide wordt over het algemeen gebruikt voor cichliden die kleiner zijn dan 7,5 cm. Dwergcichliden komen in Amerika en Afrika voor. De meeste kunnen in aquariums met een inhoud van 27 liter gehouden worden. Alle dwergcichliden zijn agressief, maar alleen als ze op zoek zijn naar een stukje grondgebied om te paren en hun jongen groot te brengen.

Het kweken van dwergcichliden
Als een paartje klaar is om te paaien, kiezen beide partners een rots en maken die schoon. Een eierbuisje of legboor komt uit de onderkant van het wijfje te voorschijn. Ze legt uiteindelijk de eitjes op de rots en het mannetje bevrucht ze. Ze legt in totaal 100 - 200 eitjes en als ze bevrucht zijn, waait het wijfje met haar vinnen over de eitjes om ze schoon te maken. BEide ouders houden de wacht en zullen eventuele roofdieren aanvallen. Na ongeveer 3 dagen komen de eitjes uit en de jongen worden naar een hol gebracht dat ze in het grind hebben gegraven. Hier worden ze nog een week beschermd, totdat ze zelf kunnen zwemmen. Dan gaat de hele familie op zoek naar voedsel. U kunt bijvoorbeeld net uitgebroede pekelkreeftjes geven.


Riftmeercichliden
Lamprologus brichardi
Lamprologus brichardi
De cichliden uit het Malawimeer en Tanganjikameer in AFrika zijn kleurrijk, bijzonder agressief, sterk, gemakkelijk te kweken en prachtig. Ze hebben een goed bodemgrind-filtersysteem nodig, omdat ze absoluut geen nitriet verdragen en averechts reageren op bacteriën in het aquarium. Ze graven in het grind totdat ze de filterbodem bereiken, tenzij een wattenlaag dit verhindert. Ze hebben veel rotsen nodig om een territorium af te bakenen. Jammer genoeg peuzelen cichliden graag aan planten en dit samen met hun graafmachine zorgt ervoor dat een gezonde plantengroei haast onmogelijk is. Het water in een aquarium moet een temperatuur hebben van rond de 25,5 graden, verder moet er goede circulatie en hard, alkalisch water zijn. Het gedrag, de lichaamsvorm en de kweektechniek van de cichliden kennen een grote verscheidenheid. Sommige zijn muilbroeders, terwijl andere hun eitjes op rotsen werpen en daarover waken, zelfs als ze al kunnen zwemmen.

Neotropische cichliden
Maanvissen
Maanvissen
De neotropische vissen zijn te karateriseren van zeeduivels tot maanvissen, ze zijn dus allemaal vissen uit de nieuwe tropen, of de Amerikaanse tropische gebieden. Hieronder vallen ook de vissen die in gedrag verschillen, van pacifisten tot antagonisten. Deze cichliden hebben een groot aquarium en veel voesel nodig. Ze maken veel rommel en het water moet regelmatig ververst worden. Het aantrekkelijke is dat vele van hen geen intresse hebben in hun soortgenoten en trouwens in geen enkel ander dier. Deze vissen verplaatsen grind en rotsen met de bedoeling hun territorium te bepalen en een wijfje te lokken. Nadat deze cichliden hebben geworpen, zorgen ze nog geruime tijd voor hun jongen. Ze beschermen de miniscuul kleine jongen tegen roofdieren, hoe groot deze ook zijn.

Discusvissen
Discusvissen
Discusvissen
Discusvissen worden over het algemeen erkend als de mooiste en meest gracieuze zoetwateraquariumvissen. Zij komen uit de warme, zachte wateren van Zuid Amerika, vooral uit de Amazone regenwouden. Het water is daar bijzonder schoon en heeft een bruinachtige kleur, die veroorzaakt wordt door rottende vegetatie. Discusvissen vinden we in meren en donkere, langzaam stromende rivieren.
In het aquarium hebben discusvissen altijd een watertemperatuur van 27 graden nodig en erg zacht, iets zuur water met een pH-waarde van 6. Deze verlegen vissen hebben behoefte aan schuilplaatsen en planten geven een veilig gevoel. Hun aquarium moet tenminste 91 liter water bevatten en zo diep mogelijk zijn, omdat ze eerder hoog worden dan lang. Discusvissen eten alles als ze er eenmaal aan gewend zijn, maar het moet klein genoeg zijn om in hun kleine bekje te passen.

Anabantidae

Trigogaster leeri
Trigogaster leeri
Anabantidae of labyrintvissen zijn byzonder populaire vissen uit Azië en Afrika, waarvan de meeste bekend staan als Goerami's Deze vissen hebben een hulpademhalingsorgaan, het 'labyrint' dat met bloedvaten doortrokken lamellen heeft. Met dit orgaan kan de vis aan de oppervlakte zuurstof uit de lucht halen, wat handig is in zuurstofarm water. Deze lucht wordt ook gebruikt om de zgn. nestjes van luchtbelletjes (schuimnest) te bouwen. Het mannetje bouwt deze nesten op het wateroppervlak met lucht en speeksel en hecht ze aan drijvende wrakstukken of tussen de drijvende bladeren van de planten.
De meeste Anabantidae zijn niet veeleisend en vreedzaam vergeleken met andere vissen.
© 2007 - 2009 Biancab, gepubliceerd in Vissen (Dier en Natuur) op 23-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Biancab is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde links

Aquatreffer en De basisregels.

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Tropische aquariumvissen III"


Door Ron op 26-08-2007

Wat eten jonge zoetwatervisjes? Zoals guppen en platy's? Reactie infoteur op 27-08-2007:Jonge visjes zoals guppen kun je makkelijk fijngemaakt vlokvoer geven.