Vissen en Kabeljauwachtige

Kwabaal (kabeljauwachtige), Lota

Een kwabaal zie je zelden nog in Nederland, dit omdat deze vis een erg bedreigde diersoort is. Tevens is dit beest het enige lid van de kabeljauwfamilie dat in zoet water leeft.


Kenmerken

De kwabaal heeft een langgerekt lichaam die aan de voorkant ovaalvormig is en aan de achterkant zijdelings afgeplat met een brede, afgeplatte kop. Dit beest heeft een licht overstandige, grote bek. Vooral is dit beest te herkennen aan zijn baarddraden namelijk; 1 lange opvallende baarddraad midden op de onderkaak en 2 kleinere baarddraden op de neusgaten. De kwabaal hoort tot de kabeljauwachtige en heeft opvallende mengsels van kleuren over zijn lichaam heen, vaak lichtbruin/rood tot geelachtig met donkere marmering. De buikvinnen zijn nog voor de borstvinnen geplaatst. Ook erg herkenbaar is dat de eerste rugvin vrij kort is en de tweede rugvin (+ de aarsvin) extreem lang. Gemiddeld wordt de kwabaal 30 tot 60 cm groot. Maximaal tot 100 cm.

Voorkomen

In het gehele gebied in stilstaand en stromende wateren. Tevens ook in het brakke water.

Verwarring

Er zijn tot op heden geen echte verwarringen gevonden ten aanzien van de kwabaal. Dit omdat het beest vrij veel unieke kenmerken heeft zoals de kleur, de baarddraden, de rugvinnen en de vorm van het lichaam. Tevens is de kwabaal de enige zoetwatervis van Europa met 1 baarddraad op de onderkaak. Ook andere soorten van de kabeljauwachtige leven niet in zoetwater, de kwabaal wel.

Leefwijze & voortplanting

Kwabalen kunnen in rivieren weliswaar in alle zones voorkomen – van de forelzone tot in de monding – maar hebben een voorkeur voor koele, heldere en zuurstofrijke gedeelten met een zand- of kiezelbodem. Voornamelijk zijn kwabalen in de schemering en ’s nachts actief. Overdag verstoppen ze zich meestal tussen stenen, planten, en andere structuren. Waardoor ze door hun lichaamskleur vrijwel niet te zien zijn voor andere vissen. Kleine kwabalen voeden zich met verschillende, op de bodem levende, kleine dieren. De volwassen vissen vrijwel uitsluitend met vissen. In tegenstelling tot veel andere vissoorten houden kwabalen van koud water en zijn daarom in de winter bijzonder actief. In de zomer zijn ze dan ook minder actief, tevens eten ze dan ook veel minder. Ook de voortplantingstijd valt in de koude jaargetijden, en wel van november tot begin maart, de watertemperatuur is dan ongeveer 4 graden Celsius. De geslachtsrijpe vissen verzamelen zich dan in grote scholen en trekken stroomopwaarts, of in meren naar delen met een zand- of kiezelbodem. Daar worden reusachtige hoeveelheid eitjes afgezet (tot 1 miljoen per kilo lichaamsgewicht van een vrouwtje!). In de eitjes zit een druppeltje olie waardoor dit vrij in het water zweeft en met de stroming over grote afstanden wordt verspreid. De larven komen pas na 6 tot 10 weken uit. Deze hebben dan een lengte van zoon 3 tot 4 mm. Ze voeden zich dan eerst met klein zoöplankton.

Wetenswaardigheid

Kwabalen zijn de enige leden van de grote, in zee wijdverbreide kabeljauwfamilie die in zoet water leven. De kwabaal geldt in Nederland als bedreigde soort.

Tips voor sportvissers

Kwabalen gelden in het buitenland als prima smakende consumptievis, waarop vooral in het koude jaargetijde wordt gevist. Als aas kunnen dode aasvissen, stukjes vis, maar ook trosjes wormen worden gebruikt, die op de bodem moeten worden aangeboden. Vooral ijsvissen op kwabaal is populair. Mocht je op de kwabaal gaan vissen kun je dit het best bij schemering of s ‘nachts doen, waarneer de kwabaal actief is. Let wel op! De kwabaal is een beschermde diersoort!

Meer zoetwatervissen?
© 2008 - 2009 Danny-vellinga, gepubliceerd in Vissen (Dier en Natuur) op 22-08-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Danny-vellinga is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Kwabaal (kabeljauwachtige), Lota"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.