Vissen en Slangvormig

Rivierprik, Lampetra fluviatilis

De rivierprik is een zoetwatervis met een slangvormig lichaam, ongeveer ter dikte van een duim. Deze vis lijkt vrijveel op de paling, alleen de rivierprik heeft een ronde zuigbek. Volgends de fabels heeft de rivierprik 9 ogen. In werkelijkheid is dit echter slechts 1 oog, de andere openingen dienen als kieuwopeningen (7x) en als neusopening (1x).


Kenmerken van de rivierprik

Je kunt de rivierprik herkennen aan zijn lange, smal en slangachtig lichaam. Ook heeft deze vis een grote ronde zuigbek met daarin enkele scherpe en krachtige hoorntanden. Achter het oog zitten 7 kieuwopeningen. De rivierprik heeft een grijs-/groenachtige rug en een wit-/zilverachtige buik. Deze vis heeft geen schubben. De mannetjes worden gemiddeld 30-40 cm lang. De wijfjes daarin tegen kunnen tot wel 50 cm lang worden.

Voorkomen

Deze vis vind je terug in rivieren en hun mondingen, alsook in de Europese kustwateren.

Verwarringen

De rivierprik wordt voornamelijk verward door 3 andere vissen; de beekprik, de zeeprik en de paling Verschillen tussen deze 3 vissen en de rivierprik:

Beekprikken blijven veel kleiner/dunner dan de rivierprik, ook zijn beide rugvinnen met elkaar verbonden. Zeeprikken daarin tegen zijn aanzienlijk groter dan de rivierprik, ook hun bek bevat meer tanden. Deze tanden zijn echter wel minder scherp en dus is deze vis minder gevaarlijk. Ook is de ruimte tussen de 2 rugvinnen groter dan die bij de rivierprik (hierbij is er nauwelijks tussenruimte te vinden). De paling lijkt op alle 3 de prikken. Je kunt de paling ervan onderscheiden doordat deze geen 7 kieuwopeningen heeft, en geen zuigbek.

Leefwijze & voortplanting

De rivierprikken behoren tot het zogeheten anadrome soort. De geslachtsrijpe dieren trekken in de herfst uit zee en gaan naar de mondingen van de rivieren. Waar ze in het voorjaar paren en eitjes afzetten. Na het paaien sterven de diertjes uitgeput af. Uit de eitjes komen ammocoeten, dit zijn een soort van larven. De blinde en tandloze larven leiden een verborgen bestaan tussen zand en modder, wat ze 3 tot 5 jaar vol moeten houden. Ze blijven in leven door het micro-organisme wat ze eten, hierdoor groeien ze tevens ook langzaam uit tot een rivierprik van ongeveer 15 cm. Als ze eenmaal die lengte hebben bereikt gaat het sneller qua ontwikkeling. Binnen enkele weken krijgen ze namelijk hun tanden en ogen. Na dit proces trekken ze naar de kust waar ze ongeveer 6 maanden tot 2 jaar doorbrengen, hierna gaan ze de rivier in. Een volwassen rivierprik komt aan zijn voeding door zich vast te zuigen aan de bek van een haring of kabeljauw. Hier raspen ze d.m.v. hun tanden huid- en spierweefsel. Soms komt het voor dat de rivierprik in lichaam van een vis terecht komt, hier eten ze dan de organen van op.

Wetenswaardigheid

De rivierprik geldt als zeer bedreigde diersoort. Vooral door de aanleg van stuwen en andere kunstmatige obstakels verhinderen de optrek in, en voor hen het belangrijke, zoetewater

Meer zoetwatervissen?
© 2008 - 2009 Danny-vellinga, gepubliceerd in Vissen (Dier en Natuur) op 09-08-2008, laatst gewijzigd op 22-08-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Danny-vellinga is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Rivierprik, Lampetra fluviatilis"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.