Vissen en Sjoestedti

Killivissen; Aphyosemion II

Het verspreidingsgebied van het geslacht Aphyosemion (=vaantjesdrager) beperkt zich tot West-Afrika ten zuiden van de Sahara en ten noorden van de evenaar. Hoewel het verspreidingsgebied betrekkelijk klein is, komen in deze groep vissen toch vele plaatslijke variëteiten voor. In dit artikel vind u de mooiste en meest gangbare in de aquariumwereld. Dit is deel 2


Aphyosemion




A.Gardneri
A.Gardneri

Aphyosemion Gardneri

Familie: Cyprinodontidae
Herkomst: West-Cameroen en Oost-Nigeria
Natuurlijk milieu: Tijdelijke poelen en plassen, alsmede in moerassen.
Grootte: ca. 6 cm.

Vorm en kleurtekening:
Lichaam langgerekt, matig hoog en zijdelings slechts gering samengedrukt. Grondkleur en het overige kleurpatroon kunnen zeer sterk afhankelijk zijn van de uiteenlopende vindgebieden. Rug en nek reebruin, staartwaarts overgaand in blauwachtig groen. Flanken grasgroen met vele rode pigmentconcentraties die op de voorste lichaamshelft, boven de borstvinnen en voor de rugvin, in min of meer regelmatige rijen zijn gerangschikt. Langs de onderlip een rode zoom gevolgd door grillige streeptekeningen onder het oog en op de kieuwdeksels. Rugvin blauwgroen met brede oranjerode zoom en rode pigmentringen. Aarsvin aan de basis blauwgroen met krachtige rode band en brede geeloranje zoom. Staartvin met heldergele lobben, door rode banden gescheiden van het blauwgroene middendeel waarin rode pigmentconcentraties. Buikvinnen diep rood met geelgroene zoom. Borstvinnen zachtgroen transparant met rode markeringen.

De vrouwtjes: vinnen zonder verlengde stralen. Grondkleur bruinachtig groen met roestbruine pigmentvlekken, zonder opvallende tekening.

Verzorging: Om hun natuurlijke levenslust en kleurenpracht te tonen moet het wateroppervlak liefst dichtbegroeid zijn met oppervlakte planten die het invallende licht temperen. Bovendien maken vissen graag gebruik van neerhangende wortelpartijen om het legsel in af te zetten. pH 6 tot 6,5, DH 5 tot 7. Hoewel in de natuurlijke biotopen vooral overdag vrij hoge temperaturen worden gemeten, houden we de vissen in gevangenschap op 22 – 24 graden; hogere temperaturen bekorten de levensduur. Als voedsel komen allerlei aquatiele insecten en hun larven in aanmerking, maar de voorkeur wordt gegeven aan zwarte en witte muggenlarven, ook watervlooien worden naar hartelust verorbert. Reeds door de verwerking van veel turf en kienhout in het aquarium, zal het water lichtgeel kleuren, wat we nog kunnen bevorderen door een permanente filtering over turf.

Kweek: Dit zijn plantenleggers, De eieren zijn kleefkrachtig en worden over het algemeen aan planten of hun drijvende wortels afgezet Ze stellen weinig eisen aan de kweekbakinrichting. Een bodem is meestal overbodig, maar willen we deze toch aanbrengen dan kan deze het beste bestaan uit goed uitgekookte turfmolm. Als afzetsubstraat zijn de zgn. ‘kweekkwasten’ uitstekend geschikt 2 á 3 kwasten per bakje is voldoende. Het paren kan enige weken in beslag nemen. Na ongeveer 3 weken haal je het echtpaar uit de kweekbak en breng je het water terug tot de kwasten nog net in het water hangen, breng de temperatuur terug naar 18 graden. Houdt de kweekbak donker. Na 10 – 14 dagen komen de eieren uit.

Opfokvoer: Artemia-naupliën, gezeefde Cyclops en Daphnia, grindalwormpjes.
Binnen 6 – 8 weken zijn de dieren geslachtsrijp.

Bijzonderheden: In het aquarium zijn vele kruisingen ontstaan die niet zelden als “nieuwe importen” in de handel worden gebracht.


A.Sjoestedti
A.Sjoestedti

Aphyosemion Sjoestedti

Familie: Cyprinodontidae
Herkomst: Nigeria, Kameroen
Natuurlijk milieu: Tijdelijke poelen en plassen, alsmede in moerassen.
Grootte: ca. 10 cm.

Vorm en kleurtekening:
Het lichaam is gestrekt, slank en zijdelings slechts gering samengedrukt. De soort omvat een aantal lokale kleurvariëteiten die zich in hoofdzaak van elkaar onderscheiden in de grondkleur. De tekening op het lichaam en op de kop, alsmede in de vinnen, vormen doorgaans een gemeenzaam kenmerk. Vooral bij jong dieren zijn op het lichaam acht á negen roodbruine dwarsbanden duidelijk afgetekend, waarvan de voorste ongeveer boven de buikvinnen en de achterste op de staartvinbasis. Bij oudere dieren lost deze tekening grotendeels op in afzonderlijke paarsbruine pigmentvlekken die dan nog slechts onregelmatige dwarsbanden vormen. Op de kop en de kieuwdeksels grillige streep-en stiptekeningen, afgewisseld tegen een blauwgroen iriserende ondergrond. Een soortgelijke tekening zet zich voort achter de kieuwdeksels tot het begin van de aarsvin. Rugvin groenachtig met talrijke roodbruine stippen en streeptekeningen parallel aan de vinstralen, aan de basis een donkere band. Aarsvin groenachtig met oranjerode boventoon in het achterste gedeelte, voorste verlengde vinstralen met lichtblauwe punten, gevolgd door een bruine band en onregelmatige rode markeringen, staartvin boven groenachtig met donkere streeptekeningen parallel aan de vinstralen, onder oranjegeel tot zachtbruin met zachtgroene punten en donkere banden. Borstvinnen transparant groenachtig met donkere band.

De vrouwtjes: aanzienlijk kleiner, vinnen zonder verlengde vinstralen, tekening onopvallend.

Verzorging: Om hun natuurlijke levenslust en kleurenpracht te tonen moet het wateroppervlak liefst dichtbegroeid zijn met oppervlakte planten die het invallende licht temperen. Bovendien maken vissen graag gebruik van neerhangende wortelpartijen om het legsel in af te zetten. pH 6 tot 6,5, DH 5 tot 7. Hoewel in de natuurlijke biotopen vooral overdag vrij hoge temperaturen worden gemeten, houden we de vissen in gevangenschap op 22 – 24 graden; hogere temperaturen bekorten de levensduur. Als voedsel komen allerlei aquatiele insecten en hun larven in aanmerking, maar de voorkeur wordt gegeven aan zwarte en witte muggenlarven, ook watervlooien worden naar hartelust verorbert. Reeds door de verwerking van veel turf en kienhout in het aquarium, zal het water lichtgeel kleuren, wat we nog kunnen bevorderen door een permanente filtering over turf.

Kweek: Bodemleggers,
De paring voltrekt zich onmiddellijk boven de bodem. De eieren hebben een kleefkracht en worden onmiddellijk boven de bodem afgezet of in de bodem gewerkt. In de kweekbak kan men het beste een bodem aanbrengen van turfmolm. Dit materiaal wordt allereerst goed uitgekookt en uitgespoeld en hierna bijvoorbeeld door een netje gewreven om het geheel te verkruimelen. Selecteer 1 man en 2 vrouwtjes, gedurende 14 dagen waarin zich het paringsspel zich voltrekt, de dieren dagelijks voeren met muggenlarven; liever geen ander voer die de bodem kunnen verontreinigen. De watertemperatuur mag schommelen tussen de 22 en 24 graden. Wanneer de dieren geen paarneigingen meer vertonen worden ze uit de kweekbak gehaald en wordt het kweekwater voorzichtig afgegoten of afgeheveld. Hierna kan het bakje op de oude plaats blijven staan, waarna de turfbodem langs natuurlijke weg zal indrogen, zoals dit eveneens het geval is in de natuurlijke biotopen.
Na 6 weken voeg je wat zachtzuur water en infusiediertjes toe en de eerste eieren komen al binnen enkele uren uit.

Opfokvoer: Artemia-naupliën, gezeefde Cyclops en Daphnia, grindalwormpjes.
Binnen 6 – 8 weken zijn de dieren geslachtsrijp.




A. Filamentosum
A. Filamentosum

Aphyosemion Filamantosum

Familie: Cyprinodontidae
Herkomst: West-Nigeria
Natuurlijk milieu: Tijdelijke poelen en plassen, alsmede in moerassen.
Grootte: ca. 6 cm.[.

Vorm en kleurtekening:
Lichaam gestrekt, matig hoog en zijdelings gering samengedrukt. Grondkleur bruinachtig met staalblauwe boventoon. Op de wangen grillige roodbruine streeptekeningen, evenals op de onderlip. De rode pigmentringen op het lichaam beperken zich in hoofdzaak tot de bovenste lichaamshelft en de staartsteel. Rugvin staalblauw met bruinrode boventoon en vele onregelmatig gevormde roodbruine vlekken, die aan de vinbasis het omvangrijkst zijn, de vin draagt een lichtblauwe zoom. Aarsvin staalblauw met forse onregelmatig gevormde roodbruine vlekken welke samen twee banden vormen. Staartvin aan de basis groenachtig blauw, verder staalblauw met lichtblauwe vinlobben en talrijke rode vlek-en streeptekeningen. Borst-en buikvinnen eveneens blauw met rode pigmentringen.

De vrouwtjes: aanzienlijk kleiner, tot ca. 4,5 cm. Vinnen zonder verlengde vinstralen en verder zonder opvallende rode pigmentringen; in het geheel eentoniger.

Verzorging: Om hun natuurlijke levenslust en kleurenpracht te tonen moet het wateroppervlak liefst dichtbegroeid zijn met oppervlakte planten die het invallende licht temperen. Bovendien maken vissen graag gebruik van neerhangende wortelpartijen om het legsel in af te zetten. pH 6 tot 6,5, DH 5 tot 7. Hoewel in de natuurlijke biotopen vooral overdag vrij hoge temperaturen worden gemeten, houden we de vissen in gevangenschap op 22 – 24 graden; hogere temperaturen bekorten de levensduur. Als voedsel komen allerlei aquatiele insecten en hun larven in aanmerking, maar de voorkeur wordt gegeven aan zwarte en witte muggenlarven, ook watervlooien worden naar hartelust verorbert. Reeds door de verwerking van veel turf en kienhout in het aquarium, zal het water lichtgeel kleuren, wat we nog kunnen bevorderen door een permanente filtering over turf.

Kweek: Bodemleggers,
De paring voltrekt zich onmiddellijk boven de bodem. De eieren hebben een kleefkracht en worden onmiddellijk boven de bodem afgezet of in de bodem gewerkt. In de kweekbak kan men het beste een bodem aanbrengen van turfmolm. Dit materiaal wordt allereerst goed uitgekookt en uitgespoeld en hierna bijvoorbeeld door een netje gewreven om het geheel te verkruimelen. Selecteer 1 man en 2 vrouwtjes, gedurende 14 dagen waarin zich het paringsspel zich voltrekt, de dieren dagelijks voeren met muggenlarven; liever geen ander voer die de bodem kunnen verontreinigen. De watertemperatuur mag schommelen tussen de 22 en 24 graden. Wanneer de dieren geen paarneigingen meer vertonen worden ze uit de kweekbak gehaald en wordt het kweekwater voorzichtig afgegoten of afgeheveld. Hierna kan het bakje op de oude plaats blijven staan, waarna de turfbodem langs natuurlijke weg zal indrogen, zoals dit eveneens het geval is in de natuurlijke biotopen.
Na 6 weken voeg je wat zachtzuur water en infusiediertjes toe en de eerste eieren komen al binnen enkele uren uit.

Opfokvoer: Artemia-naupliën, gezeefde Cyclops en Daphnia, grindalwormpjes.
Binnen 6 – 8 weken zijn de dieren geslachtsrijp.



A. Striatum
A. Striatum

Aphyosemion Striatum

Familie: Cyprinodontidae
Herkomst: Noord-Gabon
Natuurlijk milieu: Tijdelijke poelen en plassen, alsmede in moerassen.
Grootte: ca. 5 cm.

Vorm en kleurtekening:
Het lichaam is gestrekt, slank en zijdelings slechts gering samengedrukt. Rugpartij olijfgroen. Flanken geelachtig, buikwaarts overgaand in geel wit. Vanaf de kieuwdekselachterrand verlopen drie tot vier karmijnrode lengtestrepen, opgebouwd uit afzonderlijke markeringen. Op de kieuwdeksels en onder het oog rode grillige streeptekeningen. Rugvin met rode band en zoom en geelwitte punt. Aarsvin met donkere zoom en rode markeringen in de vinbasis. Staartvin met verlengde stralen in de bovenste vinlob, boven en onder met witachtige karmijnrode banden. In de middenzone donkere markeringen parallel aan de vinstralen. Borstvinnen kleurloos transparant. Buikvinnen met karmijnrode vlekken.

De vrouwtjes: weinig opvallend van kleur, afgeronde vinnen.

Verzorging: Om hun natuurlijke levenslust en kleurenpracht te tonen moet het wateroppervlak liefst dichtbegroeid zijn met oppervlakte planten die het invallende licht temperen. Bovendien maken vissen graag gebruik van neerhangende wortelpartijen om het legsel in af te zetten. pH 6 tot 6,5, DH 5 tot 7. Hoewel in de natuurlijke biotopen vooral overdag vrij hoge temperaturen worden gemeten, houden we de vissen in gevangenschap op 22 – 24 graden; hogere temperaturen bekorten de levensduur. Als voedsel komen allerlei aquatiele insecten en hun larven in aanmerking, maar de voorkeur wordt gegeven aan zwarte en witte muggenlarven, ook watervlooien worden naar hartelust verorbert. Reeds door de verwerking van veel turf en kienhout in het aquarium, zal het water lichtgeel kleuren, wat we nog kunnen bevorderen door een permanente filtering over turf.

Kweek: Dit zijn plantenleggers, die hun legsel afzetten tussen wortelpartijen van oppervlakte planten en oevergewas.
Ze stellen weinig eisen aan de kweekbakinrichting. Een bodem is meestal overbodig, maar willen we deze toch aanbrengen dan kan deze het beste bestaan uit goed uitgekookte turfmolm. Als afzetsubstraat zijn de zgn. ‘kweekkwasten’ uitstekend geschikt 2 á 3 kwasten per bakje is voldoende. Het paren kan enige weken in beslag nemen. Na ongeveer 3 weken haal je het echtpaar uit de kweekbak en breng je het water terug tot de kwasten nog net in het water hangen, breng de temperatuur terug naar 18 graden. Houdt de kweekbak donker. Na 10 – 14 dagen komen de eieren uit.

Opfokvoer: Artemia-naupliën, gezeefde Cyclops en Daphnia, grindalwormpjes.
Binnen 6 – 8 weken zijn de dieren geslachtsrijp.




A.Walkeri
A.Walkeri

Aphyosemion Walkeri

Familie: Cyprinodontidae
Herkomst: Ghana, Ivoorkust
Natuurlijk milieu: Tijdelijke poelen en plassen, alsmede in moerassen.
Grootte: ca. 6 cm.

Vorm en kleurtekening:
Lichaam gestrekt, hoger dan bij verwante soorten en zijdelings gering samengedrukt. Grondkleur blauwachtig groen, rug geelgroen, buikpartij geelachtig met violette boventoon. Op de rugpartij een regelmatige roodbruine markering, waardoor een grove nettekening wordt opgeroepen. Achter de kieuwdeksels twee rijen min of meer aaneengesloten pigmentvlekken. Op de kieuwdeksels forse grillige streeptekeningen op een metaalblauw iriserende ondergrond. Snuit en bovenzijde kop donker roodbruin. Rugvin groenachtig met brede roodbruine zoom en ovaalvormige vlekken, achterste deel oranjerood. Aarsvin aan de basis groenachtig blauw, overgaand in oranjerood, met donkerrode tot paarsrode zoom. Staartvin aan de basis hemelsblauw, overgaand in een blauwrode tot bruinrode zoom, onder en boven donker roodbruin gezoomd, in de middenzone onregelmatige banden. Buik en borstvinnen aan de basis okergeel, overgaand in een roodachtig bruin.

De vrouwtjes: minder opvallend, min of meer bruinachtig.

Verzorging: Om hun natuurlijke levenslust en kleurenpracht te tonen moet het wateroppervlak liefst dichtbegroeid zijn met oppervlakte planten die het invallende licht temperen. Bovendien maken vissen graag gebruik van neerhangende wortelpartijen om het legsel in af te zetten. pH 6 tot 6,5, DH 5 tot 7. Hoewel in de natuurlijke biotopen vooral overdag vrij hoge temperaturen worden gemeten, houden we de vissen in gevangenschap op 22 – 24 graden; hogere temperaturen bekorten de levensduur. Als voedsel komen allerlei aquatiele insecten en hun larven in aanmerking, maar de voorkeur wordt gegeven aan zwarte en witte muggenlarven, ook watervlooien worden naar hartelust verorbert. Reeds door de verwerking van veel turf en kienhout in het aquarium, zal het water lichtgeel kleuren, wat we nog kunnen bevorderen door een permanente filtering over turf.

Kweek: Bodemleggers,
De paring voltrekt zich onmiddellijk boven de bodem. De eieren hebben een kleefkracht en worden onmiddellijk boven de bodem afgezet of in de bodem gewerkt.. In de kweekbak kan men het beste een bodem aanbrengen van turfmolm. Dit materiaal wordt allereerst goed uitgekookt en uitgespoeld en hierna bijvoorbeeld door een netje gewreven om het geheel te verkruimelen. Selecteer 1 man en 2 vrouwtjes, gedurende 14 dagen waarin zich het paringsspel zich voltrekt, de dieren dagelijks voeren met muggenlarven; liever geen ander voer die de bodem kunnen verontreinigen. De watertemperatuur mag schommelen tussen de 22 en 24 graden. Wanneer de dieren geen paarneigingen meer vertonen worden ze uit de kweekbak gehaald en wordt het kweekwater voorzichtig afgegoten of afgeheveld. Hierna kan het bakje op de oude plaats blijven staan, waarna de turfbodem langs natuurlijke weg zal indrogen, zoals dit eveneens het geval is in de natuurlijke biotopen.
Na 6 weken voeg je wat zachtzuur water en infusiediertjes toe en de eerste eieren komen al binnen enkele uren uit.

Opfokvoer: Artemia-naupliën, gezeefde Cyclops en Daphnia, grindalwormpjes.
Binnen 6 – 8 weken zijn de dieren geslachtsrijp.
© 2008 - 2009 Biancab, gepubliceerd in Vissen (Dier en Natuur) op 04-04-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Biancab is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Gerelateerde link

Aquatreffer.

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Killivissen; Aphyosemion II"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.