Reptiel en Reptielen

Reptielen: de Europese ringslang

De ringslang (natrix natrix, ook wel eens Tropidonotus natrix genoemd) is misschien wel de bekendste slang van ons continent (Europa). In dit artikel leest u meer over deze schitterende slang en zijn eigenschappen..


De ringslang (natrix natrix, ook wel eens Tropidonotus natrix genoemd) is misschien wel de bekendste slang van ons continent. Hij komt voor in Europa, met uitzondering van de noordelijkste streken, in Algerije en in West-Azië. Hij kan een lengte bereiken van 1.50 meter, maar normaal is hij tussen de 80 centimeter en de 1 meter lang.

Uiterlijk

Zijn kop is bedekt met glimmende beenachtige plaatjes. De kop is lang en tekent zich scherp af tegen de romp. De pupil van het oog is rond. De schubben van de rug zijn spits en voorzien van kleine uitsteekseltjes. De schubben van de staart die naar de punt toe lang en dun is, zijn glad. Een karakteristiek kenmerk van de ringslang, in één oogopslag onder zijn verwanten herkenbaar, is de aanwezigheid van een halve witte, gele of fel-oranje 'ring' om de nek. Daarachter liggen dikwijls twee zwarte vlekken.

Kleursamenstellingen

Deze kenmerken zijn voor alle exemplaren van de soort gelijk, maar de kleursamenstelling kan van dier tot dier heel verschillend zijn. De rug neigt nu eens naar blauw, dan weer naar groenachtig of naar grijsblauw. Soms is de rug bi9jna zwart, zodat de normaal in twee rijen in de lengte langs de zijkant liggende vlekken niet meer duidelijk te zien zijn. De buik is gewoonlijk zwart en opzij aan de onderkant komen witte vlekken voor. In de kleursamenstelling bij de mannetjes en de vrouwtjes zijn geen duidelijke verschillen. In plaats daarvan verschillen de afmetingen. De mannetjes zijn bijna altijd kleiner dan de wijfjes.

Leefgebied

De ringslang komt voor tot op meer dan 2000 meter hoogte, waar maar water te vinden is. Hij geeft de voorkeur aan de dicht begroeide oevers van moerassen en langzaam stromende rivieren, plassen, vochtige bossen en rietvelden. In de omgeving vindt de 'zwemslang' zijn voedsel, dat bestaat uit amfibiën en vissen.

Voedsel

De ringslang is bijzonder verzot op kikkervisjes, kikkers en watersalamanders. Hij voedt zich slechts met padden als hij zeer hongerig is. De jacht die hij op de kikker maakt, is werkelijk meedogenloos. Het lijkt bijna alsof het slachtoffer zich daarvan bewust is. Als het arme dier een ringslang tegenkomt, lijkt hij alle moed te verliezen. Hij is niet in staat om te springen en beperkt zich hoogstens tot een verwarde en krampachtige vluchtpoging. Hij wordt dan ook spoedig door de ringslang ingehaald. Die begint de kikker langzaam te verslinden, gewoonlijk beginnend aan de kop. Als hij zeer hongerig is, kan hij zes kikkers achter elkaar verslinden.

De ringslang voedt zich ook met vissen, die hij bij verrassing, heimelijk tussen de stenen onder water voortkronkelend, bij de staart grijpt. Hij trekt ze dan langzaam uit het water. Als hij ze op het land heeft zijn de vissen verdoofd en krachteloos, zodat hij ze op zijn gemak kan gaan verslinden.

Winterslaap

De ringslang is één van de reptielen die zijn winterslaap tot een minimum beperkt. Hij is nog in het begin van november te vinden en komt in het begin van maart alweer tevoorschijn. Dan werpt hij voor het eerst in het jaar zijn huid af.

Eieren

Pas aan het eind van april is de paartijd. Hoewel de periode totdat de eieren uitkomen afhankelijk is van de temperatuur, leggen de wijfjes gewoonlijk in juni vijftien tot dertig eieren. Die zijn ongeveer zo groot als duiveëieren, met een zachte, soepele, weinig kalk bevattende schaal. De eieren bevatten dooiers met heel weinig eiwit.

De eieren worden in een holletje gelegd, dat is uitgegraven op ee nvoor hun ontwikkeling gunstige plaats. Dat kan een berg mest of losse grond of vochtig mos zijn. De eieren van de ringslang zijn allemaal gehuld in een gelatine-achtige massa. Na drie weken komen de jongen naar buiten en zeer spoedig gaan ze aan het leven van de volwassen ringslangen deelnemen.

De ringslang is een lenig en levendig reptiel. Hoewel hij met kennelijk genoegen vele uren uitgestrekt in de zon kan blijven liggen, kronkelt hij toch wel graag hier en daar rond.

Leefgewoonten

Dikwijls uikt hij in het water, waarin hij soepel zwemt. Hij doet dat óf met zijn kop net aan het wateroppervlak, óf hij zwemt helemaal onder water. Af en toe laat hij een luchtbel naar boven ontsnappen. Als er zich gevaar voordoet, duikt hij dieper en gaat hij over de bodem kruipen, totdat hij een veilige plaats bereikt.

Hij kan het onder water enkele uren volhouden, als hij vóór het duiken zijn longen zo vol mogelijk heeft gezogen. Hij verplaatst zich ook op de grond zeer snel, vooral bij afdalingen.

De ringslang komt dikwijls in de buurt van de bewoonde wereld. Hij dringt door op mesthopen of vuilnishopen, waarin hij zijn hol graaft.

De Europese ringslang en de mens

De ringslangen tonen zich zeer zachtmoedig ten opzichte van de mens. Alleen wanneer ze lange tijd worden gehinderd, reageren zij met luid gesis en trachten ze te bijten. Ze scheiden dan bovendien kwalijk ruikende uitwerpselen uit, wat een van hun verdedigingsmiddelen is.

Door de boeren in de streken waar de ringslang veel voorkomt, werd hij ten onrechte vervolgd, omdat ze geloofden dat hij aan de uiers van koeien ging hangen om de melk eruit te zuigen.

De ringslang kan goed tegen gevangenschap en neemt direct het voedsel aan dat hem wordt voorgezet. Hij kan ook gemakkelijk tam worden gemaakt, zelfs zonder gevaar voor kinderen.
© 2007 - 2008 Hikari, gepubliceerd in Reptielen (Dier en Natuur) op 12-07-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Reptielen: de Europese ringslang"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.