Reptiel en Reptielen

Reptielen: graaf-adders en pof-adders

De graaf-adders en de pof-adders zijn twee ondersoorten van de adder. Lees en leer hier meer over de indrukwekkende graaf-adder en de pad-adder.


De graaf-adder, van het geslacht Atractaspis en de pad-adders, van het geslacht Causus, zijn ondanks hun uiterlijk, ook adders.

Graaf-adder (Atractaspis)

Vooral de graaf-adders lijken door hun cilindervormige romp, die evenals de staart bedekt is met gladde, glanzende schubben, eerder dikke en onschadelijke kruipende dieren dan giftige adders. Verder hebben ze zeer kleine oogjes met een ronde pupil. Hun kop is niet scherp afgetekend van de nek. Die kop is bedekt met grote, regelmatige schubben. Slechts een nauwkeurig onderzoek van de bek en in het bijzonder van de uiterst beweeglijke kaak, onthult onweerlegbaar zijn verwantschap met de familie van de adders.

De gifklier van de graaf-adder heeft, in tegenstelling tot die van de meeste andere gifslangen, een lengte tot bijna aan het hart. De klier is overal even breed. Deze cilindervormige klier, waarvan de lengte een derde van de totale lichaamslengte kan bereiken, bevat een tamelijk werkzaam gif. Van het gif van de graaf-adder zijn nog niet alle bijzonderheden bekend. Men weet bijvoorbeeld, dat het gif een temperatuursverhoging bij het slachtoffer veroorzaakt, wat bij het gif van de andere adders niet het geval is. Van de graaf-adder is het gif van 5/100 deel van de inhoud van een gifklier van gemiddelde grootte, voldoende om een muisje van 20 gram te doden.

Bijna alle leden van het geslacht van de graaf-adders (Atractaspis), die in Afrika in verschillende soorten vertegenwoordigd zijn, leven in het struikgewas of in streken, waar water aanwezig is. Ze hebben namelijk een omgeving nodig met een vrij hoge vochtigheidsgraad. Buiten het regenseizoen liggen ze overdag ingegraven in de grond of onder een berg bladeren en plantenresten. 's Nachts komen ze tevoorschijn om hun prooien te vangen, die vooral bestaan uit ijzerslangetjes.

Pad-adder (Causus)

De leden van het geslacht van de pad-adders (Causus) komen uitsluitend voor in Afrika. Ook de pad-adders zijn een ongewone addersoort, die meer op de colubriden lijken dan op adders, daar hun kop bedekt is met regelmatig gevormde schubben en omdat hun ogen een ronde pupil hebben.

De pad-adders vertonen veel overeenkomsten met de graaf-adders. Ze verschillen hiervan doordat hun gifklier, die zeer lang is, naar de kop getrokken kan worden om de inhoud beter te kunnen wegspuiten tijdens het bijten. Het schijnt, dat de pad-adders niet dikwijls toebijten en dat hun beet geen al te ernstige gevolgen heeft. Eén beet van de 'gewone gifslangen' die in Somalia en in tropisch Afrika voorkomt, is de "groene nachtadder" (causus resinus). Hij heeft een typische bek, die enigszins naar boven is gebogen. De kleur op de rug van deze adder varieert van olijfgrijs tot heldergroen, met of zonder donkere vlekken. De kleur aan de onderkant van zijn lichaam is altijd witachtig. Hij leeft bij voorkeur op vochtige plaatsen, waar hij, vooral 's nachts, ronddoolt op zoek naar amfibieën, die zijn voornaamste voedsel vormen.
© 2007 - 2008 Hikari, gepubliceerd in Reptielen (Dier en Natuur) op 03-06-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Reptielen: graaf-adders en pof-adders"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.