Reptiel en Reptielen

Reptielen: zandadder of hoornadder (Vipera ammodytes)

Reptielen: zandadder of hoornadder (Vipera ammodytes)

De zandadder of hoornadder (Latijnse naam: Vipera ammodytes) is de gemakkelijkst herkenbare adder van de zeven soorten adders die in geheel Europa voorkomen. Lees hier meer over de mooie Vipera ammodytes, en verbreed uw kennis over reptielen!


Zandadder of hoornadder (Vipera ammodytes)

De hoornadder of zandadder (B]Vipera ammodytes[/B]) is de meest karakteristieke en de gemakkelijkst herkenbare adder van de zeven soorten adders die in Europa voorkomen. Ofschoon zijn kop, evenals die van de aspis-adder, aan de achterkant breder is en van voren voorzien van hoornachtige plaatjes, kan hij met geen enkele andere addersoort worden verward. Dit komt door een uitwas, bedekt met schubben, die kegelvormig en zacht is en wel 5 mm hoog kan zijn. Deze uitwas op de punt van de bek heeft de vorm van een ,,hoorn'', vandaar zijn naam (hoornadder).

De hoornadder is langer dan de andere adders en kan, zij het bij hoge uitzondering, 90 tot 100 cm lang worden (normaal wordt hij 65 cm). De hoornadder heeft, evenals zijn verwanten, zeer gevarieerde kleuren. In het algemeen heeft hij een rij donkere vlekken op een grijsachtig witte ondergrond, met kleurschakeringen in geel, rose en bruin. Zijn kleuren zijn wellicht de mooiste van alle Europese adders.

Vanuit een vlek die min of meer de vorm heeft van een lier en die zich op de achterkant van de kop bevindt, loopt over het hele lichaam een zig-zag-streep. Die streep is bruinachtig, grijsachtig tot zwart en wordt omzoomd door min of meer regelmatige vlekken.

De hoornadder is vooral 's nachts actief. Hij is overigens rustiger van aard en bijt niet zo snel. Hij voedt zich, net als de andere slangen, met knaagdieren, hagedissen en vogeltjes. Hij geeft de voorkeur aan droge, zonnige plaatsen, zoals warme zanderige streken. Vandaar dat hij ook weleens zandadder wordt genoemd.

De hoornadder komt echter ook wel voor op rotsachtige, zonnige plaatsen, hetzij op zeeniveau, hetzij in de bergen, waar hij niet boven de 2000 meter komt.

De hoornadder komt voor van Joegoslavië en op de Balkan tot in de Kausasus en in Klein-Azië. Hij wordt ook aangetroffen in Oostenrijk. De hoornadder is er een voorbeeld van, hoe ver kenmerkende diersoorten uit Oost-Europa en Klein-Azië kunnen doordringen.

Andere Europese soorten adders

Vipera ursinii
Een wat kleiner verspreidingsgebied heeft de kleine spitssnuit-adder (Vipera ursinii), die lange tijd werd beschouwd als een ondersoort van de ,,gewone'' adder. Hij wordt aangetrofen in enkele streken van Zuid-oost Frankrijk, Italië, Neder-Oostenrijk, Joegoslavië, Hongarije, Roemenië en Bulgarije.

Zijn levensgewoonten lijken op die van de gewone adder. Hij leeft zowel op de vlakte, als in de bergen en wel tot op 2000 meter hoogte. Hij geeft de voorkeur aan zonnige grasvlakten, waar de talrijke holen van kleine knaagdieren hem voedsel en een schuilplaats bieden.

De kleine spitssnuit-adder is tamelijk beweeglijk. Hij is overdag actiever als in de nacht. Hij bereikt normaal een lengte van 45 centimeter, een enkele keer 60 centimeter. Zowel in zijn kleuren als in zijn gehele vorm lijkt hij veel op de gewone Europese adder, waarvan hij zich overigens onderscheidt door zijn kleinere kop. De kop tekent zich minder scherp af tegen de romp. Een ander verschil is het aantal rijen schubben (19 of 20) op de helft van de romp.

De schubben op de kop lijken wat op hun opstelling betreft het meest op die van de gewone adder. In het algemeen echter heeft hij slechts één enkel schildje op de punt van zijn bek, terwijl het er bij de gewone adder twee zijn. Het oog is nogal klein. Zijn lichaam is tamelijk slank, met een staart die 1/7 of 1/8 van de totale lengte bedraagt bij de mannetjes en 1/10 bij de vrouwtjes. De beet van de kleine spitssnuit-adder is weliswaar niet ongevaarlijk, maar hij wordt als minder gevaarlijk beschouwd dan de beet van de andere addersoorten.

Verdere soorten
In Europa komen nog enkele andere addersoorten voor die behoren tot het geslacht van de adders, om precies te zijn delebetina-adder (vipera lebetina), de xanthia-adder (Vipera Xanthia), die vooral voorkomt in Klein-Azië en de latasti-adder (Vipera latasti). De latasti-adder, die voorkomt in Noordwest Afrika en in Spanje en Portugal, vertegenwoordigt een middensoort tussen de hoornadder of zandadder en de aspis-adder. De lebetina-adder die een tamelijk groot verspreidingsgebied heeft (Griekse Archipel, Cyprus, Klein-Azië, India, Arabië, Perzië en Noordwest-Afrika), is de grootste Europese addersoort. De wijfjes kunnen zelfs 140 centimeter lang worden. Het gif van de lebetina-adder is buitengewoon gevaarlijk!
© 2007 - 2008 Hikari, gepubliceerd in Reptielen (Dier en Natuur) op 30-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Reptielen: zandadder of hoornadder (Vipera ammodytes)"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.