Reptiel en Reptielen

Reptielen: de ,,gewone'' Europese adder (Vipera Berus)

Reptielen: de ,,gewone'' Europese adder (Vipera Berus)

Hoewel de mens een ingeboren afkeer heeft van reptielen, is het voor de mens wellicht gemakkelijker toe te geven dat de reptielen lang geleden een beslissende schakel vormden in de geschiedenis van het leven op aarde - namelijk toen de dieren het water verlieten om het vaste land te veroveren - dan te erkennen dat de mens verwant zou zijn aan de apen. Lees hier meer over de indrukwekkende wereld achter de reptielen!


Vipera Berus

De ,,gewone'' Europese adder, ook wel de moeras-adder genoemd (Vipera Berus), komt voor over een zeer uitgestrekt gebied. Hij is wellicht de meest verbeide van alle adders. Hij komt voor in geheel Midden- en Noord-Europa en zelfs tot in het oosten van China wordt hij aangetroffen. In Europa, waar hij tot aan de 78ste breedtegraad is doorgedronen, komt hij voor in Scandinavië, Groot-Brittannië (waar hij de enige adder is), België, Nederland, Duitsland, Oostenrijk, Zwitserland, Frankrijk ten noorden van de Loire en in de Alpen tot de sneeuwgrens. In Nederland komt hij voor in de Veluwe en in Drente.

Hij wordt gewoon ,,de adder'' genoemd omdat het de enige adder is die in Nederland voorkomt.

Deze ,,gewone'' adder heeft en afmeting van ongeveer 65 centimeter bij de mannetjes en 70 centimeter bij de vrouwtjes. Ze zijn zeer gevarieerd van kleur. In tegenstelling tot de andere slangen zijn de kleuren van de mannetjes verschillend van die van de vrouwtjes. De vrouwtjes zijn herkenbaar aan hun grotere lengte en hun veel kortere staart en bovendien aan de kleur, die van boven bruinachtig rood is met fijne zwarte vlekken. De mannetjes zijn grijsachtig van kleur, met zwarte vlekken. Zowel de kleur van de buik als de kronkelende zwarte streep over derug, omzoomd door een dubbele rij bruine vlekken, verschilt aanmerkelijk van dier tot dier.

De leefwijze en de voeding van de Vipera berus zijn gelijk aan die van de aspis-adder. De gewone Europese adder wordt ook wel moeras-adder genoeemd, omdat hij bij voorkeur op vochtige en moerassige plaatsen verblijft. Het is echter geen waterslang en hij wordt dan ook ten onrechte dikwijls verward met de aspis-adder, die leeft in de steppen, op grasvlakten en steenrijke hellingen tot op meer dan 2000 meter hoogte.

De ,,gewone'' adder is, volgens de beroemde dierkundige Brehm een uitermate dom en stompzinnig dier. Hij wordt eerder en vaker dan elk ander dier razend. Elke ongewone gebeurtenis wekt zijn woede op. Omdat hij echter niet in staat is om de omstandigheden waarin hij zich bevindt te beoordelen, leert hij niet van opgedane ervaringen. Hij probeert in een stok of een vinger te bijten, die hem achter glas wordt toegestoken, met dezelfde razernij waarmee hij een levend dier zou bijten. Hij stoot met zijn tanden in het lichaam van zijn prooi om deze te laten bloeden, maar hij merkt niet dat zijn woede geen doel heeft.

Als hij geïrriteerd is, hapt hij woedend in de lucht. Hij is niet in staat werkelijk gevaar van gewone gebeurtenissen te onderscheiden. Daardoor lijkt het dat hij nergens echt bang voro is. Maar hij vlucht voor iedere onvoorziene gebeurtenis, ofschoon hij met zijn gif over een verschrikkelijk wapen beschikt. Het is bijzonder gemakkelijk hem te vangen ten te doden, want als hij geen kans ziet om te vluchten wacht hij onbewogen de gebeurtenissen af, daarbij af en toe de buitenwereld volkomen vergetend. Dit wil niet zeggen dat hij moedig is, maar het wijst op zijn arrogante en eigenzinnige karakter.

De ,,gewone'' adder is niet agressief tegen de dieren, die niet tot de categorie van zijn prooi behoren. Hij is niet eens in staat om te springen, zoals men algemeen aanneemt. Voor de mens vertegenwoordigt hij derhalve geen gevaar, althans zolang hij niet wordt aangeraakt.

men kan deze adder gemakkelijk naderen en rustig observeren. Hij zal dreigend blazen, maar nie taanvallen. Een kleine aanraking is echter voldoende om zijn kop bliksemsnel omhoog te laten schieten. En dan is het wel uitermate moeilijk aan zijn zeer gevaarlijke tanden te ontkomen. Veel vergiftingsgevallen als gevolg van adderbeten zijn te wijten aan deze ,,gewone'' adder, wiens beet weliswaar gevaarlijk is, maar zelden tot de dood leidt.

Ondanks het feit, dat de gewone adder, evenals de andere adders, wordt vervolgd door de mens en door zijn natuurlijke vijanden - zoals roofvogels, kleine vleesetende dieren en niet in de laatste plaats egels - komt hij in zijn verspreidingsgebied toch tamelijk veelvuldig voor.

Met de komst van het mooie weer eindigt de winterslaap en dan begint ook voor de adders de tijd van de liefde. Voordat de mannetjes met de wijfjes gaan paren, gaan ze tegenover hen liggen. Ze voeren dan de zogenaamde paringsdans, de ,,dans van de adder'' uit, waaraan de wijfjes niet deelnemen. Vaak hebben méér mannetjes het oog gericht op één vrouwtje. Nadat de rivalen zich hebben teruggetrokken, richt de overwinnaar zijn aandacht volledig op het wijfje, dat zonder iets te doen aanwezig is.

Elk jaar of elke 2 jaar in de landen waar de zomer zeer kort is, brengen de adder-vrouwtjes in augustus of september 5 tot 20 jongen ter wereld. Die zijn gehuld in een doorschijnend vlies, waavan zij zich zeer spoedig - kronkelend om de wereld te veroveren - bevrijden.

Het is niet bekend, hoe oud adders kunnen worden,want in gevangenschap weigeren ze voedsel en slechts bij uitzondering blijven ze bij gevangenschap een jaar leven.
© 2007 - 2008 Hikari, gepubliceerd in Reptielen (Dier en Natuur) op 30-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Reptielen: de ,,gewone'' Europese adder (Vipera Berus)"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.