
Reptielen: Aspis-adder (Vipera aspis)
Hoewel de mens een ingeboren afkeer heeft van reptielen, is het voor de mens wellicht gemakkelijker toe te geven dat de reptielen lang geleden een beslissende schakel vormden in de geschiedenis van het leven op aarde - namelijk toen de dieren het water verlieten om het vaste land te veroveren - dan te erkennen dat de mens verwant zou zijn aan de apen. Lees hier meer over de indrukwekkende wereld achter de reptielen!
Vipera Aspis
De Aspis-adder (Vipera aspis) is zeker de meest verspreide adder in grote delen van Europa. Hij komt voor in Zuid-Frankrijk, Spanje, Italië, in West- en Zuid-Duitsland, in Oostenrijk en Joegoslavië, kortom in geheel Midden- en Zuid-Europa.Het is niet erg moeilijk de aspis-adder van de andere adders te onderscheiden, hoewel er een grote verscheidenbeid bestaat in kleur en vorm van de schubben en de vorm van de bek. De aspis-adder, waarvan de vrouwtjes maximaal 75 cm lang zijn en de mannetjes ongeveer 60 cm, heeft een driehoekig tot hartvormige kop. Die kop tekent zich scherp af tegen de nek en de rest van het lichaam. In tegenstelling tot bij de ,,gewone'' adder zijn de schubben van de kop, behalve die boven het oog, klein en enigzins onregelmatig. Door zijn met het uiteinde enigszins naar boven gebogen bek onderscheidt de aspis-adder zich duidelijk van de kleine spitssnuit-adder (Vipera Ursinii) en van de ,,gewone'' Europese adder (Vipera berus). De kleur van het logge lichaam, dat uitloopt in een korte en tamelijk dunne staart, is zeer varanderlijk. Afgezien van de grondkleur kunnen alle nuances van asgrauw of geelgrijs tot roodachtig bruin en zelfs helder zwart voorkomen. Op deze achtergrond tekenen zich op de rug donkerder vlekken af, die echter niet altijd een zig-zag-lijn vormen.
De huid van de buik kan in kleur variëren van bruin tot geelbruin en roodgeel met donkergrijze vlekken. Aan de staart valt in het algemeen een mooie oranje-gele kleur op. Het oog met de verticale pupil is grijsachtig. De lippen van de aspis-adder zijn geelachtig wit.
De aspis-adder verblijft, in tegenstelling tot de ,,gewone'' adder, bij voorkeur op warme en droge plaatsen, in steenrijke weiden, woeste terreinen en heggen en struiken, die rijk zijn aan schuilhoeken, waar hij zich nooit ver van verwijdert. Hij zou als verdelger van ee ngrote hoeveelheid veldmuizen en andere voor de landbouw schadelijke knaagdieren als nuttig kunnen worden beschouwd, als zijn gif niet een voortdurende bedreiging vormde. In werkelijkheid is de aspis-adder schuw en bang van aard en hij zal zich bij voorkeur ijlings verwijderen, als er plotseling gevaar dreigt. Alleen wanneer hij ziet dat zijn vluchtweg afgesloten is, valt hij aan.
Aangezien men er niet altijd in slaagt de aspis-adder te midden van de plantengroei en de stenen op te merken, kan het gebeuren dat men onverwachts op hem trapt of hem aanraakt. Daarom is het noodzakelijk de terreinen waar hij kan voorkomen uiterst behoedzaam te betreden en zo mogelijk altijd een ampul serum mee te nemen. In ons land bestaat er vrijwel geen gevaar voor een adderbeet, maar er zijn streken in Europa waar men er terdege rekening mee moet houden.
Kleine zoogdieren, hagedissen en de kleine slangetjes vormen het normale voedsel van de aspis-adder. Zodra hij zijn prooi heeft ingeslikt, keert hij terug naar zijn schuilplaats in de schaduw om de rest van de dag zijn voedsel te verteren. Enige uren na de maaltijd, is het gif, dat een belangrijk verterende werking heeft, in ieder geval gedeeltelijk opnieuw geproduceerd. Een aspis-adder die niet lang na zijn maaltijd werd gevangen, braakte in een glazen pot twee stukken van een hagedis uit, het enige wat er nog van over was. Daar de tanden van de adder niet geschikt zijn om te breken, kan men zich voorstellen dat het gif samen met de maagsappen het gemakkelijkst de weke delen van de prooi het eerst verteert, om precies te zijn het gedeelte ter hoogte van het onderlijf.
Al vallen er veel slachtoffers door de adders, ze hebben ook niet weinig vervolgers. Dassen, egels en nachtvogels zowel als dagvogels (die gedeeltelijk ongevoelig voor het gif schijnen te zijn) maken jacht op hen.
In maart, wanneer het niet vreemd is verschillende aspis-adders gestrengeld te zien in een paring (de ineenstrengelingen zijn talrijker en kenmerkender gedurende de winterslaap), gaan de mannetjes op zoek naar een wijfje. Na een dracht van ongeveer 4 maanden worden de eieren, waarin de jongen al geheel zijn gevormd, met korte tussenpozen gelegd. Al zeer spoedig bevrijden ze zich van de schaal. Binnen korte tijd zijn de jonge aspis-adders 18 tot 20 centimeter lang, in staat te jagen en zich te voeden. De gifklieren functioneren dan al volledig. © 2007 - 2008 Hikari, gepubliceerd in Reptielen (Dier en Natuur) op 30-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Reptielen: Cerastes-adder en de zandrateladder (a k a efa): De Cerastes-adder en de efa of zandrateladder. Twee bijzondere addersoorten. Omdat de beschrijvingen per addersoort te beknopt zijn om er één arti…
- Reptielen: zandadder of hoornadder (Vipera ammodytes): De zandadder of hoornadder (Latijnse naam: Vipera ammodytes) is de gemakkelijkst herkenbare adder van de zeven soorten adders die in geheel Europa voork…
- Reptielen: Russell-adder en Afrikaanse boomadder: Omdat er weinig uiteenlopende informatie te vinden is over de Russell-adder (Vipera russelli) en de Afrikaanse boomadder (Atheris Chlorechis), zijn deze twee…
- Reptielen: pof-adder en adder van Gabon: In dit artikel voor U bescheven: de ,,gewone'' pof-adder en de Adder van Gabon, beide behorend tot het geslacht van de pofadders. Welkom in de wondere wereld van de ,…
- Reptielen: de ,,gewone'' Europese adder (Vipera Berus): Hoewel de mens een ingeboren afkeer heeft van reptielen, is het voor de mens wellicht gemakkelijker toe te geven dat de reptielen lang geleden een besl…

Reageer op het artikel "Reptielen: Aspis-adder (Vipera aspis)"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

