Schepping en Schepsels

Alle schepsels zijn belangrijk. Een Joodse visie

Meer dan 1,4 miljoen verschillende soorten organismen zijn tot nu toe geïndentificeerd. Veel wetenschappers schatten het totale aantal zelfs vele malen hoger: tussen de 10 en 80 miljoen exemplaren. Wat is eigenlijk de nut ervan? Volgens Joodse religieuze geleerden heeft God niets voor niets geschapen. Aan de hand van een midrasj uit het 'Alfabet van Ben-Sira (een verzameling van Joodse commentaren) wil ik het nut uitleggen.


Naar zijn soort

In de Tora wordt beschreven hoe God alles naar zijn soort schiep. Iedere plant en ieder dier gaf Hij zijn eigen specialiteit. Het ene organisme bezit kwaliteiten om in de woestijn te (over)leven, de ander in een moerasgebied. Er kan een verband worden gelegd tussen een theologisch perspectief en de wetenschappelijke kennis die aanwezig is over de uiteenlopende adapatievermogens van organismen. God gaf alle organismen een taak en deze zijn binnen een levensgemeenschap met elkaar verbonden. De mens die door zijn handelen geleid wordt door het intellect of de rede, drukt een eigen stempel op de ecosystemen waarmee hij zich bemoeit. Hij heeft het vermogen de door de natuur aangewezen wegen te volgen, of er dwars tegen in te gaan. In dit verband zijn de mitswot (verplichtingen) van belang om soorten gescheiden te houden. De os en de ezel mogen niet samen ploegen, er mogen geen gemengde zaden in velden en wijngaarden worden gebruikt. We hebben de opdracht gekregen het evenwicht in het ecologisch systeem zo min mogelijk te verstoren. Het doel van het volgen van deze mitswot is evenwicht te bewaren met het milieu.

De spin, de wesp en koning David

Maar wat is nu het nut van alle schepsels? Dit kan ik uitleggen aan de hand van een midrasj (uitlegging):
Eens toen koning David op het dak van zijn huis zat, zag hij hoe een wesp een spin op at. David vroeg aan God: "Meester van het Heelal, wat is het nut van deze schepsels? De wesp eet de nectar van bloemen; de spin spint webben. Maar wat heb ik eraan?"

God antwoordde: "David, jij kleineert mijn schepsels! Er zal een tijd komen dat je ze beiden nodig zult hebben."
Een tijd later was David op de vlucht voor koning Saul en hield zich schuil in een grot. God zond een spin die de ingang van de grot afsloot met een web. Toen Saul de grot passeerde en het web zag, zei hij: "Niemand kan zich hier schuil houden, anders was het web gebroken."

Toen David uit de grot kwam en de spin zag, kuste hij deze en zei: "Gezegend is onze Schepper en gezegend ben jij."
Weer een tijd later vond David, die een waterkan zocht, Saul en Abner slapende in een tent. Abner lag voor beide ingangen van de tent: zijn hoofd aan de ene en zijn voeten aan de andere kant. David kon daardoor niet bij de waterkan komen. Maar in zijn slaap trok Abner zijn benen op en David kroop er onder door en pakte de kan. Toen hij weer weg wilde, strekte Abner zijn benen en sloot David op. In wanhoop bad David tot God: "God, waarom heeft U me in de steek gelaten?'
Toen zond God een wesp die Abner in zijn benen prikte. Abner boog zijn knieën en David rende weg. Opnieuw prees David God: "Meester van het Heelal, wie kan Uw werken nabootsen, Uw machtige daden? Al Uw werken zijn zo mooi."

© 2007 - 2008 Etsel, gepubliceerd in Natuur (Dier en Natuur) op 28-08-2007, laatst gewijzigd op 16-06-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Etsel is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Alle schepsels zijn belangrijk. Een Joodse visie"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.