De biodiversiteit van de oceanen

De biodiversiteit van de oceanen

Bijna driekwart van het aardoppervlak is bedekt met water. De vier grote oceanen nemen samen ruim 70% van het totale oppervlakte in beslag. De levende wezens in de wereldzeeën kunnen worden verdeeld in drie groepen: het dierlijk en plantaardig plankton, de zwemmende dieren en de op de bodem levende dieren. Tot 200 m diep dringt nog licht door. Hier komen ook de meeste dieren voor. Deze biodiversiteit wordt bedreigd door ernstige vervuiling, zoals de drijvende vuilnisbelten of plastic soep.

Kenmerken oceaanwater

Onder de watermassa's van de vier grote oceanen bevinden zich uitgestrekte berggebieden, laagvlakten en diepe ravijnen. Het licht dringt slecht door tot 200 m onder de zeespiegel. In de diepte daaronder is de zee aardedonker. De gemiddelde diepte van deze wereldzeeë is vier kilometer met als diepste punt de Marianentrog bij de Filippijnen op ruim 11 km onder de zeespiegel. De temperatuur daalt geleidelijk naarnate men van de warme oppervlakte naar de koude diepte afdaalt. Onderstromen en stormen brengen de bovenste 200 meter van de oceaan in beroering, maar verder naar beneden stroomt het water slechts heel zachtjes. De diepe stromingen die er zijn worden veroorzaakt door het koude water van de pool dat het minder koude opstuwt. Het drijft langzaam naar de tropische gebieden terug en het water dat het verplaatst komt naar de oppervlakte. Dit omhoogkomende water bevat minerale zouten die uit dode dieren en planten zijn vrijgemaakt door op de zeebodem levende bacteriën.

De flora en fauna in de oceanen

Dieren en planten van de wereldzeeën leven niet alle op dezelfde manier. Er zijn vier mogelijkheden: sommige drijven aan de oppervlakte en worden door zachte stromingen en vaak niet zo zachtzinnige winden van de ene naar de andere plaats gevoerd; andere zwemmen door het water en bepalen zelf hun lot; weer andere kruipen over de bodem van de oceaan, omringd door diepe duisternis; en beneden op de altijd koude bodem leven dieren die zich vasthechten aan de rotsen of in de dikke laag slib of modder leven en hun ligplaats nooit verlaten. De zeelelie bijvoorbeeld, familie van de zeester, blijft aan de bodem vastzitten aan een lange steel. Veel dieren die op de oceaanbodem leven hebben lange poten om te voorkomen dat hun lichamen door de modder worden bedekt.

Dierlijk en plantaardig plankton

Plankton is de verzamelnaam voor alle vrij in het water zwevende organismen. Het zoöplankton is het dierlijke deel hiervan. Planktondiertjes kunnen zich wel verplaatsen, maar zijn niet sterk genoeg om tegen de stroom in vooruit te komen. Hun afmetingen
variëren van microscopisch kleine protozoën (eencellige micro-organismen) tot de tientallen centimeters metende kwal. Garnaalachtige schaaldiertjes drijven in grote aantallen voort. Veel dieren brengen een deel van hun leven door als zoöplankton. Haringen en andere vissen leggen hun eieren in het plankton en hun jongen drijven mee tussen de minuscule plantjes en diertjes. Ook de larven van weekdieren vindt men hiertussen. Het plantaardige plankton wordt fytoplankton genoemd (zie afbeelding rechts). Het betreft ééncellige algen en meercellige, drijvende planten. De algen in de oceanen produceren 80% van de zuurstof in de atmosfeer. Ze staan aan de basis van de voedselpiramide in zee, waardoor uiteindelijk ook roofvissen, zeezoogdieren, zeevogels en visetende mensen aan hun eten komen. Nergens in de oceanen ontbreken dierlijk en plantaardig plankton geheel en waar het massaal voorkomt is voor vissers een aanwijzing dat zich ter plaatse veel vissoorten ophouden. Deze drijvende organismen hebben speciale aanpassingen aan hun vorm van leven. Vele bevatten druppeltjes olie om te voorkomen dat ze zinken. Andere zijn uitgerust met lange stekels en flappen. Deze vergroten het lichaamsoppervlakte en helpen het daardoor te blijven drijven.

De grote plankton-eters

De reuzen van de oceaan zwemmen tussen het plankton en gebruiken datzelfde plankton of elkaar als voedsel. De grootste onder hen is de walvis. Het grootste deel van zijn tijd brengt dit zoogdier door in de bovenste lagen van de zee, omdat ze om te ademen aan de oppervlakte moeten komen. Sommige walvissen voeden zich uitsluitend met plankton. Deze baardwalissen zeven hun voedsel letterlijk uit het zeewater. De blauwe vinvis -het grootste dier op aarde- neemt een enorme hap zeewater en perst dat tussen de hoornen plooien, die vanaf het gehemelte naar beneden hangen; deze baarden zijn aan de tongkant gerafeld. Het plankton blijft tussen de rafels hangen en wordt met de tong afgelikt en ingeslikt. Ook makreel en haring leven van plankton. Op hun beurt worden zij weer opgejaagd door een leger van snelzwemmende roofvissen, waaronder haaien. Zeehonden en duizenden zeevogels voeden zich eveneens met plankton-etende vissen.

Kleinere oceaanbewoners

Tot ruim 200 meter diepte, voor het grootste deel gerekend tot het Continentale Plat, wemelt het op de bodem van weekdieren, zeesterren, slangsterren en wormen. Sommige van hen, zoals de kamoester filtert zijn voedsel uit het water. Andere voeden zich met grotere delen afkomstig van dode organismen. Dit zijn de aasdieren van de zee, waaronder de krab. Andere, zoals zeesterren, voeden zich met andere bodembewoners. Waar de oceaan dieper is wonen er op de zeebodem minder dieren; maar sommige wonen zelfs in de diepste diepzeetroggen.

Het leven van de diepzeevissen

Dieper in de oceanen wordt de druk geleidelijk groter. In de diepzeetroggen is de druk 1000x groter dan aan de oppervlakte. Bezwijken er dieren onder deze geweldige kracht? Niet als de druk binnen in hun lichaam gelijk is aan die erbuiten. Waar de oceaan
het diepst is is het ook erg koud, met temperaturen rond het vriespunt. De dieren die op deze duistere diepte leven hebben zich dusdanig aangepast dat ze deze kou kunnen weerstaan. De diepzeevissen zijn merkwaardig uitziende wezens. Sommige hebben enorme ogen en speciale lichtgevende organen, zoals de diepzeehengelvis, ook wel lantaarnvis genoemd. Dit familielid van de zeeduivel kenmerkt zich door een hengelachtig lichtgevend orgaan (zie afbeelding links). Omdat ze zelden soortgenoten tegenkomen is het mannetje tien keer kleiner dan het vrouwtje en bijt hij zich bij de voortplanting aan haar vast, vergroeien beide vissen tot één en blijft manlief tot aan zijn dood vastzitten aan zijn geliefde. Andere diepzeevissen hebben helemaal geen ogen, maar bijna allemaal hebben ze lange, naar binnen gerichte tanden. Er zijn er die kaken hebben die ze zo wijd kunnen openen en een lijf dat zo flexibel is, dat ze een prooi van tweemaal hun omvang kunnen verschalken, zoals de diepzeehengelvis. We kennen de bouw van diepzeevissen, maar we weten weinig van hun gewoonten. Als ze naar de oppervlakte komen gaan ze meestal dood door het afnemen van de waterdruk, waardoor de gasinhoud van de zwemblaas uitzet en het dier uit elkaar barst.

De kunststofarchipel of plastic soep

Wetenschappers hebben in de afgelopen eeuw ontdekt dat de biodiversiteit in de oceanen ernstig is bedreigd door menselijke activiteiten als scheepvaart, visvangst, de ontwikkeling van kustgebieden of het lozen van meststoffen door rivieren. Slechts vier procent van de oceanen blijkt nog helemaal ongerept. Rand- en binnenzeeën als de Noordzee, Oostzee, Zuid-Chinese Zee, Golf van Mexico, Middellandse Zee, Rode Zee en Perzische Golf hebben het meest te lijden onder de invloed van de mens. De poolzeeën zijn nog redelijk onbezoedeld. Vooral in de tropische en polaire gebieden verdwijnt het plankton, waarschijnlijk door de opwarming van de aarde.

Een nog grotere bedreiging van het ecosysteem in de bovenste laag van de oceanen is de kunststofarchipel, ook wel de
'plastic soep' of drijvende vuilnisbelt genoemd. Het is een gebied in het noorden van de Grote of Stille Oceaan waar enorme hoeveelheden plastic en ander afval bijeen drijven. Jarenlang was het bestaan van deze plastic vuilnisbelt nauwelijks bekend. Ze ligt ver van drukke scheepvaartroutes en zeilers mijden dit gebied omdat er weinig wind is. De drijvende plasticdeeltjes lijken sterk op plankton. Veel plasticdeeltjes worden vaak door kwallen gegeten en komen zo in de voedselketen terecht in de magen van vogels en dieren, waaronder zeeschildpadden. De gevolgen hiervan verschillen van vergiftiging tot verstoring van de hormoonhuishouding bij deze dieren. Door de afbraak van het afval is de hoeveelheid plasticdeeltjes in het gebied vaak te klein om te zien en kan de archipel niet worden gekarakteriseerd als een continu zichtbaar veld.

Dit artikel is onderdeel van de negendelige special De biodiversiteit in de grote ecosystemen.
© 2011 - 2012 Staal, gepubliceerd in Natuur (Dier en Natuur) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Geen zeestromen, geen leven Zeestromen zijn erg belangrijk voor het leven op aarde. Zonder zeestromen zou er geen leven o…
Prachtige gebieden aan zee en hun verleidelijke koraalriffen 71 procent van het aardoppervlak bestaat uit oceanen waarin…
Zeestromen en waterkringloop Het water in de oceanen is altijd in beweging. De wind mengt het zeewater tot op een diepte…
De noordkaper 'Right whale' De noordkaper is een walvis die in het engels ook wel ‘Right whale’ genoemd werd. Het was alt…
Zeeën en Oceanen Zeeën en Oceanen. Hoeveel oceanen zijn er? Wat is de diepste oceaan? Waarom golft de zee? Waarom is…

Bronnen en referenties
  • De Dierenwereld - Winston S. Priest (Time Life Books)
  • De Natuur rondom ons - Tine Pollmann

Reageer op het artikel "De biodiversiteit van de oceanen"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Staal
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Natuur
Bronnen en referenties: 2
Schrijf mee!