De biodiversiteit in stromen en rivieren

De biodiversiteit in stromen en rivieren

Vissen, andere dieren en planten hebben het in stromend water, zoals rivieren, niet even gemakkelijk. Zo is er in snelstromend water niet veel plantaardig voedsel te vinden. Planten die hierin wortelen moeten zich wapenen tegen de snelle stroom. Veranderende omstandigheden in een rivier brengen veranderingen teweeg bij de dieren die erin wonen. In de buurt van de zee mengt zich zout met zoet water en komen andere levensvormen voor.

Kenmerken van een rivier

Meren en rivieren komen in alle klimaatgebieden voor, maar vooral op het noordelijk halfrond, in de gematigde streken. De term 'rivier' staat voor een groot, stromend volume zoet water. Klimaat en bodemgesteldheid bepalen de vegetatie van de rivier. Hierdoor worden de rivierbedding, de stroomsnelheid en waterhoeveelheid bepaald. In rivieren wordt de samenstelling van planten en dieren voor een belangrijk deel bepaald door de stroomsnelheid van het water. De stroming is het sterkst in de buurt van de plek waar een stroom ontspringt. Slechts een klein gedeelte van het zoete water op aarde (3% van al het water) stroomt als rivierwater naar zee. Een stroomgebied is het gebied waarbinnen al het overtollige water via die ene rivier wordt afgevoerd. De Amazone (6800 km), de Nijl (inclusief de Witte Nijl) en de Jangtsekiang zijn de langste rivieren ter wereld.

Aanpassing van de dieren aan de stroming

Rivieren stromen, naarmate ze de zee naderen, steeds langzamer. Al die tijd moeten de dieren in het water hun strijd voeren tegen de stroom, want het water rukt ze altijd weg van hun natuurlijke habitat naar een meer vijandige omgeving. Sommige
insectenlarven zijn al die tijd bezig om stroomopwaarts te komen om niet te worden weggespoeld. Andere klampen zich vast aan de rotsen. Weer andere, zoals de larven van de kokerjuffer, verankeren hun nesten met stenen. En sommige vissen zijn zo gebouwd dat ze in staat zijn de stroming te weerstaan. Platvissen zijn meer gestroomlijnd en vissen die van zuigers zijn voorzien kunnen aan onbeweegbare voorwerpen gaan hangen. Hoewel er in snelstromend water niet veel plantaardig voedsel te vinden is, wordt het beetje dat beschikbaar is door grote en kleine dieren losgewrongen of uit het water gevist. Een andere larvesoort, die van de kokerjuffer, spint een zijden net om het plankton te verschalken (zie afbeelding rechts); en larven van de zwarte vlieg, die monddelen hebben die lijken op de tanden van een hark, vangen het voedsel dat voorbijsuist in hun bek. Hoog in het schone, snelstromende water leeft de forel. Zijn lichaam is gestroomlijnd en doorklieft de stroming. Stroomafwaarts zou een visser een karper kunnen vangen. De vissen zijn hier plat en slechte zwemmers, niet in staat zich tegen de srroom in te bewegen.

De vegetatie in de stroming

De stroming is het sterkst in de buurt van de plek waar een stroom ontspringt. Naarmate de stroom de rivier nadert gaat het water trager stromen. Slib en kleine stenen worden door de stroom meegevoerd, terwijl de grotere stenen waaraan de dieren zich vastklampen en waartussen ze zich verbergen, blijven liggen. Hoog opgroeiende planten kunnen in deze steenachtige bodem geen wortel schieten; maar algen en watermossen kunnen groeien aan de stroomafwaartse kant van de stenen, waar ze een groen laagje vormen. Als het rivierbed (ruimte waarin het water van de rivier zich beweegt) niet te steil afloopt, of als de bedding breed is, staat er geen sterke stroming. Steentjes en slib zakken naar de bodem.

Hier kunnen planten wortelen. Maar ook dan moeten ze nog weerstand bieden aan het stromende water. Daarvoor is een sterke stengel nodig, én diepe wortels. Waterboterbloemen en waterselderie bezitten beide. Een andere vorm van adaptatie (aanpassing aan de omstandigheden) helpt het pijlkruid op zijn plaats te blijven. In rustig water groeien zijn bladeren in de vorm van een pijl, maar in een stroomversnelling groeien ze in de vorm van een lus, waar het water gemakkelijk overheen glijdt. In een rivier met een trage stroming bestaan gunstige levensvoorwaarden voor planten als watersterkruid, waterpest en zelfs voor gele waterlelies.

Problemen voor de trekvissen

Het heeft heel wat moeite gekost om de zalm en andere zogenoemde trekvissen, zoals de paling en de elft, die bijna uitgestorven was, weer terug te krijgen in de bergen waar de zijrivieren van de Rijn hun oorsprong hebben. De waterkwaliteit was te
slecht, omdat grote industrieën van Bazel tot het Ruhrgebied gif loosden. Ook door stuwen, sluizen en waterkrachtcentrales was de weg voor de vissen afgesneden. Door strenge milieumaatregelen van de laatste decennia om de Rijn schoner te maken zwemt de zalm (zie afbeelding links) weer volop van de Noordzee naar de Alpen. Want zalm en andere trekvissen zwemmen wat af: ze worden geboren in de bergen, dalen af naar zee om zich daar vol te vreten. Maar om te paaien willen ze per se terug naar hun geboorteplek. Duitsland heeft miljoenen geïnvesteerd om de zalm te lokken. In overleg met de betrokken landen rond de Rijn werden afspraken gemaakt om de trekvissen doorgang te verlenen middels vispassages. Duizenden trekvissen maken nu al gebruik van deze doorgangen. Nederland stemde in 2000 in met het zogenaamde Kierbesluit, waarin bepaald werd de Haringvlietsluizen bij vloed te openen. Het huidige kabinet wilde als bezuinigingsmaatregel de afspraak terugdraaien, mede onder druk van de landbouwlobby met als argument dat door het openstellen van de sluizen brak water ontstaat en boeren zijn bang voor verzilting van hun land. Inmiddels is de overheid alsnog overstag gegaan, mede onder druk van met name Duitsland, om zich aan de destijds gemaakte afspraken te houden.

Bij de riviermonding

Naarmate de rivier de zee nadert beweegt zich zout water onder de rivierstroming stroomopwaarts. Aanvankelijk van elkaar gescheiden, maar naarmate beide zich met elkaar vermengen en het water brak wordt, bevat het zowel levensvormen die in de zee als die in de rivier thuishoren. Aan weerszijden van de rivier liggen moddervlakten. Bij vloed is dit modderige oeverland bedekt met zout water, bij eb is het blootgesteld aan de zon en de regen; daardoor vormen deze vlakten een speciale habitat. De dieren die hier leven zijn meestal holbewoners. Ze verbergen zich als de modder bloot ligt en komen bij vloed naar buiten om te eten. Het gebied bevat voedsel in overvloed. De rivier voert o.a. dode dieren en planten mee en laat ze hier achter. Wormen, weekdieren en vele andere ongewervelde dieren leven in moddervlakten die onder invloed staan van het getij en vormen voedsel voor de waadvogels.

Dit artikel is onderdeel van de negendelige special De biodiversiteit in de grote ecosystemen.
© 2011 - 2012 Staal, gepubliceerd in Natuur (Dier en Natuur) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Meren en Rivieren Meren en Rivieren. Waar zijn de grootste en de diepste meren van de wereld? Waar vind je de langste riv…
Diabetici: Pastastrikjes met zalm en kruidenkaas Een heerlijke pasta met zalk en kruidenkaas, gezond maar toch enorm lekk…
Wilde zalm: wat is wilde zalm en waar komt deze zalm vandaan De meeste zalm die in Nederland wordt verkocht is kweekzalm…
Ruimte voor de rivier Klimaatverandering is de laatste jaren een hot item geworden waar bijna niemand omheen kan. Ook in…
Het tropisch regenwoud van Nieuw Guinea Het eiland Nieuw-Guinea is uitvoerig onderzocht door bomenkappers en houthakkers.…

Bronnen en referenties
  • De Dierenwereld - Winston S. Priest (Time Life Books)
  • De Natuur rondom ons - Tine Pollmann
  • Rivieren, vijvers en meren - Anita Ganeri & Jan van Gestel
  • http://rivieren.startpagina.nl

Reageer op het artikel "De biodiversiteit in stromen en rivieren"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Staal
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Natuur
Bronnen en referenties: 4
Schrijf mee!