De leefgemeenschappen in vijvers en meren

De leefgemeenschappen in vijvers en meren

De totale hoeveelheid zoet water op onze aarde is schaars (3%) in vergelijking met de hoeveelheid zout water (97%). Men treft zoetwaterbekkens aan in de vorm van stromend water, zoals rivieren en beken, en als stilstaand water: meren en vijvers of poelen. Het zuurstofgehalte is van levensbelang voor het leven in deze wateren. Alle organismen die in en rond het water leven zijn voor voedselvoorziening van elkaar afhankelijk. Botulisme is een wereldwijd gevaar voor het zoetwaterleven.

Zuurstofgehalte en zoet water

Er zijn gevaren die de waterbewoners van zoet waterreservoirs bedreigen. De lucht ter hoogte van de zeespiegel bijvoorbeeld bevat overal ter wereld hetzelfde zuurstofgehalte -zuurstof waar landdieren niet buiten kunnen. Bij meren en poelen gaat dit echter niet altijd op. Door verschillende oorzaken kan een deel van een meer bijvoorbeeld letterlijk bijna borrelen van de zuurstof, terwijl een gedeelte daar dicht in de buurt lijdt aan totaal gebrek aan deze leven schenkende moleculen. Eén liter zoetwater bevat 5% van de zuurstof die in één liter lucht zit. Een goede onderwatervegetatie zorgt voor voldoende zuurstof in het water en houdt het water helder.

Botulisme

Stilstaand water, zoals in een vijver, is naar verhouding een zuurstofarme omgeving. Te veel vissen en rottend materiaal op de bodem verbruiken enorm veel zuurstof. Als de vissen abnormaal vaak aan het wateroppervlak lucht komen happen, is er duidelijk zuurstofgebrek. Dit kan ook worden veroorzaakt door een te hoge temperatuur van het water. Drijvende waterplanten en waterlelies verhogen door hun schaduwwerking het zuurstofgehalte enigszins. In ondiepe vijvers is het water snel warm en bevat dan minder zuurstof. Botulisme is een veel voorkomende vergiftiging onder watervogels en vissen, die veroorzaakt wordt door een bacterie die wereldwijd voorkomt en verlammingsverschijnselen en uiteindelijk de dood tot gevolg heeft. De bacterie vermenigvuldigt zich snel in een eiwitrijk zuurstofarm milieu en bij een watertemperatuur van 20 graden of meer.

Leefgemeenschappen in een waterpoel

Een waterpoel is een waterwereld in het klein. Alle organismen zijn er verenigd of verbonden door een gecompliceerd
biologisch netwerk: de voedselketen. Het fytoplankton of plantaardige plankton is het gras van de poel. Deze nietige organismen vangen de zonne-energie op en zorgen daarmee voor de energietoevoer voor de hele poel. Het drijvende plantaardige plankton voorziet zijn cellen van energie en zorgt voor de opbouw van organisches stof uit water en koolzuur door middel van het zonlicht dat het opvangt; dit proces noemen we fotosynthese. Het zoöplankton (dierlijk plankton), zoals protozoën (eencellige organismen -zie afbeelding links), insecten, insectenlarven en schelpdieren voedt zich met plantaardig of dierlijk plankton. Verder naar beneden, waar het licht geleidelijk getemperd wordt, groeit minder plantaardig plankton. De modder op de bodem wordt zelden omgewoeld door de beweging van grote dieren. Bacteriën, die zich in die modder bevinden, voeden zich met dode organische stof. Hierbij verbruiken ze zuurstof die grote dieren nodig zouden hebben om er te leven. Tubifex, een slijkworm, en dwerglarven als de bloedworm, zijn aangepast aan het leven onder deze voorwaarden.

Insecten en amfibieën op en in zoet water

Watersalamanders (zie afbeelding rechts) zijn amfibieën die het grootste deel van hun leven op het land doorbrengen, maar naar het water terugkeren om er te paren en zich voort te planten, net als de kikkers. Elk jaar brengen zij de periode tussen maart en juli door in een waterpoel, waar ze hun eieren deponeren op plantenbladeren en waar de jongen uitkomen en opgroeien. Enkele van de talloze insecten die gewoonlijk in zoet water leven zijn de schaatsenrijder, de waterschorpioen de geelgrande waterroofkever en de spinnende waterkever. Zij ademen lucht, andere hebben kieuwen, zoals de larve van de watersalamander, de larve van de haft, de larve van de libel en de paardebloedzuiger. De libel kent geen popstadium, maar lijkt bij de geboorte al op een volwassen exemplaar. De larve, een vaalbruin diertje met lange poten, kruipt uit het water, zij huid splijt open en de libel komt eruit te voorschijn. Zodra het dier zijn vleugels kan spreiden als ze droog zijn, is het klaar voor zijn vliegend bestaan.

Flora en fauna aan de oever

Een grote verscheidenheid aan planten en dieren leeft waar land en water elkaar ontmoeten: aan de oever. Waar de oever het droogst is leven moerasplanten zoals bieze en zegge. Naarmate men dichterbij het water komt ziet men dat moerasplanten die een vochtiger bodem vragen het overnemen: lisdodden, dotterbloemen en irissen. Aan de oppervlakte van het water drijven fonteinkruid en waterranonkel. Ook de waterleliebladeren liggen verspreid over de waterspiegel; zij zijn omhooggekomen uit de wortels die in de modder op de bodem liggen. Waar het water ondiep is en het zonlicht de bodem kan bereiken groeien soms planten die niet boven het wateroppervlak uitsteken, bijvoorbeeld kranswier en nimfkruid. Tussen de planten, en in de modder rondom, leven veel kleine dieren. Dit modderleger omvat schaaldieren, protozoën, platwormen, slakken, bloedzuigers en ringwormen. Sommige voeden zich met planten of plantenresten; andere eten elkaar op. Hier ontwikkelen de insecten zich sneller dan in het koudere, diepere water. Langs de oever worden veel insectenlarven gevonden.

Overleven in een opgedroogde waterpoel

In een poel verandert de temperatuur sneller dan in een meer. Bij droog, warm weer kan een waterpoel verdrogen; alles wat er van overblijft is een modderige uitholling. Maar als het water schaars wordt of helemaal verdwijnt, dooft niet alle leven in de poel. Schaaldieren bijvoorbeeld leggen eieren die bestand zijn tegen droogte. Protozoën omhullen zich met een stevig vlies, dat tegen droogte kan en die verlaten wordt zodra de omstandigheden gunstig worden. Sommige vliegenlarven schijnen iets gemeen te hebben met gedroogde groenten; voeg er wat water bij en ze zijn weer als nieuw.

Dit artikel is onderdeel van de negendelige special De biodiversiteit in de grote ecosystemen.
© 2011 - 2012 Staal, gepubliceerd in Natuur (Dier en Natuur) op . Het auteursrecht van dit artikel en antwoorden op reacties ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van de infoteur is vermenigvuldiging verboden.

Gerelateerde artikelen
Een vijver in de tuin; welke stijl en vorm kiezen we? Een vijver in de tuin. Eigenlijk zou elke tuin moeten beschikken ov…
Vijver in de tuin; overzicht geschikte moerasplanten Vijverplanten zijn onmisbaar voor een vijver met mooi helder water.…
Botulisme, zeldzame voedselvergiftiging Botulisme is een zeldzame vorm van voedselvergiftiging. Meestal wordt de bacterie…
De aanleg van een vijver Uitgebreid werkstuk over alle aspecten van de aanleg van een vijver. Er wordt gekeken naar het d…
Vijver in de tuin; overzicht geschikte oeverplanten Het succes en de uitstraling van een mooie natuurlijke vijver wordt n…

Bronnen en referenties
  • De Dierenwereld - Winston S. Priest (Time Life Books)
  • De Natuur rondom ons - Tine Pollmann
  • Rivieren, vijvers en meren - Anita Ganeri & Jan van Gestel

Reageer op het artikel "De leefgemeenschappen in vijvers en meren"

Plaats als eerste een reactie, vraag of opmerking bij dit artikel. Reacties moeten voldoen aan de huisregels van InfoNu.
Naam: E-mailadres: Meld mij aan voor de wekelijkse InfoNu nieuwsbrief. Reactie:
Infoteur: Staal
Rubriek: Dier en Natuur
Subrubriek: Natuur
Bronnen en referenties: 3
Schrijf mee!