Natuur en Alpen

Over berg en dal

Over berg en dal

Doet het woord “bergen” jou ook dromen? Denk jij dan meteen aan vakantie, prachtige vergezichten, wandeltochten, skiën of bergbeklimmen? Dan weet ik bijna zeker dat je in een vlak land leeft…


De mensen in het Zuidamerikaanse Andesgebergte moeten hard wroeten om wat groenten en maïs te oogsten. Denk maar eens aan de Amerikaanse chauffeurs die hun vrachtwagen langs kronkelwegen door de Noordamerikaanse Rocky Mountains sturen. Of aan de Tibetanen die in de Himalaya moeten overleven. Die kijken er wel anders tegenaan. Voor hen is het gebergte geen prachtige vakantiebestemming. Bergen maken het leven inderdaad vaak moeilijk. Maar hoe je het ook bekijkt, bergen blijven heel boeiend.

Zo’n 4 750 miljoen jaar geleden ontstond onze aarde. Ze was dan een gloeiende, vloeibare massa. Toen kreeg ze ook de vorm van een bol. De buitenste laag koelde langzaam af en werd hard. Nu is de aardkost tussen 5 en 50 kilometer dik, maar nergens is ze meer dan een flinterdun schilletje. Vergelijk het maar met de dikte van een aardmantel en de aardkern. De aardmantel is zelf ruim 2 800 kilometer dik en de straal van de kern is ongeveer 3 500 kilometer. Het binnenste van de aarde is nog altijd zo heet dat alle gesteenten er vloeibaar zijn. Die gloeiende brij noemen we magma en soms komt die naar buiten. Dan spreken we van een vulkaanuitbarsting.

De aardkorst zit niet om de aarde heen als de schil rond een sinaasappel. Ze bestaat uit een aantal schollen of platen die op die vloeibare massa drijven. Daardoor zijn ze voortdurend in beweging. Je moet maar eens melk koken. Laat die afkoelen. Meteen verschijnt er een vel op de melk. Dat is niet mooi glad en het beweegt ook voortdurend. Er zitten ribbels in, hoogten en laagten.

Zo is het ook met de aardkorst. Die vertoont zowel kuilen als uitstekende punten. Die afwisseling tussen hoog en laag wordt reliëf genoemd. De grote kuilen liepen vaak vol met water en vormden meren, zeeën of oceanen. De uitstekende punten zijn bergen.

Hoe die bergen er eigenlijk gekomen zijn?

Daarvoor moeten we terug naar de schollen van de aardkorst en ons pannetje melk. Af en toe schuren of botsen de grote platen van de aardkorst tegen elkaar. Dan kreukelt de aardkorst. Duw maar eens met een houten lepel tegen de rand van het vel op de melk. Zie je het? Steeds meer plooien of rimpels. Net zo gaat het met de aardkorst.

Als er “plooien” in de aardkorst komen, ontstaan er bergen. Liggen die bergen in groepen bij elkaar, dan spreekt men van “bergketens”. Je snapt dat zoiets heel traag gaat. Het heeft bijvoorbeeld miljoenen jaren geduurd eer de Alpen eruit zagen zoals je ze kent van je vakantie. Die Alpen zijn dus net als de Pyreneeën trouwens, een reusachtige plooi in de aardkorst. Daarom noemen we ze plooiingsgebergten? Het overgroot gedeelte van de gebergten op het vasteland zijn plooiingsgebergten.
© 2008 - 2010 Weko, gepubliceerd in Natuur (Dier en Natuur) op 28-08-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Weko is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Over berg en dal"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.