Natuur en Nachtdieren

Het gedrag van dieren: slaap en rust

Het gedrag van dieren: slaap en rust

Alle hogere dieren, zoals reptielen, amfibieën, vogels en zoogdieren hebben, met inbegrip van de mens, een zekere rustperiode nodig om energie 'bij te laden'. De slaap is een proces, waarbij prikkels van de buitenwereld worden uitgesloten, waardoor het dier kan uitrusten. Tijdens de slaap zijn de zinnen niet volkomen uitgeschakeld; ze staan op zo'n laag pitje dat uitsluitend signalen die op gevaar duiden in staat zijn tot het dier door te dringen en het te wekken.


Verschillen in diepslaap

De diepte van de slaap varieert bij verschillende diersoorten en schijnt aangepast aan de natuurlijke verdedigingsmiddelen waarover het dier beschikt. Als ze niet in staat waren snel te ontwaken en in een flits klaarwakker te zijn, zouden veel dieren maar al te gemakkelijk kunnen worden gedood. Deze diersoorten slapen heel licht en zelden lang achtereen. Maar goed beschermde dieren als de stekelige egel slapen veel dieper. Of hij waakt of slaapt, altijd is dit dier beschermd door zijn scherpe pennen. Geen ritselend blaadje of knappend takje verstoort zijn slaap.

Omdat het menselijk oog zeer gevoelig is voor licht, slapen de meesten van ons met gesloten ogen. Zo zijn er dieren die zo'n gevoelig gehoor hebben dat ze hun oren moeten sluiten om te kunnen slapen. De vleermuis met z'n lange oren, de Amerikaanse opossum, een bunzing, vouwen hun lange oren dicht, zodat de geluiden uit hun omgeving slechts gedempt tot ze doordringen.

Slaappatroon

In hun eerste jaren slapen de mensen zowel overdag als 's nachts. Naarmate ze ouder worden, hebben kinderen minder slaap nodig. Ze bundelen al die vele korte dutjes uit de babytijd tot één lange aaneengesloten nachtelijke rustperiode. Ook veel dieren ontwikkelen zo'n zelfde slaappatroon. Er ontstaat een dagelijks ritme: een periode van activiteit wordt gevolgd door een lange rustperiode. Dagdieren, apen o.a., jagen, spelen en eten bij daglicht en slapen 's nachts. Bij nachtdieren is de indeling precies andersom.

Andere dieren ontwikkelen een soort 'twee-ploegen-ritme'. Ze slapen tweemaal per dag - rond het middaguur en rond middernacht - en zijn bij het aanbreken van de dag en het invallen van de schemering buitengewoon actief. Deze noemen we schemerdieren. Weer andere dieren, honden en katten bijvoorbeeld, doen dag en nacht telkens een hazeslaapje van enkele minuten tot enkele uren.

Dieren die een winterslaap houden, zoals de bosmarmot, de grondeekhoorn, de egel en de mol vertonen een slaapgedrag met een speciale afwijking. Zonder water of voedsel slapen ze week in, week uit in veilige holen, terwijl bovengronds een ijzige wind het landschap teistert. Tijdens een echte winterslaap gaan de lichaamsprocessen van het overwinterende dier in een zeer vertraagd tempo door. Zijn lichaamstemperatuur daalt. Zijn stofwisselingsgraad - dat wil zeggen de hoeveelheid verbruikte energie - zakt tot een minimum. Zijn hartslag vertraagt en hij haalt minder vaak en onregelmatiger adem. Het gedrag tijdens de winterslaap is bij de meeste dieren verschillend. Beren houden geen echte winterslaap, maar winterrust, hoewel ze de winter doezelend doorbrengen, terend op hun vet.

Slaapplaats

Veel dieren, of ze zich nu voorbereiden op enkele uren slaap of zich installeren voor enkele maanden, maken iets wat doet denken aan een bed. Misschien is dat niets meer dan een stapel dennenaalden. Soms echter is het bed van zo'n dier een prachtig staaltje architectuur.

Elke avond maken chimpansees, orang-oetans en gorilla's een bed in een vork, gevormd door enkele boomtakken. De structuur van zo'n bed wisselt met het weer. Op een zwoele avond zal de chimpansee waarschijnlijk een eenvoudige stellage bouwen om te slapen. Dreigt er een storm die door de takken van de bomen gaat fluiten, dan zal hetzelfde dier waarschijnlijk een gecompliceerd bouwsel maken met een dak van twijgen, takken en bladeren.

Sommige vogels bouwen speciale slaapnesten waar een hele gevederde leefgemeenschap samen kan slapen, maar slaapnesten zijn zeldzaam. De meeste vogels slapen gehurkt op een tak of staande op één poot. Soms slapen kleine vogels op een kluitje bij elkaar, een lange rij van donzige, in elkaar gedoken lichaampjes. De vogeltjes die de rij sluiten komen er het slechtst af. Zij worden maar aan één kant warm gehouden. Het gevolg is dat er de hele nacht van plaats wordt gewisseld. De vogeltjes aan de buitenkant springen, als ze het koud krijgen, over de ruggen van de anderen heen op zoek naar een warm plekje, ergens in het midden.

De enorme nachtverblijven van spreeuwen en duiven vormen grote zwarte stippen in de betonnen jungle van menige stad. Hier komen de vogels, die gedurende de dag zijn uitgevlogen om voedsel te zoeken, 's avonds terug; een lawaaiige, kwetterende of koerende massa die een plekje zoekt om te slapen.

Voor sommige dieren vormt het staand slapen geen enkel probleem. De uil doet eenvoudig zijn ogen dicht en klampt zich stevig vast aan een tak. Flamingo's slapen staande op één poot, opdat de andere kan rusten. Net als vogels die op de grond slapen, soezen ze maar heel licht. Koala's slapen zittend en de olifant doezelt staande zo nu en dan even weg. Zelden ligt hij te slapen, maar dan heel kort. Waarschijnlijk omdat hij door zijn logheid veel tijd nodig heeft om op de been te komen. Hetzelfde geldt voor giraffe.
© 2008 - 2009 Staal, gepubliceerd in Natuur (Dier en Natuur) op 20-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Het gedrag van dieren: slaap en rust"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.