
Het gedrag van dieren: het voedselprobleem
Voor veel zoogdieren levert de voeding weinig problemen op. Grazende dieren, van rups tot nijlpaard, zijn meestal omgeven door meer dan voldoende gras en planten die hen als voedsel kunnen dienen. Voor menig ander dier is het niet zo eenvoudig om aan voedsel te komen. Een vleeseter kan gedwongen worden z'n eerstvolgende maaltijd kilometers lang onvermoeid te achtervolgen. Weer andere dieren slaan hun voedsel, dat ze niet onmiddellijk nodig hebben, op voor later gebruik.
Carnivoren
Carnivoren of vleeseters kennen slechts twee manieren van jagen. Welke zij toepassen is afhankelijk van de snelheid of de slimheid van hun prooi. Als het achtervolgde dier zich beschermt door zich te verbergen of te camoufleren, moet de jager vaak heel lang zoeken voor hij een spoor van zijn prooi ontdekt. Als het opgejaagde dier daarentegen zijn heil zoekt in de vlucht, moet de jager klaar staan om tot actie over te gaan op het moment dat de pooi binnen zijn bereik is.Spinnen, slangen, haviken en katten bijvoorbeeld, hebben met elkaar gemeen dat ze in staat zijn snel toe te slaan. Om te beginnen moeten ze onhoorbaar en slinks te werk gaan. Een spin weeft zijn web en verbergt zich daarna in een hoekje ervan. De slang kronkelt zich in een gunstige positie, rolt zich op en wacht af, klaar om toe te slaan of zich - als het een constrictor is - om zijn slachtoffer heen te slingeren. Een havik vliegt naar het gebied waar hij zijn voedsel pleegt te zoeken. Hij blijft daarboven zweven, gereed om te duiken zodra zijn scherpe ogen op de grond het bewegen van een muis of een konijn ontdekken. De kat sluipt onhoorbaar op zijn prooi toe en wacht ineengedoken op het moment dat hij het dier kan bespringen.
Zodra de prooi verschijnt of een verkeerde beweging maakt, moet elk van deze jagers in een flits kunnen handelen, waarbij hij vertrouwt op zijn vermogen om snelheid en overrompeling te kunnen combineren. Het plotseling naar voren schieten van de hals van de slang, de duikvlucht van de havik en de sprong van de kat zijn bedoeld om de prooi te verschalken voor deze kan ontsnappen.
Nu moet de achtervolger zijn slachtoffer zo snel mogelijk doden, wil hij niet worden gewond in een genadeloos gevecht; daardoor kan het leven van het roofdier zelf in gevaar komen, want in de wildernis heeft een gewond dier weinig kans om in leven te blijven.
Herbivoren
Herbivoren of planteneters leiden - als ze niet voor een aanvaller op moeten passen - een veel minder heftig maar niet minder boeiend leven. Ook zij moeten hun voedsel zelf zoeken. In tegenstelling tot de meeste carnivoren slaan planteneters dikwijls voedsel op voor magere tijden, als door droogte, vorst of door het grazen van teveel dieren het land praktisch van voedsel is ontdaan.Dieren die hamsteren
Als het voedsel, om welke reden dan ook, niet onmiddellijk nodig is, wordt het dikwijls voor later gebruik ergens opgeslagen. Veel knaagdieren, zoals eekhoorns, bevers, ratten, muizen, hamsters en bepaalde grote kattensoorten gaan op die manier te werk.Een luipaard sleept een door hem gedood dier soms tot de hoogste takken van een boom, waar geen aaskever, die immers op de aardbodem leeft, erbij kan komen. Verscheidene avonden achtereen zal hij naar die boom terugkeren om zich aan zijn vangst tegoed te doen.
Ook de klauwier, een miniatuur-roofvogel die behalve in Europa ook in Azië voorkomt, is zo'n hamsteraar. De klauwier vangt de prooi met zijn hoekige snavel en prikt zijn toekomstig maal dan aan de stekels van een doornstruik, een prikkeldraadversperring of zelfs aan het scherpe uiteinde van een gebroken bot. Het dier heeft namelijk vrij zwakke poten en het gebruikt de scherpe uitsteeksels als gereedschap bij het ontleden van zijn slachtoffer. In de natuur wordt slechts zelden gebruik gemaakt van greedschap.
Een van de opmerkelijkste manieren om aan voedsel te komen wordt toegepast door de bladsnij- of parasolmier. Dit insekt is een van de weinige echte landbouwers van het koninkrijk der dieren. Grote kolonies van deze mieren huizen onder de grond en kweken hun voedsel, een soort zwam, in speciaal aangelegde schimmeltuinen. De mieren houden de tuinen vruchtbaar met mest van boombladeren en bloemblaadjes, die afkomstig zijn van planten die bovengronds groeien. Vanzelfsprekend is de landbouw van deze dieren aangeboren en niet aangeleerd. Het zou historisch onjuist zijn deze verregaande evolutionaire ontwikkeling te vergelijken met de ontdekking van de landbouw door de mens. © 2008 - 2009 Staal, gepubliceerd in Natuur (Dier en Natuur) op 20-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Biologie Uitgelegd - Successie: Successie betekend letterlijk het opvolgen van iets. In de biologie wordt deze term gebruikt voor het veranderen van de samenstelling van een ecosysteem.
- De kenmerken van zoogdieren: De groep in het dierenrijk waar de mens de meeste affiniteit mee heeft, is die van de zoogdieren. We behoren zelf tot deze groep en ook veel huisdieren zoals honden, katten, koni…
- De voeding van aquariumvissen: Inleiding: Veel, vooral beginnende aquarianen, gaan nogal eens voorbij aan het feit dat een goede, gevarieerde, en op de vis aangepaste voeding van belang is om onze aquariumvi…
- Verrijking bij dieren: hoe en waarom?: In dierentuin ziet men vaak dieren die abnormaal gedrag vertonen. In de meeste gevallen komt dit uit verveling omdat ze hun natuurlijke gedrag niet kunnen uitoefenen. A…
- Brachylophus fasciatus of de fiji-leguaan: De Fijileguaan is een prachtige blauwgroengekleurde leguaan die erg bedreigd is. Hier wat meer info in verband met deze fascinerende reptielen.

Reageer op het artikel "Het gedrag van dieren: het voedselprobleem"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

