Natuur en Camouflage Bij Dieren

Het gedrag van dieren: aanval ontlopen

Het gedrag van dieren: aanval ontlopen

De ontmoeting met een doodsvijand kan voor mens zowel als dier fataal aflopen, maar vooral als die vijand groter is, sterker of beter bewapend. Ontvluchten is in zo'n geval de beste verdediging: uit de buurt blijven van het gevaar of een schuilplaats zoeken. In de loop van duizenden jaren hebben de dieren hun eigen verdedigingsmechanismen ontwikkeld om aanvallen te ontlopen.


Zelfverdediging

Dieren die uit zelfverdediging hard weglopen, hebben buitengewoon gevoelige zintuigen:
  • De meeste hoefdieren gaan voornamelijk af op hun hoogontwikkeld reukvermogen, waardor ze ruiken wanneer er gevaar dreigt.
  • Vogels vertrouwen op hun scherp gezichtsvermogen.
  • Insecten hebben gevoelige haren die reageren op warmte of beweging.

Er zijn dieren die met grote snelheid wegschieten zodra er gevaar dreigt. De sepia of zeekat, een inktvis, die onder normale omstandigheden op zijn gemakje voortzwemt door de op vinnen lijkende huidflappen te bewegen die zich aan de zijkanten van het lichaam bevinden, schiet als een straalvliegtuig door het water zodra hij een roofdier ziet naderen (zie foto inleiding). Een kalmpjes wandelende kreeft kan als een flits in achterwaartse richting verdwijnen door zich af te zetten met zijn waaiervormige staart.

Roofdieren, zoals jagende dieren gewoonlijk worden genoemd, kunnen op talloze manieren worden afgeleid van het spoor van hun potentiële prooi. De opgejaagde sepia verspreidt een dichte wolk van inktachtige vloeistof achter zich die werkt als een rookgordijn. Dat stelt de sepia meestal in staat om te vluchten. Een haas die achtervolgd wordt, rent in een zigzaggende lijn en is zo voor vos of arend een moelijk grijpbare prooi. Veel kleine vissen maken op hun vlucht naar de veiligheid plotselinge, onverwachte wendingen waardoor grotere vissen hen moeilijk kunnen volgen.

Ontsnappingsmethoden

Verstoppen
Het 'weglopen' voor gevaar heeft één belangrijk nadeel: een zeer groot energieverbruik. Geleidelijk vonden de dieren ontsnappingsmethoden uit die minder inspannend waren. De meeste knaagdieren en ander holendieren verstoppen zich voor hun vijanden. De eekhoorn rent naar de kant van de boomstam die tegengesteld is aan de richting van waaruit hij een verdacht geluid hoort. Hij drukt zich dicht tegen de stam en houdt zich doodstil. Door zo'n tactiek loopt het roofdier, dat wacht tot zijn prooi zich door een lichte beweging verraadt, vaak zijn maaltje mis.

Camouflage
Kleurverandering
Platvissen als bot en tong camoufleren zich door snel met hun vinnen op de zeebodem te slaan en daarna heel stil te gaan liggen. De wolk zand die ze daardoor opwerpen omhult hen helemaal, zodat ze voor de vijand volledig onzichtbaar worden. De platvis heeft nog een andere verdedigingsmethode. Het kleurpatroon van zijn schubben kan veranderen en zich aanpassen aan de natuurlijke achtergrond. Veel andere vissen, maar ook amfibieën en reptielen (het kameleon b.v.) maken gebruik van kleur, om zo als het ware op te lossen in hun omgeving en daardoor verborgen te zijn voor roofdieren en prooi.

Permanente schutkleur
Maar dieren camoufleren zich niet uitsluitend met behulp van kleurverandering. De meeste dieren hebben een regelmatige, duidelijke vorm die afsteekt tegen de achtergrond. Is het dier echter bedekt met een onregelmatig, onderbroken patroon van figuren, dan kan het bijna onzichtbaar worden. Dieren met zo'n permanente schutkleur komen veelvuldig voor, vooral onder de insecten. Sommige motten bijvoorbeeld, komen wat kleur betreft zo precies overeen met de boomstam waarop ze zitten, dat het bijna onmogelijk is ze te zien, zelfs als men er opmerkzaam op gemaakt wordt. Andere insecten zien eruit als takjes, bloem- of bladknoppen, bloemen, doornen of bladeren. Bepaalde vissen, zoals het zeepaardje, hebben in de loop van de tijd uitsteeksels ontwikkeld die op zeewier lijken, waardoor ze zich makkelijk kunnen verschuilen tussen de vegetatie op de zeebodem.

Sommige dieren, vooral vogels en vissen die van boven donker en van onderen licht gekleurd zijn, maken weer op een ander manier gebruik van de mimicry of nabootsing. Zo'n vis bijvoorbeeld is voor een jagende visarend van bovenaf moeilijk te zien; door zijn lichtgekleurde buik wordt hij van onderaf gezien als één met de lucht, en ontsnapt hij op die manier aan de harde kaken van de hongerige schildpad.

Ander dieren hebben een bepaalde tekening die hun vijanden moeten misleiden. In bijna alle aquaria vindt men vissen met camouflagestrepen die over hun ogen lopen en met vlekken op hun staart die bedrieglijk veel aan ogen doen denken. Omdat de rovers onder de vissen gewoonlijk hun kaken om de kop van de kleinere vissen klemmen, gebeurt het door deze misleidende tekening vaak dat ze in plaats daarvan de staart van hun prooi te pakken nemen. Omdat de vis in staat is een nieuwe staartvin te ontwikkelen, wordt hij door de aanval weliswaar in zijn bewegingen belemmerd, maar niet gedood.

Signalen
In gevaarlijke situaties maken veel dieren door signalen andere attent op de dreiging. Prairiehonden bijvoorbeeld uiten niet alleen waarschuwingskreten als er gevaar opdoemt, maar geven bovendien door geluiden te kennen wanneer het gevaar geweken is. Door zijn lengte en goed ontwikkelde zintuigen bespeurt de struisvogel snel gevaar. Vaak geeft hij andere dieren tijdig een waarschuwingssignaal. Kwaken speelt bij kikkers een rol tijdens de paartijd, bij territoriumafbakening en als waarschuwingssignaal voor soortgenoten.
© 2008 - 2009 Staal, gepubliceerd in Natuur (Dier en Natuur) op 20-03-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Staal is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Het gedrag van dieren: aanval ontlopen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.