Insecten En Ongedierte en Orde

Insektenorde 4: Halfvleugeligen

Insektenorde 4: Halfvleugeligen

Er zijn honderdduizenden insektensoorten, deze zijn ingedeeld in ordes. Tot een van die ordes behoren de halfvleugeligen, hieronder vallen de wants, de bladluis, het spuugbeestje, de schaatsenrijder en het bootsmannetje. Allemaal beestjes die je misschien wel eens gezien hebt, maar er niet zo veel van weet. Lees verder en er gaat een wereld voor je open!


Halfvleugeligen?

Dat klinkt een beetje alsof de helft van de vleugels afgeknipt zou zijn, maar dat is natuurlijk niet het geval. Een naam die ook gebruikt wordt voor deze orde is verschillendgevleugelden. Deze naam geeft de diversiteit binnen deze orde beter aan, want er zijn bijvoorbeeld wantsen met en zonder vleugels. Die met vleugels hebben dikkere, taaiere voorvleugels en dunne, kwetsbare, doorzichtige achtervleugels. De eerstgenoemden dienen als bescherming en de anderen zijn om mee te vliegen. De vleugelparen worden over elkaar heen opgevouwen, maar er blijft geen naad in het midden zichtbaar, zoals bijvoorbeeld bij de kever.

De in Nederland voorkomende soorten zijn van enige millimeters tot 1,5 centimeter lang. Een uitschieter is de zeer smalle en tot 4 cm lange staafwants, die het meest lijkt op een wandelende tak. Sommige wantsen kunnen pijnlijk steken met hun steeksnuit als ze worden opgepakt, zoals het bootsmannetje. De zwemwants kan met zijn voorste potenpaar wondjes veroorzaken. Vele soorten kunnen ook als afweer een onaangename doordringende geur afgeven.


De wants, het bootsmannetje en de schaatsenrijder

Wantsen lijken wel op kevers, maar ze zijn beslist geen familie van elkaar. Er zijn landwantsen en waterwantsen. Alle wantsen hebben een scherpe zuigsnuit waarmee ze vocht van planten en dieren opzuigen. Veel wantsen kunnen een viesruikende vloeistof sproeien als ze schrikken en daarom worden ze ook wel stinkwantsen genoemd.

De besseschildwants komt voor op planten, bomen en struiken, en hij is gek op bessen. Soms komt de stank je vanaf de frambozen tegemoet.

Het bootsmannetje is een grappige kleine wants die in het water leeft. Hij zwemt altijd op zijn rug en gebruikt zijn achterpoten als 'roeiriemen'. Dat gaat des te beter omdat hij haren op zijn poten heeft.

De schaatsenrijder is een wants die op het wateroppervlak leeft. Daar rent hij met behulp van zijn middelste poten en stuurt met zijn achterpoten als een roer. Zijn voorpoten heeft hij dan vrij om een prooi te vangen.

De bladluis en het spuugbeestje zijn plantenzuigers

Plantenzuigers zijn een grote groep insekten, waartoe onder andere bladluizen en spuugbeestjes behoren. Ze eten met behulp van hun zuigsnavel, net als wantsen. Er zijn enkele honderden soorten bladluizen in ons land en sommige kunnen grote schade aanrichten door het sap uit bladeren van planten te zuigen. Bladluizen vermeerderen zich op een vreemde manier: in de herfst worden eieren gelegd, die overwinteren. In het voorjaar komen de eieren uit en daar komen alleen wijfjes uit. Die wijfjes brengen meer wijfjes ter wereld, die op hun beurt ook weer wijfjes voortbrengen en dat gaat zo de hele zomer door. Het vreemde is dat ze jongen kunnen krijgen zonder met een mannetje gepaard te hebben. Dit heet partenogenese. De larven komen in het lichaam van de moeder uit het ei. Pas in de herfst worden de mannetjes geboren die alweer snel geslachtsrijp zijn en kunnen paren. De bevruchte wijfjes leggen eieren die overwinteren...

De poep van bladluizen is een zoete vloeistof, die honingdauw genoemd wordt. Mieren zijn hier gek op, zij gebruiken de bladluizen dan ook vaak als 'melkkoeien'. Zo loopt hij als hij trek heeft de bladluis achterna en wacht tot deze poept. Mmm, lekker!

Het spuugbeestje is als larve kwetsbaar voor uitdrogen, zijn oplossing hiervoor is een schuimnest. Dit nest maakt hij op een takje van een plant, 't liefst een lavendelplant. Door het plantensap dat hij gegeten heeft weer uit te plassen, hiermee is hij het enige insekt dat zowel een grote als een kleine 'boodschap' doet, en met lucht te vermengen ontstaat het schuim. Vanuit een ademhalingsopening in zijn lichaam pompt hij lucht naar buiten waardoor het schuim, ook wel koekoeksspuug genaamd, gevormd wordt. Het doet het meest denken aan door een rietje in je drinken blazen. Vroeger dacht men dat de koekoek op plantjes spuugde waar het wantsenjong dan in ging zitten, vandaar de vernoeming. Zelfs de koekoeksbloem heeft door deze veronderstelling zijn naam gekregen.
© 2008 - 2010 Enis, gepubliceerd in Insecten en Ongedierte (Dier en Natuur) op 08-12-2008, laatst gewijzigd op 15-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Enis is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Insektenorde 4: Halfvleugeligen"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.