Huisdieren en Anatomie Van Het Oog

De ogen van onze honden en katten

De ogen van onze honden en katten

Honden en katten zien binoculair, wat betekent dat de ogen voor in het hoofd geplaatst zijn. Dit is met name belangrijk voor de juiste inschatting van afstand, hoogte en grootte, noodzakelijk om te kunnen jagen en te overleven. Nergens anders in het lichaam van hond of kat is een dergelijk ingewikkeld en complex mechanisme in zo'n kleine ruimte te vinden als in het oog. Laten we eens kijken naar de bouw en de werking van het oog.


De bouw en functie van het oog

Wanneer je de ogen van kat of hond bekijkt, zie je allereerst de onder en boven gelegen oogleden die de ogen beschermen. De oogharen bevinden zich met name op de bovenste oogleden. Wanneer je de oogleden onderzoekt, behoren ze zacht en stevig te zijn. De ooglidranden mogen niet naar binnen (entropion) of naar buiten gekruld zijn (ectropion). Bekijk tevens of de oogharen en de haren op de neus niet in aanraking omen met de oogbol. In sommige gevallen groeien deze haren namelijk de verkeerde kant op, waardoor ze het oog kunnen irriteren.

Aan de buitenkant van het oog, ligt het harde oogvlies (sclera). Dit vlies is wit van kleur en is bij mensen altijd waar te nemen, terwijl hond of kat het oog iets moeten wegdraaien voor je dit witte oogvlies kunt zien. Het harde oogvlies is een vezelachtige mantel die het oog zijn ronde vorm en matte witte kleur geeft; bij hoden en katten met leverproblemen (geelzucht) krijgt het dikwijls een gele kleur.

Aan de voorkant van het oog gaat de sclera over in het hoornvlies. Het hoornvlies moet glad, glanzend, een beetje vochtig en vooral doorzichtig zijn en niet, wat de naam zou doen vermoeden, verhoornd. Het hoornvlies is het heldere 'venster'van het oog dat de invallende lichtstralen buigt. Het kan minder doorzichtig worden als het ntstoken raakt of verwond. Haren en takjes kunnen het hoornvlies verwonden, vooral bij dieren met uitpuilende ogen. Binnen de sclera bevindt zich een tweede weefsellaag, het zeer bloedrijke vaatvlies dat grote delen van het oog via bloedvaatjes voorziet van voedsel, behalve langs het hoornvlies, want daar zouden bloedvaten de doorzichtigheid van het hoornvlies teniet doen. Het vaatvlies gaat aan de voorzijde van het oog over in het regenboogvlies ofwel de iris. De iris controleert de hoeveelheid licht die het achterste gedeelte van het oog binnenvalt en geeft het oog zijn kleur. bij de meeste honden is de kleur van de iris donker tot goudbruin bij sommige rassen lichtblauw of gevlekt. Katten hebben meestal een gele, geelgroene of groene iris, maar er zijn ook katten met een blauwe iris.

Het zwarte gedeelte in het midden van de iris is de pupil. De pupil verwijdt zich bij zwak licht en trekt zich samen bij feller licht. Katten kunnen de pupillen zelfs tot een spleetje vernauwen. Wanneer je met een heldere lamp in één oog schijnt, behoren beide pupillen samen te trekken. Bovendien dienen de pupillen dezelfde vorm en afmeting te hebben. De lichtstralen passeren de pupil en vallen de met vocht gevulde voorste oogkamer binnen. Ze worden verder gebogen door de lens, en daarna door het glasachtig lichaam. Dit is een transparante geleiachtige massa die de oogbol stevig houdt.


Uiteindelijk bereiken de lichtstralen het netvlies (retina), dat helemaal achter in de oogbol gelegen is. De retina bevat meer dan honderd miljoen lichtgevoelige cellen, die staafjes en kegeltjes genoemd worden en die een grote hoeveelheid elektrochemische stoffen produceren. Deze stoffen transporteren het beeld van het netvlies naar de hersenen. Dit gebeurt via de oogzenuw, binnen een tijd van ongeveer een tweeduizendste van een seconde. Het netvlies van kat en hond bevat een opmerkelijk lichtweerkaatsend weefsel, dat tapetum lucidum wordt genoemd en het mogelijk maakt dat hond en kat bij zwak licht beter kunen zien dan een mens. Het gedeelte dat bij zak licht een groene (bij sommige honden een rode) oogreflectie laat zien, is het tapetum.

Wanneer je het bovenste ooglid naar boven schuift of het onderste ooglid naar beneden, zie je een zachtroze weefsel aan de binnenkant van de oogleden dat zich voortzet op de oogbol. Dit is het bindvlies (conjunctivita); dit werkt mee aan het bevochtigen van de oogbol en biedt bescherming tegen infecties. De ruimte in de plooi tussen het bindvlies van het ooglid en dat van de oogbol wordt de conjunctivale zak genoemd.

Er is sprake van een oogbindvliesontsteking (conjunctivitis) wanneer het bindvlies rood en gezwollen is of er een groene of geelachtige afscheiding waar te nemen is. Katten en honden hebben een goed ontwikkeld derde ooglid oftewel knipvlies, dat vooral bijdraagt tot de traanvorming en-distributie. Het is lichtroze van kleur en bevindt zich in de binnenste ooghoek. Bij zieke dieren, en soms ook bij gezonde, kan het derde ooglid meer dan de helft van het oog bedekken, zelfs zodanig dat de eigenaar van het dier denkt dat het oog is verdwenen.

Bij honden kan een kliertje aan de binnenzijde van het derde ooglid zich zo nu en dan vergroten, wat zich ernstiger laat aanzien dan het in werkelijkheid is. In lichte vorm kan het euvel met behulp van medicatie worden verholpen, terwijl een blijvend vergrote klier veelal operatief wordt verwijderd.

Cataract (grijze of graue staar) bestaat uit witte, melkachtige, ondoorzichtige vlekken die de lichtpassage door de lens blokkeren. Door met een lampje in het aangedane oog te schijnen kun je deze vlekken waarnemen. De pupil van oude(re) dieren kan wel eens een blauwwitte tein krijgen; dit hoort bij een normaal ouderdomsproces en wordt vaak ouderdomsstaar gnoemd. Het gezichtsvermogen wordt hier in de regel niet door beïnvloed. Ouderdomsstaar wordt veroorzaakt door door een herschikking van de vezls en een tekort aan vocht in de al wat oudere lens.

Elke keer als er met de ogen wordt geknipperd, wordt het traanvocht over de ogen verspreid, waardoor deze vochtig blijven en beschermd worden tegen stof, vreemde voorwerpen, bacteriën en virussen. De oogleden doen dan dienst als een soort ruitenwissers. Het traanvocht wordt gevormd en uitgescheiden door klieren aan de binnenzijde van de oogleden en achter het derde ooglid. Het vocht wordt afgevoerd via een kanaalsysteem dat van de binnenste ooghoek naar de neushole loopt. Als deze kanaalopening wordt geblokkeerd, bijvoorbeeld door vuil of entropion, kan er een hevige tranenvloed (epiphora) ontstaan, die op zijn beurt weer bruine vlekken of een bruin spoor op de beharing rond de ogen en langs de neus achterlaat. Dit heeft geen gevolgen voor de gezondheid van het betreffende dier, het is slechts storend voor het uiterlijk.

conjunctivitis bij een hond
conjunctivitis bij een hond
De ogen van hond en kat zijn heel kwetsbaar, vandaar dat er nogal eens beschadigingen aan de ogen voorkomen ten gevolge van vechten of de aanraking met takjes en doornen van struiken. Een veelvoorkomende aandoening is ontsteking van het oogindvlies, die normaliter op een makkelijke manier genezen kan worden.
© 2007 - 2010 Yasmijn, gepubliceerd in Huisdieren (Dier en Natuur) op 19-09-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Yasmijn is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De ogen van onze honden en katten"


Door San op 27-11-2008

Hoe kan het dat mijn katten een snoepje of wat lekkers in/op de hand niet kunnen zien? Ze hebben zo'n goede ogen en zien alles liggen behalve als je het op een hand legt.