
Bobtail; uiterlijke kenmerken nader bekeken
Zoals in veel rasbeschrijvingen, is de rasbeschrijving bij de Bobtail veelal onduidelijk. Daarom is dit artikel geschreven, om alle kenmerken van de Bobtail nader uit te leggen. Dit zodat u een meer gespecificeerd beeld van de Bobtail krijgt, en waar een Bobtail volgens de rasstandaard aan moet voldoen.
Nadere uitleg
In Amerika wijkt de standaard op enkele punten af van de Engelse. Voor landen die aangesloten zijn bij de F.C.I. (Fédération Cynologique Internationale), zoals dus Nederland en België, geldt uitsluitend de standaard zoals die in het land van oorsprong, dus Engeland in dit geval, gehanteerd wordt. Raspunten zijn wat zware kost om tel ezen, daarom is een nadere toelichting zeker op zijn plaats. Dit vormt dan meteen een duidelijke uitleg van de kenmerkende punten van dit mooie ras; de Bobtail.Rasbeschrijving
In dit artikel vindt u een beknopte rasstandaard van de Bobtail. Dit artikel is gebaseerd op het gelinkte artikel, en zal hier dieper ingaan op de benoemde punten uit het andere artikel.
Algemeen voorkomen
Hierin wordt globaal het beeld van de Bobtail geschetst. Het Engelse woord 'soundness' blijft gewoonlijk in de kynologie onvertaald, omdat er eigenlijk geen goed Nederlands woord voor is. Met soundness bedoelen we dat alle onderdelen van het lichaam harmonisch bij elkaar passen, waardoor een soepel werkend lichaam ontstaat, dat daarbij uiteraard in een optimale conditie behoort te zijn.Hoogbenigheid wil natuurlijk zeggen dat de hond hoog op de benen staat en in het 'Algemeen voorkomen' wordt gelijk al melding gemaakt van het feit dat de Bobtail overvloedig behaard hoort te zijn; dit is namelijk een belangrijk kenmerk van het ras. De opmerking over het knippen en plukken van de vacht, waardoor de natuurlijke contouren van de hond zouden worden veranderd, komt voort uit het tentoonstellen van Bobtails, waarbij dit nogal eens plaatsvindt. Het zal trouwens nog wel even duren voor hieraan werkelijk streng de hand wordt gehouden, want nog steeds zien we dat keurmeesters op de tentoonstellingen aan in model geknipte Bobtails zeer hoge kwalifitacties toekennen.
Kenmerken
Van een werkhond als de Bobtail mag men uiteraard een groot uithoudingsvermogen verwachten. Onder kenmerken wordt ook melding gemaakt van het feit dat de Bobtail 'overbouwd' is, dat wil zeggen dat de ruglijn naar achteren oploopt. Ik zal dit nader verklaren bij het onderdeel 'Voorhand'.De peervormigheid met de brede gespierde achterhand moet bij de Bobtail, als we hem van bovenaf bekijken, altijd direct opvallen.
In de rasstandaard van de Bobtail staat verder nog onder 'Kenmerken' als bijzonderheid vermeld, dat de blaf van de Bobtail een 'kenmerkende' klank heeft. Maar wat is nu kenmerkend? In de oude standaard stond de blaf van de Bobtail nog beschreven met 'pot casse', ofwel een gescheurde ketelklank en dat gaf tenminste nog enige houvast, alhoewel...
Inderdaad heeft de BObtail een wat typische, luide en sonore blaf. Of dat nu werkelijk de klank is van een gescheurde ketel kan ik niet zeggen, maar voor een hond van zijn grootte heeft hij een luide en toch wel opvallende blaf. Bij het horen van dat geblaf zal het menigeen met minder goede bedoelingen wel aan lust ontbreken om verder te lopen. Ook het feit dat men de ogen van die blaffende hond niet kan zien, zal menigeen voldoende afschrikken. Immers, als er geen oogcontact is, kan men niet zien wat de hond van plan is.
Temperament
Onverschrokken, trouw en betrouwbaar zijn de gewenste kenmerken van het overigens vrij gelijkmatige karakter van de Bobtail. Van de Bobtail als waakhond moet men zich overigens niet al te veel voorstellen. Men moet ze veel meer zien als honden die door hun 'gescheurde-ketelklanken' de inbrekers op de vlucht doen slaan. Bobtails zijn namelijk zeker niet snel agressief tegen vreemden. Want weliswaar zijn Bobtails volgens de standaard 'onverschrokken' honden, het zijn toch ook honden die altijd zullen porberen een gevecht te vermijden. Als dat tenminste mogelijk is. Dat maakt ze tot betrouwebare en verdraagzame honden, die het niet alleen uitstekend met mensen kunnen vinden, maar ook goed bij andere honden kunnen zijn.Althans, voor zover ze een goede opvoeding hebben gekregen, want dat is uiteraard ook bij de Bobtail nodig. Als zijn het van nature, zoals onder 'temperament' staat vermeld, erg gezeglijke honden.
Hoofd en schedel
Van het hoofd wordt verlangd dat het wat de maat betreft goed in verhouding tot het lichaam moet zijn. Immers een klein koppie op een groot lichaam miststaat beslist, net als trouwens het omgekeerde weinig harmonisch genoemd mag worden.Verder wordt vermeldt dat de schedel breed en aardig vierkant is, en dat er een goede stop aanwezig moet zijn. De ´stop´ is het gedeelte tussen de voorhoofdsschedel en de neus. Hier vindt men ter hoogte van de ogen bij de meeste rassen een duidelijke inzinking. Bij de windhonden en de Collies is deze inzinking veel minder duidelijk. Omdat men bij de Bobtail iedere gelijkenis met de Deerhound wil vermijden, wordt met nadruk gewezen op de noodzaak van een brede schedel, een vierkante kaak (voorsnuit) en een 'duidelijke' stop.
De lengte van de voorsnuit van de Bobtail staat duidelijk in de standaard vermeld, namelijk ongeveer half zo lang als het gehele hoofd. Deze voorsnuit mag niet puntig toelopen, daar ook dat verschijnsel thuis hoort bij de windhonden en de Collies. Daarom vraagt de standaard een voorsnuit die 'afgeknot' is.
De neus moet groot en zwart zijn. Een klein dropje temidden van zo'n grote bos haar zou beslist lachwekkend en ongepast zijn.
De ruime neusvleugels duiden op het feit dat de Bobtail als werkhond ook bij de grootste krachtinspanning nog makkelijk moet kunnen ademhalen.
Ogen
Door de overvloedige beharing op het hoofd van onze Bobtails valt er behalve de zwarte neuspunt meestal weinig van het gezicht te ontdekken. De haren hangen hem dus ook voor de ogen, maar daar schijnt hij betrekkelijk weinig hinder van te hebben. De bewering dat de wimpers van de Bobtail extra lang zouden zijn, om zo de vacht voor de ogen weg te houden, is niet correct.De Bobtail heeft namelijk oogharen van normale lengte. Deze zijn meestal wel zo stevig dat ze de haren van de ogen af kunnen houden, zodat irritatie van de oogbol kan worden voorkomen. Toch is het sterk aan te bevelen om de haren voor de ogen door middel van een stevige haarspeld op te binden. Door z'n haarspeld in z'n kuif te doen, wordt de kans op eventuele irritatie, en daardoor ontsteking van de oogbol geheel weggenomen. Bovendien zal de hond de wereld om zich heen beter kunnen zien, want de haren voor zijn ogen belemmeren wel degelijk ook z'n uitzicht.
Achter dat gordijn van haren schuilen overigens een paar ogen die heel bijzonder zijn. Niet alleen omdat ze je zo flegmatisch, lief, begrijpend, of juist zo ondeugend kunnen aankijken, maar ook door hun mogelijk aparte kleur. De Bobtail moet volgens de rasstandaard donkere of glasogen hebben. Zulke glasogen noemt men ook wel 'wall-eye', 'pot-eye' of 'china-eye'. Het zijn geheel of gedeeltelijk blauw gekleurde ogen met soms om de iris een donkere rand. Er zijn nogal wat mensen die denken dat honden met zulke ogen blind zijn. Die gedachte staat dan wel in nogal schrille tegenstlling tot de mening van vroegere Britse herders en boeren. Die verkozen juist het beruchte wall-eye boven het bruingekleurde, omdat ze meenden dat het blauwe oog nooit blind werd en ook bij nacht beter kon zien.
Zelfs één bruin en één blauw oog wordt wel aangetroffen. Ook bij onze Bobtails, en het geldt zeker niet als een fout, zoals nog maar al te vaak wordt gedacht. Maar de lichte, dat wil zeggen lichtbruine ogen worden niet gewaardeerd.
Door de wijziging van de standaard wordt tegenwoordig ook gesteld dat een zwarte oogomranding gewenst is. We zien namelijk nogal eens dat er geen pigment in de oogomrandingen voorkomt. Dit wekt dan de indruk van een varkensoog, en dat bederft de kenmerkende uitdrukking. Het is mogelijk dat een pup nog geen volledige pigmentatie heeft, zeker als het een blauwogige pup betreft, maar dat dit op latere leeftijd toch in orde komt.
Oren
Men ziet graag kleine oren, die niet te zwaar behaard zijn. Lange, hangende oren met erg veel haar erop (dus ook aan de binnenkant) kunnen aanleiding geven tot oorproblemen.Mond
De tanden ziet men graag sterk, groot en juist geplaatst. Er zijn nogal wat Bobtails met gebitsfouten. De meest voorkomende is het naar voren staan van de voorste twee snijtanden in de onderkaak. Hoe zwaar een keurmeester een gebitsfout bestaft, hangt af van de ernst ervan, maar ook van de persoonlijke opinie van de betreffende keurmeester.Het juiste gebit van de Bobtail is het schaargebit, zoals dat in de standaard nader omschreven wordt. Het tanggebit, waarbij de snijtanden uit de boven- en onderkaak recht op elkaar staan, wordt als ongewenst aangemerkt. Staat de onderkaak (soms ver) vóór de bovenkaak dan spreken we van een onder-voorbijter. Is het omgekeerde het geval, dan heeft men te maken met een zogenaamde 'overbijter' ofwel boven-voorbijter.
Hals
De hals is erg belangrijk voor de belijning van de Bobtail. Een te korte hals, voorzien van een zware vacht, wekt al gauw de indruk dat het hoofd zomaar op de romp geplaatst is. De hond ziet er dan log uit. Zowel voor de algehele evenredigheid, maar ook voor het gangwerk en de typische belijning van de hond is een sterke en sierlijk gebogen hals van behoorlijke lengte gewenst.Voorhand
De voorbenen moeten recht zijn, en door de manier van opkammen zoals die voor de show gebruikelijk is, lijken ze nog rechter dan ze al zijn. Met zware beenderen, ook wel 'goed bone' genoemd, wordt bedoeld dat de hond flinke, stevige botten heeft die een goede aanhechtingsplaats voor de spieren bieden.De Bobtail mag niet de indruk wekken dat hij hoog op de benen staat. De schouders moeten goed schuin geplaatst zijn en de toppen van de schouderbladen mogen niet te wijd uit elkaar liggen. De ellebogen moeten goed langs de ribben aansluiten.
De Bobtail is een van de zeer weinige rassen die volgens de standaard overbouwd moet zijn, dat wil zeggen dat de ruglijn naar achteren toe oploopt. Dat betekent dus dat de hond van achteren hoger is dan bij zijn schouders.
Staat dit bij de Bobtail als gewenste eigenschap vermeld, bij andere hondenrassen is het overbouwd zijn een grote fout. Dus ook wat dat betreft is de Bobtail een bijzondere hond. Het beeld van overbouwd zijn wordt bij de Bobtail nog versterkt doordat men het lange haar van de achterhand tegen de groeirichting in naar voren kamt. Dat gebeurt met de haren vanaf de staartaanzet tot zo halverwege de rug. We zien dus op tentoonstellingen inderdaad dat de Bobtails van achteren veel hoger zijn dan bij de schouders. Maar schijn bedriegt hier vaak, want onze Bobtails zijn steeds minder overbouwd. Er wordt op dit raskenmerk door zowel de fokkers als de keurmeesters dikwijls te weinig gelet. Het is zaak om altijd te controleren of er zich onder die enorme haarmassa van de achterhand wel echt een wat hoger gesteld lichaam bevindt. Dat hoeft overigens lang niet zoveel te zijn als de soms meer dan 15 centimeter hogere indruk die op tentoonstellingen door het naar voren gekamde haar wordt gewekt. Licht overbouwd zijn is voor de Bobtail voldoende.
Door het ontbreken van het echt overbouwd zijn van de achterhand zien we ook dat een ander kenmerk bij onze Bobtails verloren dreigt te gaan. Dat is het met een rollend gangwerk in telgang lopen; weer zo'n bijzonderheid die we als gewenst raskenmerk alleen bij dit ras aantreffen.
Bij andere hondenrassen wordt dus overbouwdheid als een fout gezien en vraagt men een achterhand die lager ligt dan de schouders. De schouders noemt men overigens in de kynologie ook wel schoft en de hoogte van een hond wordt altijd aangegeven als de schofthoogte, de afstand van de grond tot de bovenkant van de schouders.
Men kan zich afvragen of de uitzondering die de Bobtail in de kynologie maakt door overbouwd te zijn nu eigenlijk wel zo goed is. Als we echter naar de natuur kijken, zien we een frappant verschijnsel. De meeste roofdieren zijn namelijk ook overbouwd. Dat verschijnsel zien we niet alleen bij soorten als bijvoorbeeld de cheetah, de hyena en het luipaard, maar ook bij de voorvader van al onze honden: de wolf. Die hoge achterhand geet de dieren een geweldige stuwkracht in de achterbenen. Die enorme aandrijfkracht komt ze bij het lopen en springen goed van pas, zodat deze dieren zich ongelooflijk snel en krachtig kunnen bewegen.
Het overbouwd zijn van onze Bobtail moet dus eerder gezien worden als een pluspunt dan als een nadeel. We zien dan ook dat onze honden, ondanks hun beerachtige en logge voorkomen, toch enorm beweeglijk zijn, geweldig kunnen galopperen, uitstekende springers blijken te zijn en bovenal een krachtige afzet hebben bij het lopen.
Waarmee dus dat overbouwd zijn van onze Bobtails juist als een zeer gewenst kenmerk mag worden beschouwd dat zeker wat meer aandacht verdient. Het is beslist de moeite waard om een lichte overbouwing in de constructie en bouw van de achterhand te behouden. Daarvoor moeten geen lange, naar voren gekamde haren in de plaats komen, want daarmee bereiken we niets.
Lichaam
Het lichaam moet vrij kort en zeer compact zijn. Men ziet graag goed geronde ribben, omdat deze meer plaats bieden aan de longen en het hart.Achterhand
Onder de achterhand verstaan we het gedeelte achter de lendenen. Dit deel moet breed, en dus goed gespierd zijn. De lendenen zijn krachtig en iets gebogen. Met de eerste dij wordt de bovendij bedoeld en met de tweede dij de kuit. De stand van de achterbenen wordt in de standaard nauwkeurig beschreven.De hakken moeten laag geplaatst zijn en de gehele achterhand moet bedekt zijn met een zeer dichte en lange vacht, die op deze plaats van het lichaam de grootste lengte bereikt. De hond moet eruit zien alsof hij een grote, ruige broek aan heeft.
Een van de fouten in het ras is koehakkigheid. Hiermee wordt bedoeld dat de hakken van een hond dichter bij elkaar staan dan de voeten. je zou kunnen zeggen dat de achterpoten er X-benig uitzien. Door een onverzorgde vacht wordt deze indruk soms nog versterkt.
Voeten
De voeten moeten klein en rond zijn, met goed gebogen tenen en dikke voetzolen. Dergelijke voeten zijn het best geschikt voor langdurig werk op een ruwe bodem. Voor de tentoonstelling worden de voeten netjes rond bijgeknipt, maar ook voor de huishond is het van belang dat zijn voeten ontdaan zijn van zijn overtollige beharing. Een hond met verzorgde voeten neemt immers veel minder vuil mee naar binnen.Wolfsklauw, ook wel Hubertusklauw genoemd, is het vijfde, wat onderontwikkelde teentje dat wat hoger aan de binnenzijde van de achterbenen zit. Sommige Franse rassen moeten volgens hun standaard zelfs dubbele Hubertusklauwen hebben, zoals de Briard, de Beauceron en de Pyrenese Berghond. Zo schrijft dan de ene rastandaard voor dat er twee van die hoge teentjes per been moeten zijn, terwijl de andere standaard (Bobtail dus) aangeeft dat ze verwijderd horen te zijn!
Staart
Het ontbreken van de staart heeft de Old English Sheepdog zijn tweede naam Bobtail opgeleverd. Bobtail komt namelijk van bob-tailed, wat zoveel betekent als kortstaart.Nu moet men echter niet denken dat al die Bobtails zonder staart worden geboren, want dat is zeker niet waar. En gelukkig ook maar, want de meeste honden die zonder staart worden geboren, lopen een grote kans op afwijkingen aan de ruggewervels. Zulke afwijkingen gaan trouwens ook nog vaak gepaard met andere afwijkingen.
De Bobtail wordt dus als pup aan zijn staart gecoupeerd. Dat gebeurt gewoonlijk in de eerste levensdagen van de pup. De staart wordt dan zo kort mogelijk gemaakt, een werkje dat men aan zeer ervaren fokkers of aan een dierenarts moet overlaten. Niet alleen omdat het couperen van de staart toch als een behoorlijke ingreep moet worden geizen, maar ook vanwege de kans op verwondingen en lelijke littekens als het verkeerd wordt gedaan. De kans dat een staartwervel half wordt doorgesneden is daarbij zeker niet denkbeeldig.
Een moderne manier van couperen gebeurt met rubber bandjes die op de gewenste plaats worden aangebracht. Deze zitten zo strak dat ze zich tussen de staartwervels dringen en de bloedtoevoer afsluiten. De rest van het staartje verdroogt dan en valt na enige dagen af.
Soms treffen we in nesten wel pups aan die met een korte staart worden geboren. Deze hele kleine staartjes zullen zich later tot stompjes ontwikkelen. Aangezien dat geen fraai gezicht wordt gevonden, worden ook deze pups aan de staart gecoupeerd.
Interessant is natuurlijk de vraag waarom onze Bobtail zonder staart door het leven moet gaan. En dan niet alleen in onze tijd, maar ook in het verleden. Er wordt beweerd dat het couperen van de staarten vroeger gebeurde om te ontkomen aan belastingen die in Groot Brittannië werden geheven op de zogenaamde 'mooie' honden. De werkhonden waren vrijgesteld van deze belasting, zo ging het verhaal, als ze als kenmerk van hun bedrijvigheid staartloos zouden zijn. Maar van een dergelijke bewering valt nergens het bewijs te vinden. Niet van het instellen van een dergelijke belasting, noch van het opheffen ervan.
Maar als we er nu toch even vanuit gaan, dat een dergelijke wetgeving in Engeland bestond, waarom zouden dan andere Engelse werkhonden als bijvoorbeeld de Collies wel met een staart zijn blijven rondlopen/ Voor een boer of een herder telt immers elke cent en als met het couperen van de staart geld viel te veridenen zal men dat zeker niet hebben nagelaten. We mogen het verhaal over het belastingvoordeel dus rustig naar het land van de fabeltjes verwijzen.
Net als trouwens de bewering dat men aannam dat de staart eraf moest, omdat men dacht dat in de staartpunt de Hondsdolheid huisde.
Maar daarmee weten we nog steeds niet waarom die staarten eraf moeten. Want functioneel is het ook niet om bij herdershonden, die de hele dag in de buitenlucht lopen, de staart af te snijden. De wellicht beste verklaring die voor het couperen te vinden is, geeft aan dat we hier te maken hebben met een mode verschijnsel, mogelijk afkomstig van een toevallige gewoonte uit een bepaalde streek, waar men gelijk met de schapen, ook de Bobtails behandelde. Door selectie op aangeboren kortstaarten zullen er in de nesten, naast de pups met een staart, ook een aantal met een stompje geboren zijn. Met deze honden werd dan vaak weer op deze eigenschap verder gefokt. De echte staartlozen zullen zichzelf echter door afwijkingen aan de ruggewervels uitgeselecteerd hebben. Ze zullen mogelijk al op jonge leeftijd overleden zijn, maar in ieder geval werden ze niet of nauwelijks voor de fokkerij gebruikt.
In de periode rond de laatste standaardwijziging van 1986 was de staart weer een veel omstreden lichaamsdeel bij honden. Er was sprake van dat het couperen van staarten verboden zou worden, evenals dat het al lange tijd het geval is met oren.
Bij rassen als de Bobtail, de Pembroke Corgi en het Schipperke zou dit tot het vreemde verschijnsel hebben geleid dat er honden zouden rondlopen met lange staarten, met halflange tot stompstaartjes en zelfs in het geheel geen staart. Bij deze rassen komt namelijk wel eens een aangeboren stompstaart of afwezigheid van de staart voor, terwijl ook de intermediaire lengten aanwezig kunnen zijn.
De omschrijving in de standaard biedt eigenlijk nog steeds weinig duidelijkheid over de s taart. Want behalve het 'gewoonlijk volledig gecoupeerd', wat duidelijk is, geeft de standaard van de Bobtail niet aan hoe een ongecoupeerde staart er hoort uit te zien, hoeveel beharing deze dan moet hebben, en hoe deze gedragen hoort te worden. Algemeen neemt men echter aan dat de staart laag gedragen dient te worden.
Beweging
In de rasstandaard staat vermeld dat de Bobtail een tamelijk kort en gedrongen lichaam moet hebben. De meeste herdershonden hebben juist een lichaam dat eerder wat langer is dan hoog. Maar er zijn er ook, die net als bij de Bobtail een lichaam hebben dat meer vierkant gebouwd is. Bij een hond die vierkant van bouw is, zien we dat de schofthoogte ongeveer gelijk is aan de afstand van de voorborst tot de achterkant van het lichaam.Onze Bobtail moet dus een compacte, korte hond zijn. Als dat inderdaad het geval is, zal een dergelijke bouw, in combinatie met een overbouwde achterhand, vanzelf aanleiding zijn tot een ander bijzonder kenmerk dat we bij sommige van onze Bobtails zien, namelijk de telgang.
Onder telgang verstaan we het gelijktijdig verplaatsen van het voor- en achterbeen aan dezelfde kant van het lichaam. Die telgang is bij korte en licht overbouwde honden noodzakelijk, omdat ze anders met hun achterbeen op hun voorbeen trappen. Echter een al te korte bouw van de Bobtail zal eerder aanleiding vormen tot korte pasjes en stijve schouders.
Die telgang veroorzaakt een rollend gangwerk, dat wel wat lijkt op de manier waarop een beer loopt. Ook de vacht op het lichaam zal door die wiegende manier van lopen heen en weer bewegen als het wuiven van het koren. Bij nagenoeg alle rassen wordt deze rollende beweging als een foutieve manier van bewegen gezien. De Bobtail is een van de zeer weinige waarbij deze manier van lopen is toegestaan.
Het lopen in telgang is overigens niet alleen aan de Bobtail voorbehouden, want vrijwel iedere hond kan gemakkelijk in telgang gaan, en zal dat dan ook doen. Met name als de hond te snel gaat voor de stap en nog te langzaam voor de draf, zal hij in telgang overgaan. Maar ook bij vermoeidheid zullen veel rassen gemakkelijk in telgang overgaan, net als veel oude of juist jonge honden dat zullen doen.
Dat onze Bobtails ook uitstekend kunnen draven, valt op de tegenwoordige tentoonstellingen steeds vaker waar te nemen. Het is soms zelfs moeilijk om bepaalde Bobtails goed in telgang te brengen, want gewoonlijk zullen die toch steeds weer in draf gaan. Bij het draven verplaatsen zich nagenoeg gelijktijdig het linkervoorbeen met het rechter achterbeen. In de huidige standaard staat dit draven van de Bobtail nader omschreven. Daarin wordt verder vermeld, dat 'sommige honden' bij lage snelheid in telgang overgaan.
Het min of meer verloren gaan van de kenmerkende telgang vindt voornamelijk een oorzaak in het wat langer worden van de Bobtails en het langzamerhand verdwijnen van het overbouwd zijn. Een Bobtail die werkelijk overbouwd is, zal gemakkelijker tot telgang overgaan dan een Bobtail met een rechte rug.
Verder moet een Bobtail volgens de rassenstandaard zeer soepel zijn in zijn galop. Met zijn betrekkelijk korte lichaam en zijn overbouwde achterhand zal een correct gebouwde Bobtail, die wat sneller loopt, eerder overgaant tot de galop dan tot de draf.
Vacht
De vacht is een van de meest in het oog springende kenmerken van de Bobtail. Hij is overvloedig, hard, niet recht, maar vrij van krul. De hond heeft een zeer dichte ondervacht die hem beschermt tegen alle mogelijke weersinvloeden.Als je een Bobtail op je af ziet komen, zie je eigenlijk alleen maar een hoge en brede wolk van haar, die zich rollend en wiegend voortbeweeegt. Die weelderige vacht is een van de aantrekkelijkste punten van dit ras, maar het is tevens de hoofdoorzaak van de problemen die sommige mensen hebben met hun hond. De vacht vraagt namelijk zeer veel onderhoud. Als de hond niet iedere dag een uitgebreide borstel- en kambeurt krijgt, zit de vacht zo vol klitten. De ondervacht is snel geneigd tot vervilten. Een niet regelmatig verzorgde vacht zal niet meer te behandelen zijn met kam of borstel, men komt er dan gewoon niet meer doorheen.
De hond wordt dan uit nood geschoren en lijkt, zo in zijn blootje, amper meer op een Bobtail. De beharing die na een scheerbeurt terugkomt, is altijd zachter dan de oorspronkelijke, zodat er een nog grotere neiging tot vervilten is. Wat weer leidt tot nog veel meer problemen bij het borstelen en kammen. En we de hond dus weer moeten scheren, waardoor de vacht steeds slechter wordt en moeilijker te behandelen.
Er zijn mensen die helemaal wanhopig worden van de vacht van hun hond. Zij kunnen de verzorging, die natuurlijk veel tijd vraagt, niet meer opbrengen en bellen de rasvereniging in paniek op. De Engelsen lossen het verzorgingsprobleem bij de huishond als volgt op: zij kammen de onderwol uit de vacht, waardoor deze niet meer gaat vervilten en ook minder zal klitten.
De tentoonstellingshond moet zijn onderwol natuurlijk wel behouden. Want deze zorgt juist voor de indruk van overvloedigheid. Al wordt een overvloedige vacht in de raspunten gevraagd, toch is het niet de bedoeling dat de hond een vormloze wolbaal wordt. Nek, hoofd, en lichaam moeten duidelijk te onderscheiden zijn.
De pups van de Bobtail komen met een korte beharing en in een kenmerkende zwart-witte kleur ter wereld. pas na een paar maanden zal het zwart plaatsmaken voor de blauwgrijze kleur die we in de vacht van de volwassen Bobtail zien. De vacht van de jonge Bobtail zal vele stadia doorlopen om uiteindelijk tot de bekende weelderige vacht te komen.
Men hecht grote waarde aan de structuur van de vacht. Deze moet hard zijn; er zijn echter nogal wat honden met een te zachte bovenvacht. Die is weliswaar vaak lang, maar toch niet correct.
Kleur
De kleur is een ander zeer belangrijk punt bij de Bobtail. Alle blauwachtige tinten zijn toegestaan, en alle bruin-beigeachtige zijn verwerpelijk. Nu gebeurt het wel eens dat een Bobtail die vlak voor de verharing staat een rossige gloed over zijn blauwe vacht krijgt. Als hij geruid heeft is hij dan weer mooi op kleur. Die rossige gloed wordt vaak veroorzaakt door dode punten aan het haar en zijn gemakkelijk te onderscheiden van een vacht die echt bruinachtig van kleur is. Hierbij zijn de haren aan de wortel ook bruinachtig.De kleurverdeling is een verhaal apart. De rasstandaard vindt het minder gewenst als er in de effen gekleurde gedeelten een witte vlek, of verschillende witte vlekken voorkomen. Deze ongewenste aftekeningen noemt men 'flashes'. Zij komen nogal eens op de romp voor. De kleur en de toegestane aftekeningen staan redelijk nauwkeurig in de standaard omschreven. Al blijven er met name over de interpretatie van de plaats en de hoeveelheid van het wit en de aftekeningen nog wel wat vragen open.
Formaat
In de nieuwe standaard wordt duidelijk een hogere maat aangegeven dan in de vroegere. Toch zijn echt grote Bobtails ook niet zo gewenst. Zij zouden ten eerste niet meer in staat zijn het werk uit te v oeren waarvoor ze van oorsprong gefokt werden. Maar wat wellicht belangrijker is, bij overdrijving van type zal de 'soundness' van de Bobtail als herdershond verloren gaan. En dat staat de standaard zeker niet toe!Herkomst hondenrassen
Benieuwd naar informatie en herkomst van andere hondenrassen? Klik dan hier. © 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Huisdieren (Dier en Natuur) op 03-09-2008, laatst gewijzigd op 14-05-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...Verwante artikelen
- Bobtail; de rasstandaard: De Old English Sheep Dog, in de volksmond vaak Bobtail genoemd, is een bijzonder hondenras. In dit artikel zal het rasstandaard beschreven worden.
- Bobtail; de geschiedenis: De Old English Sheep Dog, ofwel de Bobtail, is een hond met een geweldige geschiedenis. Het ras stamt al af van voor 1880. In dit artikel leest u alles over de wonderbaarlijke gesch…
- Hondenrassen, afghaanse hond: Een uitleg over de kenmerkende eigenschappen van de afghaanse hond en de uiterlijke kenmerken. Dit is erg belangrijk om te weten als u overweegt een afghaanse hond te nemen. Voo…
- Hondenras: Australian Cattle Dog: De Australian Cattle dog komt van oorsprong uit Australië. Dit ras is ontstaan uit vier verschillende andere soorten honden. Het zijn middelgrote honden met heel veel energi…
- Bobtail; Een carrière als showhond: Een Bobtail is een mooie hond, zeker om mee te showen! In dit artikel staat precies beschreven wat u met uw Bobtail kunt doen qua shows. Wat de eisen hiervoor zijn, en in…

Reageer op het artikel "Bobtail; uiterlijke kenmerken nader bekeken"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

