
De tamme ezel (huisezel)
Tot het geslacht Equus behoren behalve paarden en zebra's ook ezels. Met de naam ezels worden soorten aangeduid die onderling enigszins op elkaar lijken, maar in uiterlijk vrij sterk verschillen van óf paarden óf de zebra's. In dit artikel zal aandacht worden besteed aan de tamme ezel, ofwel de ezel die als huisdier wordt gehouden.
Het temmen van de ezel
De tamme ezel of huisezel zou - volgens de meeste deskundigen - afstammen van de Afrikaanse wilde ezel. De eerste sporen van getemde ezels zijn teruggevonden in Egypte. Vanuit het Nijldal heeft de praktijk van het temmen zich verspreid door Arabië, Klein-Azië, het Balkan-schiereiland en sedert de 9e eeuw ook in Europa. In Amerika werd de huisezel pas in 1868 ingevoerd. In Europa was de Ezel reeds zeer lang bekend. Maar in vroegere tijden was hij nog niet getemd en werd hij, evenals het paard, het slachtoffer van de jacht vanwege zijn vlees.De ezel verschilt van het paard zowel in uitelrijk als wat zijn lichaamsbouw betreft. Hij is geringer van hoogte, zijn kop is lomper en de oogkassen ende jukbeenderen steken zeer duidelijk uit. De kaken zijn zeer ontwikkeld en de lippen zijn meestal groot en vlezig. De oren zijn lang, de schoften weinig uitgesproken en het achterlijf is smal en vlak opzij. Hun buik is omvangrijk en de ledematen zijn dun en mager. De hoeven zijn smal, klein, vrij hard en bijzonder geschikt voor heuvelachtig terrein. De manen zijn niet erg dicht en bestaan uit rechte, borstelige haren, die nooit over de hals vallen. De staart bevat aan het uiteinde maar spaarzaam haar.
In tegenstelling tot het paard, dat deftig is en onstuimig en vurig kan zijn is de ezel zachtaardig, nederig en geduldig. Hij ondergaat berustend de zwaarste behandelingen, maar toont echte liefde voor wie hem goed behandelt. Hij herkent zijn baas al van verre en weet hem van andere mensen te onderscheiden. En dan geeft hij ook uiting aan zijn vreugde. Hij herkent ook de plaatsen en de straten waar hij vaak komt. Bij het werk is de ezel taaier dan het paard en ook meer bestand tegen vermoeienissen. Daarbij kan hij zonodig ook met minder voedsel toe. Het is daarom wel vreemd, dat dit nuttige en zo aan de mens gehechte dier de faam heeft verworven van dom en koppig te zijn.
Terwijl lofuitingen van het prachtige volbloedpaard niet van de lucht zijn, krijgt de bescheiden ezel slechts spot en stokslagen teverduren. Tegenover de ezel maakt de mens zich schuldig aan grove ondankbaarheid.
De ezel is zeer gevoelig voor koude. Daarom komt hij wél voor tot in de buurt van de evenaar, maar niet in de noordelijke gebieden van Europa, Noord-Azië en Noord-Amerika. De noestheid en robuustheid van de ezel zijn spreekwoordelijk, evenals zijn soberheid. Hij stelt zich tevreden met zeer grof voedsel van een geringe voedingswaarde. Dit weet hij zich echter volledig ten nutte te maken, dankzij zijn grote spijsverteringsvermogen. De ezel is alleen kieskeurig met drinkwater. Hij weigert zeer beslist drinkwater dat niet helder en schoon is. Wel drinkt hij brak water. Het dier kan een hoge leeftijd bereiken. Als hij goed wordt gevoed en verzorgd, kan een ezel gemakkelijk 25 jaar worden.
Evenals het paard, heeft de ezel 40 tanden. De ezelinnen missen dikwijls vier hoektanden. De leeftijd wordt vastgesteld aan de hand van het verdwijnen van de melktanden, vervolgens aan de vervanging daarvan door echte tanden en tenslotte op grond van slijtage van de tanden. Men moet echter voor ogen houden, dat de ronde vorm van het wrijfvlak van de tanden bij ezels eerder tot stand komt dan bij paarden. Dit maakt het moeilijk na het zevende of achtste levensjaar de leeftijd vast te stellen.
De jonge ezel is vrolijk en levendig van aard, en hij is zeer vertrouwelijk met mens en dier. Als men het jong van de moeder weghaalt, is de mart bij beide dieren groot. Met twee jaar is de ezel volwassen.
De arbeidsproductiviteit van de ezel is buitengewoon. Hij wordt vooral gebruikt in de gebieden waar de landbouwgrond arm is door de schaarse neerslag en de rotsachtige bodem.
Waarom men de hulp van de ezel nodig heeft
Van de diensten van de ezel wordt vooral gebruik gemaakt in Zuid-Europa. In Spanje - waar de ezel wordt versierd met linten en strikken en kettingen - wordt het dier gewoonlijk gebruikt als lastdier en dikwijls om mest te vervoeren naar het land. Voor dit doel hangt men aan de zijkanten van het pakzadel twee karakteristieke manden die zijn gemaakt van rijsthalmen. In Zuid-Italië worden de ezels gebruikt voor de landbouw, om kleine huismolens aan te drijven en om water omhoog te trekken uit putten. In sommige gebieden bezit iedere familie een ezel, die geduldig de molen geblinddoekt draaiende houdt. In Griekenland wordt de ezel vaak samen met de os voor de kar en de ploeg gespannen en soms overtreft het geduldige ezeltje de machtige os in uithoudingsvermogen.In het Oosten is de ezel zeer verbreid en hij wordt er zeer goed behandeld. Ook de bedelaar bezit een ezel, die hem naar zijn "standplaats" vervoert. Terwijl hij bedelt, laat hij de ezel grazen op de grond "van de goede God". In Noord China wordt de ezel vaak gebruikt voor landbouwdoeleinden. Met behulp van het dier dorst en maalt men het graan. Men maalt er met gebruikmaking van eenvoudige molens, waarvan de molenstenen van rotsblokken zijn gemaakt.
Ook in het bijbelse Palestina werd de ezel ruimschoots aangewend om het land te bewerken, maar met inachtneming van de beperking die door de wet van Mozes werd opgelegd. Dit was het verbod om een os en een ezel voor dezelfde ploeg te spannen. In en rondom India wordt de ezel, die daar zeer klein van stuk is, door het armste deel van de bevolking als lastdier gebruikt.
Het fokken van ezels
De wijze van het fokken van ezels verschilt niet veel van die van het fokken van paarden. Het is zelfs gemakkelijker en goedkoper, doordat de ezel minder zorg vereist, zowel wat betreft het onderdak als de voeding. Het is bij het fokken van ezels zeer belangrijk welke ezelhengsten en ezelinnen men kiest om het nageslacht en de kenmerken van het ras te laten behouden en deze te verbeteren. Vooral de keuze van de hengst is belangrijk, omdat zijn goede of slechte invloed vele geslachten lang doorwerkt in de nakomelingen.Bij de keuze van een fokdier kan men hem slechts schatten naar zijn uiterlijke vorm en naar zijn vaardigheden. Maar dit zegt natuurlijk niets over de waarschijnlijkheid of de goede eigenschappen op het nageslacht worden overgebracht.
Voro een werkelijk verantwoorde keuze van goede fokdieren moet men de gehele stamboom en de verwantschap bekijken, met andere waardevolle dieren, waarvan men de bijzondere kwaliteiten kent. Deze gegevens kan men vinden in stamboeken of in stambomen met beschrijvingen, zodat men kan zien of de goede eigenschappen van het fokdier bij het nageslacht zullen terugkomen of niet.
De dieren die bestemd zijn om ermee te fokken, moeten een lichaamsbouw hebben die overeenkomt met die welke kenmerkend is voor het ras. In alle gevallen zal men een hengst zoeken die goed gebouwd is, een energiek temperament heeft, goed ontwikkelde magere spieren, goede vormen en afmetingen, grote, duidelijk zichtbare gewrichten, en een goede lichaamsgesteldheid. Bij de ezelin zal men letten op de vrouwelijke kenmerken en of het temperament kalm en rustig is, op een goede bouw van het skelet en de 'afwerking' van de ledematen.
De soort voeding van de ezel is gelijk aan die van het paard, maar de benodigde hoeveelheden zijn kleiner. Ook de kwaliteit mag geringer zijn, omdat de ezel minder verfijnd is en een groter vermogen tot spijsvertering heeft. Per honder kilogram levend gewicht voor een ezel in rust is ongeveer twee tot tweeëneenhalve kilo hooi per dag nodig. Voor de dieren die zwaar werk verrichten is dat twee kilo hooi en 800 gram haver, gerst of een andere graansoort.
rassen van de huisezel
Het aantal ezelrassen is niet groot en ze verschillen vooral wat betreft de grootte van de exemplaren. In Europa zijn de meest verbreide rassen de Poitou ezel uit Zuid-Frankrijk, de Catalaanse ezel uit Spanje. Minder verbreid zijn het Martina-Franca-ras uit Italië en het Siciliaanse en Sardijnse ras.In Azië worden de ezels gehouden in Arabië, Perzië en Syrië. In Afrika komen ze veel voor in Marokko, Egypte, Somalië, Eritrea en Ethiopië. In Amerika vindt men ze veel in Mexico en Brazilië.
Martina-Franca
De belangrijkste Italiaanse ezelrassen, zowel in aantal als economisch gezien, zijn het Martina-Franca-ras, het Siciliaanse ras en het Sardijnse ras. Het meest in aanzien is het ras Martina-Franca, genoemd naar het gelijknamige dorpje in de provincie Tarente in Zuid-Italië. Het is niet onwaarschijnlijk, dat tot de vorming van dit ras Spaanse ezels hebben bijgedragen. Bijzondere aandacht wordt besteed aan het fokken van dekhengsten, die men gebruikt voor het fokken van muilezels.De meest voorkomende kleur van de vacht is zwartbruin. De kop is meestal groot en zwaar, de oren zijn zeer lang en de nek is groot en gespierd. Vooral bij de overgang naar de romp, rond de oogkassen en op het bovenste deel van de snuit bevinden zich vlekken, die de indruk maken van vlammen. De snuit is grijs evenals de streek om het middenrif en de buik.
De schoften zijn hoog en lang en ook het achterlijf is lang en ietwat afgerond. De borst is breed en de schouders zijn een beetje schuin en zeer gespierd. De poten zijn lang en stevig, met sterke gewrichten. De hoeven zijn klein en zeer hard. De schouderhoogte kan verschillen van 1.38 meter tot 1.50 meter en meer en het gewicht bedraagt 350 tot 450 kilo.
Wanneer men Martina-Franca-ezels kruist met min of meer zware paardenrassen, krijgt men muilezels van verschillende afmetingen, die men kan gebruiken als trekdier en voor transport met pakzadel, vooral in de bergen en in de heuvels.
Siciliaanse of ragusana-ras
Een ander Italiaans ezelras is het Siciliaanse ras of ragusana-ras. Dit ras is zowel in als buiten Italië welbekend. Dit dier is uitstekend geschikt voor het fokken van muilezels. De hoogte van deze ezel varieert tussen de 140 en de 150 centimeter. De vacht is overheersend zwartbruin en de snuit en de buik zijn zilvergrijs. De kop is evenwichtig gevormd, de oren zijn lang en staan fraai. De ogen zijn levendig. De hals is wat dik uitgevallen en de schouders zijn precies goed gevormd. De romp is harmonisch gebouwd, met een brede en ruime borstkas en een welgevormd achterlijf. De poten zijn kort, met grote gewrichten en stevige hoeven. De Siciliaanse ezel heeft een levendig temperament en is opmerkelijk vruchtbaar.Sardijnse ras
Het derde typisch Italiaanse ras is het Sardijnse ras. Deze ezels zijn zeer klein van stuk, niet groter dan een meter, maar het zijn onvermoeide werkers als lastdier en als trekdier. Na hele dagen te hebben gewerkt, stellen deze dieren zich tevreden met wat stro. Dat is voor hen voldoende, dankzij hun zeer groot spijsverteringsvermogen. De vacht van dit ras is grijs. Het dier vertoont de streep van de muilezels en het St. Andresakruis op de schouders.Het haar is niet zelden zeer lang, vooral in het koude seizoen, en dan ziet het dier er ook ruig uit.
Poitou-ezel en Catalaanse ezel
Poitou-ezelDe Poitou wordt in Frankrijk gehouden, in de buurt van Niort en Melle. Zijn vacht is zwart, kastanjebruin of voskleurig, maar de punt van de snuit en de buik zijn zilvergrijs. Het gehele lichaam is bedekt met lang, viltachtig haar en op de oren zitten gekrulde lokken. De Poitou wordt beschouwd als een zeer geschikt ras voor het fokken van grote muilezels, die zeer goed tegen vermoeienissen zijn opgewassen en bijzonder sober zijn.
Catalaanse ezel
Een ander zeer gewaardeerd ras is het Catalaanse ras dat men, behalve in Catalonië, ook in andere delen van Noord-Spanje houdt. De bouw van de Catalaniër is meestal zeer sierlijk. De kop is betrekkelijk licht en heeft een rechtlijnig zijaanzicht. De hals is kort en gespierd en de rug is enigszins ingezakt. Het achterlijf is breed en sterk gerond door het grote aantal spieren. De ledematen hebben kenmerken die sterk kunnen verschillen. In het algemeen zijn de poten echter stevig en goed van bouw. De overheersende kleuren van de vacht zijn zwartbruin, zeer donker-kastanjebruin, met een zilvergrijze snuit, oren en buik. © 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Huisdieren (Dier en Natuur) op 20-05-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...
Verwante artikelen
- Paarden: Oosterse rassen: Het paard, dat de mens al meer dan 4000 jaar dient, heet in wetenschappelijk-dierkundige termen Equus Caballus. Het moderne geslacht Equus omvat, behalve het paard, ook de ezel, de…
- Tam gevogelte informatie: Nederlanders eten zeer veel tam gevogelte. Hiervan is het meest bekende de kip en daarna het kalkoen. De laatste jaren zijn andere soorten als parelhoen en eenden ook steeds meer in…
- Okapi; een laat ontdekt diersoort uit Afrika: De okapi is een zoogdier dat pas omstreeks 1900 werd ontdekt. Een rare overeenkomst, maar de okapi is familie van de giraffe. Beide behoren tot de familie Giraff…
- Zebra; een paard met tijgervel: De zebra is een schitterend dier dat veel weg heeft van het alombekende paard. Niet vreemd overigens, daar zij tot dezelfde familie behoren. Dit artikel gaat uitsluitend over…
- Weetjes over bengalen: Interessante weetjes over de raskat de bengaal overgenomen uit mijn bengalen cattery page Ifness. Wist je bijvoorbeeld dat... ?

Reageer op het artikel "De tamme ezel (huisezel)"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

