
Soorten honden en rassen
Honden zijn er in verschillende soorten en maten, verschillende kleuren en verschillende karakters. Ook bestaan er verschillende soorten, onder andere onder te verdelen in herdershonden, jachthonden, speurhonden, politiehonden en dergelijke. In dit artikel zullen deze soorten beschreven worden, evenals de kenmerken van hondenrassen.
Het temmen van honden, die van oorsprong wilde dieren zijn geweest, moet aanvankelijk begonnen zijn om praktische redenen: voor de jacht en voor bewakingsdiensten. Tegenwoordig echter houdt en fokt men honden voornamelijk uit gevoelens van vriendschap voor deze dieren en ook wel omdat het 'mode' is om een hond te hebben of omdat het zo goed 'staat'. Daarmee is dan aangegeven, dat de relatie tussen de mens en hond door een ingewikkeld samenstel van gevoelens is bepaald.
Soorten en rassen
Overal waar mensen leven, treffen we ook de hond aan en evenals de mens heeft ook de hond van een geweldig aanpassingsvermogen blijk gegeven. In alle klimaten die er tussen de polen maar heersen en in allerlei situaties komen we hem tegen. De grillen van de mode hebben hem daarbij evenzeer vervormd als jagers en herders, die hem door kruising en selectie voor hùn doeleinden geschikt hebben gemaakt.Er zijn honden die zo klein zijn dat ze in een dameshandtas gaan en honden die, als ze op hun achterpoten staan, boven een volwassen man uitsteken. Aan de verschillen in bouw, omvang, lichaamsvorm, kleurinstellingen van de vacht en karakters, komt helemààl geen eind. Kortom, de hond komt in zoveel soorten en rassen voor, dat het aantal nauwelijks is vast te stellen.
Het fokken van honden, om daardoor tot rassen met zeer bepaalde eigenschappen te komen, is al heel oud. Het wordt bereikt door honden die de beoogde eigenschappen al hebben met elkaar te laten paren. De kans dat de jongen - althans de meeste jongen uit zo'n nest - de bewuste eigenschappen in versterkte mate hebben, is dan groot. Door uit deze jongen weer de beste exemplaren te kiezen en deze - eenmaal geslachtsrijp - te laten paren met in de desbetreffende eigenschappen eveneens beter exemplaren uit een ander nest, komt men op den duur tot een ras waarbij de desbetreffende eigenschappen constant of praktisch constant worden overgeërfd en waarbij die eigenschappen tevens optimaal op peil blijven.
In een onnoemlijk aantal richtingen heeft men aldus honden gefokt. Zo groot zijn daarbij de tussen honden ontstane verschillen geworden, dat men de fokproducten - men wist niet beter - voor dieren van zelfs verschillende orden zou houden. Want wat hebben bijvoorbeeld een grappig dwergpinchertje en een lobbes van een Sint-Bernard nu nog met elkaar gemeen?
Akelige karakturen ook heeft de mens gefokt. Kijk maar eens naar de Engelse Bulldog, die niet òp, maar als het ware tussen zijn poten staat. Men herinnert zich de ongelukkige turnspitt die men een paar eeuwen geleden in de tredmolen liet lopen om spit of karn te draaien en die men door selectieve teeltkeus ene (veel te) lang lijf had bezorgd. Hetgeen allemaal niet wegneemt dat de hondenfokkerij in overgrote mate rassen heeft voortgebracht die om hun karakter, voorkomen of bruikbaarheid alleen maar grote bewondering verdienen.
De gefokte honden zijn onder te verdelen in rassen, een begrip dat de dierkunde niet kent maar waar de kynoloog vòòr alles belangstelling voor heeft: hondenrassen met constante, overerfbare eigenschappen. De kenmerken waaraan ieder hondenras moet voldoen, zijn langzamerhand vastgesteld in standaards en raspunten, die opgesteld zijn door een representatieve vereniging in het land waar zo'n hondenras gefokt is en die daarna door de F.C.I. (de Fédération Cynologique Internationale) erkend kunnen zijn. Honden van een desbetreffend ras worden dan beoordeeld naar dié standaard.
Overigens kan een hondenras dat niet bij de FCI is aangemeld in kynologisch opzicht eveneens een uitgesproken ras zijn.
Kenmerken van hondenrassen
Als de mens wetenschap beoefent, heeft hij een onweerstaanbare drang om het object van zijn onderzoek systematisch te benaderen en het een etiket op te plakken waarmee dat object - en in dit geval dus de hond - zijn plaats in dat systeem wordt aangewezen.Zo is er een indeling ontstaan, waarbij wij een hond kunnen rekenen tot het dolichocephale dan wel tot het brachycephale type. Hieronder verstaan we dan honden met respectievelijk een smalle schedel (eigenlijk de windhonden) en de honden met een brede schedel. De typen die daar tussenin liggen, met "gewone" schedels dus, worden dan wel metacephaal genoemd.
Er zijn echter hondenkenners die de "gewoonkoppigen" niet officieel erkennen en zeggen: een hond is óf van het breedschedelige, óf van het smalschedelige type en als je dat niet precies kunt zien, hebben we hier een leuke formule omdat uit te maken. Zij hebben gezegd: als je van een hond nu de breedte van de kop meet, die afstand vermenigvuldigt met 100 en dan het product deelt door de lengte van de kop ( van snuitpunt tot achterhoofdknobbel), dan is de kop smalschedelig of dolichocephaal als de uitkomst minder dan 50 is. Wanneer de uitkomst hoger dan 50 is, is het een brachycephaal.
Volgens sommigen kan het profiel van de kop bovendien rechtlijnig of orthoïde zijn (setters en collies), dakvormig of cirtoïde (pointers en boxers) of V-vormig (brakken en griffen). De lengteverhoudingen van snuit en schedel, de eerste gemeten vanaf het hoogste punt van de neus tot de stop (de overgang van neus naar voorhoofd), bepaalt de verdere indeling:
Als deze is:
- 1 : 1 = Bijvoorbeeld setters en pointers
- 1 : 2 = Boxers
- 3 : 4 = cockers
Zelden overtreft de snuitlengte die van de schedel; dit komt echter wel voor bij enkele moderne terriërs en wordt wel dolichoprosopie genoemd. Beoordeeld worden de honden (en rassen) voorts naar de lengten van bovenkaak en onderkaak ten opzichte van elkaar. Bovenkaak en onderkaak kunnen even lang zijn. Als de snijtanden daarbij op elkaar vallen of de bovensnijtanden voor de ondersnijtanden langs, spreken we van orthognatisme. Is de bovenkaak echter korter dan de onderkaak, dan heet dat prognatisme (bij boxers en bulldogs); de hoektanden van de onderkaak vallen dan voor die van de bovenkaak langs. Bij bulldoggen en pekinezen is dit prognatisme een eis.
Er kan echter ook sprake zijn van enognatisme; dat is wanneer de bovenkaak duidelijk langer is dan de onderkaak. Het wordt als een zwaar gebrek beschouwd. De "raspunten" van de standaart betreffen voorts de schofthoogte, de verhouding van schofthoogte tot het lichaam, type (wanneer binnen een ras verschillende typen, bouw en/of fokrichting worden onderkend), lippen, tanden, ogen, oren, hals, staart, ledematen, huid, vacht en kleuren, karakter, gang enz.
Al deze lichaamsdelen en hoedanigheden bepalen de kwaliteit van een rashond naar normen, die door de liefhebbers zelf zijn opgesteld. De realisering van deze hoedanigheden worden bij het fokken zo veel mogelijk benaderd.
Jachthonden en andere gebruikshonden
Wanneer het gebruikshonden betreft en met name de jachthonden is het duidelijk dat de romp en de poten en hun onderlinge lengteverhouding aan bepaalde eisen moeten voldoen, afhankelijk weer van het type jacht waarvoor de honden moeten dienen. Zo zal een jachthond die in rotsachtig bergland, waar 'n hazewind binnen de kortste tijd zijn lange poten zou breken, een gedrongen dier met stevige, korte poten moeten zijn. In die "richting" wordt dan ook gefokt.Zo zijn bijvoorbeeld de Schotse terriërs ontstaan. De consequentie van zulke korte poten is natuurlijk snelheidsverlies, maar men kan nu eenmaal niet alles van een jachthond verlangen. De ideale jachthond bestaat niet, evenmin als de ideale mens...
Ook de vorm van de poten en vooral die van de achterpoten is van belang. Bij de windhonden zijn ze, zoals we allemaal waarschijnlijk wel weten, gebogen. Dat betekent dat ze, zonder dat de dieren daarbij van achteren hoger op hun poten staan, lange achterpoten hebben en dus enorme snelheden kunnen ontwikkelen. Waaruit we de algemene conclusie kunnen trekken dat een hond een betere hardloper is naarmate z'n achterpogen meer gebogen zijn en een slechtere hardloper naarmate ze rechter zijn. Maar dan is hij weer een des te betere trekker! Daarom wordt er bij het fokken van gebruikshonden zo op de vorm van de achterpoten gelet. Het fokken van goede gebruikshonden en jachthonden is des te moeilijker - maar voor de liefhebber daarom ook des te aantrekkelijker - omdat de dieren daarbij aan nog zo veel andere eisen moeten voldoen.
Denkt men bijvoorbeeld aan de brakken, waarmee in de Middeleeuwen en ook ver daarvóór zo veel gejaagd werd, dan moesten deze honden het wild in toen nog aanwezige bijkans ondoordringbare bossen, vennen en moerassen luidblaffend achtervolgen om daardoor voor de langzaam volgende jagers tenminste hoorbaar en daardoor, mét de buit vindbaar te blijven. men moest dus niet alleen robuuste lopers, maar tegelijkertijd "blaffers" fokken, die bovendien nog een scherpe reukzin moesten hebben om "spoorvast" te zijn.
De meeste hondenrassen zijn oorspronkelijk gefokt om gebruikshonden te krijgen, zoals wedstrijdhonden, oorlogshonden, vechthonden, waakhonden, jachthonden, trekhonden, blindegeleidehonden, patrouille- en verbindingshonden, parachutespringers, sledehonden, herdershonden, politiehonden enzovoorts. Hoewel daarbij aanvankelijk niet of minder op uiterlijke raskenmerken werd gelet, ontwikkelden de gebruikshonden zich in de loop der geschiedenis toch tot rassen die ook steeds meer vaste uiterlijke kenmerken verwierven. Want bij alsmaar doorgaande selectie van honden op slechts weinige, echter essentieel geachte gebruikskarakteristieken, pleegt ook de variabiliteit aan uiterlijke kenmerken terug te lopen. Daardoor kregen veel rassen van gebruikshonden allengs en automatisch het sterk modische aspect, dat de hondenfokkerij tegenwoordig zo kenmerkt.
Hondenrassen bleken voorts gemakkelijk "om te bouwen" in andere rassen met wéér andere eigenschappen. Dat kon, omdat eigenschappen als scherpe zintuigen, lichaamskracht, moed, intelligentie en eigenlijk ieder andere denkbare lichamelijke of psychische eigenschap in meerdere of mindere mate erfelijk bleken te zijn. Al naar gelang een bepaalde gebruiksvoorkeur fokte men het desbetreffende ras dan verder in die bepaalde richting.
Jachthonden
Met de zich wijzigende omstandigheden en voorkeruen van de mens wijzigden zich dus ook de rasesn. Goed valt dit nog na te gaan bij de jachthonden. Aanvankelijk gefokt en afgericht om wild uit zijn holen te jagen, te achtervolgen en te grijpen, richtte men zich langzamerhand op hondenrassen die het wild weliswaar moesten kunnen opsporen, maar er vervolgens moesten afblijven om het door de jager te laten grijpen of - bij de intrede der vuurwapens in de jacht - te schieten. Zo ontstonden bijvoorbeeld de rassen der "staande honden' (die dus voor het wild bleven staan).Herdershonden
Een belangrijke plaats in het leven van de mensen heeft ook de herdershond ingenomen. Onder herdershonden rekende men oorspronkelijk alle honden en alle honderasesn die bij het hoeden en bewaken van vee werden gebruikt. In de oude tijden van de herdervolkeren waren grote, sterke honden nodig om de kudde tegen roofdieren te verdedigen. Daarvoor werden honden gebruikt die men in Nederland nog wel als "berghonden" kent en waarvan de Pyreneese berghond de bekendste en nog steeds meest aktieve vertegenwoordiger is. Uit deze berg- of herdershond ontstond, toen geleidelijkaan het landschap meer en meer door de akkerbouw bepaald ging worden, de hond die de Vlamingen met de schepershond en de Duitsers met de Schäferhund aanduiden: kleine, minder agressieve honden, die in plaats van de kudde te verdedigen deze alleen maar moesten meehelpen leiden en bijeenhouden.Uit de in cultuur gebrachte gebieden verdween immers het gevaarlijke wild, waardoor de agressieve, grote soldaat moest plaatsmaken voor de kleine, zachtaardige surveillant. Toen men de herdershond echter voor tentoonstellingen ging fokken, werd hij veel forser en hoger dan zijn vroegere gebruikers hem ooit hadden willen hebben. Nog erger was dat men hem om geestelijke eigenschappen begon te fokken die hem als herdershond helemaal onbruikbaar maakten. Zodat de herdershond, zoals wij hem vandaag de dag op straat tegenkomen, eigenlijk niets meer met de oorspronkelijke herdershond te maken heeft. Hij is geworden tot een mode-hond.
Waakhonden
Waakhonden zijn van oudsher gefokt uit rassen of uit exemplaren die feitelijk alleen uit angst blaften, zodat een goede waakhond best met een stukje worst te verschalken mag zijn. Agressiviteit mag men van hem niet verwachten. Een waakhond heeft alleen waarde wanneer hij los in huis of op het erf rondloopt, waarbij het hem gemakkelijk is aan te leren van bepaalde dingen en dieren af te blijven. Exemplaren van een goed gefokt waakhondenras zullen gauw uit zichzelf helpen op de boerderij losgeraakt groot- en kleinvee naar stal of hok terug te drijven, daarbij een karaktertrek vertonend van de oorspronkelijke échte herdershond.Oorlogshonden
Ook zijn honden altijd in of bij oorlogen betrokken geweest. Onder de Meden en Perzen en later onder de Grieken en Romeinen moeten het grote en sterke honden zijn geweest, die daadwerkelijk naast hun meester in de oorlogen van man tegen man meevochten.Later drong de vechthond op de achtergrond en begon men zich toe te leggen op het fokken van rassen die geschikt waren voor het opsporen van verdekt opgestelde scherpschutters en gewonden en voor het overbrengen van berichten en levensmiddelen naar geïsoleerde posten. Een oorlogsfunctie hadden ook de 40.000 (!) honden die zowel de Duitsers als de Fransen in de Eerste Wereldoorlog opleidden om ratten in de hiermee "vergeven" loopgraven op te ruimen. De rol van de hond als oorlogshond schijnt echter na de Tweede Wereldoorlog te zijn uitgespeeld. Bij de massale en doelmatige verdelgingsmiddelen van tegenwoordig legt hij geen gewicht meer in de schaal.
Politiehonden
Ook het gebruik van honden voor politietaken is al oud. In ieder geval bediende Hendrik VIII er zich van om politieke tegenstanders en vooral het overal rondzwervende geboefte uit die tijd op te sporen. Er is de laatste tijd nogal gezocht naar goede "uitgangsrassen" voor politiehonden, waartoe men lang en uitvoerig heeft geëxperimenteerd. Aanvankelijk dacht men dat de rassen van de barakken hiervoor zeer geschikt moesten zijn. Maar dat bleek een misser. Weliswaar waren de brakken buitengewone speurders, maar het was deze dieren niet bij te brengen effectief aan te vallen of zich te verdedigen. ovendien verloren ze bij de dressuur hun belangstelling voor luchtjes. Daarom wrden ze definitief afgekeurd als politiehonden.Gekozen is nu -althans, in Engeland - voor de bloodhound, de bloedhond, die behalve een goede speurder ook een beste vechter is, hoewel niet erg sterk van gestel. Dit laatste is dan ook de reden d at men hem met de levenskrachtiger otterhound is gaan kruisen. De eerste kruisingen waren zeer geslaagd.
Spijtig is, dat men in de Nederlandse hondenwereld nogal wat kritiek heeft op de dressuur van politiehonden in ons land. Men zou er te veel naar streven "levende machines te vormen, die werkten ten koste van levensvreugde, onbevangenheid en initiatief, maar in de praktijk nog niet de halve waarde tonen van de zacht opgevoede hond".
Het is verleidelijk wat dieper in te gaan op ervaringen met gebruikshonden, maar dat zal in een later artikel plaatsvinden.
De afstamming van de hond
Om maar met de conclusie hierover te eindigen: over de afstamming van de hond staat niets onherroepelijk vast. Aannemelijker dan andere opvattingen acht nemen de theorie dat de honden afstammelingen zijn van getemde jakhalzen, wolven of andere wilde, hondachtige dieren. Deze zouden door oude, trekkene volkeren - wellicht nomaden - zijn meegevoerd naar andere streken en zich daar niet hebben kunnen mengen met de wolf of de jakhals wegens het ontbreken van deze dieren in die streken. De tamme eigenschappen van de meegevoerde dieren zouden zich aldus tot constante en kennelijk erfelijk geworden eigenschappen ontwikkeld hebben. © 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Huisdieren (Dier en Natuur) op 25-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...Verwante artikelen
- De Duitse Herdershond: De duitse herdershond is een van de populairste rassen ter wereld. De eerste honden stammen af van van de dieren die werden ingezet om schapen te behoeden voor de wolven. In 1891 werd…
- De leeftijd van de hond: Waarschijnlijk heb je altijd al horen zeggen dat één jaar in het leven van een hond gelijkstaat aan zeven mensjaren. Dit is niet correct gezien een hond de volwassenheid bereikt in z…
- Alles over de Labrador Retriever: De Labrador Retriever, afgekort Labrador, is een hondenras dat afstamt van de St. Johns-hond. Deze hond werd door eskimo's gebruikt bij de visserij. Het ras Labrador Retriev…
- Taken van de hond: schapendrijven: Honden zijn voor vele doeleinden nuttig. Vaak zijn er dan ook speciaal gefokte honden voor een taak, deze honden hebben de voor hun taak benodigde eeigenschappen. Bij het s…
- De Podenco een ras apart: De Podenco is een oud en oorspronkelijk ras dat al honderden jaren voorkomt op de Balearen: de eilanden Mallorca, Menorca, Ibiza en Formentera.

Reageer op het artikel "Soorten honden en rassen"

Door Marlouke op 02-10-2008
Hey,
Ik vind het echt nijg dat jullie zo een site oprichten en het is ook goede uitleg hoor, jaja. Mijn vriendin van school en ik hebben een minni project over honden en hebben alle informatie afgedrukt. Echt knap van jullie hoor!! Doe zo verder en nog veel succes!
Malouke

