
Een goedgebouwd paard, hoe ziet het eruit?!?
Het geheel van lichamelijke kenmerken die gelden voor een bepaald ras staat omschreven in het stamboek of register van dat ras. Paarden en pony's (niet hoger dan 1.473 meter) kunnen worden verdeeld in verschillende typen. In dit artikel kunt U hier meer over lezen, en hoe u een goedgebouwd paard (of pony) gemakkelijk kunt herkennen.
Typen
Men onderscheidt het rij- of zadelpaard, het tuigpaard en het trekpaard. Rijpaarden en rijpony's vertonen wat bouw betreft vele overeenkomsten, maar paarden die in het tuig gaan, zijn aanzienlijk zwaarder gebouwd.Bij het rijdier staat kwaliteit voorop en dat geldt allereerst voor de benen. Een paard met niet voldoende kracht in zijn benen is te vergelijken met een wiebelende tafel. Hij zal zijn werk niet goed kunnen doen. Maar goede benen en voeten zijn eigenlijk voor elk type paard van belang, wat er ook van hem wordt gevraagd. Kwaliteit is in de eerste plaats zichtbaar aan het hoofd, in de tweede plaats zichtbaar aan de benen en voeten en ten derde in de algemene verschijning, de robe (het haarkleed) en het haar van staart en manen.
Het hoofd
Een kwaliteitspaard heeft een droog benig hoofd, dat beslist niet vlezig mag zijn, maar dat er moet uitzien alsof het is gebeeldhouwd. Het hoofd dient uit te lopen in een kleine gevoelige neus met wijde neusgaten, die een diepe, snelle ademhaling mogelijk maken. De voorhoofds-neuslijn kan hol zijn (zoals bij de Arabier), maar ook recht (zoals bij de Zweedse Gotlander) of bol - het zogenaamde ramshoofd van de nakomelingen van de Berber. Het ramshoofd kwam in de tweede helft van de 18e eeuw in de mode, toen gravin Du Barry het profiel veranderde van het Normandische paard, dat het op zijn beurt had geërfd van de Frederiksborg. Nu is het, door het veelvuldig kruisen met Volbloeds, weer bezig te verdwijnen.Het voorhoofd moet lang en breed zijn. Veulens vertonen altijd een holle voorhoofdslijn, maar als dit voorkomt bij een volwassen dier, dan wijst het - zeker in combinatie met kleine 'varkensoogjes' - op een boosaardig karakter. De ogen moeten groot, donker en helder zijn, niet verzonken liggen, maar ook niet uitpuilen, hoewel dat laatste de voorkeur verdient boven het eerste.
Paarden moeten zijwaarts over hun schouder kunnen zien. De voorwaarts gerichte gezichtslijnen moeten elkaar kruisen over de neus.
Hals
De hals moet onderaan breed zijn. Hij moet aan de bovenzijde goed gespierd zijn en via een gewelfde bovenlijn en een rechte onderlijn naar het hoofd toe smaller worden. Als de bovenlijn van de hals hol verloopt, heeft het paard een 'zwanenhals'. Lopen boven- èn onderlijn van de hals neerwaarts gebogen, dan spreekt men van een 'hertehals' of een 'verkeerde hals'. De hals moet niet te lang zijn, maar ook weer niet te kort en hij moet overgaan in een krachtige, lange, schuin lopende schouder. Een paard met een steile schouder gaat niet alleen recht, want alle bewegingen van de voorste ledematen behoren vanuit de schouder te komen, maar is ook een gruwel om te berijden. Een steile schouder is minder bezwaarlijk voor een tuigpaard.Oren
De oren moeten niet te dicht bij elkaar staan; ze dienen beweeglijk te zijn en fijn gevormd. Uit het spel van de oren kan veel worden afgeleid met betrekking tot de aard van het desbetreffende dier. Als de oren beweeglijk zijn en enigszins naar voren gericht staan, gaat het doorgaans om een vriendelijk, intelligent paard. Worden de oren ver naar achteren in de nek gelegd, dan wijst dat op een zenuwachtige, prikkelbare aard.Manen
De manen moeten flink zijn en niet te dik, maar ook niet te dun ingeplant. Rechtopstaande manen zijn kenmerkend voor oude rassen; de manen van het Przewalski-paard staan rechtop. Dikke, zachte manen die aan beide zijde afhangen, komen bij de Shetlander voor. De kleur van de manen is in sommige gevallen een raskenmerk. Zo heeft de Haflinger manen die lichter zijn dan de basiskleur van de robe, terwijl de Fjord rechtopstaande wit-zwart-witte manen heeft. Grof, stekelig haar wordt dikwijls aangetroffen bij inferieure rassen.Borst
Een brede voorborst wijst op de kracht en is vooral gewenst bij trekpaarden. De borst van het rijpaard dient eerder lang en diep te zijn met goed gewelfde ribben, die voldoende ruimte bieden aan longen en hart. Een grote borstinhoud is van essentieel belang voor een paard dat veel utihoudingsvermogen nodig heeft, zoals een steepler, een hunter (jachtpaard) en een militarypaard.Schouder
De schouder van het rijpaard moet een schuine ligging hebben en krachtig gespierd zijn. Het is een vreugde een paard met een goed liggende schouder te rijden. Paarden met een steile schouder betekenen voor de ruiter een ware hel. De schoft van het rijpaard moet duidelijk te zien zijn. Een korte, platte schoft beperkt de natuurlijke oprichting van de hals en gaat soms gepaard met een te zware schouder. Het gevolg is, dat het zadel naar voren blijft schuiven, zodat men een staartriem moet gebruiken om het op zijn plaats te houden. Een en ander komt nogal eens voor bij dikke pony's. Een hoge, magere schoft maakt het gebruik van een speciaal zadel nodig. Het geeft nogal eens aanleiding tot het ontstaan van drukkingen of schaafwonden die moeilijk genezen.Zolang de aandoening bestaat, mag het paard geen arbeid onder het zadel verrichten. Als er eenmaal drukkingen zijn geweest, dan is de kans op hernieuwd optreden groot. De geringste druk, zelfs die van een staldeken, kan in dergelijke gevallen al te veel zijn.
Voorbenen
De voorbenen moeten sterk en goed gespierd zijn en de voorknieën (het handwortelgewricht) breed en heel licht gewelfd. Holle knieën betekenen een te zware belasting voor de pezen. Het omgekeerde, een paard dat 'in de knieën staat', een verschijnsel dat ook wel 'bokbenigheid' wordt genoemd, geeft veel minder aanleiding tot vallen of struikelen en hoeft niet altijd moeilijkheden te veroorzaken. Maar bij een paard met 'kalverknieën' (een X-benige stand van de voorste ledematen) komen vaak aandoeningen aan de onderbenen voor. Het pijpbeen, dat het voorkniegewricht met het kootgewricht verbindt, moet kort zijn en de pezen moeten hard en duidelijk voelbaar zijn. Bultjes of zwellingen zijn aanwijzingen voor ophanden zijnde mogelijkheden. Ook het kootgewricht, de kogel, moet hard zijn - zonder vlezige zwellingen, zoals voorkootgsgewrichts- of sesamschedegallen.De koot, die het pijpbeen met de hoef verbindt, moet vrij lang en veerkrachtig zijn en een hoek van 45 graden met de bodem maken. Een te lang kootbeen is zwak. Een kootbeen dat te kort en te steil is, bezit niet voldoende veerkracht om de schokken bij het gaan op te vangen, wat voor de ruiter een onaangename gewaarwording is.
De kroonrand aan de bovenkant van de hoef en de hoef zelf moeten hard, sterk en glad zijn. De voorhoef is altijd groter en ronder dan de achterhoef. Platte hoeven wijzen op een te weinig gewelfde zool. Klemhoeven zijn aan de achterzijde vernauwd en leiden vaak tot kreupelheid. Als men de voet aan de onderkant bekijkt, moet de straal elastisch, groot en goed ontwikkeld zijn en in contact staan met het bodemvlak van de hoornschoen.
Als de straal er klein en verschrompeld uitziet, wat het geval kan zijn bij een nauwe hoef, bestaat er een vrij grote kans op het optreden van kreupelheid. De voeten en de buigpezen aan de achterzijde van de achterbenen zijn de kwetsbaarste delen van het paard, zeker als het een renpaard, een jachtpaard of een springpaard betreft, waarvan regelmatig zware inspanningen worden gevraagd.
Afwijkingen aan de benen
Als zijn pezen ernstig zijn verrekt of gescheurd, betekent dat het eind van het arbeidzame leven van het renpaard, hoewel er kortgeleden met veel succes operaties op buigpezen zijn uitgevoerd. Zowel aan de voorste als aan de achterste ledematen kunnen afwijkingen voorkomen voor wat betreft de stand van de benen, hetzij van voren, hetzij van opzij gezien. Een paard dat aan zijn voorbenen naar buiten uitzwaait, is alleen maar niet fraai om te zien bij het gaan; een paard dat binnenwaartse beenbewegingen maakt, kan zichzelf verwonden ('strijken') of zelfs struikelen.Rug
De rug moet horizontaal, breed en gespierd zijn. Oude paarden, of paarden die te jong zijn belast, hebben soms een holle rug. Een korte rug wijst op kracht, maar een iets langere rug is plezieriger voor de ruiter en stelt het paard in staat gedurende langere tijd achtereen meer bodem te winnen.De spierontwikkeling van de rug houdt verband met de lengte. Een paard met een weke, zwakke rug heeft doorgaans geen uithoudingsvermogen en een slecht gestel. Als de lendenen aan de lange kant, maar wel stevig en sterk zijn, is dat niet zo'n groot bezwaar.
Een lange rug is voor een renpaard minder bezwaarlijk dan voor een trekpaard, omdat het hem in staat stelt zich meer naar voren te gooien zonder dat hij gevaar loopt dat hij zich 'vangt', dat wil zeggen de voorbenen met de achterbenen raakt. De lendenen moeten dus bij voorkeur breed en kort zijn en stevig met het bekken verbonden zijn. Alleen dan is het paard in staat stuwkracht van de achterhand naar voren over te brengen. Bij sommige trekpaarden veroorzaakt een abnormale ontwikkeling van de spieren een holte in het midden van de rug.
Kruis
Het kruis hoort eveneens goed gespierd te zijn en slechts heel licht af te hangen. Het vlakke kruis van de Arabier en sommige Duitse paardetypen is te verkiezen boven het sterk afhangende 'afgeslagen' kruis. Het rechte kruis met hoog ingeplante staart wordt als ideaal beschouwd, maar komt niet dikwijls voor. Een te laag ingeplante staart gaat doorgaans gepaard met een zeer zwakke achterhand.Volgens Arabische opvattingen moet het kruis zo laag zijn als de som van de lengten van de rug en flanken. Een zwaar gespierd, bijzonder breed kruis is kenmerkend voor trekpaarden en bezorgt hun de typische waggelende gang. Het sierlijker, maar minder stevige horizontale kruis is het kenmerk van de harddraver. Renpaarden en steeplers hebben een matig afhangend kruis.
Staart
De staart moet zacht en vrij dik zijn en hoog in trots worden gedragen, als het paard in beweging is in bijna horizontale lijn met het kruis. De belangrijkste functie van de staart is het verjagen van vliegen en andere insekten. Overigens is een fraaie staart een sieraad voor een paard.Borstkas
De borstkas waarin zich de longen en het hart bevinden, moet wijd en diep zijn. De welving van de ribbenkast maakt een optimale ademhaling mogelijk. De buik moet cilindervormig zijn en voldoende ruimte bieden aan de ingewanden, die beslist niet op het diafragma (middenrif) mogen drukken en de uitzetting van de longen belemmeren. Renpaarden krijgen dan ook een geconcentreerd eiwitdieet dat rijk is aan caloriën en maar weinig volumineus voedsel, zoals hooi.Het totale plaatje
Een goed, evenredig gebouwd paard is altijd mooi, tot welk ras het ook behoort. De Arabieren bschouwen hun paard als het meesterstuk van de schepping en hebben de volgende eisen vastgelegd: ogen, huid, hoofd en voeten moeten zuiver zijn; oren, flanken en pijpbeenderen kort; nek, buik, dij en schenkel moeten lang zijn; voorhoofd, borst, kruis en koten breed.Van alle moderne paarden voldoet de Thoroughbred (Volbloed) het beste aan deze beschrijving. Engelse en Ierse fokkers vinden de Volbloed natuurlijk beter gebouwd dan de Arabier, wiens schouder te steil en wiens achterbenen te 'krom' zijn naar hun smaak. Ze hechten grote waarde aan de vorm van het achterbeen, vooral aan het spronggewricht, de 'motor' van het geheel.
Het 'goede' achterbeen
Verkeerd gehoekte spronggewirchten kunnen aandoeningen veroorzaken als bolspat, waai- of vlotgallen en haehak. Men streeft naar een sterke, gespierde schenkel, een lang, droog hielbeen zonder zwellingen en men ziet graag dat het achterbeen vanuit het spronggewricht een rechte, niet naar voren gebogen lijn vormt. Een loodlijn, neergelaten vanuit de staart, moet langs de punt van het hielbeen en het kootgewricht lopen. Dit type achterbeen blijkt tijdens de jacht en op de hindernisbaan het best te voldoen. © 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Diversen (Dier en Natuur) op 26-06-2007, laatst gewijzigd op 23-03-2009. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...Verwante artikelen
- Paardenrassen: Amerikaanse Shetland en Australische Pony: In dit artikel zullen de Amerikaanse Shetlander en de Australische Pony behandeld worden. Voor elk ras worden de kenmerken, het karakter, de geschied…
- De Welsh pony sectie WBPR en sectie NWR: De Welsh pony heb je in alle grootte en kleine maten, je komt ze dan ook zowat wel in elke tak van de paardensport tegen omdat het veelzijdige pony's zijn ook zijn de…
- Pony, kenmerken van de pony en ponyrassen: Als we een klein paard in de wei zien staan dan zeggen we meteen, dat het een pony is. Maar wat het woord pony nu echt betekent is niet algemeen bekend. Dat is op z…
- Paardenras: Connemara-pony: De Connemara-pony is een ras dat vroeger onder barre omstandigheden in het wild leefden. Dit heeft er voor gezorgt dat deze pony nog steeds een goed uithoudingsvermogen heeft. Doo…
- Paardenrassen: Auxois, Java Pony en Comtois: De Auxois en de Java Pony zijn twee weinig voorkomende paardenrassen. Omdat er over deze rassen maar weinig informatie bekend is, worden ze samen in dit artikel b…

Reageer op het artikel "Een goedgebouwd paard, hoe ziet het eruit?!?"

Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.

