Dieren en Paarden

Paarden en hun exterieur: de bouw

Paarden en hun exterieur: de bouw

Het uiterlijk van een paard noemen we met een duur woord het exterieur. De lichaamsbouw, de hoogte, haarkleur en eventuele aftekeningen bepalen samen het exterieur. Afhankelijk van het doel waarvoor het paard gebruikt zal worden en het ras waartoe het behoort, stellen wij verschillende eisen aan het exterieur.


De lichaamsbouw

Van voor naar achteren onderscheiden we bij een paard de volgende lichaamsdelen:
  • Het hoofd
  • De maantop
  • De nek
  • De slaap
  • De neus
  • De snuit
  • De kaakgroeve
  • De wang
  • De keel en de nek
  • De hals met de manenkam en de halsadergroeve
  • De boeg en de borst
  • De schouder
  • De voorbenen met de elleboog, de onderarm, de voorknie, de pijp, de pezen, het kootbeen, de vetlok en de hoef
  • De schoft
  • Middenhand met de rug,
  • Borstkas
  • Buik
  • Achterhand met lendenen,
  • Flank
  • Heupen
  • Kruis
  • Staartwortel
  • Billen
  • Dijen
  • Achterbenen met de achterknie, schenkel, hielbeen, spronggewricht, pijp, pezen, kogel en de hoef.

Harmonisch gebouwd

We spreken van een harmonisch gebouwd paard, als het goede verhoudingen heeft. Dit is het geval als de verschillende delen van het paard, de voorhand, middenhand en de achterhand, aan bepaalde eisen voldoen.

Voorhand

Onder de voorhand verstaan we het hoofd, de hals, de schouders, de schoft en de voorbenen. Het is het gedeelte van het paard dat zich voor de ruiter bevindt. De stand van het hoofd en de hals kan van invloed zijn voor spring- en dressuurpaarden. De lijn van schoft en schouders moet rond en vloeiend zijn. De borst mag niet te smal zijn. Dit kan betekenen dat het paard wat zwakker is en kan bovendien tot strijkwonden leiden.

Middenhand

Onder de middenhand verstaan we de rug en de buik van het paard, gerekend vanaf de schoft tot aan de lendenen. Het is het gedeelte van het paard waarop de ruiter zit. In de borstkas zitten veel organen van het paard. Het is dus belangrijk dat deze ruim en diep is. De rug moet kort en sterk zijn, en niet te hol.

Achterhand

Onder de achterhand verstaan we het kruis, de lendenen, de heupen, billen en de achterbenen van het paard. De benen moeten sterk en recht zijn en de knieën plat en recht. Buigen ze te sterk door, dan kan een paard gemakkelijk struikelen. De achterhand is zo belangrijk, omdat deze als het ware de motor van het paard vormt. Van de bouw, gespierdheid en ontwikkeling van de achterhand hangt grotendeels af welke prestaties een paard kan leveren.

Maantop en manenkam

De maantop is het gedeelte van de manen dat zich bovenop het paardenhoofd bevindt en naar voren valt. De manenkam loopt over de halswervels tot aan de schoft. Het kopstuk van het hoofdstel wordt tussen de maantop en de manenkam ingelegd.

Schoft

De schoft hoort het hoogste punt van de paardenrug te zijn. De schoft bevindt zich onderaan de hals, waar de schouderbladen samenkomen.

Pijpbeen

Het pijpbeen bevindt zich tussen het hielbeen en de kogel van de benen van het paard. In principe moeten de pijpbenen kort en plat zijn. Te lange pijpbeenderen zijn minder sterk. Op dit gedeelte van het paardenbeen behoren de pezen en de gewrichtsbanden goed zichtbaar te zijn.

Droge ledematen

Bij een paard met droge ledematen is het onder de huid liggende skelet duidelijk te zien. Een paard met droge ledematen heeft geen last van gallen (vocht in de peesscheden).

Spronggewricht

Het spronggewricht bevindt zich in het achterbeen van het paard, tussen het hiel- en het schenkelbeen. Het gewricht is zeer belangrijk omdat het van invloed is op de actie, de gangen en de springcapaciteiten van het paard. Een goed spronggewricht zorgt ervoor dat schenkel- en dijbeen een hoek van ongeveer 150° vormen.

Kootbeen

Het kootbeen is het smalle gedeelte van het paardenbeen, dat zich tussen de kogel en de hak bevindt. Het kootbeen vormt de schuine verbinding tussen het been en de hoef. Als deze schuine overloop er niet was, danzou het paard heel schokkend lopen. Gaat het paard echter te schuin op de kootbenen, dan dreigt slijtage door overbelasting.

Vetlok

De vetlokken zitten onderaan de benen van het paard, net boven het kootbeen. De haren zijn op die plaats doorgaans wat langer dan de rest van de robe. Vetlokken moeten sterk en droog zijn, dus niet gezwollen en vol vocht.

Kogel

De kogel is het beengewricht dat ter hoogte van de vetlok zit.

Overbouwd

Een paard is overbouwd als het hoogste punt van het kruis hoger ligt dan het hoogste punt van de schoft. Vooral bij jonge paarden is dit vaak te zien. Meestal verdwijnt dit later weer in de groei van het paard.
© 2007 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 22-05-2007. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Paarden en hun exterieur: de bouw"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.