Dieren en Kevers

Loopkevers in soorten en maten

Loopkevers in soorten en maten

Loopkevers zijn voornamelijk jagers. Met hun ogen en hun gevoelige sprieten speuren ze naar kleine grond- en bodembewoners. Slechts een paar soorten leven geheel of gedeeltelijk van plantedelen.


Een bijzondere loopkever is de slakkenrover. De kop en het halsschild van deze kever zijn sterk versmald, waardoor hij in staat is de huisjes van slakken binnen te dringen en de prooi te nuttigen. De grootte van loopkevers is nogal verschillend, er zijn kleine loopkevers van ongeveer 3 mm, maar de veel grotere tuinloopkever kan wel bijna 3 cm groot worden. De meeste loopkevers, de naam zegt het al, kunnen uitstekend lopen. Dit komt natuurlijk heel goed van pas bij de jacht. Veel soorten hebben echter ook vleugels, wat vooral handig is bij het koloniseren van nieuwe gebieden. In een tuin kunnen redelijk veel verschillende loopkevers voorkomen. Loopkevers zijn voor ons belangrijk omdat ze de hoeveelheid “schadelijke’ insecten (vooral kevers die plantenwortels eten) kunnen beperken.

Aaskevers ruimen kadevers op

Echte opruimers onder de kevers zijn aaskevers. Hun uitstekende reukvermogen stelt ze in staat om twee uur nadat een muis of een kleine vogel gestorven is het karkas te hebben opgespoord.

Voor de doodgravers begint dan het zware werk: de muis of de vogel wordt begraven. Als de ondergrond niet geschikt is, wordt het lijkje soms enkele meters verplaatst: een opmerkelijke prestatie voor een dergelijke kever! Soms kan een lijkje wel 20 cm onder de grond worden begraven. Deze begrafenis heeft als doel dat vliegen geen eitjes kunnen afzetten in het dode vlees: de aaskever heeft namelijk zelf het vlees nodig voor de ei-afzetting. Alle haren of veren worden van het lichaam verwijderd. Ook worden zorgvuldig alle al eventueel gelegde vliegeëitjes opgegeten. De eigen eieren worden afgezet in het vlees en de ouders blijven in het hol achter om de uitkomende larven voorgekauwd voedsel toe te dienen. Pas als de larven gaan verpoppen, banen de ouders zich een weg naar boven en vliegen weg.

Een aaskever heeft vaak kleine rode mijten op het onderlijf. De aaskevers en mijten hebben een bijzondere relatie met elkaar. De mijten liften namelijk mee naar de kadavers. De aaskevers mogen dan het lichaam van een kadaver hebben gevrijwaard van vliegeëitjes, vooral ondiep begraven kadavers zijn gevoelig voor hernieuwde pogingen van vliegen om eieren af te zetten. Nu komen de mijten in actie: zij eten de eieren van vliegen. Zo verhinderen zij het uitkomen van vliegelarven, die concurrentie zouden betekenen voor de larven van aaskevers.
© 2008 - 2010 Weko, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 06-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Weko is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Loopkevers in soorten en maten"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.