Dieren en Molshoop

Een mol in de tuin

Een mol in de tuin

De mol is een voornamelijk onder de grond actief zoogdier. Met de tot graafklauwen gevormde voorpoten drukt hij de grond krachtig naar de zijkant bij het maken van gangen.


Molshopen ontstaan op die plaatsen waar de gang schuin omhoogloopt, de grond wordt dan met het lichaam naar buiten gedrukt. Met het graven van al die gangen zorgt de mol meteen voor een goede doorluchting van de bodem: en dit is belangrijk voor de afbraak van dood organisch materiaal! Omdat een mol bijna altijd onder de grond zit, zien we maar weinig van dit dier. Daarom is het interessant om eens wat meer over hem te weten te komen.

Wetenswaardigheden over de mol

Veel mensen denken dat een mol blind is, maar dit is niet waar. Hij heeft wel ogen, maar deze zijn heel erg klein. Voor de voornamelijk ondergrondse levenswijze heeft de mol ook geen grote ogen nodig, maar heel zelden steekt hij zijn kop boven de grond. De belangrijkste zintuigen van de mol zitten op de verlengde snuit. Hierop zitten zeer gevoelige tastorganen die ingezet worden bij de jacht. Het hoofdvoedsel van de mol bestaat uit regenwormen. Als aanvulling worden ook larven van insekten, kevers en soms kleine zoogdieren gegeten. Een mol die enkele uren niet heeft gegeten gaat onherroepelijk dood. In regenwormrijke periodes legt de mol dan ook voorraden aan die hij in moeilijke tijden kan aanspreken. Een mol vangt een regenworm en bijt hem zodanig dat deze nog blijft leven (en dus niet uitdroogt), maar niet weg kan kruipen. Er zijn voorraadplaatsen ontdekt met wel 170 regenwormen.

Omdat de meeste bodemdiertjes in de bovenste grondlaag leven, concentreert de mol daar ook zijn activiteiten. De meeste gangen liggen vlak onder de grond. Het komt maar weinig voor dat een mol tot een meter diep gaat. Bij het lopen door het gangenstelsel komt het de mol goed van pas dat zijn haren loodrecht in de huid staan. Zo kan hij voor- en achteruit kruipen zonder dat hij zich daarbij tegen de haren in strijkt.

Het mannetje en het vrouwtje zijn slechts kort bij elkaar. De jongen worden geworpen in een nest van gras, bladeren en takken. Dit kan onder een aardhoop onder een bosje of boom liggen. Het nest is ongeveer 30cm in doorsnede. De jongen worden helemaal kaal en blind geboren. Pas na verloop van tijd gaan de ogen open en komen er haren op de huid. Het gangenstelsel van de mol kan aardig uitgebreid zijn, de mannetjes bezetten in de lengte een gangenstelsel met een reikwijdte van 150m. De gangen zijn voor een mol vaak net breed genoeg. Een gunstige bijkomstigheid is dat de vacht bij het lopen door het gangenstelsel meteen wordt schoongeschuurd.

Een mol is over het algemeen bijzonder onvriendelijk tegenover soortgenoten die zijn territorium binnendringen. Dit is niet verwonderlijk, gezien de enorme voedselbehoefte van een mol. Dit betekent dat een tuin niet vaak meer dan één mol zal bevatten. Van een plaag is dan ook bijna nooit sprake.

Wat te doen met mollen?

Veel mensen vinden het vervelend als ze in het gazon molshopen zien verschijnen. Toch is het beter de mollen rustig te laten zitten; als ze verwijderd worden, zal de tuin meestal snel weer worden ingenomen door ander mollen. Het beste is daarom de molshopen op te scheppen en deze aarde ergens anders in de tuin te gebruiken.

Gebruik in ieder geval nooit chemische bestrijdingsmiddelen. Veel middelen zijn bijzonder giftig, niet alleen voor mollen, maar ook voor andere dieren en mensen. Klapvallen zijn wel milieuvriendelijk maar niet zo prettig voor de mol. Omdat het levend vangen van een mol erg moeilijk is, kan men het beste de mol maar laten zitten en bedenken dat ook een mol zijn nuttige taak in de natuur heeft. De grond wordt in ieder geval uitstekend belucht.
© 2008 - 2010 Weko, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 04-12-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Weko is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Een mol in de tuin"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.