Dieren en Paarden

Paarden fokken is een kunst!

Al duizenden jaren lang worden er paarden gefokt. Maar het is niet zo dat je gewoon een hengst bij een merrie kan zetten en kijken wat voor veulen er geboren wordt. Het is veel lastiger dan men denkt: paarden fokken is dan ook een echte kunst!


Op enkele uitzonderingen na behoren de paarden tot de huisdieren. Ze zijn sterk aan de mens gebonden en in grote mate ook van hem afhankelijk. De mens regelt het leven van het paard en de bemoeiingen van de mens gaan zo ver dat hij ook de voortplanting van het paard volgens zijn eigen inzichten doet plaatsvinden. De mens bepaalt welke dieren met elkaar zullen paren. De mens bepaalt zelfs het ogenblik van de paring, hoewel hij daarbij natuurlijk rekening moet houden met de mogelijkheden van de natuur.

Hengstig

Een merrie is namelijk niet altijd tot paring bereid. Is ze dat wel, dan betekent dit dat ze is gekomen in de periode waarin de paring met kans op bevruchting kan plaatsvinden. Men zegt dan dat de merrie hengstig of willig is. Gedurende de periode van de hengstigheid is de merrie bereid de hengst toe te laten.

Bevruchting

Het is echter beslist niet zo dat elke dekking ook een bevruchting tot gevolg heeft. Bevruchting kan alleen plaatsvinden als de rijpe eicel van de merrie is losgekomen en zich kan verenigen met een zaadcel van de hengst. Dat loskomen van het eitje gebeurt op een bepaald moment binnen de periode van de bronst of hengstigheid en omdat het sperma van de hengst geen lange levensduur heeft, is het juiste ogenblik van de dekking van veel belang. Dat er zoveel gedekte merries onbevrucht blijven (wel zo'n 30% !) is een gevolg van het feit dat de eigenaren van de merries niet precies weten wanneer de bronst van hun dier begint. Daarvoor is ervaring en voortdurende waarneming nodig.

Als hengsten en merries in vrijheid bij elkaar lopen, ligt het bevruchtingspercentage heel wat hoger. In de ponyfokkerij, waar een hengst met een aantal merries rustig bij elkaar in de wei lopen, is een bevruchtingspercentage van 100 procent geen uitzondering. Mede door het gedrag van de merrie zal de hengst haar op het juiste moemnt dekken. Dit kan door de mens niet zo nauwkeurig worden vastgesteld en daarom laat men hengstige merries om de paar dagen dekken.

Natuurlijk heeft de wetenschap geprobeerd een oplossing voor de moeilijkheid te vinden. Er is een methode ontwikkeld waardoor bij intern onderzoek van de baarmoeder vrij nauwkeurig het juiste moment van de dekking kan worden vastgesteld. Dat spaart niet alleen veel tijd, moeite en geld, het spaart ook de hengsten doordat ze letterlijk geen vruchteloze paringen behoeven te verrichten.

De fokkerij is dus een geleide aangelegenheid, waarbij de mens bepaalt wanneer de dekking plaatsvindt. Hij bepaalt ook welke hengst welke merrie dekt, ook al heeft hij dat niet in alle gevallen helemaal in de hand. In het algemeen kan wel gesteld worden dat een hengste elke bronstige merrie zal dekken die hem wordt voorgeleid, maar op die regel doen zich ook uitzonderingen voor. Er zijn gevallen bekend van hengsten die beslist weigerden een merrie te dekken die met bonen was gevoerd. Ook is vastgesteld dat sommige hengsten voorkeur hebben voor merries met een bepaalde haarkleur.

Kruisen

Het is duidelijk dat een geleide fokkerij voordelen heeft. Daarbij kan een doelbewuste teeltkeuze worden toegepast, waardoor allerlei typen en zelfs rassen tot stand kunnen komen. Dit laatste is vooral het geval wanneer men niet blijft bij een selectie binnen het ras, maar gebruik maakt van hengsten van een ander ras. Deze methode wordt kruisen genoemd.

De geschiedenis van de fokkerij kent tal van voorbeelden van dergelijke kruisingen. In eigen land kunnen we wijzen op de iets recente verandering van het Nederlandse Warmbloedpaard, het zogenaamde landbouwtuigpaard, in een rijpaard. Naast enige selectie binnen het ras is daarbij zeer gericht gebruik gemaakt van vreemd bloed: buitenlandse Halfbloeds en Engels Volbloed.

Een voorbeeld van selectie binnen het ras kan worden gevonden in wat men bij ons doet met de Fjordenpaarden. Door doelbewuste selectie en zónder gebruik te maken van vreemd bloed, probeert men het zware, brede en ietwat bonkige werkpaardje te veranderen in een wat smaller, vlotter en ranker type, dat beter bruikbaar is voor de ruitersport. Deze methode is een zekere methode.

Maakt men gebruik van vreemd bloed dan zijn verrassingen niet altijd uitgesloten. Selectie binnen het ras kan beter in de hand worden gehouden, maar een nadeel is dat deze methode in het algemeen vrij lang duurt.

Geschiedenis van de paardenfokkerij

De geschiedenis va nde paardenfokkerij is een interessante geschiedenis, ook al is er in de loop van de tijd veel nutteloos en soms zelfs schadelijk werk verricht. Vooral in vroeger dagen, toen kruisingspogingen min of meer op goed geluk werden ondernomen, viel het resultaat nogal eens ver buiten de verwachtingen. Pas nadat wetenschappelijk onderzoek had aangetoond dat erfelijkheidsfactoren een zekere wetmatigheid bezitten, kon er van die wetenschap ook gebruik worden gemaakt.

Een pionier op dit gebied was de Oostenrijker Gregor Mendel, die in de tweede helft van de 19e eeuw via geduldig en nauwkeurig experimenteren kwam tot het vastleggen van een erfelijkheidswet, nu de Wet van Mendel genoemd. Toch heeft het tot het begin van de vorige eeuw geduurd voordat zijn wet algemene erkenning vond.

Ook in de paardenfokkerij heeft men gebruik gemaakt van de verworven kennis, al is het nu ook weer niet zo dat elke fokker zijn werk op wetenschappelijke basis verricht. Geduldige en op verantwoorde wijze werkende fokkres halen soms hoge prijzen voor hun producten, maar jammer genoeg komt het voor dat 'de handel' alleen naar de prijzen kijkt. Die prijzen wil men ook halen, maar verantwoord fokken is nu eenmaal geen lopende-bandwerk.

Een paard kan niet op bestelling worden geproduceerd. Wie simpelweg redeneert in de trant van: paar een hengst met goede eigenschappen met een merrie met andere goede eigenschappen en het produkt wordt een super goed veulen, zal niet zelden bedrogen uitkomen.

Ja, er zijn in het verleden veel fouten gemaakt door ondeskundige en ongeduldige fokkers. Het is dan ook niet verwonderlijk dat vooral in vroeger dagen de overheid menigmaal gemeend heeft te moeten ingrijpen. Een goede paardenstapel was nu eenmaal van grote betekenis, zeker toen het paard nog een belangrijke rol speelde in het leger.

De vorsten konden het zich niet permitteren afhankelijk zijn van de goede wil van hun onderdanen en zo kwamen zij ertoe bij keur te bepalen aan welke eisen de hengsten moesten voldoen. Niet zelden namen zij het heft volledig in handen door zelf hengsten ter beschikking te stellen. Zij zochten dus zelf naar de in hun ogen geschikste vaderpaarden en namen de financiële lasten voor hun rekening die nou eenmaal verbonden zijn aan het opfokken en houden van hengsten. Zij ontlastten daardoor hun onderdanen en kregen veel invloed op de fokkerij.

De meeste merries waren echter eigendom van boeren in de omgeving van zo'n vorstelijke hengstenstal en op de kwaliteit van die merries werd veel minder gelet. In die tijd ontbrak nog het wetenschappelijk inzicht en met toezicht alleen op de hengsten werd de zaak eenzijdig benaderd. Een hengst kan wel tot 100 en meer merries per seizoen dekken. Een merrie daarentegen kan per jaar slechts één veulen ter wereld brengen; de draagtijd is zo'n 11 maanden, en slechts bij hoge uitzondering wordt er een tweeling geboren.

Wat deden nu de boeren als ze goede prijzen konden maken voor hun veulens? Zij verkochten de beste dieren en behielden de minder goede. Niet zelden liep daardoor plaatselijk de paardenstapel in korte tijd kwalitatief achteruit.

Staatsstoeterijen

De overheidsbemoeiing heeft zich tot in onze dagen voortgezet, o.a. door middelvan staatsstoeterijen. Het voordeel van hengsten in overheidsbezit tegenover hengsten die eigendom zijn van particulieren is duidelijk. De particuliere hengstenhouder wil met zijn dieren een goede boterham verdienen. Als zijn hengst géén goede veulens voortbrengt, zal dit voor hem niet altijd een reden zijn het dier uit de fokkerij terug te trekken.

Bij staatsstoeterijen komt zo iets niet voor. De staat heeft er alle belang bij dat de fokprodukten van zo goed mogelijke kwaliteit zijn en daardoor de fokkerij op een steeds hoger plan te brengen. Daar wordt dan ook nauwkeurig gevolgd welke produkten een hengst voortbrengt. Zijn deze onder de maat, dan verdwijnt zo'n hengst onherroepelijk uit de fokkerij. Die luxe kan een dergelijke instelling zich veroorloven. Bovendien kunnen in zo'n stoeterij de jonge hengsten nauwkeurig worden geobserveerd.

De fokkerij in Nederland

Thans wordt de Nederlandse paarden- en ponyfokkerij uitsluitend door particulieren gedreven, die zich echter veelal in allerlei stamboekorganisaties hebben verenigd. Deze organisaties geven leiding aan de fokkerij en bepalen de lijn die gevolgd moet worden. Bij het Nederlandse Fjorden Stamboek kent men het systeem dat alle hengsten eigendom van de vereniging zijn. Zij worden dikwijls reeds als veulen aangekocht en voortdurend geobserveerd.
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 10-11-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Paarden fokken is een kunst!"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.