Dieren en Paarden

Paarden: het spijsverteringskanaal

Net zoals ieder mens en elk ander levend wezen beschikt de paard over een spijsverteringskanaal. Het spijsverteringskanaal helpt bij de vertering en uitscheiding van voedsel en giftige of overtollige voedingsstoffen. In dit artikel staat uitvoerig beschreven hoe het spijsverteringskanaal bij paarden in elkaar zit.


Een ononderbroken voedseldoorgang

Twee zaken in verband met het spijsverteringskanaal van het paard moeten we goed onthouden: het feit dat de maag heel klein is en dat het voedsel er snel doorheen gaat. Vervolgens dat de zeer lange darm twee grote krommingen bevat waar zich vaak problemen voordoen.

De mondholte

De spijsvertering begint in de mond. De lippen werken het voedsel naar binnen. De tanden vermalen het tot een papje dat met speeksel wordt vermengd dat door de speekselklieren geleverd wordt. De tong, een grote spier voorzien van smaakpapillen, maakt het mogelijk diverse smaken te onderscheiden en brengt het voedsel naar de keelholte.

De keelholte

De keelholte, die enerzijds naar het strottenhoofd en de ademhalingswegen leidt en anderzijds naar de slokdarm.

De slokdarm

Deze ongeveer 1,20 meter lange buis begint bij de keelholte, loopt via de gehele hals om uit te komen in de maag. Ter hoogte van de krommingen, daar waar de borst en de maag beginnen, kunnen zich verstoppingen voordoen.

De maag

De maag van het paard is heel klein ten opzichte van de omvang van het dier. Ze heeft een inhoud van 10 tot 15 liter. De maagwand is nauwelijks rekbaar en een spierband blokkeert een terugkeer van voedsel naar de slokdarm: het paard is dus nauwelijks in staat om over te geven. Als er een te grote hoeveelheid voedsel in de maag ophooopt, kan deze scheuren. Het voedsel moet de maag dus snel verlaten en in de darm terechtkomen.

De dunne darm

Met een lengte van 25 meter is hij onderverdeeld in drie delen:
  • De twaalfvingerige darm met een lengte van 1 meter die het voedsel snel doorvoert;
  • De nuchtere darm waar de doorvoer trager verloopt, zodat de verteringssappen van de maag, lever, de alvleesklier en de darm de tijd hebben op het voedsel in te werken;
  • De sterk gespierde kronkeldarm (30 tot 70 centimeter) stuwt het voedsel naar de dikke darm.

De lever

De lever, die 5 kg weegt, is de grootste klier van het organisme. Hij speelt een rol in de spijsvertering door het gal, dat hij rechtstreeks in de twaalfvingerige darm perst, af te scheiden (het paard heeft namelijk géén galblaas!).

De pancreas (alvleesklier)

De pancreas loost ongeveer 7 liter pancreassap in de twaalfvingerige darm! De enzymen in dit sap verteren de vetten, eiwitten en koolhydraten. Daarnaast produceert de pancreas zeer belangrijke hormonen die de bloedsuikerspiegel regelen.

De dikke darm

De dikke darm bestaat uit de blinde darm, de colon (karteldarm) en de endeldarm (rectum). De blindedarm van het paard, met een capaciteit van 30 tot 35 liter, is een soort 'gistingsvat'. De belangrijkste functie is de vertering van celstoffen (zeer overvloedig aanwezig in plantaardige voeding, met name hooi).

De colon neemt praktisch de helft van de buik in beslag waar hij zich twee keer om zichzelf heen vouwt. Brede gedeelten worden afgewisseld door smalle gedeelten; bovendien is de aanhechting van de colon nogal slap. Dat maakt het paard ontvankelijk voor kolieken, omdat er voedsel in de krommingen kan achterblijven. De darm kan ook verdraaid komen te zitten of zich verplaatsen; in dat geval is een chirurgische ingreep (operatie) noodzakelijk.

De colon komt uit in de kleine colon die 4 meter lang is en waar zich het mest wordt gevormd en dat vervolgens via de endeldarm en de anus wordt uitgedreven.

Koliek

Paarden die op stal staan, zijn in hoge mate blootgesteld aan kolieken, dat zijn darmproblemen die soms dodelijk kunnen zijn. Een studie, zelfs een oppervlakkige, van het spijsverteringskanaal van het paard stelt u in staat de oorzaak ervan beter te begrijpen.

Te geconcentreerd

In het wild of in de wei levende paarden brengen hun tijd voornamelijk grazend door. Kleine hoeveelheden gras, dat rijk aan water is, worden snel door de maag getransporteerd alvorens in de darmen terecht te komen.
In gevangenschap werkt een paard grote porties droog en rijk voedsel naar binnen (granen of korrels) die de maag gevaarlijk kunnen doen opzwellen of in de kronkels van de darm ernstige verstoppingen kunnen veroorzaken, waardoor de dikke darm zelfs kan torderen of verplaatst worden.

Dit type voedsel wordt vaak te snel opgegeten en met te grote hoeveelheden tegelijk, hetgeen ernstige maag- en darmproblemen kan opleveren.

Opsplitsen

U begrijpt dat het beter is om porties geconcentreerd voedsel over tenminstedrie kleine maaltijden te verdelen. Als dit voedsel nu met kleine hoeveelheden tegelijk naar binnen wordt gewerkt, zal het paard minder snel maag- en darmproblemen krijgen.

Een lange reis

De spijsverteringscyclus (alle transformaties van voedsel vanaf het moment dat het in de mond terecht komt en er als mest via de anus uitkomt) duurt 24 tot 48 uur. De darmdoorvoer werkt permanent. Men moet voortdurend een geruststellend geborrel in de buik van het paard kunnen horen: een stilte kan duiden op een onderbreking van de doorvoer, en dat is altijd een ernstige zaak!
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 02-10-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "Paarden: het spijsverteringskanaal"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.