Dieren en Burcht

De das: het grootste roofdier van bij ons

De das: het grootste roofdier van bij ons

Tussen het kleine gamma roofdieren dat ons land nog rijk is, zit er één dat een stuk groter is dan de rest. Dacht jij ook dat het de vos was? Die lijkt inderdaad wel groot omdat hij zo slank is, mar met zijn 60 cm (+ 40 cm staart) geraakt hij niet aan de 80 cm van de das. Vooral in gewicht verschillen ze een stuk: een vos weegt hooguit 10 kg, terwijl een das boven de 15 kg geraakt.


Krijg je bij ons nog de kans om een das te zien?

In de dierentuin wel. In de natuur is dat niet zo gemakkelijk. De das is immers een nachtdier; overdag zit hij onder de grond. Hij werd lang bejaagd en mocht tot in 1982 geschoten worden. Nu gelukkig niet meer. De das heeft ook erg te lijden gehad van de strijd tegen de hondsdolheid. Veel dassenfamilies werden toen uitgeroeid door vergassing van hun burcht. Er leven dus hooguit nog enkele honderden dassen in ons land. Mocht je toch in de schemering ergens in de Ardennen denken een das te zien, dan zal de witte kop met een zwarte band op ooghoogte wel opvallen. Verder is het dier grijs van kleur, de één al wat donkerder dan de ander.

Kasteelheer

Burchten worden, als het kan, op een hoger gelegen plaats gebouwd. Dat is gemakkelijker om te verdedigen. Ook de das maakt de ingang van zijn burcht het liefst aan de hoge kant van een ravijn. Daar kan de vijand niet zo gemakkelijk bij. Het instinct van de das (dat wat ze generatie na generatie “geleerd” hebben) doet hem een veilig plekje uitzoeken dat niet gemakkelijk gevonden wordt door de mens. Die is immers zijn grootste vijand.

Zijn woonst is een echte “burcht” met verschillende “onderaardse gangen” en meer dan één kamer. Een eigenaardigheid van deze soort is dat ze soms met meer dan één familie samenwonen. Dassen zijn “zindelijke” dieren. Dat wil zeggen dat het strooisel in de kamers regelmatig ververst wordt. En natuurlijk doen ze hun behoefte ook niet binnen, tenzij in een apart kamertje. Iets warmee een vos het wat minder nauw neemt.

Bovendien zijn dassen erg gebonden aan hun streek, verhuizen doen ze niet graag. Dat is wellicht de reden waarom verscheidene gezinnen samenwonen. Ze zijn ook gebonden aan tradities: uitgaan doen ze altijd op hetzelfde tijdstip, en om te jagen gebruiken ze steeds dezelfde paden.

Tijdens de periode van de paring – in de zomer – geven de muskusklieren (onder de staart) een geur af die dient om het gebied met geurvlaggen af te bakenen. Zo lokt de das wijfjes en houdt hij mededingers op afstand. Telkens als hij zijn behoefte doet, versterkt hij eveneens zijn geurvlag. Op het einde van de winter, na 7 maanden dracht, werpt de moeder twee of drie jongen. Die zijn 12 cm lang, blind en half naakt, met wat witte pels. Stilaan groeit de vacht uit en wordt de tekening op de kop zichtbaar. De jongen komen na een 7-tal weken voor het eerst buiten. Ze leren ook grommen en blaffen, en kunnen snorren als een poes.

Als roofdier is de das vooral uit op knaagdieren. Omdat hij nogal aan de luie kant is, neemt hij ook genoegen met slakken, wormen, insecten, amfibieën of zelfs een slang. Met zijn sterke klauwen graaft hij soms wespennesten uit, wat voor hem een lekkernij schijnt te zijn (En toch zit er geen honing in een wespennest!). Daarnaast is hij ook een beetje vegetariër: hij lust bessen, paddenstoelen, noten of gewoon wat groen. Dat is wel nodig, want van muizen alleen zou hij niet zo zwaar worden.
© 2008 - 2009 Weko, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 28-08-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Weko is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De das: het grootste roofdier van bij ons"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.