Dieren en Carasissi

De coyote en de carasissi

In dit artikel zal aandacht besteed worden aan de coyote (Canis latrans) en de carasissi (Canis cancrivorus). Aangezien de meningen verschillen over het plaatsen van de coyote en carasissi in de familie van hondachtigen (horen ze bij de wolf, bij de jakhalzen of bij de vos), heb ik ervoor gekozen deze twee soorten in een apart artikel te schrijven, en ze niet bij de wolf, vos of jakhals te plaatsen.


Coyote (Canis latrans)

Een heel interessante hondachtige, die allerlei trekken heeft van zowel de wolf, de vos als de hond is de jakhals die in de Indianenboeken van Karl May model staan voor lafheid: de coyote. Die reputatie heeft hij te danken aan het feit dat hij voor de mens gauw op de vlucht slaat, hetgeen alleen maar verstandig is, omdat tegen een stel geweren en goed afgerichte honden - als je coyote bent - nu eenmaal niet veel valt te beginnen, zeker niet als je nog een slechte hardloper bent bovendien.

De coyote, Canis latrans) wordt ook wel prairiewolf genoemd, waaruit wel blijkt hoe klein de verschillen tussen jakhalzen en wolven zijn naar mensenopvattingen. Maar de coyote is minder bloeddorstig en wild dan de wolf. Ook jaagt hij slechts op kleine dieren als konijnen, hazen en muizen en stelt hij zich ook wel tevreden met vruchten en bessen. Zijn verwantschap met de hond komt tot uiting doordat hij gemakkelijk is af te richten.

Eenmaal tot huisgenoot omgevormd, blijkt hij volgzaam van aard te zijn en zeer gehecht aan zijn baas. Wanneer zijn baas zich te vervan hem verwijdert of tijdelijk niet aanwezig is, begint hij klaaglijk te huilen en houdt hij dit urenlang vol. Toch is een coyote een coyote. Hiermee wil ik zeggen dat hij direct als zodanig te herkennen is.

Howel hij het meest lijkt op de Amerikaanse wolf, verschilt hij daarvan door zijn kleinere afmetingen en door zijn dichte vacht, die uit lange, ook rondom de poten, afhangende haren bestaat. Daardoor lijken de poten van de coyote korter dan zij in werkelijkheid zijn. Ook de staart heeft lange haren. De kleur van de vacht verschilt naar gelang het seizoen en is rossig-bruin in de zomer en grijsachtig inde winter. Kenmerkend als voor zo veel jakhalzen zijn weer de zwartachtige schakeringen op rug, schouders en lendenen, waarbij zich soms een flauwe streeptekening laat vaststellen.

Snuit en bovenkant van de oorschelp zijn lichtrood, de buik is witachtig.

Carasissi (Canis cancrivorus)

Zuid-Amerika, van Guyana tot aan de Rio de la Plata, herbergt tenslotte de eigenaardige carasissi (Canis cancrivorus), die vroeger veel voorkwam, maar wiens woongebied nu teruggedrongen is tot nog ontoegankelijke wouden, moerassen en savannen. Hij is voorzichtig, sluw en begiftigd met een uitstekend gezichtsvermogen en een scherpe reuk.

Hij verzamelt zich met zijn soortgenoten tot vrij grote meutes en jaagt dan, van omsingelingstactieken gebruikmakend, op hazen en konijnen, maar ook op grotere zoogdieren, zoals herten.

De carasissi is zo snel, dat hij er zelfs in slaagt vogels te besluipen en te vangen. Graag houdt hij zich ook op in waterlopen, waar hij tussen de rotsblokken zoetwaterschaaldieren opscharrelt, die hij handig weet te vangen en daarna opsmikkelt als een lekkernij.
© 2008 - 2009 Hikari, gepubliceerd in Dieren (Dier en Natuur) op 25-02-2008. Het auteursrecht van dit artikel ligt bij de infoteur. Zonder toestemming van Hikari is vermenigvuldiging van dit artikel verboden. Meer...

Verwante artikelen


Reageer op het artikel "De coyote en de carasissi"


Er zijn nog geen reacties geplaatst op dit artikel.